(Column van 6 oktober 2011 op MacFan.nl, zonder links)
De dag dat Steve Jobs mij ontsloeg
Ik haat het om gelijk te krijgen. Mijn laatste column van 2010 was een klassieke lijst met voorspellingen voor 2011. Als laatste punt had ik het overlijden van Steve Jobs staan. Aan gevolgen van zijn ziekte of – heel wild – als John Lennon door toedoen van een verwarde fan. Even werd ik duizelig toen ik twee berichten tegelijk las. Een schietincident in Cupertino. Steve Jobs overleden. Nee, ik ben niet paranormaal begaafd, het was wel heel erg duidelijk dat Steve Jobs geen tachtig zou worden.
Op Twitter gebeurde op 6 oktober wat er altijd gebeurt als er iets van belang gebeurt. Tweets dat Jobs dood was. Retweets van tweets dat Jobs dood was. Tweets met links naar sites. Retweets van links naar sites. Mensen die *huilt* twitteren, een metaforische opmerking. En daarna kwamen de tweets dat iedereen die over Jobs twitterde gestoord was, dat hij Jezus niet was en wat ze zouden doen als Nelson Mandela overleed, #manmanman. Ik ga de comments op GeenStijl.nl niet eens lezen.
De dood van Steve Jobs gaat ook maar mee in de waan van de dag, zoals de tweehonderd bedpartners van de televisiepresentator, de Marokkaanse acteur die een Gouden Kalf won en de politicus die ‘Doe normaal, man’ tegen de minister-president zei, maar als de storm naar het zoveelste glas water is doorgetrokken blijft het feit dat Steve Jobs een bijzonder man was.
Binnenkort verschijnt zijn geautoriseerde biografie. Eigenlijk ongeautoriseerd, want hij heeft de schrijver volledig de vrije hand gegeven. Dat is bijzonder, omdat Jobs meer op zijn privacy was gesteld dan Greta Garbo. Desondanks weten we al dat hij de zoon is van een Syrische student en Amerikaanse studente en afgestaan aan het Armeens echtpaar Jobs (oorspronkelijk Hagopian), waarna zijn biologische ouders alsnog trouwden, dat hij liever geen meubels had dan meubels die hem niet aanstonden en dat er maanden in huize Jobs is nagedacht over welk merk wasmachine er moest komen. Extreem perfectionisme.
