Bavianenkont

Als alles gaat zoals het gaat vertrek ik op 6 juni naar Born (waar de Dafs werden gemaakt), de eerste etappe richting Barcelona. Vandaag heb ik een extra accu gekocht, zodat ik zonder overdreven inspanning 150 kilometer per dag kan fietsen. Daarvoor ook een fietsonderbroek gekocht, met zeemleren kruis. Ik vrees dat ik er dan als een baviaan uitzie.

Ook tien paklijsten gedownload. Daaruit stel ik de ultieme lijst samen. De route opgedeeld in parten van 150 kilometer en gekeken naar betaalbare accomodaties. De komende dagen informeren of ik er terecht kan met een fiets, de accu’s kan opladen en mijn fietsonderbroek wassen.

Misschien moet ik er meer dan een kopen. Blauwe.

The ballad of sexual dependency

Ik zat diep weggezakt op de achterbank van een gele taxi, met aan de ene kant mijn toenmalige vriendin en aan de andere kant Russell. Het was mijn eerste bezoek aan New York, en ja, het is een cliché, ik voelde me bij elke hoek die we omsloegen in een decor. Gelukkig hadden we Russell bij ons, zodat we ook andere hoeken omsloegen. Russell kwam uit Boston, maar zoals hij zei, iedereen moet een keer in zijn leven in New York hebben gewoond. Het was vrijdagavond, vernissageavond (vermoed ik). We waren op weg naar de opening van de expositie van ‘a photographer’.

Terwijl we door het decor van Friends, Seinfeld, The Nanny en andere series uit de  jaren 1990 reden, vroeg ik wie de fotograaf was. ‘Heel New Yorks’ (een beleefde vorm van die ken je niet), zei hij, zelfkant van het leven, drank, drugs, seks. Dat klinkt heel erg als Nan Goldin, dacht ik, maar dat is een vrouw en mijn aandacht was alweer afgeleid door het blote feit dat we over 5th Avenue reden, langs het Flatiron Building, naar Chelsea.

Lees verder

Mamils

Mijn eerste lange fietstocht was van Utrecht naar Doetinchem waar een zus woont. Bijna 100 kilometer, over de Veluwe. In Arnhem stopte ik even, om te kijken waar vrienden van ons ook alweer woonden, dan kon ik er even mijn waterfles vullen. Natuurlijk stond ik op de hoek van hun straat, nagenoeg voor hun deur, je verzint het niet.

Ze geloofden niet dat ik op de fiets was – tot ze mijn fiets zagen – omdat ik aanbelde met opgerolde hemdsmouwen boven een spijkerbroek. Dat is nog een dingetje, ja. Fietskleding. Ik fiets vooralsnog zonder helm, maar op weg naar Spanjeland zal ik er braaf een opzetten. Fietshandschoenen, ja. Die gekke fietskleren daarentegen, ik weet het nog niet.

Ik heb de eerste groepjes mamils (middle aged men in lycra) alweer gezien, aan het eind van de waaierend over het fietspad alsof het koers is. Het dedain waarmee ze me aankijken als ze mijn e-bike zien kaats ik terug. Ik ga me nooit in die kleuterkleding hijsen.