Forens

Ik ben een forens. Ik reis al sinds 2014 regelmatig op en neer naar Hilversum vanuit Utrecht, de laatste drie jaar vier dagen per week, maar vanochtend pas dacht ik: ‘Ik ben een forens’. Raar eigenlijk, forens zijn. Het is geen beroep. Het is eigenlijk niks. Maar waarom voelde ik me vanochtend dan een forens, voor het eerst? Omdat ik opzij ging voor iemand die op het perron van Utrecht-Overvecht stond te vapen. Ik moest een flink end opzij. Het idee van vapen is blijkbaar zo groot mogelijke wolken uitstoten. Dat deed hij, als een geparfumeerde stoomtrein. Het heeft iets demonstratiefs, dat vapen. Net als met een vouwfiets op het perron staan en die pas op het balkon van die trein inklappen. En iets a-sociaals, net als in een afgeladen trein blijven zitten op het klapstoeltje op het balkon. Dat is het dus, forens zijn. Je 14 minuten druk maken om je medepassagiers. Sneu, eigenlijk.

Toen ik deze namiddag uitstapte op Overvecht haalde de vaper me op de trap in. Hij was druk in gesprek. ‘Ze zei, je komt te dicht in mijn space, weet je wel.’ Ik vond dat erg grappig, niet om het gevoel, maar om de woordkeuze. En ook een beetje sneu.

Nu het toch over ontgroening gaat

In 1988 studeerde ik af. Alle gasten kregen na afloop van mij een boekje mee getiteld Afgestudeerd. Een uitgebreidere versie verscheen in 1989 in Playboy. Dit is het gedeelte over de verenigingsstudent.

uitgestudeerdEr bestaan veel vooroordelen over studenten. In vooroordelen, zoals in clichés, volkswijsheden en gezegdes, zit altijd een kern van waarheid. De leden die het meest opvallen bepalen het gezicht van een groep. Ik was een corpslid omdat ik een stropdas droeg. Ik was een profiterende, demonstrerende nihilist omdat ik mijn eigen gang ging.
Geef het een naam en het is te bezweren. Lees verder

Ik ben Toppop

Eind 1998 ging een Utrechtse delegatie op bezoek bij het Tilburgse popcentrum 013. Tivoli had Utrechtse notabelen, gemeenteraadsleden en belanghebbenden uitgenodigd voor een rondleiding door het vrije nieuwe en succesvolle uitgaansgelegenheid. Zoiets moest er in Utrecht ook komen. Toenmalig directeur Dick te Winkel vroeg mij de dag af te sluiten met een rede. Aanwezig waren onder andere de directeur van Muziekcentrum Vredenburg Peter Smids en Jos Lemaier, gemeenteraadslid voor en fractievoorzitter van D66. Het duurde daarna nog vijftien jaar voor de plannen waren uitgevoerd.

Het komt regelmatig voor dat bezoek voor mijn rijtje cd’s blijft staan en dan hogelijk verbaasd vaststelt dat er geen jazz tussen staat. Want, ‘schrijvers houden toch van jazz?’ Dat klopt ja, mits je samen met Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hugo Claus, Lucebert en Rudy Kousbroek in Parijs hebt lopen rondkloten. In de jaren vijftig, onder de toeziende camera van Ed van der Elsken. Lees verder