SPF50. Dag 12: Naar Saint-Hippolyte-du-Fort

Eens per jaar gingen we met het gezin naar De Beekse Bergen in Hilvarenbeek. Aan zonnebrandcrème deden we in die tijd niet veel. Ik kan me een zondag herinneren dat we als gare kreeften thuiskwamen. We jankten van de pijn. Gelukkig waren in Zundert de winkels op zondag open. Mijn vader stopte bij de drogist voor een familiepot Nivea. Dat was toen de enige aftersun die er bestond. Of die we konden betalen.

We bruinden verder best goed, in het gezin. Mijn vader werkte in de zomer in zijn onderhemd op het land, die had bruine armen, een getaande kop en schouders, en een witte torso. Mijn moeder en jongste zus verkleurden ook lekker en ik werd zo bruin alsof ik uit ander werelddeel kwam, ik was een gebronsd manneke [hier komt later een foto om dat te bewijzen]. Ik fietste in die tijd gewoon in mijn zwembroek naar het zwembad, dan schiet het wel op. Onschuldige tijden. Mijn oudere zus kon tot haar frustratie weer niet bruin worden. Al haar pigment zat in haar pikzwarte haar, denk ik. Lees verder

Lidl-hoofd en C&A-lijf. Dag 11: Naar Saint-Marcel-d’Ardeche

De ViaRhona was een catwalk vandaag. Het ene na het andere fluo-ensemble kwam voorbij geflitst. Nerveus gesneden wielrenbroekjes, spiegelende zonnebrillen, parmantig klakkende fietsschoenen op het beton van de rustplaatsen, lederen handschoentjes, en gestroomlijnde helmen. Het mooiste waren de stellen op een tandem. Man altijd voorop, vrouw altijd achterop, in complementaire kleuren. Een soort ANWB-stellen, maar dan niet in beige, grijs of donkerblauw. Het mocht wat kosten. Ortlieb hier, Vaude daar, het kon allemaal niet op. Ik viel uit de toon.

Lees verder

‘Je ne suis pas pressé.’ Dag 10: Naar Petit Moras

Er zijn veel spreekwoorden en gezegden met haast en ze drukken zelden iets goeds uit. Laptoptas vergeten in de metro van Lissabon? Haast. Bril van mijn hoofd gewaaid? Haast. 150 kilometer per dag ingepland? Haast. Vandaag had ik geen zin me te haasten. Ik had een chambre d’hôte geboekt waar ik iets langer van plezier wilde hebben. Van Grigny naar Vienne gefietst en daar de trein naar Valence genomen. In regionale treinen mag je altijd een fiets meenemen. Ik was de negende met een fiets vandaag en dat was voor de treinbegeleider geen probleem, maar voor de overige passagiers wel. Veertig minuten balanceren tussen honden, boze bejaarden, mannen met een sterke lichaams- en mondgeur. Op Vienne werkten de liften niet. In Valence wel, maar ook daar was de lift te ondiep voor een fiets. Een heel rits beleefde Fransen wilde me laten voorgaan, dus ik zei net zo lang ‘Je ne suis pas pressé,’ tot ik als laatste overbleef op het perron en tenslotte met verticale fiets naar beneden ging. Ondanks het gebrek aan haast toch wat blauwe plekken opgelopen.

Lees verder