Mountainbiken in De Berk. Dag 15: Rustdag in Capestang

Zundert was een dorp in ontwikkeling in de jaren zestig. De Tuintjes, de straat waarop we vanuit ons huis uitkeken, bestond uit casco’s. In die tijd lieten ze huizen nog enkele weken doorwaaien voor het glas erin ging. Geen hekken eromheen. We konden er in- en uitlopen, op zoek naar pvc-buizen om pijltjes mee te schieten. Nog beter waren de nieuwbouwprojecten Het Laarpark en De Berk. Bergen met zand in De Berk en diepe kuilen in het Laarpark voor kelders en verdiepte garages, heel modern in die tijd. Onze fietsen waren stadsfiets, racefiets, crossfiets en mountainbike ineen. We raceten ermee door de met beukenhagen omgeven smalle paden, we crossten ermee door de boomkwekerijen, stopten bij de aardbeienvelden en reden door met het rode sap op onze kin en zand tussen onze tanden. We beklommen de metershoge bergen grond en stortten ons roekeloos in de bouwputten.

Lees verder

Par temps de canicule. Dag 14: Naar Capestang

Mijn oma overleed op de warmste dag van 1994, 4 augustus en als ik het me goed herinner was dat de warmste 4 augustus tot dan toe gemeten. Ik had al dagen buiten doorgebracht en die nacht lagen we met een groep mensen rond een kampvuurtje in het Wilhelminapark. We zeiden niet veel. Boven ons de sterren die door de lichtvervuiling kwamen. Ik weet niet meer wie die mensen waren, ik zie ze nooit meer. Het is net als met het lezen vaheen boek, zoals iemand laatst in een column schreef. De inhoud van het boek vergeet je, maar hoe je je voelde tijdens en na het lezen ervan, de sfeer ervan, dat niet. We waren dertigers, maar voelden ons leeftijdloos jong op dat moment. Zo bijzonder die warme dagen. Zouden ze hier in Zuid-Frankrijk de stortbuien beter onthouden dan de warme dagen?

Onderweg naar Capestang las ik de review die ik kreeg van de host in Paulhan. Bravo voor de sportieve man die tijdens een hittegolf een fietstocht maakt, ‘par temps de canicule’. Ik vatte het op als een waarschuwing.

Lees verder

Ik ben geen ezel. Dag 13: Naar Paulhan

Daar stond ik, boven op de Col des  Lavagnes, 559 meter hoog. Het had me twee uur gekost om de 5,6 km lange stijging van 5,9 procent te bedwingen. Deels lopend, af en toe toch een stukje met de fiets. Van boomschaduw naar boomschaduw. 33 graden, op het heetst van de dag. Mijn hart klopte zo hard dat ik de muziek in mijn oortjes niet meer hoorde. Toen ik duizelig werd ben ik gaan zitten. Naar mijn verstand luister ik niet, naar mijn lichaam wel. Opgeven is een optie, maar omkeren was dat niet meer. Het is geen doen, 40 kilo zonder versnellingen.

Alle stomme beslissingen van de afgelopen weken kwamen samen. Zelfoverschatting. Zwaarteonderschatting. Slordige voorbereiding. De grootste fout was de verkeerde route importeren in mijn navigatie-app. Ik wilde deze route juist niet doen. Waarom had ik hem dan nog in iCloud staan? Ik wist dat het verwarrend was, in mei al, maar ik schoonde de map met routes niet op. Man (65) had dood kunnen neervallen. Maar hij deed het niet. En daarom zal iets soortgelijks nog een keer gebeuren.

Lees verder