Rare dingen gezien vanuit het vliegtuig: drie op een rij (slot)
02 december 2007, 12:16
Gedurende lange tijd vlogen we boven Frankrijk met drie vliegtuigen naast elkaar. Als het een wedstrijdje was hebben wij uiteindelijk verloren.
Rare dingen gezien vanuit het vliegtuig: graancirkels in Portugal (63)
02 december 2007, 12:09
Om een of andere reden verbouwen Portugezen hun graan in cirkels.
Geen fado maar karaoke (62)
02 december 2007, 10:47
Lissabon, dat is de kronkelige straatjes van de Bairro Alto en Alfama, dat is de protserige luxe in de Chiado, de armoe van de verminkten en bedelaars op de pleinen, de geur van gegrild vlees en gegrilde vis en een afwisseling van renovatie en verval. In 1986 was ik er op mijn verjaardag, alleen. Ik moest daar aan denken toen ik weer een dag alleen door de stad liep. Toen, mijn eerste lange reis alleen, liep ik in mijn eentje overal langs. Ik durfde nergens naar binnen. In plaats van het volkskrestaurant waar je voor 600 excudo (3 euro) een driegangenmenu had liet ik me binnenpraten in zo'n tourist trap, waar ik me voor het viervoudige Carne de Porco de Alentejano (stukjes gestoofd varkensvlees met kokkels in een gekruide saus met koriander) liet aanpraten, sindsdien overigens mijn favoriete Portugese gerecht.
Vrijdagavond, 22.00 uur. De tent was hartstikkedruk en in Ribatejo is het toch al aanschuiven bij de rest. Er was nog een plekje vrij bij de deur, naast een stelletje. Tamelijk ongemakkelijk. Het waren Engelsen, al kon ik ze door hun accent amper verstaan. Op een gegeven moment, nadat er voor de zoveelste keer lomp over hen heen was gebogen door het personeel, verontschuldigde ik me ervoor dat ik hun romantische avond verpestte. Ze stelden me onmiddellijk gerust. We maakten een beleefdheidspraatje. Ik zat naast de vrouw. Er kwam een rozenverkoper langs en ik zei 'No thanks, we just met.'
Soms zeg ik dingen die totaal verkeerd aankomen. Niet alleen bij vreemden, ook bij mijn liefhebbende echtgenoten, de onderwijskrachten van mijn kinderen en mijn schoonfamilie. En mijn eigen familie. Maar deze opmerking brak meteen het ijs. Toen we om één uur vriendelijk maar nadrukkelijk verzocht werden het pand te verlaten omdat het personeel graag naar huis wilde waren we een fles wijn de man verder. Ik had voornamelijk koude Carne de Porco de Alentejano gegeten door het ouwehoeren en ik had drie keer dezelfde zeer matige fadovoorstelling gezien, die geroutineerd werd afgewerkt en drie keer dezelfde nagenoeg blinde Luis Braga afgepoeierd dat we zijn cd niet wilden kopen. Maar ja, hij zag niet dat we telkens nog dezelfden waren. Volgende keer. Echt.
Wat is dat toch met Engelssprekende stelletjes dat ik daarmee altijd geweldige avonden heb? In 1999 ontmoette ik in Sines Vincent en Delia uit Spittal bij Limerick in Ierland en nu had ik precies zo'n klik met Rachel en Terry uit Leicester. Is het de taal? Het zou kunnen. Hoewel ik af toe naar woorden moest zoeken (wat is koriander in het Engels?) zijn er nagenoeg geen communicatieverschillen. Ik kan moppen vertellen, ironie herkennen betekenisnuances aanbrengen. In elke andere taal is me dat onmogelijk. Of zijn we zo geïndoctrineerd door de Angels-Saksische cultuur dat we eigenlijk al Engelsen zijn? Ik hou het nog even op de taal. Maar kortom, we hebben ongelofelijk lol gehad. Als doordesemde Portugalreiziger wat tips gegeven en ze keken verbaasd toen ze hoorden dat in een tent als A Brasiliera de koffie nog steeds vijftig cent is. Rachel was de jongste (34), dus die wilde de hele nacht doorhalen, wat in de Rua de Diairio de Noticias geen enkel probleem is. De oude mannen Terry (45, sinds kort een bril) en ik (47, sinds mijn derde een bril) vonden drie uur echter een mooie tijd af te taaien. Met niet al te veel spijt lieten we de karaokebar achter ons waarin we verzeild waren geraakt. Anderhalf uur Portugese karaoke, of erger nog, Engelse door Portugezen gezongen karaoke, dat is geen pretje. Toen we buitenkwamen stonden de straten nog steeds helemaal dicht met jong volk. Ik heb dat één keer eerder gezien, in Bilbao, waar ik oud- en nieuw vierde: op 30 december waren alle kroegen leeg en iedereen stond voor de deur, alleen binnen om bier te halen.
