‘Je zult vast veel mensen leren kennen onderweg,’ zei een vriend voor mijn vertrek. Mensen leren kennen. Ken je ooit mensen. In 1986 ging ik Interrailen en ik heb met een handvol mensen gepraat. Onder andere met Heidi uit Californië. Het gesprek strandde op Ronald Reagan, waar ik als Europeaan wel een mening over had. ‘Nobody touches my Ronnie,’ zei ze. Een romance in de knop gebroken. Mensen leren kennen staat onderaan mijn prioriteitenlijst. Maar vandaag had ik zowaar veel contact met mensen. Vlak voor Metz was de route versperd. Op het bord ‘Route Barrée’ hing een plattegrond met de onbegrijpelijkste omleidingsroute ooit. Een fietser voerde wanhopig straatnamen in in zijn smartphone. Samen kwamen we er niet uit. Hij moest naar Épinal, nog 40 kilometer verder dan ik. Liefst voor het ging regenen. ‘Ik moet naar Spanje,’ zei ik en dat opende het gesprek. Aardige man. Belg. Achteraf bleken we naast de omleidingsroute te staan, zoals een aardige Franse fietser ons duidelijk maakte. Abstracte routes maken is ook een vak (dat je niet aan aannemers moet overlaten).
Te laat vertrokken uit Thionville/Yutz en In Metz ging het weer helemaal fout. Blijkbaar heb ik moeite navigatie-aanwijzingen te volgen in een stad. Het zal de gevorderde leeftijd wel wezen. Het zou niet moeilijk moeten zijn. De fietsroute La Voie Blue loopt van net onder Luxemburg tot Lyon. Hij staat ook keurig aangegeven, maar in de stad ontgaat je weleens iets. Ik verdenk ook snotneuzen van het vandaliseren van de richtingaanwijzers. En verder maakt de route vaak bochten van 180 graden en dan wil je weleens per ongeluk doorfietsen. Al met al leverde dat een flink verlies aan tijd en, vooral, accuduur op. En toen begon het ook nog eens te regenen. Echt te regenen. Stug doorgefietst, zodat ik droog aankwam in Nancy (met de tweede accu nagenoeg leeg).
Het was redelijk druk op de route. Hele schoolklassen, allemaal in gilet jaune en met helm op. Zo fietsen wij vroeger nooit naar het zwembad of in de sponsorfietstochten. Heel veel mannen, ultralicht bepakt, op doorzichtige racefietsen. Soms in consequent zwart, van helm tot schoenen, van rugzak tot fiets, anderen in fluorgeel. Heel af en toe een man (65, gok ik) alleen op een e-bike, maar meestal waren het stellen die elk op een e-bike reden. Eén stel viel me op, hij op een racefiets, zij op een e-bike. Benieuwd wie van de twee had toegegeven. Zit een roman in.
Omdat ik rond 22.00 uur zou aankomen als ik eerst een accu oplaadde voor ik naar Charmes reed, toch maar de trein gepakt. Dat ging vanzelf. Best hip daar in Nancy, geen kaartloket, maar een Apple Store-achtige inrichting. Er kwam onmiddellijk iemand naar me toe, niet om me weg te jagen met mijn modderfiets, maar om te helpen. Binnen vijf minuten had ik een kaartje op zak, inclusief een compliment voor mijn Frans. Een mooi gelijkvloers perron. Ik parkeerde eerst mijn fiets op het balkon, maar dat was niet de bedoeling. Met een beetje hulp van een andere fietser hing ik mijn fiets aan grote kleerhanger op. Nederlanders krijg je vast niet zo gek. Met hun fietskratjes.
Op het AirBnB-adres was ik niet de enige gast. De host was een gemoedelijke, gastvrije man. Hij wees me waar ik iets kon halen om klaar te maken (iets Indiaas, in dit geval). De andere gast, Damian, stond pasta te koken (het superfood van de langeafstandsfietser). De host was in de tussentijd een flammenkuchen aan het maken, specialiteit van de streek. Lekkerste die ik ooit gegeten heb. Grimbergen blond erbij. Damian bleek deze ochtend ook uit Thionville/Yutz vertrokken te zijn. We hebben elkaar onderweg niet gezien. Het gesprek tijdens het eten ging eerst over onze doelen (ik: zus in Spanje, hij: bruiloft in Beaune) en daarna over het fietsen in het algemeen. ‘Heb je pijnlijke benen,’ vroeg hij. Overmoedig door het eerdere compliment probeerde ik in het Frans te antwoorden dat ik niet niet alleen pijn in mijn benen had. Maar hij begreep me wel.
Vandaag voor het eerst pijn in mijn benen en vooral zadelpijn. Bij de voorbereidingen voor deze reis las ik veel over zadelpijn en nagenoeg iedere ervaren langeafstandsfietser die ik sprak had het erover. Nu heb ik dus wel een vraag, Hoelang bestaan er al fietsen? De loopfiets stamt uit 1817. Meer dan tweehonderd jaar geleden. In die tijd zijn er heel veel brandende kwesties (pun intended) opgelost, zoals vaccins en medicijnen voor ziektes. Radio, televisie, radar, elektrische verlichting, kunststof en computers zijn uitgevonden. Er hebben mensen op de maan gestaan. En nog steeds hebben mensen die lang fietsen zadelpijn. Dat geeft toch te denken. Zeembroeken, chamoiscrèmes, gelpads, het haalt allemaal niets uit.
Moeten wij wel fietsen?
Wijze lessen van vandaag
- Zorg dat je om 8 uur op de fiets zit als je 150 kilometer wil rijden
- Als je natregent ben je binnen het uur weer droog
- Er zijn AirBnB-hosts die een feestje geven net als jij op tijd wil gaan slapen
- In de liften van Franse treinstations passen fietsen alleen verticaal
- Als er een omleiding is kun je soms niet doorrijden en soms wel (zij het met wat moeite)