Er zijn veel spreekwoorden en gezegden met haast en ze drukken zelden iets goeds uit. Laptoptas vergeten in de metro van Lissabon? Haast. Bril van mijn hoofd gewaaid? Haast. 150 kilometer per dag ingepland? Haast. Vandaag had ik geen zin me te haasten. Ik had een chambre d’hôte geboekt waar ik iets langer van plezier wilde hebben. Van Grigny naar Vienne gefietst en daar de trein naar Valence genomen. In regionale treinen mag je altijd een fiets meenemen. Ik was de negende met een fiets vandaag en dat was voor de treinbegeleider geen probleem, maar voor de overige passagiers wel. Veertig minuten balanceren tussen honden, boze bejaarden, mannen met een sterke lichaams- en mondgeur. Op Vienne werkten de liften niet. In Valence wel, maar ook daar was de lift te ondiep voor een fiets. Een heel rits beleefde Fransen wilde me laten voorgaan, dus ik zei net zo lang ‘Je ne suis pas pressé,’ tot ik als laatste overbleef op het perron en tenslotte met verticale fiets naar beneden ging. Ondanks het gebrek aan haast toch wat blauwe plekken opgelopen.

