Par temps de canicule. Dag 14: Naar Capestang

Mijn oma overleed op de warmste dag van 1994, 4 augustus en als ik het me goed herinner was dat de warmste 4 augustus tot dan toe gemeten. Ik had al dagen buiten doorgebracht en die nacht lagen we met een groep mensen rond een kampvuurtje in het Wilhelminapark. We zeiden niet veel. Boven ons de sterren die door de lichtvervuiling kwamen. Ik weet niet meer wie die mensen waren, ik zie ze nooit meer. Het is net als met het lezen vaheen boek, zoals iemand laatst in een column schreef. De inhoud van het boek vergeet je, maar hoe je je voelde tijdens en na het lezen ervan, de sfeer ervan, dat niet. We waren dertigers, maar voelden ons leeftijdloos jong op dat moment. Zo bijzonder die warme dagen. Zouden ze hier in Zuid-Frankrijk de stortbuien beter onthouden dan de warme dagen?

Onderweg naar Capestang las ik de review die ik kreeg van de host in Paulhan. Bravo voor de sportieve man die tijdens een hittegolf een fietstocht maakt, ‘par temps de canicule’. Ik vatte het op als een waarschuwing.

Lees verder →

Mijn Wim T. Schippers-anekdote

Lowlands 2000. Ik presenteerde het literaire programma in de Echo. Het was heel vroeg dat jaar. Elf uur, denk ik, ik weet het niet precies meer. Ik had ooit van iemand een xtc-pil gekregen en zaterdagavond leek me een juist moment om die in te nemen. Ik had een topavond. Ieders T-shirt bewonderd, mensen gecomplimenteerd met hun haar of hun manier van dansen. Waarschijnlijk heb ik ook gedanst, want ik meldde me pas ’s ochtends om half negen in de Herman van Veen-bungalow, waar een plaatsje voor mij was gereserveerd. Zoals ik zei, topavond. Om half tien moest ik er weer uit. Koffie, veel koffie. De eerste act was Wim T. Schippers, onderdeel van het programma Beeldspraak van Vrouwkje Tuinman. Het was niet mijn eerste presentatie en ik ging vol zelfvertrouwen het podium op en daar bevroor ik. Black-out. Er kwam niets meer uit mijn mond dan onsamenhangend gemurmel. Gênant. Op een of andere manier wist ik toch Wim T. Schippers aan te kondigen. Op het moment dat ik het podium af liep en Schippers opkwam hoorde ik een enorm lawaai van vallende stoelen. ‘Dat is Jack die van het podium valt,’ zei hij in een scherpe reactie. Bulderend gelach. Vanaf dat moment schoot iedereen in de lach als ik het podium betrad. Totaal geen overwicht meer. Ik schaamde me dood, honorarium teruggegeven. Pas jaren later hoorde ik dat Schippers zelf de stoelen in de backstage had omgeschopt. Briljant.

Ik ben geen ezel. Dag 13: Naar Paulhan

Daar stond ik, boven op de Col des  Lavagnes, 559 meter hoog. Het had me twee uur gekost om de 5,6 km lange stijging van 5,9 procent te bedwingen. Deels lopend, af en toe toch een stukje met de fiets. Van boomschaduw naar boomschaduw. 33 graden, op het heetst van de dag. Mijn hart klopte zo hard dat ik de muziek in mijn oortjes niet meer hoorde. Toen ik duizelig werd ben ik gaan zitten. Naar mijn verstand luister ik niet, naar mijn lichaam wel. Opgeven is een optie, maar omkeren was dat niet meer. Het is geen doen, 40 kilo zonder versnellingen.

Alle stomme beslissingen van de afgelopen weken kwamen samen. Zelfoverschatting. Zwaarteonderschatting. Slordige voorbereiding. De grootste fout was de verkeerde route importeren in mijn navigatie-app. Ik wilde deze route juist niet doen. Waarom had ik hem dan nog in iCloud staan? Ik wist dat het verwarrend was, in mei al, maar ik schoonde de map met routes niet op. Man (65) had dood kunnen neervallen. Maar hij deed het niet. En daarom zal iets soortgelijks nog een keer gebeuren.

Lees verder →