Factor 50

In 1993 logeerde ik drie weken bij een vriend in Barcelona, in Graçia, toen nog niet gegentrificeerd. Het was juli, het was warm. Als je op het balkon stond kon je bijna de overbuurman op zijn balkon een hand geven. En iedereen had het er over hoe warm het was, niet normaal meer, tering, wat een hitte.

Het went nooit, net als regen. De Nederlandse regen zou voor mij een reden zijn te emigreren, zei ik altijd. Altijd maar weer die regen, niet normaal meer, tering. Sinds ik naar mijn werk in Hilversum ben gaan fietsen, in 2020, ben ik twee keer zeiknat geregend. Zo vaak regent het eigenlijk niet, niet normaal meer hoe weinig het regent, tering. Lees verder

Streetview

‘Stoer,’ reageerde iemand toen ik achteloos en totaal overbodige liet vallen dat ik naar Spanje ging fietsen. Stoer en ik gaan niet echt samen. Achter moeders rokken, zoals ze ooit zeiden, daar was ik als kind meestal te vinden. Het stoerste wat ik deed was in 1986 (noodgedwongen) alleen op Interrail gaan. Zonder me in te lezen, zonder iets te reserveren, met alleen een vaag idee van de route. Parijs, Portugal, Spanje, Italië, verder ging het niet. Mijn eerste halte werd Brussel, waar ik een paar dagen bij de zus van een vriend kon logeren. Later hoorde ik dat ze hem gezegd had dat het leek alsof ik eerst moed wilde verzamelen om door te reizen. Ik ging overigens alleen omdat mijn reisgezel op het laatste moment afzegde.

Lees verder

W3lk0m B4rC3I0n4!!

Zeg je geliefden altijd gedag als ze de deur uitgaan, want het kan iedere keer de laatste keer zijn dat je ze ziet. De chauffeur die andere muziek opzet, die dode hoek van een vrachtauto die rechtsaf slaat, een eigen moment onoplettendheid. Toch vinden de meeste (dodelijke) ongevallen vinden thuis plaats. Uitglijden op de trap, van een krukje vallen, dat soort dingen. Toch krijg ik pas de vraag om dingen te regelen als ik me voorneem op de fiets naar Spanje te gaan.

Lees verder