‘Wat een sportieve man heb jij,’ zeggen vriendinnen van mijn echtgenote. Sportief is het laatste wat ik mezelf zal noemen. Ik was een klassieke nerd op school. Neus in de boeken, miserabel slecht in alle sporten. Dat komt onder andere door mijn luie linkeroog, waardoor ik amper diepte zie en zelfs voor een open doel mis, en deels omdat sport me geen reet interesseert. Dat kan weer voortkomen uit het feit dat niemand mij in zijn team wilde hebben. En dat normale klasgenoten twee uur per week veranderden in fanatieke eikels die me uitscholden als ik in mijn rol als hockeykeeper alle ballen doorliet. Etten-Leur speelde hoog in de amateurcompetitie en die ballen van hockeyende klasgenoten kwamen echt heel hard aan. Geen trauma’s, even goede vrienden (zie foto hieronder), maar competitiesporten laten me nog steeds koud. Allemaal.