Om drie uur liet ik Rachel en Terry achter bij hun ranzige pension naast een seksshop en liep door naar Dom Sancho over de Avenida de Liberdade die in 1986 (en in 1994, 1995 en 1996 trouwens ook) na zonsondergang in één grote tippelzone veranderde. Dat lijkt veranderd. De verloederde grandeur glanst her en der weer met winkels van Louis Vutton en Burberry's. In de Chiado is ook een sjieke shopping mall gekomen met een FNAC en een H&M. Dat verandert het straatbeeld wat jong volk betreft aanzienlijk.
Fredemar.com (61)
01 december 2007, 01:39
Ja, het lijkt
alsof ik niets beter te doen heb, maar domeinnaam
registreren & verwijzing invieren: 10 minuten, met
RapidWeaver (sorry, alleen Mac) tijdelijke site bouwen,
5 minuten. En met de huidige dollarkoers is het bijna
gratis.
Kortom. Fredemar heeft nu zij eigen site. Binnenkort lees je alles over kamerprijzen (van 10 tot 50 euro per nacht) en hoe te boeken. Pomp geld in de Portugese economie en voorkom dat Fredemar instort!
Kortom. Fredemar heeft nu zij eigen site. Binnenkort lees je alles over kamerprijzen (van 10 tot 50 euro per nacht) en hoe te boeken. Pomp geld in de Portugese economie en voorkom dat Fredemar instort!
Mijn macho-moment (60)
01 december 2007, 01:22
Man loopt
Fredemar binnen met witte oordopjes in. Ik kijk naar
zijn gsm, een Nokia-achtig ding.
'Ja,' Harry, 'dat is nogal wat wat hij heeft.'
Ik flash mijn SonyEricsson K810i.
Het wordt even stil stil.
'Wat kost die, vraagt hij,' zegt Harry.
'Die was gratis, zeg ik.'
Het is even stil.
'Maar ik moet wel elke maand 9,50 betalen voor 100 minuten.'
Dat maakt het alleen maar erger.
'Dat is toch niet normaal,' is de Portugese conclusie.
Ik haal mijn schouders op.
'Luxe is goedkoop bij ons, maar de eerste levensbehoeften zijn weer veel duurder.'
Het is ook altjd wat.
Het blijkt dat we zonder problemen met elkaar zouden willen ruilen.
'Ja,' Harry, 'dat is nogal wat wat hij heeft.'
Ik flash mijn SonyEricsson K810i.
Het wordt even stil stil.
'Wat kost die, vraagt hij,' zegt Harry.
'Die was gratis, zeg ik.'
Het is even stil.
'Maar ik moet wel elke maand 9,50 betalen voor 100 minuten.'
Dat maakt het alleen maar erger.
'Dat is toch niet normaal,' is de Portugese conclusie.
Ik haal mijn schouders op.
'Luxe is goedkoop bij ons, maar de eerste levensbehoeften zijn weer veel duurder.'
Het is ook altjd wat.
Het blijkt dat we zonder problemen met elkaar zouden willen ruilen.
Haas schieten, haas opeten (59)
01 december 2007, 01:10
Harry nodigde me gisteren uit om vandaag (gisteren) mee te eten. Er werd haas geserveerd. Ik voelde me vereerd, om samen met zijn vrienden het beest te eten dat we hadden geschoten. Er kwam geen hazenpeperen op tafel, of een gegrilde haas, maar een stoofschotel, een Alentejaans gerecht. Bonen, kool, piripiri, chorizo, nog een en ander. En haas.
'Heel erg lekker. Hoe noem je dit gerecht?' vroeg ik.
'Haas,' zei Harry.
Ja, daar vroeg ik om.

Afijn, haas, wijn uit Meldise, heel veel wijn uit Melides, en bagaço, heel veel bagaço, daarmee is het wel samengevat. En deel uitmaken van die ongelofelijke belangeloze Portugese gastvrijheid.
Wat ben ik een bevoorrecht mens.
FC Porto - Benfica zaterdag 1 december 19.45 (58)
30 november 2007, 11:02
Goed, nu weet
ik waarom alle kamers beneden de dertig euro weg
waren.
