Treurtrip naar Sines

De term treurtrip is niet van mij, hij komt van het boek Treurtips, dat de mooiste lelijke plekken van Nederland bezoekt. In mijn tijdlijn is er een aantal mensen dat regelmatig een treurtripje maakt. Vandaar. Sines is geen mooie plek. Niet meer. Mijn bezoek aan Sines was ook om andere redenen een treurtripje. Het was wentelen in weemoed, heimwee en nostalgie.

Maandag kwam ik aan bij Frederico en zijn vrouw, die pensão Fredemar runden tot eind 2019. Frederico was het na veertig jaar beu en verkocht het gebouw per 15 januari 2020. Een beter moment had hij niet kunnen kiezen. Ze hebben nu een groot huis in Santo André, zo’n 15 kilometer noordelijk van Sines. Hij is 75, zij 59.

Fredemar staat sinds de verkoop leeg. De pandemie heeft waarschijnlijk alle plannen van de nieuwe eigenaar verstoord. ‘Mis je het?’ vroeg ik. ‘Nee,’ zei Frederico, ‘ik kon niet meer tegen de mensen. Het was nooit goed, dan weer dit, dan weer dat.’ Misschien dat hij me daarom nog steeds liefkozend als menino aanspreekt. Ik wilde altijd de allereenvoudigste kamer, met een bed, een kast, een tafel, een stoel en een wastafel. Meer had ik niet nodig. Fredemar was mijn tweede thuis, ik voerde ellenlange gesprekken met hem in gebroken Frans en steenkolenportugees, ik ging met hem jagen en nu zat ik bij hem thuis.

Toen ik hem belde was hij verheugd dat ik eindelijk Portugees sprak, maar eenmaal binnen kwam ik niet verder dan de eerste zin, zodat ik vaak weer moest overschakelen naar het Frans. Probeer maar eens in het Frans ‘demissionair kabinet’ en ‘falend overheidsbeleid’ uit te leggen, laat staan in het Portugees. Uiteindelijk bloedde elke gesprek na een paar zinnen dood, hoe goed iedereen zijn best ook deed. Dus het grootste deel van de tijd keken we tv. Er is een omkoopschandaal bij FC Porto, dus dat is groot nieuws in Portugal, alles wat met voetbal te maken heeft is groot nieuws. Met een paar feitjes was snel een uur gevuld, met telkens dezelfde beelden, dezelfde citaten, gezichten. Daarna een spelprogramma en een voorbeschouwing van de Portugese … Got talent. En toen had ik wel gezien. De slaapkamer die ik toebedeeld kreeg deed me erg aan Fredemar denken. Volgens Frederico had hij alles achtergelaten, maar ik herkende in ieder geval de beddenspreien.

Ik had al verteld dat ik van plan was naar Sines te gaan. ‘Wil je in Fredemar slapen? Kan hoor, ik heb de sleutel nog,’ zei Frederico toen meteen. De bus naar Sines vertrok bij hem voor de deur, en hij kon me om half twaalf ophalen weer ophalen voor de lunch. Toen zei ik dat ik liever wat langer bleef en vanuit Sines terug zou gaan naar Almada. Ik had er eigenlijk meteen al spijt van, want de twee waren duidelijk teleurgesteld. Had ik nu hun gastvrijheid afgewezen? Had ik ze beledigd? Dat viel gelukkig mee. Het afscheid was hartelijk en een en al tot volgende keer en leer verdomme nou eens Portugees praten. Frederico bracht me naar de bushalte en voor het eerst hadden we een lang zinvol gesprek, al moest hij af en toe wel zeggen dat ik wel veel van sim, sim, sim deed maar er gewoon geen woord van snapte. Dat verstond ik echt wel.

Het was exact twee jaar geleden dat ik in Sines was. De groots aangekondige verbouwingen en aanpassingen van die tijd waren nog steeds niet uitgevoerd en nu was Fredemar er ook nog eens bij gekomen. Nog meer huizen stonden leeg, maar gelukkig kregen de belangrijkste straten nu stoepen. In 2017, toen ik na een pauze van tien jaar terugkeerde, was ik echt geschokt door de bouwvallen, tot ik besefte dat hem om het oude centrum van Sines gaat. De huizen zijn er klein, vochtig en tochtig. De mensen die er woonden zijn overleden, hun kinderen wonen aan de rand van het dorp, in ruime flats met airco. En overal in Europa verdwijnen de winkeltjes uit het straatbeeld, vooral nadat auto’s worden geweerd. Maar toch. Het is pijnlijk om te zien, hele straten die dichtgetimmerd zijn of staan te verkrotten. En overal die waardeloze graffiti, die tags die op de handtekening van een lagereschoolkind lijken.

Maar er verandert ook wel iets. Of dit nou past in het historisch centrum is een ander punt, maar er wordt gerenoveerd. Steeds meer.

Sines was ooit een vissersdorp en geliefde badplaats. Beide werden opgeofferd voor de aanleg van een oliehaven en petrochemische industrie. De plannen waren letterlijk dat het ‘het Rotterdam van Zuid-Europa’ moest worden. Het leverde amper vervangende werkgelegenheid op voor de vissers. In 1988 stonden de muren al volgekladderd met ‘Sineenses querem trabalho e ar euro’, mensen uit Sines willen werk en schone lucht. In de Rough Guide van 1999 stond dat je niks in Sines te zoeken en dat alleen één restaurant het de moeite waard maakte die kant op te gaan. Dat maakte Sines aantrekkelijk voor me. Toeristen bleven inderdaad een halfuurtje. Sines was van mij.

De schone lucht hebben ze nu. De elektriciteitscentrale die op Zuid-Afrikaanse steenkool draaide, met het hoogste zwavelgehalte ter wereld, is gesloten. En nu hebben nog meer mensen uit Sines en omgeving geen werk. Het is de bedoeling er een waterstoffabriek gaat komen, maar er is zo veel de bedoeling in Sines, in Portugal, in Europa.

Die haven en industrie zijn de eigenlijke reden om doel van een treurtrip te zijn. Een liefelijke baai, een goed onderhouden boulevard, eenjacht haven en in de verte een kolenhaven en een containerterminal. Maar goed als je naar Doel kan, dan kan je ook naar Sines.

Afijn, ik heb meerdere rondjes door het dorp gelopen, gegeten in mijn lievelingsrestaurant uit 1999, het gerecht gegeten dat ik in 1988 minstens eens per week bestelde. Over het strand gelopen waar ik in 1994 en 1999 elke dag van vier tot zes zat met twee broodjes, een blikje ijskoude cola en een boek. Bij Vela d’Ouro een bolo Berlim gegeten zoals ik in 1988 dagelijks deed (de eigenaar is nu net zo krom en oud als zijn vader in 1999). Ik heb tegen Fredemar geleund en geprobeerd de deurknop los te wrikken. Tegen de kasteelmuur gezeten waar elke avond de oude mannen zich warmden aan de stenen en wachtten tot de vissersbootjes weer thuiskwamen en waar – voor er vandalismebestendige schijnwerpers kwamen – stelletjes aan elkaar zaten te friemelen alsof ze alleen op de wereld waren. Zo veel herinneringen liggen hier, zowel goede als slechte. Dus ik mocht wel een beetje treurig zijn.