Zundert was een dorp in ontwikkeling in de jaren zestig. De Tuintjes, de straat waarop we vanuit ons huis uitkeken, bestond uit casco’s. In die tijd lieten ze huizen nog enkele weken doorwaaien voor het glas erin ging. Geen hekken eromheen. We konden er in- en uitlopen, op zoek naar pvc-buizen om pijltjes mee te schieten. Nog beter waren de nieuwbouwprojecten Het Laarpark en De Berk. Bergen met zand in De Berk en diepe kuilen in het Laarpark voor kelders en verdiepte garages, heel modern in die tijd. Onze fietsen waren stadsfiets, racefiets, crossfiets en mountainbike ineen. We raceten ermee door de met beukenhagen omgeven smalle paden, we crossten ermee door de boomkwekerijen, stopten bij de aardbeienvelden en reden door met het rode sap op onze kin en zand tussen onze tanden. We beklommen de metershoge bergen grond en stortten ons roekeloos in de bouwputten.