Via Lissabon (57)
29 november 2007, 16:28
Na een chat met
Marjolein Feith van Alentejocoast heb ik besloten een dag
eerder uit Sines te vertrekken. Hoe groot is de kans
dat ik binnenkort nog eens een keertje in mijn
eentje door een grote buitenlandse stad kan dwalen?
En wat is het dan fijn om internet te hebben. Ik heb
een zoekopdracht gedaan, een voorselectie gemaakt,
de ervaringen van eerdere gasten gelezen en zo de
gehorige, ver uit het centrum liggende afgestreept
en gekozen voor Residencial Dom Sancho I op de
Avenida de Liberdade. De bus naar het vliegveld
stopt er zowat voor de deur en de uitgaanswijk van
Lissabon is op een (enigszins pittige)
wandelafstand. Ik heb meteen een buskaartje gekocht
voor zaterdagochtend half tien. Om twee uur kan ik
inchecken, om half drie heb ik mijn stevige stappers
aan... En als ik de andere dag op tijd opsta heb ik
nog een paar uurtjes voor een wandeling.
Het is nog aardig druk in zo'n eerste decemberweekend in Lissabon, mijn eerste keuzes (o.a. Florescente) zaten helemaal vol. Als dat maar niets zegt over Dom Sancho. In 1991 heb ik een keer in een pension geslapen waarvan de bedden naar pis stonken en in 1994 sliep ik in pension Pemba op de Avenida, waarvan volgens een Lissabonner de kamers ook per uur verhuurd werden.
Had ik nu toch maar mijn Lissabon-gidsje van Rentes de Carvalho meegenomen. Maar voor die driekwart dag is de oude bekende hoogtepunten bezoeken ook goed. Wat zeg ik, gewoon op een bankje zitten! En natuurlijk even kijken of de framboos (pas op!) er nog is.
Dat betekent dat ik morgen mijn laatste reiservaringen opschrijf. Vanaf zaterdag is het alleen maar genieten. En dinsdag 4 december komen de eerste correctieopdrachten voor Reload weer binnen. Ik ben vast weer gewend voor ik het door heb.
Het is nog aardig druk in zo'n eerste decemberweekend in Lissabon, mijn eerste keuzes (o.a. Florescente) zaten helemaal vol. Als dat maar niets zegt over Dom Sancho. In 1991 heb ik een keer in een pension geslapen waarvan de bedden naar pis stonken en in 1994 sliep ik in pension Pemba op de Avenida, waarvan volgens een Lissabonner de kamers ook per uur verhuurd werden.
Had ik nu toch maar mijn Lissabon-gidsje van Rentes de Carvalho meegenomen. Maar voor die driekwart dag is de oude bekende hoogtepunten bezoeken ook goed. Wat zeg ik, gewoon op een bankje zitten! En natuurlijk even kijken of de framboos (pas op!) er nog is.
Dat betekent dat ik morgen mijn laatste reiservaringen opschrijf. Vanaf zaterdag is het alleen maar genieten. En dinsdag 4 december komen de eerste correctieopdrachten voor Reload weer binnen. Ik ben vast weer gewend voor ik het door heb.
In de categorie verpakkingen: jammer van die streepjescode (56)
29 november 2007, 16:21
In de categorie verpakkingen: dit kan echt niet meer (55)
29 november 2007, 16:17
Ik weet niet precies wat dit is, maar het is een koffiesurrogaat.
Harry doet aan literatuurwetenschap en reinigingslogistiek (54)
29 november 2007, 15:54
Elke avond rond elven ga ik naar beneden en bespreek de wereld samen met Harry. Ik heb goede zin omdat ik goed gewerkt heb. Ik heb mijn zandkasteeltheorie nog eens ontvouwd. Ik moet hem nageven, hij begreep een paar dingen van de structuur van een boek heel goed: elk hoofdstuk heeft zijn eigen spanningsboog en tezamen bouwen ze een grotere spanningsboog op. Hij vergeleek het schrijven met verdwaald zijn in het bos. Je moet jezelf een weg banen en pas terwijl je loopt weet je waar je naartoe gaat. 'Bravo, patron, bien dit,' zei ik.
'Ja,' zei hij, 'maar dan moet je nog ontdekken welke deur je moet nemen.'
'Er zijn geen deuren in het bos,' zei ik.
'Jawel,' zei hij, 'weet je nog toen we aan het jagen waren. Toen kwamen we bij het prikkeldraad uit. Daar moest je overheen klimmen. Er waren vier draden gespannen. Elke draad is een hoofdstuk. En pas als je op de vierde staat zie je welke weg je zou kunnen nemen om bij de patrijzen uit te komen.'
