De smaken

IMG_1753‘U bent geen steek ouder geworden,’ zei ik tegen Frederico. ‘Jij wel,’ antwoordt hij. Ik weet niet waarom ik hem nog steeds vousvoyeer. Hij heeft me twee keer meegenomen op jacht, we hebben een nacht lang de hoerententen in de buurt afgereden en we zijn meerdere keren samen straalbezopen geworden, inclusief toen ik mee was op de jacht en we daarna nog zestig kilometer naar huis moesten, grotendeels spookrijdend uit zattigheid. Ik probeer het wel, maar het klinkt niet, ’toi’, tegen hem. We spreken Frans. Het is fijn dat hij vloeiend Frans spreekt. En jammer, mijn actieve Portugees beperkt zich nu tot beleefdheidsfrasen en voldoende kennis van de menukaart om nooit meer gebakken lever of koeienmaag te bestellen.

Ik meende het, over dat ouder worden. Hij is wat kaler en hij heeft een bierbuik, maar zeventig zou ik hem echt niet geven. Het is geen Nederlands fenomeen meer, dat we er na de veertig allemaal tien, twintig jaar jonger uitzien dan onze ouders op dezelfde leeftijd. Ik was 28 toen ik voor de eerste keer in Fredemar logeerde en 47 toen ik hier voor het laatst was. Nu ben ik 56. Oud. Frederico zegt het. Lees verder

De geuren

IMG_1751

Ik ben geen reiziger, ik ben een terugkeerder. Gisteravond zat ik aan de bar van Pensão Café Restaurante Fredemar in Sines en schreef voor Frederico, de eigenaar, op een servetje hoe vaak ik hier eerder was. Mijn Portugees is nog steeds zo slecht dat ik servetjes nodig heb. Dit is de lijst.
1988, twee maanden met een vriend
1991, een paar dagen met een vriendin
1994, twee maanden alleen
1995, een paar dagen met een andere vriendin
1999, drie maanden alleen
2001, een paar dagen met mijn aanstaande en onze zoon
2003, drie weken alleen
2007, een maand alleen
En dan nu, 2017, een maand alleen Lees verder

Christina zingt

6 oktober 2003

Ik kijk af en toe nog eens naar de aflevering van ‘Lied van verdriet’ die ik in 1998 heb opgenomen. In deze VPRO-documentaire over het levenslied is fadozanger Rui de hoofdpersoon. Rui! Die ik in 1996 in Adega do Ribatejo in Lissabon zag zingen. Rui, het morsige mannetje met de spastische motoriek die me een brok in mijn keel bezorgde. Hij stond daar aan de deur mensen binnen te praten. Ik dacht dat dat zijn werk was, tot hij later het podium nam. Twee jaar later zag ik in de documentaire dat hij inderdaad met recht de fado zong.
Ribatejo is een van de fado-restaurants in de Bairro Alto, de uitgaanswijk van Lissabon. Toeristen lopen er snel aan voorbij, vanwege het betegelde interieur, de tl-verlichting en de tafels waaraan je moet aanschuiven. De fadozangers zien er allemaal een beetje verlopen uit, de zangeressen werken in de bediening en de twee gitaristen lijken rechtstreeks uit de Muppetshow te komen. Maar de fado komt uit het hart en daarom barst het in Ribatejo van de Portugezen. Allen overstromend van de saudade, dat onbeschrijfelijk gevoel van verlangen, verdriet en gemis dat je alleen maar kent als je woont in een uithoek van Europa, met eeuwenlang een imperialistisch Spanje in je rug en tegenover je een woeste Atlantische oceaan waar je doodsbang voor bent, maar waar je toch maar overheen vaart omdat je geen keuze hebt.

Rui is er niet meer, als ik jaren later weer in Ribatejo kom. Een boomlange Brel met zwartomrande holle ogen en kromme schouders heeft het overgenomen. Waarover zijn fado’s gaan weet ik niet. Ik kan Portugees redelijk lezen, maar gezongen versta ik er niets van. Ondanks dat en ondanks dat de gitaristen er af en toe naast pakken, voel ik meteen de gebroken harten, de armoe en de heimwee. Gevoel gaat boven techniek. Dan komt de serveerster Christina naast de twee gitaristen staan. Ik herken de eerste maten meteen: Lagrima, een fado van Amalia Rodriguez. Het gaat over een harteloze minnaar (heb ik geïnterpreteerd) en na een lange aanloop zingt ze in wanhoop: ‘Ik zou willen sterven om tenminste één keer een traan op je gezicht te kunnen zien.’ En wat me al heel lang niet overkomen is, gebeurt. Misschien is het de wijn, misschien is het de saudade die me te pakken heeft, maar langzaam voel ik mijn ogen vollopen.

Fado’s horen uit het hart te komen en hoe authentiek Ribatejo ook is (zoals de Rough Guide terecht opmerkt), het blijft een toeristisch programma. Van negen tot twaalf optredens, daarna is het klaar. Maar deze avond gebeurt er iets wat iedereen hoopt mee te maken. Mensen uit het publiek, die al heel de avond meeneurieën en sommige teksten woordelijk meezingen worden opeens naast de gitarist getrokken. Een oudere vrouw zingt een fado die iedereen aan het lachen maakt (dat bestaat) en plotseling staat daar een jonge vrouw, die vertederend schuchter iedereen kippenvel bezorgt. Als Ribatejo leegloopt vertelt ze me dat het de eerste keer was dat ze in publiek gezongen heeft. Ik had gehoopt Rui tegen te komen, maar zo is het ook goed. Kon alleen hier gebeuren, in Ribatejo.

Adega do Ribatejo, Rua Diario de Noticias 23, geopend vanaf 21.00 uur, Lissabon, 6 oktober 2003