Op zondag 28 september reed ik met Frederico, eigenaar van Fredemar, en zijn maat door de nachtelijke Alentejo, op zoek naar de plekken waar de meeste patrijzen, konijnen en hazen zaten. Op 5 oktober opende het jachtseizoen en een beetje jager wil op tijd weten waar hij moet zijn. Ik was om vijf uur opgestaan en had kleren aan die vies mochten worden. Klaar voor het avontuur. Een paar jaar geleden heb ik een vergelijkbare expeditie met hem gemaakt. Die ging langs het nachtleven van het Portugese platteland. Op de meest onverwachte plaatsen bleken discotheken te staan waar meisjes een fles whiskey van 250 euro bestelden als je ze iets aanbood. Muurbloempjes bleken nachtvlinders en in alle bossen stond schots en scheef auto’s geparkeerd, die ritmisch wiegden. Dat was het Portugal dat je niet snel leert kennen als je een lastminute naar de Algarve boekt. Dus ik wilde deze keer wel weer mee.

Typisch Alentejaans landschap
Een plasje doen in Portugal kan riskant zijn. Ik loop naar de wc van mijn pension in Sines en halverwege komt de prikkelende, tranentrekkende geur van bleekwater, vermengd met ammoniak, me al tegemoet. Het idee van een schone wc is een plens bleekwater. Als je daar in pist zie je groene damp naar boven komen. De vloer is nagedweild, niet met water, maar met bleekwater. Als ik mijn broek helemaal zou laten zakken zouden er morgen uitgebeten vlekken in staan. Koop je in Nederland een fles bleekwater, dan staat er altijd nadrukkelijk dat je het niet mag mengen met andere schoonmaakmiddelen. Ik kan me niet voorstellen dat dat hier anders is – maar dit is het land waar 50 procent van de bewoners analfabeet is. Bleekwater. Lixivia, ze gooien je er in de Portugese supers dood mee. Tien merken bleekwater. Geparfumeerd, ongeparfumeerd. Flessen van een liter, flessen van vijf liter. Overal bleekwater. 