‘Alleen als ik jouw tanden in mag’

Met ‘Alleen als ik jouw tanden in mag,’ beantwoord ik steevast de vraag ‘Mag ik jouw bril eens opzetten?’ Ik heb een voorkeur voor monturen die je niet dagelijks ziet, dus ik snap dat mensen zich afvragen wat zo’n afwijkend model voor hún looks doet. Maar een bril is een hulpmiddel, een noodzakelijk kwaad zelfs. Geen feestneus die je zomaar van iemands gezicht trekt. Lees verder

Navie en Comate. Man (65) fietste naar Spanje.

‘Als je zo lang rijdt dat je het gevoel hebt dat je één bent geworden met je fiets, dat is het mooiste moment,’ zei mijn overbuurman. Hij was ook de degene die me waarschuwde te stoppen als de vermoeidheid intrad en niet te rijden als de luchttemperatuur gelijk was aan mijn lichaamstemperatuur. Het was halverwege de rit dat ik tegen mijn fiets begon te praten als de helling steiler bleek dan ik had gedacht. ‘Kom op, jongen, we kunnen het. Nog even. Nog honderd meter. Nog maar vijftig. O nee, het was tweehonderd. Kom op, samen kunnen we het.’ Steeds vaker parkeerde ik mijn fiets naast mijn bed.

Dat was heel anders dan mijn gesprekken met de navigatie-app Navie. Meer dan eens schreeuwde ik rondjes rijdend tegen het schermpje ‘Wat wil je nou! Waar moet ik godverdomme naar toe! Ik snap het niet meer!’ terwijl de zoete stem in mijn oortjes niets anders wist uit te brengen dan ‘Route herbereke… Keer om. Route her… Keer om. Route herbe… Keer om.’ Ik vraag me af of ik ook zo emotioneel gereageerd zou hebben als Navie een mannenstem had gehad.

Lees verder

Smetvrees. Terugblik op 35 vreemde wc’s

Mijn kennismaking met de beruchte Franse hurktoiletten was op mijn eerste Interrailreis in 1978. Ik was als puber een moeilijke poeper. Dat was waarschijnlijk door een combinatie van een vezelarm dieet en een neurotische inslag. Het was hollen of stilstaan, om mijn stoelgang eufemistisch te beschrijven en daar op dat station, ergens tussen Parijs en Cerbère, moest ik hollen naar het eind van het perron. Het was walgelijk (niet zo walgelijk als het hurktoilet in Sri Lanka dat ik noodgedwongen bezocht tijdens een persreis in 2009, waar de stront tot schouderhoogte tegen de muren zat, maar dat is omdat ik me dat beter herinner) en zorgde voor een levenslange afkeer voor openbare toiletten.

Lees verder