OK, nu begon hij door te draven. Op deze manier raakten we de weg kwijt en dat was nou ook weer niet de bedoeling.
Hij begreep wel volkomen de irritatie van mijn echtgenote als ik aan het werk ben. Dan vergeet ik alles om me heen en hoor haar zelfs niet meer praten. En haar gezicht als ze thuiskwam terwijl ik op de bank voor me lag uit te staren kon hij ook zo uittekenen.
'Dat snappen vrouwen niet,' zei hij. 'Die snappen niet dat je heel erg ín je hoofd met iets bezig kunt zijn.'
Zo is dat. Schrijven is het grootste deel van de tijd niets doen. Van buitenaf gezien.
'Maar mensen hebben ook ledigheid nodig. Op een werkdag van acht uur zijn mensen hooguit zes uur productief.'
'Mensen of mannen?' vroeg Harry, want dat verschil is in het Frans moeilijk te horen, zeker met de manier waarop ik het spreek.
'Mensen.'
'Nee, mannen,' zei Harry. 'Vrouwen werken nog minder. Als de schoonmaaksters boven bezig zijn hoor ik ze alleen maar kletsen, maar zo gauw ik een voet op de trap zet staan ze hard te boenen. En de patrone doet net zo hard mee. Maar ja, wat moet ik dan doen? Ik wil niet zo'n baas zijn die de hele tijd loopt te foeteren want dan doen ze helemaal niets meer als ik mijn kont heb gekeerd.'
'Hoe lang werkt dona Eliza hier al? Al toen je Fredemar kocht, vroeg ik.
'Nee, sinds 1981. Ze is niet goed. Soms zie ik wat ze gedaan heeft en dan denk ik, dat klopt niet. Maar in het grote geheel ben ik tevreden over haar. Ze komt aan om acht uur en ze vertrekt weer om vijf uur en aan het eind van de maand krijgt ze haar geld en als ze me ziet zeggen we goeiedag. Ik heb niets te klagen.'
'Je hebt een groot hart, Fredy,' zei ik, 'dat je haar nog steeds in dienst hebt.
'Och, mwa, prww,' mompelde hij. Hij werd er verlegen van.
Vier weken (53)
28 november 2007, 20:59
Vier weken
geleden kwam ik aan. De dagen die me resten beschouw ik
als een extraatje, een rekenhandigheidje om jezelf mee
voor de gek te houden, omdat ik de eerste dagen ook als
extraatje beschouwde voor de vier weken echt begonnen.
In 2003 ben ik 25 dagen in Sines geweest, 25 dagen
inclusief de reis. Het was nu vruchtbaarder.
Een boek schrijven is als een zandkasteel maken. Een beeldhouwer heeft het gemakkelijker. Het beeld zit al in de steen die voor hem staat. Hij hoeft alleen maar het overbodige materiaal weg te kappen (normaal zou ik nu google'en of Michelangelo dit gezegd had, maar vandaag heb ik weer alleen een internetverbinding als ik op de vensterbank balanceer, ofwel ga chetbakeren). De romanschrijver moet eerst met zand een ruwe vorm maken en daarna heel voorzichtig de boel in model brengen. Om daarna te ontdekken dat het zand niet deugt. Of dat er een klont droog/hard zand tussen zit. Of dat de ruwe vorm in eerste instantie al niet goed was. Dan heeft hij het gemakkelijker dan de beeldhouwer, want die zit vast aan dat ene blok steen. De schrijver kan het zand helemaal hergebruiken.

En nu? Ik heb besloten de flow vast te houden en gebruik te maken van het feit dat ik hier ben en ongestoord kan werken. Het is alleen koud. Laatst ging ik naar beneden om een koffie te drinken. Ik zag Harry en gaf hem een hand en hij dacht dat ik dood was, zo koud was mijn hand. Ik zit met mijn jas aan en sjaal om te werken. Zou koud is het. Het is dat ik de elektrische leidingen niet vertrouw, anders had ik stiekem een ventilatorkacheltje gekocht van negen euro bij de Chinese winkel. Mijn werkhouding is ook niet ideaal. Mijn nek zit vol knopen, in mijn ribbenkas protesteert een afgeknelde zenuw met flinke pijnscheuten. Maar wel goed geproduceerd, godverdomme!

