Hoe ver het was en hoe warm. Man (65) fietst naar Spanje

Alweer bijna drie maanden terug en het lukt al erg aardig om niet in elk gesprek te verwijzen naar mijn fietstocht. Hoe warm het was weet iedereen inmiddels wel. Hele delen van mijn route door België, Duitsland, Frankrijk en Spanje liepen door gebieden waar natuurbranden woedden. Maar hoe ver het was? Omdat ik niet goed oplette was de accu van mijn telefoon vaak leeg, waardoor de kilometeradministratie in de soep liep. Maar uiteindelijk heb ik de hele rit weten te reconstrueren. Ik was me ervan bewust dat ik regelmatig verkeerd reed. Bijvoorbeeld in de eerste week, toen ik maar liefst 57 kilometer extra had gereden en op een dag 201 kilometer had gefietst, in plaats van de berekende 144.

Screenshot

Lees verder →

Navie en Comate. Man (65) fietste naar Spanje.

‘Als je zo lang rijdt dat je het gevoel hebt dat je één bent geworden met je fiets, dat is het mooiste moment,’ zei mijn overbuurman. Hij was ook de degene die me waarschuwde te stoppen als de vermoeidheid intrad en niet te rijden als de luchttemperatuur gelijk was aan mijn lichaamstemperatuur. Het was halverwege de rit dat ik tegen mijn fiets begon te praten als de helling steiler bleek dan ik had gedacht. ‘Kom op, jongen, we kunnen het. Nog even. Nog honderd meter. Nog maar vijftig. O nee, het was tweehonderd. Kom op, samen kunnen we het.’ Steeds vaker parkeerde ik mijn fiets naast mijn bed.

Dat was heel anders dan mijn gesprekken met de navigatie-app Navie. Meer dan eens schreeuwde ik rondjes rijdend tegen het schermpje ‘Wat wil je nou! Waar moet ik godverdomme naar toe! Ik snap het niet meer!’ terwijl de zoete stem in mijn oortjes niets anders wist uit te brengen dan ‘Route herbereke… Keer om. Route her… Keer om. Route herbe… Keer om.’ Ik vraag me af of ik ook zo emotioneel gereageerd zou hebben als Navie een mannenstem had gehad.

Lees verder →

Smetvrees. Terugblik op 35 vreemde wc’s

Mijn kennismaking met de beruchte Franse hurktoiletten was op mijn eerste Interrailreis in 1978. Ik was als puber een moeilijke poeper. Dat was waarschijnlijk door een combinatie van een vezelarm dieet en een neurotische inslag. Het was hollen of stilstaan, om mijn stoelgang eufemistisch te beschrijven en daar op dat station, ergens tussen Parijs en Cerbère, moest ik hollen naar het eind van het perron. Het was walgelijk (niet zo walgelijk als het hurktoilet in Sri Lanka dat ik noodgedwongen bezocht tijdens een persreis in 2009, waar de stront tot schouderhoogte tegen de muren zat, maar dat is omdat ik me dat beter herinner) en zorgde voor een levenslange afkeer voor openbare toiletten.

Lees verder →