Almoço in Almada

Als je op een willekeurige dag om half acht ’s avonds een uitgestorven restaurant binnenloopt vraag je je echt waarvan ze leven. In dit bijvoorbeeld. Het tafeltje links vooraan was bezet door een stel die net toe waren aan de koffie. Toen ik de foto maakte waren ze net weg. Dit was het restaurant waar ik vergat ‘meia dose’, halve portie, te zeggen en drie enorme karbonades moest zien te verstouwen. Ik bleef de rest van de avond de enige gast. De eigenaar verveelde zich blijkbaar zo dat hij daarna van elke tafel controleerde of alles exact tegenover elkaar stond. Stoelen, bestek, servies, alles retestrak. Zelfs de servetten stonden op dezelfde manier in de glazen. Al zat er nog wel wat verbetering in, als je naar de rij tafels recht voor me kijkt.

Ik hoefde me geen zorgen te maken over de restaurants, zei de een van de buurmannen tegen me. De lunch, almoço, is de voornaamste maaltijd in Portugal. Tussen 12.00 en 15.00 luncht iedereen. Dan lokken de restaurants de gasten met speciale gerechten of voordeelmenu’s. Het diner, jantar, bestaat voor veel mensen uit een snelle snack, al is twee keer een volledige warme maaltijd niet raar. Dat we in Nederland meestal ’s avonds warm eten vond hij raar. En hoe laat dan? Van zes uur ging al een wenkbrauw omhoog en toen ik zei dat ik veel mensen ken die om vijf uur ’s middags al aan de aardappels zitten ging de tweede ook. Dat van die aardappels zei ik natuurlijk niet. De AVG kennen ze hier niet, aardappelen zijn groenten hier, gekookt bij de vis, gefrituurd bij het vlees.

We gingen om half een naar de restaurant om de hoek. In een vitrine lag de vis die die dag geserveerd werd: dourado (dorade), robalo (ik vermoed zeebaars, robalo lijkt meer op een snoek), zalm, carapau (horsmakreel) en choco (sepia). Achteraf had ik spijt dat ik de zalm niet had genomen, een enorme plak gegrild vlees, maar de dorade was prima en tot mijn grote verrassing werd hij geserveerd met boontjes, wortel, aardappel en broccoli. De buurmannen beschouwden dat als garnituur, maar ik at alles met smaak op. Ik kon geen weerstand bieden aan de zelfgemaakte pudim flan. Dat bleek een megaportie. Met de wijn erbij was de rest van de dag verloren.

Het was leuk om met de twee buurmannen de praten. Een van hen sprak slecht Engels. Ik nam me voor kom Portugees te praten. Ik kan me inmiddels aardig redden na anderhalf jaar oefenen met Duolingo en ik mijn zinnen komen blijkbaar verstaanbaar en coherent over, maar bij elk antwoord kijk ik mijn gesprekspartner vertwijfeld aan. Wat zeg je nou in hemelsnaam? Bij de buurmannen viel het nog mee, ze zijn Braziliaans, hun Portugees is soepeler en melodieuzer. Maar het werd toch Engels als voertaal.

Ze verbaasden zich er ook over hoe vriendelijke beschaafde mensen in beesten veranderden als ze achter het stuur zaten en hoe vastberaden ze iedere keer zijn hun auto op de onmogelijkste plaatsen te parkeren. Ik zag het in Lissabon waar de tram regelmatig vaststaat achter een op de rails geparkeerde auto en toen ik laatst met de bus uit Lissabon terugkwam weigerde een automobilist de bus te laten invoegen. Van de andere kant stopt iedereen weer netjes bij het zebrapad, waar ik iedere keer aarzelend door de PTSS na mijn fietsongeluk sta te wachten.

Ze vonden Portugal een fijner land om te wonen dan Brazilië. Het tempo ligt er lager dan in  hun geboortestad Rio de Janeiro. Het enige waar ze niet goed aan konden wennen was het weer. In Rio daalt de temperatuur zelden onder de 16 graden en echte seizoenen zijn er bijna niet, tussen de keerkringen. Met de kanttekening dat het de laatste jaren behoorlijk onvoorspelbaar is met de wereldwijde klimaatverandering. Ook het politieke klimaat verandert. Het sentiment tegen immigranten verandert en ouders klagen dat hun kinderen op school Braziliaanse woorden leren. Terwijl er vanuit de overheid eigenlijk weinig gebeurt. Het nieuwe vliegveld (om een of andere reden in het moerasland aan de Taag bij Montijo bedacht) is er na twintig jaar plannen maken nog niet, en bij een zeespiegelstijging van anderhalve meter spoelt het zo weer weg. Mopperen op de overheid is altijd fijn, dus ik kon ze verbijsteren met het verhaal dat we nu driekwart jaar een demissionaire regering hebben die al twee jaar het coronabeleid aan het verkloten is. Sausje van het toeslagenschandaal eroverheen, nog wat bedreigingen van kamerleden onderling erdoorheen gemixt en ze waren duidelijk blij dat ze hier woonden. Nou ja, dat maak ik ervan. Eén lunch is niet voldoende om alles te begrijpen