Hoogmoed

Het is zo’n dertien in een dozijn-restaurant. In de loop der jaren meermaals slordig gemoderniseerd. Dit had nog de aluminium kozijnen die meestal door kunststoffen zijn vervangen. De tl-buizen zijn al wel vervangen door een verlaagd plafond mer ronde led-spots die kil wit licht geven. Een dagmenu is er 6 euro en dan krijg je het hoofdgerecht, brood, olijven, koffie en een kwart liter wijn, of water, fris of bier. Meestal neem ik iets anders. De serveerster spreekt Engels, maar ik blijf stug hoogmoedig zo lang mogelijk Portugees praten. En dat was vandaag een vergissing. Het voordeel daarvan was dat ik maar 6 euro hoefde af te rekenen. Het nadeel dat ik koeienmaag moest eten. Maar goed, dobrada klinkt ook best als dourado.

Zoals ik eerder opmerkte, geschreven Portugees is inmiddels vrij goed te volgen voor me, maar gesproken Portugees niet. Maar is dat niet in elke taal hetzelfde? ‘Wat doe je?’ klinkt als ‘Wadoeje?’ en bijna iedereen spreekt ‘allemaal’ als ‘ammel’ uit. Afijn, ik wilde me niet laten kennen en begon moedig aan het best smakelijke gerecht. Maar mondgevoel en idee is toch alles en zo’n stuk maag op je tong voelt heel raar. Gelukkig zat er ook spek en worst doorheen, dus ik kon mijn maag toch vullen. De serveerster vroeg of alles oké was en ik gaf eerlijk toe – in het Engels – dat ik blijkbaar niet wist wat ik besteld had. Kan ik in ieder geval dit ook weer afvinken.

Aan de tafel voor me zaten twee oude mannetjes, met een grote karaf wijn en een worst voor zich, druk te discussiëren. Nou ja druk, ze spraken heel langzaam, maar dat kwam omdat ze behoorlijk dronken waren. Het ging over Angola en 25 april, dus misschien was het maar goed dat ik ze niet kon verstaan. Portugal heeft er jaren tegen de onafhankelijkheidsbewegingen gevochten. Misplaatste nostalgie, gok ik. Het zag er toch benijdenswaardig uit. Gewoon elke avond met een karaf wijn van 3 euro de hele avond zitten lullen, met boven je de Portugese tv waarop elke voetbalfeitje tot wereldproporties wordt uitvergroot. Ronaldo, Messie, niemand luisterde. Om beurten liepen ze naar de deur om te kijken of er buiten nog iets was veranderd.

Toen ik weg was hadden ze vast een nieuw gespreksonderwerp. Toen ik laatst bij Frederico op bezoek geloofde hij niet dat mensen de weg aan mij vragen. ‘Jij hebt helemaal geen Portugees gezicht,’ zei hij. Nou, deze twee mannen ook niet.