Vandaag was een woensdag en dat betekent dat mijn kamer wordt schoongemaakt. Ik versliep me weer, dus ik heb me in een kwartier gedouchet en aangekleed, snel brood gehaald en ben bij het kasteel gaan zitten met The Egyptian, van Mika Waltari, dat ik van onze Finse overburen in Utrecht heb gekregen (eindelijk erin gekomen, dat heb je met sommige boeken, de eerste dertig, veertig pagina's heb je nodig om in het ritme te komen). Overdag staan de oudjes (die nog kunnen lopen) te kijken naar de bootjes die binnenkomen. In 1988 was het hier 's avonds bij het kasteel altijd druk met oude mannetjes. De zon staat een uur of zes op de muren, die daarna nog lang warmte uitstralen. Ik kom er 's avonds niet meer, in mijn eentje, ik voel me er niet op gemak. maar het is er nog steeds druk 's avonds. Als de oude mannetjes weg zijn neemt het jonge volk de plek in. Ook ik heb goede seksuele herinneringen aan die plek...
Nu ruikt het er voornamelijk naar pis.
Ik stond vandaag af te rekenen bij O Coq en ik merkte dat ik een muffe lucht begin te verspreiden. Misschien moet ik minder op plekken zitten die naar pis ruiken. Misschien is om de andere dag schone kleren aandoen toch niet zo'n goed idee (ik schrijf dit nogal terloops op, maar ik gruwel van muf ruikende mensen, zeker als ik dat ben).
Een boek schrijven is als een zandkasteel maken. Een beeldhouwer heeft het gemakkelijker. Het beeld zit al in de steen die voor hem staat. Hij hoeft alleen maar het overbodige materiaal weg te kappen (normaal zou ik nu google'en of Michelangelo dit gezegd had, maar vandaag heb ik weer alleen een internetverbinding als ik op de vensterbank balanceer, ofwel ga chetbakeren). De romanschrijver moet eerst met zand een ruwe vorm maken en daarna heel voorzichtig de boel in model brengen. Om daarna te ontdekken dat het zand niet deugt. Of dat er een klont droog/hard zand tussen zit. Of dat de ruwe vorm in eerste instantie al niet goed was. Dan heeft hij het gemakkelijker dan de beeldhouwer, want die zit vast aan dat ene blok steen. De schrijver kan het zand helemaal hergebruiken.

En nu? Ik heb besloten de flow vast te houden en gebruik te maken van het feit dat ik hier ben en ongestoord kan werken. Het is alleen koud. Laatst ging ik naar beneden om een koffie te drinken. Ik zag Harry en gaf hem een hand en hij dacht dat ik dood was, zo koud was mijn hand. Ik zit met mijn jas aan en sjaal om te werken. Zou koud is het. Het is dat ik de elektrische leidingen niet vertrouw, anders had ik stiekem een ventilatorkacheltje gekocht van negen euro bij de Chinese winkel. Mijn werkhouding is ook niet ideaal. Mijn nek zit vol knopen, in mijn ribbenkas protesteert een afgeknelde zenuw met flinke pijnscheuten. Maar wel goed geproduceerd, godverdomme!

Vandaag was een woensdag en dat betekent dat mijn kamer wordt schoongemaakt. Ik versliep me weer, dus ik heb me in een kwartier gedouchet en aangekleed, snel brood gehaald en ben bij het kasteel gaan zitten met The Egyptian, van Mika Waltari, dat ik van onze Finse overburen in Utrecht heb gekregen (eindelijk erin gekomen, dat heb je met sommige boeken, de eerste dertig, veertig pagina's heb je nodig om in het ritme te komen). Overdag staan de oudjes (die nog kunnen lopen) te kijken naar de bootjes die binnenkomen. In 1988 was het hier 's avonds bij het kasteel altijd druk met oude mannetjes. De zon staat een uur of zes op de muren, die daarna nog lang warmte uitstralen. Ik kom er 's avonds niet meer, in mijn eentje, ik voel me er niet op gemak. maar het is er nog steeds druk 's avonds. Als de oude mannetjes weg zijn neemt het jonge volk de plek in. Ook ik heb goede seksuele herinneringen aan die plek...
Nu ruikt het er voornamelijk naar pis.
Ik stond vandaag af te rekenen bij O Coq en ik merkte dat ik een muffe lucht begin te verspreiden. Misschien moet ik minder op plekken zitten die naar pis ruiken. Misschien is om de andere dag schone kleren aandoen toch niet zo'n goed idee (ik schrijf dit nogal terloops op, maar ik gruwel van muf ruikende mensen, zeker als ik dat ben).
