Alleen

Op mijn sokken over de geboende vloeren van Fredemar dansen. Van de brede trapleuningen afglijden. Op de bedden van alle kamers salto’s maken. Heel hard zingen onder de douche en de muziek keihard zetten. Het kan allemaal. Elk weekend is Fredemar helemaal voor mij alleen. Ik zou twintig mensen kunnen uitnodigen, in de gemeenschappelijke ruimtes een feest geven en ze daarna allemaal in een kamer hun roes kunnen laten uitslapen na een wilde orgie. Maar waarom zou ik. Ik ben teveel controlfreak voor een orgie en ik ben hier omdat ik alleen wilde zijn.

‘Waarom neem je geen lifters mee naar Portugal,’ vroeg mijn buurman. ‘Dat scheelt je een hoop geld.’
‘Omdat hij alleen naar Portugal wil rijden,’ zei mijn vrouw. Ze begrijpt het. Ik kreeg al twee keer een weekend Portugal alleen van haar. Beide had ik nog niet verzilverd, net als het weekendje ‘Even geen vader zijn.’ De rit alleen naar Portugal zou je een spirituele ervaring kunnen noemen, als je daarvoor gevoelig bent, maar dat ben ik niet. De eerste dag ben ik van Utrecht naar Biarritz gereden, 1250 kilometer, waarvan eenderde in het donker. Alleen. Ik heb een handvol woorden gesproken. Merci. Au revoir. Je comprend. Van Biarritz naar Sines heb ik in twee dagen gedaan. Zelfde verhaal. Chambre 1. Au revoir, merci. Adios. De nada. Cheo. Obrigado. Um quarto par uma noite. Boia Noite. Costeletas grelhades. Só café.
Ik zag langzaam het landschap veranderen. Frankrijk is de overgang van Noord- naar Zuid-Europa. Het genieten begint op de RN10 na Tours, de Route 66 van Frankrijk. Huizen, boerderijen, landgoederen staan zowat met de voordeur op de weg. Het merendeel lijkt verlaten en klaar in elkaar te storten, maar als je beter kijkt zie dat er mensen wonen, dat de schuren in gebruik zijn, dat er licht brandt in een hoekkamer van het chateau. En dan Baskenland. Ach Baskenland, dat verkeersknooppunt op weg naar het zuiden. De sensatie van Pancorbo. En dan de leegte voorbij Salamanca. Hoe dichter je bij Portugal komt hoe leger het landschap. Vlak voor de grens een benzinepomp gerund door Portugezen waar de benzine 30 cent per liter goedkoper is dan Portugal en dan de ruwheid van Tras-os-Montes, een landschap dat je moet zien om te begrijpen. Eindeloze rotsformaties, een rondcirkelende roofvogel, misschien wel een lammergier. En dan ben je echt in het buitenland.

Met Europees geld is dit gebied ontsloten. De manier waarop de driebaanswegen door de bergen zijn gehakt heeft een brute schoonheid, mooier dan het lineaal waarlangs de tolweg naar Porto is gelegd. En als je dan links afslaat rij je door een door Europa en toeristen vergeten gebied. Het asfalt verandert soms in tweehonderd meter kinderkoppen, omgeven door een handvol huizen, wat schuren en een café, restaurant en winkel tegelijk. Als je het netjes vraagt maken ze waarschijnlijk ook nog een kamer voor je vrij, met voetbalposters en een paar medailles boven het bed.

Het maakt allemaal meer indruk als je alleen bent. Alleen op het strand waar de Atlantische Oceaan met harde klappen op de rotsen beukt. Alleen op de weg met alleen kurkeiken en vergeeld gras om je heen. Alleen in een uitgestorven pension met alleen je ademhaling en het steunen van de houten structuur van het gebouw.

In 1986 ging ik voor het eerst alleen op reis. In Frankrijk, in Spanje, Portugal, Céuta, Zwitserland, Oostenrijk, Hongarije en Duitsland. Alleen is er niemand om op terug te vallen, elke tegenslag, elke meevaller, elke indruk moet je alleen verwerken. Ik kan het iedereen aan aanraden, al is het nu anders, met je databundel die in heel Europa geldig is.

Ik hou van alleen zijn, omdat daarna het niet-alleen zijn komt. Je vertrouwde omgeving, je vrienden, je familie, je gezin. De ademhaling in bed naast je. De kat die op schoot springt alsof je nooit bent weggeweest. Elke dagelijks ding dat je in een ander perspectief ziet.

De luxe van alleen zijn.