In Zundert kon je tot ver in de jaren zeventig de Koude Oorlog hóren. De Starfighters die gestationeerd waren op luchtmachtbasis Gilze-Rijen namen wekelijks de geluidsbarrière, regelmatig voerden ze nachtvluchten uit. Elke zoveelste woensdag van de maand oefenden de NAVO-bondgenoten met scherpe munitie op de Kalmthoutse heide, net over de grens in België. Een donderslag bij heldere hemel, dat was voor mij meer dan een metafoor.
Door deze overdaad aan krijgsgeluiden leefden de inwoners van Zundert, voor wie de Tweede Wereldoorlog nog als gisteren was, met een morbide belangstelling voor rampspoed. Toen op vrijdagavond 10 juni 1977 de Starfighters minutenlang met brullende nabranders duikvluchten boven het dorp maakten, wísten we dat er iets ging gebeuren. De volgende ochtend intimideerden dezelfde straaljagers met donderend geweld Molukse terroristen een gekaapte trein uit. In Zundert werd in winkels en voortuintjes betekenisvol geknikt.

Ik denk dat de plaatselijke brandweer alleen maar een stil alarm invoerde om een eind te maken aan de krankzinnige stoet van auto’s, brommers en fietsen die als halvegaren met de brandweerwagens meereden — en die er soms nog als eerste waren ook.
En dan de ambulances… De weg die dwars door het dorp liep was in de negentiende eeuw in opdracht van Napoleon rechtgetrokken en verhard om Den Haag met Parijs te verbinden. Het was de meest voor de hand liggende route voor het internationale vrachtverkeer, tot 1971 tenminste. Een douanepost, wegrestaurants, hotels, transport- en expeditiebedrijven: het dorp kon niet zonder de weg. De zware ongelukken die aan de lopende band plaatsvonden waren een prijs die Zundert met tegenzin, maar gedwee, betaalde. Lees verder
