14

Er woont een vreemde man in mijn huis. Als hij tegenover me staat op zijn schoenen maat 44, kijkt hij me recht in de ogen. Hij daagt me uit, hij stelt elke regel, elke zekerheid ter discussie met een smalende grijns. Wat ooit een spel was is nu een machtsstrijd — die ik nog steeds win.

Nog wel.