Almoço in Almada

Als je op een willekeurige dag om half acht ’s avonds een uitgestorven restaurant binnenloopt vraag je je echt waarvan ze leven. In dit bijvoorbeeld. Het tafeltje links vooraan was bezet door een stel die net toe waren aan de koffie. Toen ik de foto maakte waren ze net weg. Dit was het restaurant waar ik vergat ‘meia dose’, halve portie, te zeggen en drie enorme karbonades moest zien te verstouwen. Ik bleef de rest van de avond de enige gast. De eigenaar verveelde zich blijkbaar zo dat hij daarna van elke tafel controleerde of alles exact tegenover elkaar stond. Stoelen, bestek, servies, alles retestrak. Zelfs de servetten stonden op dezelfde manier in de glazen. Al zat er nog wel wat verbetering in, als je naar de rij tafels recht voor me kijkt.

Lees verder

Halverwege

Ik maakte een wandeling door Baroccas, de wijk die grenst aan de marinehaven. De nijverheid is er al enige tijd vertrokken, waarschijnlijk omdat de scheepsbouw er ook vertrokken is. Hele straten zijn dichtgemetseld. Afgebrande huizen wisselen af met kraakpanden. Daklozen hebben hutten gebouwd van pallets, bouwplaten, matrassen en stoelen. Een zigeunerin kookt op een petroleumstel midden op straat en sjouwt ondertussen kapotte dingen heen en weer die vast ergens nog waarde hebben. Overal streetart. Hoe mooi ook, toch een signaal dat de boel staat te verkruimelen, een teken van verwaarlozing.

Lees verder

Hond

Waar en wanneer het was weet ik niet meer, maar het maakte wel indruk. Het roedel zwerfhonden op het strand. Er hinkte er een achteraan. Een van zijn achterpoten had een extra gewricht, een breuk die nooit geheeld was. In 2017 reed ik naar Romeinse brug die ergens op het platteland nog steeds overeind stond. Midden in een dorp dat ik passeerde lag een dode hond, meermaals overreden. Niemand had de moeite genomen het beest op te ruimen. En een overreden hond, dat is een heel andere road pizza (niet op afbeeldingen zoeken, serieus) dan een duif.

Sines, 2019

Ik heb me ooit laten vertellen dat Portugezen allemaal bang voor honden zijn en dat er daarom zo veel zijn. Hier in de buurt in Almada loopt voor bijna ieder vrijstaand huis een hond. Als ik van de bus naar huis loop slaat bij elk huis een hond aan, totdat ze allemaal blaffen. Van kleine keffertjes tot halve of hele herders, ze mogen allemaal een beetje Cerberus spelen. Achter het huis hier heeft iemand een enorm uitslover, die urenlang staat te bassen. Tralies voor het raam en een hond als inbraakalarm en -beveiliging.

Ik ben geen held wat honden betreft. In 2015 passeerde ik in de lobby van een hotel een herdershond. Ik nam me voor me niet aan te stellen en in een boog om het beest heen te lopen, hij zat immers aan de riem bij zijn baas. Op het moment dat ik hem passeerde hapte hij en had hij mijn rechterhand tot aan de pols in zijn bek. Ja, ik had geluk dat hij niet doorbeet, maar dan had ik daar maar niet moeten lopen en waarschijnlijk lag het aan mijn karakter, want, en daar komt-ie: ‘Dat doet hij anders nooit.’

Ik vind een hond pas te verteren als hij zich als een kat gedraagt, niet blaft naar alles en iedereen en niet de hele tijd aandacht wil. De meeste zwerfhonden hier zijn erg op zichzelf en zolang je op afstand blijft negeren ze je. Maar bij een wandeling heb ik voor alle zekerheid toch altijd mijn zakmes bij me.

Eind deze week is het volle maan. Belooft wat met al die honden hier in de buurt.