‘Wij zijn 77.’ Naar huis met de fietsbus

Twee jaar geleden kreeg ik het idee om naar Spanje te fietsen. Vier maanden geleden hakte ik de knoop door en begon te plannen. Fietsgidsen van Paul Benjamins gekocht. Rondgevraagd. E-bike grote beurt laten geven en extra accu aangeschaft. Paklijst gemaakt. Bagage tot op de gram gewogen om onder de 15 kilo te blijven (niet gelukt). En toen op 4 juni vertrokken, met niet meer dan een vaag idee hoe ik zou teruggaan. 

De hittegolf had ook op mijn terugreis invloed. Het originele vage plan om in etappes terug te gaan met een Interrailkaart (om en om dag met de regionale trein, dag fietsen) moest ik laten varen door de hoge temperaturen. Vier dagen mijn e-bike met 20 kilo bepakking meerdere keren de roltrap (als ik geluk had) op en af sjouwen onder die omstandigheden, daar had ik echt geen zin in. Het werd de fietsbus vanuit Avignon naar Utrecht.

Natuurlijk ging dat niet vanzelf. De trein van Barcelona naar Cerbère, waar ik de trein naar Avignon kon nemen, reed op zaterdag niet tussen Girona en Figueres. Die 40 kilometer met de fiets, tweeënhalf uur rijden, was door de temperatuur niet verantwoord. Daar heb je dus een zus voor, die me helemaal naar de Frans grens reed. De e-bike paste precies, al moest ik tweeënhalf uur met mijn voorhoofd tegen de voorruit zitten.

Half twee weg uit Cerbère, half zes in Avignon en daar besefte ik dat ik ook een dag eerder had kunnen vertrekken om een dag in Avignon door te brengen. Wat een fijn plaatsje is dat.

Ontspannen op een terrasje gezeten. Eenvoudige doch voedzame maaltijd genoten, inkopen voor de terugreis gedaan en toen naar de vertrekplek gefietst. Er werd niet gedanst op de brug.

Ik was er als eerste en langzaam arriveerden de andere fietsers. Een vader met zijn zoon, een groep van drie mannen en vooral veel stellen. Uiteindelijk waren we met zijn elven. Iedereen was nieuwsgierig naar elkaars tocht. De meesten hadden een route rondom Avignon gereden, of nog verder de Provence in, tot aan Monaco toe. Het eerste stel dat na mij aankwam reed ook op e-bikes. ‘Ja, sinds twee jaar rijden we met ondersteuning, wij zijn 77.’ Ze vroegen beleefd welke route ik had gereden. Van Nederland naar Spanje, zei ik, de route van Benjaminse. ‘Leuk, die hebben we vorig jaar in de omgekeerde richting gefietst.’

Afijn. De bus had meer dan twee uur vertraging, en de gesprekken die ik opving maakten me steeds nederiger. ‘Hoeveel heb je gereden?’ ‘600 kilometer.’ ‘O, dat viel wel tegen zeker?’ ‘Ja, ja, maar het was te warm, we hebben een hotel genomen.’ Maar goed, ik ben nog geen 77, ik kan nog een hoop ervaring opdoen.

De nachtelijke busreis was op de fietsen na een busreis zoals je ze kent. Slapen doe je amper, iedereen begint muf te ruiken. Om de vierenhalf uur is er een pauze van twintig minuten voor plassen en koffie. Sommige mensen vergeten dat ze niet alleen in de bus zitten. Sommigen praten te hard en te veel voor publiek. De originele luxe van de bus is bedorven door doorgezakte stoelen. Toch blij dat ik achttien uur over de terugreis had gedaan en geen vier dagen.

Met vier uur vertraging kwamen we aan op het industrieterrein Lage Weide. Op de fiets reed ik de laatste zes kilometer naar huis. Het gejuich in de straat was oorverdovend.

(wordt vervolgd)