Harry heeft een pension op zijn nek (52)
28 november 2007, 14:42
In 1999 bood
Harry me Fredemar aan voor honderd miljoen escudo, 1,1
miljoen gulden, vijfhonderdduizend euro. Dan kon hij
vóór zijn zestigste gaan rentenieren in zijn
geboortedorp Pedrogão. Als Fredemar in een ander dorp
aan de zee had gestaan... met bevriende
investeerders... en als ik die programma's over
rampzalige plannen van hotelletjes beginnen in een warm
land niet kende...
Nu het belangrijkste deel van mijn werk erop zit zit ik wat vaker beneden aan de bar. De andere gasten in het pension zijn fabrieksarbeiders, die komen thuis, die gaan douchen, die gaan eten, die gaan slapen. Het is 's avonds koud, het seizoen is niet alleen afgelopen, het is alweer vergeten. Op tv de zoveelste nabespreking van een voetbalwedstrijd, Sporting is afgemaakt door Manchester United, Harry is somber.
'Ga je nog terug naar het noorden,' vraag ik.
'Dat kan niet,' zegt Harry en hij wijst om zich heen, 'met dit.'
Dit, dat is Fredemar. Fredemar is onverkoopbaar, het is groot en het heeft behoefte aan groot onderhoud. maar hij heeft er geen geld voor. Deze winter krijgen een aantal kamers op zolder, waar ik zit, een badkamer. Van drie kamers worden er dan twee gemaakt. Het is eigenlijk maar een lapmiddel, net zoals alle spijkers, moeren en bouten waarmee ontbrekende scharnieren en schuiven worden vervangen. Op het moment verdient hij niet eens genoeg om de sociale premies van zijn drie personeelsleden te betalen, laat staan het salaris. O man, wat
een
verlies zou het zijn, zo'n prachtig oud krakend pension
met zijn houten vloeren en tegels met mathematische
patronen. Wat hou ik van die simpele kamers, met een
bed, een kast, een stoel en tafel. En wat zou het
opknappen als de ramen gewoon sloten, de deuren pasten,
de wastafel warm water had en netjes vastzat aan de
muur, wanneer er voldoende licht was op de kamer. Maar
je ziet het al gebeuren als Harry te oud is om de boel
te runnen: leegstand, vandalisme, sloop, vreselijk
lelijke nieuwbouw. Hij heeft het ooit gekocht met geld
dat hij in Frankrijk had verdiend, omdat zijn nieuwe
liefde Maria hier woonde. Hij doopte het om van
Clemente in Frede(rico)Mar(ia). De liefde hield geen
stand en daar zit hij nu.
'En daarbij,' zegt hij, 'in de zomer is het goed daar, als iedereen terugkomt uit Frankrijk, Engeland, Zwitserland.' Dan zijn er mensen. Maar nu, nu is het uitgestorven. Om tien uur ligt iedereen te slapen. Het is er ijskoud, een halve meter dekens is nog niet genoeg. Er zijn twee cafés in Pedrogão, dat is het. Vroeger kwam hij er elke maand, tegenwoordig hooguit twee à drie keer per jaar. De dorpen lopen er leeg, de jongeren gaan naar school, ze gaan studeren en wat moet je dan nog op het platteland. Hele dorpen staan leeg. Je koopt er zo een casco van een huis, graniet, onverwoestbaar, maar kaal, voor vijfduizend euro. Vijfduizend!
Harry
ziet zich daar niet oud worden. Het is in Sines,
ondanks alles, toch beter. In de zomer is het er niet
zo warm dat je een laken al niet kunt verdragen en in
de winter hoef je nooit te krabben als je 's ochtends
in de auto stapt. Hier leeft het tenminste nog. En in
januari wordt het weer beter, dan is Fredemar volledig
bezet, door de ombouw van de elektriciteitscentrale en
door onderhoudswerkzaamheden aan de raffinaderij. Ik
vraag hem hoe dat gaat, wordt de tent dan afgehuurd
door het verantwoordelijke bedrijf?
'Soms, maar ik heb daar van geleerd. Ik moet dan een factuur sturen en die wordt nooit betaald.'
De mannen die worden ingehuurd om dit werk te doen (vuil en gevaarlijk en dus goed betaald) krijgen een dagvergoeding van ongeveer dertig euro op hun salaris voor eten en verblijf. Ze proberen zoveel mogelijk over te houden en zoeken zo vanzelf de plekken waar het eten en slapen het goedkoopst is (of de beste prijs/kwaliteitverhouding heeft). Dat is dus Fredemar voor slapen en A Nau voor eten.
