De geur van Portugal

Er hangt een speciale geur in Portugal. Je ruikt hem zo gauw je het land binnenrijdt. Het is zoet en kruidig. Een mengsel van dennenhars, eucalyptusolie en rozemarijn. De omschrijving doet het geen recht, zoals geen enkele omschrijving ooit iets recht doet. Bijna nooit. Geen flauw idee waar die geur vandaan komt. Ook als er in de wijde omtrek geen eucalyptusboom is te zien ruik je het nog.*

Die eucalyptus is een raar geval. De boom komt uit Australië. Koala’s zijn dol op de bladeren. Ze hebben hem hier niet geïmporteerd voor de koala’s, maar voor de papierproductie. Eucalyptus is de populier van Nederland. Hele stukken Portugal zijn bedekt met eucalyptusbossen. Allemaal voor PortuCel, het staatsbedrijf dat de papierproductie in handen heeft. Eucalyptus is echter als vergif voor het land. Het blad dat afvalt verstikt en vergiftigt de grond. Eenmaal eucalyptus, nooit meer iets anders dan eucalyptus.

Ja, eucalyptus is een raar geval. Als je neus verstopt zit neem je iets met eucalyptusolie,  olie uit de gelijknamige boom. Bomen vol met olie, brandbaarder dan een doorsnee, van hars overlopende, dennenboom. Toch zijn het nooit de eucalyptusbossen die branden. Het zijn de loofbossen en de dennenbossen. Het zijn ook nooit de productiebossen die branden. Het zijn altijd de natuurgebieden die branden. Gek, hè.

Een paar jaar geleden is voor het eerst een projectontwikkelaar veroordeeld. Hij wilde graag een golfterrein maken. Met luxebungalows. Voor mensen die graag naar het buitenland gaan, maar niet graag het idee hebben dat ze in het buitenland zitten. Friet van Piet voor de rijken, zullen we maar zeggen. Het mocht niet, omdat het stuk grond dat hij op het oog had een natuurgebied was. En die bestemming is niet te veranderen. Tenzij een natuurgebied afbrandt, dan mag het daarna ontwikkeld worden. Het fikte dus af en dat lag er net iets te dik bovenop.

Het is elk jaar raak. Dennenbossen vliegen in brand. Eucalyptusbossen komen er voor in de plaats. Dit jaar is het een beetje uit de hand gelopen. Het heeft al maanden niet geregend. Het is nog steeds boven de 30 graden. Meer dan dertien procent van het land is zwartgeblakerd. De eucalyptusbossen gaan nu gewoon mee. Tientallen doden, honderden mensen hun huis verloren. Misschien dat er nu iets verandert? Als ik dat tegen een Portugees zegt haalt hij zijn schouders op. Dit is Portugal, kom op zeg.

Als je nu Portugal binnenrijdt hangt er een andere geur. De zon gaat bloedrood onder door de rookpluimen. Overal zie je bruine littekens in de bossen en de overheersende geur is die van een barbecue die een nacht in de regen heeft gestaan.

[*NB. Ik weet inmiddels waar die geur vandaan komt. Het is een struik, met smalle blaadjes en witte bloemen. Ze voelen kleverig en harsachtig aan en ruiken precies zoals ik het bedoel. Ik heb precies zo een in de tuin gehad, maar hij overleefde de afgelopen winter niet. Ik dacht dat het toeval was dat hij zo rook. Ik zag ze staan toen ik een verkenningstocht voor de jacht maakte in de Alentejo (stuk volgt). Ze heten ‘esteves’, maar dat woord kon ik niet vinden op het net. Gelukkig zaten ze vol zaadbollen. Ik heb er tien van meegenomen en kan er nu mijn hele tuin mee volzetten, zodat ik elke dag Portugal kan ruiken.]**

In Portugal, 14 September t/m 12 oktober 2003 in Metro van 4 november 2003

[**NB 2, 10 november 2019. De typische geur komt ook van de Portugese kraaiheide. Het is al met al de melange van geuren. Het zal eens eenvoudig zijn in Portugal]