‘Hey, remember me?’

In 1999 was ik veertien weken in Sines. Veertien lome weken met genoeg tijd om een paar keer naar Lissabon te rijden en uit te vinden wat er met Antonio was gebeurd. In 1988 was hij een van de kleurrijke figuren van Sines. Hij wist alles van mieren, kwam daarmee op tv, raakte door de tijdelijke roem aan drugs en toen ging zijn hoofd stuk door een slechte lsd-trip.

Hem kwam ik gisteren niet tegen, maar wel Carlos, die in 1999 net een lokale krant was begonnen. Via hem kwam ik meer over het dorp te weten en op zijn verzoek schreef ik een stuk over Sines. Ik ben een Brabander, dus gemoedelijk en timide vergeleken met een Hollander, maar vergeleken met een Portugees ben ik direct en bot. Ik schreef een stuk waarvan de ironie verloren ging in de vertaling van het Nederlands naar het Engels naar het Portugees. De kritiek kwam subtiel en indirect terug. Een oudere dame liet zelfs een gedicht voor me bezorgen in Fredemar. Een prachtig gebaar, dat zouden meer mensen moeten doen. Niet schelden, maar je misnoegen uiten met een gedicht.

Carlos is inmiddels geen uitgever meer. De crisis van 2008 betekende het einde van zijn krant. Hij werkt nu in de haven. Vergeleken met Portugal zijn we in Nederland de kredietcrisis soepel doorgekomen. De jeugdwerkloosheid was hier enorm, de lonen gingen omlaag. Het is iets beter nu, vertelde hij. Maar werken in de haven of in winkels is het enige perspectief voor jongeren. Studeren zit er voor de meesten niet in.

Ik vertelde hem dat ik Sines veranderd vond en liet hem wat foto’s uit 1988 zien. Daarop zijn de jachthaven en de containerterminal niet te zien. In de komende weken gaan we weer eens een keer zitten.