Mamils

Mijn eerste lange fietstocht was van Utrecht naar Doetinchem waar een zus woont. Bijna 100 kilometer, over de Veluwe. In Arnhem stopte ik even, om te kijken waar vrienden van ons ook alweer woonden, dan kon ik er even mijn waterfles vullen. Natuurlijk stond ik op de hoek van hun straat, nagenoeg voor hun deur, je verzint het niet.

Ze geloofden niet dat ik op de fiets was – tot ze mijn fiets zagen – omdat ik aanbelde met opgerolde hemdsmouwen boven een spijkerbroek. Dat is nog een dingetje, ja. Fietskleding. Ik fiets vooralsnog zonder helm, maar op weg naar Spanjeland zal ik er braaf een opzetten. Fietshandschoenen, ja. Die gekke fietskleren daarentegen, ik weet het nog niet.

Ik heb de eerste groepjes mamils (middle aged men in lycra) alweer gezien, aan het eind van de waaierend over het fietspad alsof het koers is. Het dedain waarmee ze me aankijken als ze mijn e-bike zien kaats ik terug. Ik ga me nooit in die kleuterkleding hijsen.

 

50 jaar Apple: De dag dat Steve Jobs mij ontsloeg

(Column van 6 oktober 2011 op MacFan.nl, zonder links)

De dag dat Steve Jobs mij ontsloeg

Ik haat het om gelijk te krijgen. Mijn laatste column van 2010 was een klassieke lijst met voorspellingen voor 2011. Als laatste punt had ik het overlijden van Steve Jobs staan. Aan gevolgen van zijn ziekte of – heel wild – als John Lennon door toedoen van een verwarde fan. Even werd ik duizelig toen ik twee berichten tegelijk las. Een schietincident in Cupertino. Steve Jobs overleden. Nee, ik ben niet paranormaal begaafd, het was wel heel erg duidelijk dat Steve Jobs geen tachtig zou worden.

Op Twitter gebeurde op 6 oktober wat er altijd gebeurt als er iets van belang gebeurt. Tweets dat Jobs dood was. Retweets van tweets dat Jobs dood was. Tweets met links naar sites. Retweets van links naar sites. Mensen die *huilt* twitteren, een metaforische opmerking. En daarna kwamen de tweets dat iedereen die over Jobs twitterde gestoord was, dat hij Jezus niet was en wat ze zouden doen als Nelson Mandela overleed, #manmanman. Ik ga de comments op GeenStijl.nl niet eens lezen.

De dood van Steve Jobs gaat ook maar mee in de waan van de dag, zoals de tweehonderd bedpartners van de televisiepresentator, de Marokkaanse acteur die een Gouden Kalf won en de politicus die ‘Doe normaal, man’ tegen de minister-president zei, maar als de storm naar het zoveelste glas water is doorgetrokken blijft het feit dat Steve Jobs een bijzonder man was.

Binnenkort verschijnt zijn geautoriseerde biografie. Eigenlijk ongeautoriseerd, want hij heeft de schrijver volledig de vrije hand gegeven. Dat is bijzonder, omdat Jobs meer op zijn privacy was gesteld dan Greta Garbo. Desondanks weten we al dat hij de zoon is van een Syrische student en Amerikaanse studente en afgestaan aan het Armeens echtpaar Jobs (oorspronkelijk Hagopian), waarna zijn biologische ouders alsnog trouwden, dat hij liever geen meubels had dan meubels die hem niet aanstonden en dat er maanden in huize Jobs is nagedacht over welk merk wasmachine er moest komen. Extreem perfectionisme.

Lees verder

Nooteboom, Barnes, de IAM en Zundert

Ik werd vandaag, eerste paasdag, wakker van de beierende klokken. Ik was even terug in de jaren zestig. We woonden naast een kloostertuin, de toren van St. Trudokerk kon ik in de winter zien, de klok hoorde ik elk uur slaan. Op eerste paasdag luidden ze lang om aan te geven dat ze terug waren uit Rome. Gevuld met paaseieren, die daarna door de paashaas verstopt waren. Ik was wel gedoopt, maar ik was niet gek. Uit Rome vliegende kerkklokken, gevuld met eieren, verdeeld door de paashaas? Dat leek me behoorlijk omslachtig. En ook niet een taak van kerkklokken. In die vroege jaren 60, nog ver voor de Summer of Love, maar na mijn H. Communie, kon je me nog alles wijsmaken, maar die wereldse vermenging van chocolade eieren met het herdenken van de moord op Jezus plantte het zaadje van het atheïsme in me.

Het was niet allemaal koek en ei (hij zei ei, hahaha) thuis, maar ik weet nog precies hoe het voelde, Pasen. De stress van het eieren verven op zaterdag. Dertig, altijd dertig. De zoete spanning van het zoeken naar de paaseieren. Het paasontbijt aan een gedekte tafel in de woonkamer. De nieuwe kleren. De verplichte gang naar de mis, toen nog met het hele gezin. Amper twee uur daarna het paasdiner, met iedere keer de vraag of mijn vader vóór het toetje thuis zou zijn en mijn moeder van wanhoop dood zou neervallen in de keuken omdat de aardappels veel eerder gaar waren dan het vlees. De chocoladevlekken in mijn nieuwe broek. De chocoladevlekken in de bank. En dan moest tweede paasdag nog komen, met die schaal met nog 24 eieren met gortdroge groene dooiers.

Cees Nooteboom, noemt in Rituelen de herinnering een hond die gaat liggen waar hij wil. In Vertrek(punt) schrijft Julian Barnes uitgebreid over de IAM, de involuntary autobiographical memory, bekend van de madeleine van Proust. Zowat heel Barnes’ oeuvre is gebaseerd op het feit dat je je herinnering niet kunt vertrouwen.

Ik moet de warmte die door me stroomde toen ik het gebeier van de paasklokken van de Dom door de harde wind de slaapkamer hoorde binnenwaaien misschien wantrouwen. Maar het was fijn even terug te zijn in Zundert, begin jaren 60.