In 1993 logeerde ik drie weken bij een vriend in Barcelona, in Graçia, toen nog niet gegentrificeerd. Het was juli, het was warm. Als je op het balkon stond kon je bijna de overbuurman op zijn balkon een hand geven. En iedereen had het er over hoe warm het was, niet normaal meer, tering, wat een hitte.
Het went nooit, net als regen. De Nederlandse regen zou voor mij een reden zijn te emigreren, zei ik altijd. Altijd maar weer die regen, niet normaal meer, tering. Sinds ik naar mijn werk in Hilversum ben gaan fietsen, in 2020, ben ik twee keer zeiknat geregend. Zo vaak regent het eigenlijk niet, niet normaal meer hoe weinig het regent, tering.
De kans dat ik op weg naar Spanje de trein moet nemen omdat het niet meer verantwoord is om door te fietsen, is misschien wel groter dan dat ik in een stortbui terechtkom. Op mijn paklijst staat wel SPF50, maar geen regenpak. Mijn weer-app kijkt tien dagen vooruit, ik ben op tijd gewaarschuwd. Ik ben nog niet weg.