Hoe meer bedragen Harry noemt (hij laat de rekening voor fles butagas zien: 78 euro en elke vier dagen gaat er een doorheen), hoe minder ik begrijp dat hij zijn hoofd boven water weet te houden – al hoort dat bij de middenstander, klagend miljonair zijn.
Daarom houdt hij van jagen. 'Als ik daar loop waaien alle brieven van de belastingen, arbeidsinspectie, btw en alle rekeningen uit mijn hoofd. Dan kan het me allemaal niets meer schelen.'
Een van de werkster zal haar contract niet verlengd zien. De oude vrouw, die hier al sinds 1981 werkt, Dona Eliza, mag blijven, hij kan het niet over zijn hart krijgen haar te ontslaan en hij weet dat haar man al jaren niet meer werkt en hij heeft een hekel aan uitvreters en houdt van een werkmentaliteit. Natascha, de Oekraïense achter de bar, krijgt na 15 januari haar contract misschien ook niet meer verlengd. Als het café-restaurant dicht gaat dit weekend gaat ze op vakantie naar huis voor de kerst. Als ze terugkomt zal hij met haar praten over de verlenging. Ze heeft van nature een trotse houding en die staat hem niet aan. Ik moet zeggen dat ik haar juist heel alert en onnadrukkelijk aanwezig vind, maar ik ben de uitbater niet en ik zie haar maar een paar keer per dag.
Harry is zich mentaal aan het voorbereiden op zijn gang naar de bank om de verbouwing te bekostigen. 'De volgende keer dat je hier komt heeft kamer 305 een badkamer,' zegt hij. Damn. Ook in Fredemar blijft niets hetzelfde.
Nu het belangrijkste deel van mijn werk erop zit zit ik wat vaker beneden aan de bar. De andere gasten in het pension zijn fabrieksarbeiders, die komen thuis, die gaan douchen, die gaan eten, die gaan slapen. Het is 's avonds koud, het seizoen is niet alleen afgelopen, het is alweer vergeten. Op tv de zoveelste nabespreking van een voetbalwedstrijd, Sporting is afgemaakt door Manchester United, Harry is somber.
'Ga je nog terug naar het noorden,' vraag ik.
'Dat kan niet,' zegt Harry en hij wijst om zich heen, 'met dit.'
Dit, dat is Fredemar. Fredemar is onverkoopbaar, het is groot en het heeft behoefte aan groot onderhoud. maar hij heeft er geen geld voor. Deze winter krijgen een aantal kamers op zolder, waar ik zit, een badkamer. Van drie kamers worden er dan twee gemaakt. Het is eigenlijk maar een lapmiddel, net zoals alle spijkers, moeren en bouten waarmee ontbrekende scharnieren en schuiven worden vervangen. Op het moment verdient hij niet eens genoeg om de sociale premies van zijn drie personeelsleden te betalen, laat staan het salaris. O man, wat
'En daarbij,' zegt hij, 'in de zomer is het goed daar, als iedereen terugkomt uit Frankrijk, Engeland, Zwitserland.' Dan zijn er mensen. Maar nu, nu is het uitgestorven. Om tien uur ligt iedereen te slapen. Het is er ijskoud, een halve meter dekens is nog niet genoeg. Er zijn twee cafés in Pedrogão, dat is het. Vroeger kwam hij er elke maand, tegenwoordig hooguit twee à drie keer per jaar. De dorpen lopen er leeg, de jongeren gaan naar school, ze gaan studeren en wat moet je dan nog op het platteland. Hele dorpen staan leeg. Je koopt er zo een casco van een huis, graniet, onverwoestbaar, maar kaal, voor vijfduizend euro. Vijfduizend!
'Soms, maar ik heb daar van geleerd. Ik moet dan een factuur sturen en die wordt nooit betaald.'
De mannen die worden ingehuurd om dit werk te doen (vuil en gevaarlijk en dus goed betaald) krijgen een dagvergoeding van ongeveer dertig euro op hun salaris voor eten en verblijf. Ze proberen zoveel mogelijk over te houden en zoeken zo vanzelf de plekken waar het eten en slapen het goedkoopst is (of de beste prijs/kwaliteitverhouding heeft). Dat is dus Fredemar voor slapen en A Nau voor eten.
Hoe meer bedragen Harry noemt (hij laat de rekening voor fles butagas zien: 78 euro en elke vier dagen gaat er een doorheen), hoe minder ik begrijp dat hij zijn hoofd boven water weet te houden – al hoort dat bij de middenstander, klagend miljonair zijn.
