Mijn Wim T. Schippers-anekdote

Lowlands 2000. Ik presenteerde het literaire programma in de Echo. Het was heel vroeg dat jaar. Elf uur, denk ik, ik weet het niet precies meer. Ik had ooit van iemand een xtc-pil gekregen en zaterdagavond leek me een juist moment om die in te nemen. Ik had een topavond. Ieders T-shirt bewonderd, mensen gecomplimenteerd met hun haar of hun manier van dansen. Waarschijnlijk heb ik ook gedanst, want ik meldde me pas ’s ochtends om half negen in de Herman van Veen-bungalow, waar een plaatsje voor mij was gereserveerd. Zoals ik zei, topavond. Om half tien moest ik er weer uit. Koffie, veel koffie. De eerste act was Wim T. Schippers, onderdeel van het programma Beeldspraak van Vrouwkje Tuinman. Het was niet mijn eerste presentatie en ik ging vol zelfvertrouwen het podium op en daar bevroor ik. Black-out. Er kwam niets meer uit mijn mond dan onsamenhangend gemurmel. Gênant. Op een of andere manier wist ik toch Wim T. Schippers aan te kondigen. Op het moment dat ik het podium af liep en Schippers opkwam hoorde ik een enorm lawaai van vallende stoelen. ‘Dat is Jack die van het podium valt,’ zei hij in een scherpe reactie. Bulderend gelach. Vanaf dat moment schoot iedereen in de lach als ik het podium betrad. Totaal geen overwicht meer. Ik schaamde me dood, honorarium teruggegeven. Pas jaren later hoorde ik dat Schippers zelf de stoelen in de backstage had omgeschopt. Briljant.