De schillen en de dozen. Voorbereiden op de terugreis

Verfrommelde blikjes tussen het gras. Verbleekte papieren zakken. Glinsterende plasticsnippers. Tissues. Bergen afval (fastfood, supermarktverpakkingen) op picknickplaatsen zonder prullenbakken. Ik ben thuis een brave afvalscheider, papier, plastic (hard en zacht), glas, gft, batterijen, elektronica, en dat ben ik onderweg ook. Van de anderhalve kilo (echt!) proteïne- en energierepen ben ik onderweg maar één snippertje van de verpakking verloren. In Lyon moet het flesje ontsmettende handgel uit mijn stuurtas zijn gevallen, maar dat was in ieder binnen de bebouwde kom en niet op de fietspaden langs het kanaal of door het bos.

Ik heb natuurlijk ook praktisch gedacht en daarom produceerde ik onderweg meer afval dan ik normaal zou dan. De bidon waarin het water na een halfuur naar bidon ging smaken verving ik al snel door literflessen water die ik hergebruikte als het plaatselijk kraanwater het toestond. Voorverpakte lunches, voorverpakt beleg, blikjes energiedrank als koffiesurrogaat, ik heb me er schuldig aan gemaakt. Niets daarvan is in de natuur gekomen (klokhuizen wilde ik nog wel in diep struikgewas gooien). Een spoor van fijnstof van 1800 kilometer van mijn banden en remblokken heb ik achtergelaten, ja. Een KWh aan stroom verbruikte ik elke dag. Vijftien accomodaties waar na mijn vertrek het beddengoed werd gewassen, de badkamer met chloor ontsmet. Tientallen cafés en restaurant die na mijn vertrek koffiekopjes, bier- en waterglazen moesten afwassen; het ongegeten brood en het niet zo lekkere regionale toetje werden vast niet aan de varkens gevoerd.

Ik ben niet uit milieuoverwegingen aan deze tocht begonnen, maar mijn CO2-uitstoot is vast lager geweest dan mijn eerdere bezoekjes aan mijn zus per vliegtuig of auto veroorzaakten. Zelfs met een e-bike. Zelfs met die extra accu.

Het is rechtpraten, dat besef ik, want het beste is thuisblijven. En ik ben nog niet thuis. Ik ga echt niet terugfietsen.