Er stond een hond voor mijn deur. Met dat typische honderige enthousiasme probeerde hij mijn kamer binnen te komen. Ik kon het voorkomen met een knie en een elleboog, maar toen er nog een bij kwam die tegen de deur opsprong moest ik mijn hele lichaam inzetten. Het waren de jachthonden van Frederico, een teef van tien en haar zoon van zes. Ze zijn beter opgevoed dan de honden die hij in 2007 had. Ze blaffen niet.
Gisteravond was het Halloween. De straten vol kinderen die op ramen bonkten. Van Frederico kregen ze niets. We zaten aan de bar. Het was tijd aan de bar te hangen en de afgelopen jaren in te halen. Het viel niet mee. Ik dacht dat ik best kon meekomen in het Frans, maar het was handen- en voetenwerk. ‘Je moet meer oefenen,’ zei Frederico.







