Frio

‘É frio,’ zei Frederico vandaag. Het is koud. Drank is fresco/fresca, het weer is frio. Ik heb zelden zo’n kou geleden als in Portugal. In 1988 zat ik met vriend Willem van begin november tot half december in Sines. Ik had een kamer aan de achterzijde. Ook in de november en december is de zonkracht in Portugal nog voldoende om met je hemdsmouwen buiten te zitten, dus ik had het overdag lekker warm. Willem lag in in zijn kamer in zijn jas op bed te klappertanden. Ik herinner me dat ik op 9 december aan het strand lag, met damesbezoek uit Nederland in bikini.

Goed voorbereid in 2017 met dikke trui en donzen slaapzak

In 1994 kwam ik op 20 maart aan. Ik kan me geen kou herinneren. Dat was maart 1999 anders. De eerste nacht was in Bragança en daar lag ik wakker van de kou voor ik op het idee kwam te kijken of er extra dekens in de kast lagen. Bragança ligt in Trás-os-Montes, het gebied waarvan de Portugezen zeggen ‘Noves meses de inverno e três meses de inferno’. Negen maanden winter en drie maanden hel. Je zou zeggen dat ze er dan wel op voorbereid zijn en de boel goed isoleren en/of verwarmen. Maar nee. In Sines heb ik ook nog om een extra deken gevraagd, dat herinner ik me wel. We zitten hier natuurlijk aan de Atlantische Oceaan.

Verwarming is een luxe die de huizen de laatste tijd wel hebben. Het is hier maar een paar maanden per jaar echt koud en blijkbaar was het vroeger de moeite niet daarvoor verwarming aan te leggen.

In 2003 was ik er in september en oktober. Lekker weer. In 2007 kwam ik aan op 31 oktober en tot 17 november liep iedereen in T-shirt, maar dat was niet normaal voor de tijd van de het jaar, zei Frederico. Daarna zat ik op mijn kamer met mijn jas aan en een sjaal om.

Jas aan en sjaal om

In 2017 was ik voorbereid, maar toen was ik er in februari. Ik was met de auto (niets zo mooi als in drie dagen naar Portugal rijden), dus ik had een dikke trui bij me, een donzen slaapzak en een ventilatorkacheltje. Dat verstopte ik in mijn koffer als ik het niet gebruikte. Ik was ook bang dat de leidingen van Fredemar het niet zouden aankunnen.

Omdat ik er nu in oktober en november ben, ging ik er vanuit dat het niet zo heel erg koud zou zijn. Voor alle zekerheid wilde ik wel iets meenemen, maar ik ben nu met het vliegtuig. Slaapzak of dikke trui? Ik koos voor het laatste. Dat was dom. Ik werd elke ochtend verkleumd wakker. Vier dekens en een sprei telden niet als laagjes. Een kacheltje kopen bij de Chino (zoals ze hier de Actionachtige Chinese winkels noemen) was niet zo zinvol. Er zitten kieren van centimeters rond het raam en de deur. En daarbij, thuis slapen we zomer en winter met het raam open.

Vier dekens en een sprei, maar het zijn echt heel dunne dekens. Ik heb nog dekens uit de jaren 1960 thuis liggen die dikker zijn

Gelukkig staan er drie hypermarchés naast elkaar in Sines, dus ik ging naar huis met een synthetisch dekbed voor 12 euro uit de reclame en nu word ik elke ochtend in een warm holletje wakker. Mijn jongste zus zegt altijd dat ze armoe met kou lijden associeert. Ik ben een rijk mens nu.