Daarom houdt hij van jagen. 'Als ik daar loop waaien alle brieven van de belastingen, arbeidsinspectie, btw en alle rekeningen uit mijn hoofd. Dan kan het me allemaal niets meer schelen.'
Een van de werkster zal haar contract niet verlengd zien. De oude vrouw, die hier al sinds 1981 werkt, Dona Eliza, mag blijven, hij kan het niet over zijn hart krijgen haar te ontslaan en hij weet dat haar man al jaren niet meer werkt en hij heeft een hekel aan uitvreters en houdt van een werkmentaliteit. Natascha, de Oekraïense achter de bar, krijgt na 15 januari haar contract misschien ook niet meer verlengd. Als het café-restaurant dicht gaat dit weekend gaat ze op vakantie naar huis voor de kerst. Als ze terugkomt zal hij met haar praten over de verlenging. Ze heeft van nature een trotse houding en die staat hem niet aan. Ik moet zeggen dat ik haar juist heel alert en onnadrukkelijk aanwezig vind, maar ik ben de uitbater niet en ik zie haar maar een paar keer per dag.
Harry is zich mentaal aan het voorbereiden op zijn gang naar de bank om de verbouwing te bekostigen. 'De volgende keer dat je hier komt heeft kamer 305 een badkamer,' zegt hij. Damn. Ook in Fredemar blijft niets hetzelfde.
Heissenberg principe (52)
27 november 2007, 15:44
In 2003 heb ik zaad van de winde uit mijn tuin uitgestrooid langs de strandmuur. Inmiddels groeit er winde overal langs het strand. Ook de doornappel die ik in 1994 heb gezaaid (met zaad van doornappels uit de tuin van mijn ouders) is nog aanwezig. En nu neem ik de doornappel mee terug naar Nederland.
Klaar (51)
26 november 2007, 18:27
Ik heb een
soort van vakantiegevoel. Ik heb iets af, laten we
zeggen: een hoofdstuk. Dat is minder dan ik hoopte, ik
hoopte elke week een hoofdstuk af te krijgen. Maar het
is meer dan ik eerder heb gedaan. Nee, je krijgt het
niet te lezen, het verschijnt volgend jaar in een boek
dat je ook niet te lezen krijgt, want alleen voor
relaties van de instantie die het boek uitgeeft. Maar
ooit, een andere versie weer wel.
En nu weer wat anders. Ik zit hier niet om uit te vreten. Als ik maar gezond blijf. De temperatuur daalt 's nachts tot 5 graden, zag ik op tv, en dat is koud. Vandaag eindelijk een extra deken gekregen. Dat is het eerste wat ik aan Fredemar zou veranderen: nieuwe kozijnen. Ik zie
wel
overal scheuren in de muren (gelukkig alleen op de
plekken waar de binnenmuren zitten, het zou ook gek
zijn als die muren van een halve meter dik het zouden
begeven), dus of het zo'n goede investering zou zijn...
Maar de kans dat ik Fredemar ga kopen is erg klein, ik
heb weer niets gewonnen in de Totoloto. Vijf of zes ton
is een hoop geld, maar je koopt natuurlijk niet alleen
de stenen, je koopt ook de goodwill. Maar voor dat geld
koop je ook een leuk doorsnee huis aan de Algarve, waar
het zelden 's nachts vijf graden is. Vijf! Harry's
copine vroeg me of het in Nederland nooit koud is nadat
ze me deken gegeven had. Jawel, ze ik, maarreh... Daar
regent het? vroeg ze. Nee, wij hebben verwarming! Maar
dat kreeg ik echt niet uitgelegd.
Toch tijd dat ik die cursus Portugees op cassette om ga zetten naar mp3 en de taal ga leren. Ik moet opeens denken aan een sketch van Monty Python waarin een Hongaar in London allerlei onbetamelijkheden uitkraamt door de malafide uitgever van zijn Hongaars-Engelse reisgids. En dat wij begin jaren negentig meisjes in Barcelona leerden 'Ik ben een superlekker wijf' en 'Ik wil neuken, en snel!' Ja, dat was lachen.
En nu weer wat anders. Ik zit hier niet om uit te vreten. Als ik maar gezond blijf. De temperatuur daalt 's nachts tot 5 graden, zag ik op tv, en dat is koud. Vandaag eindelijk een extra deken gekregen. Dat is het eerste wat ik aan Fredemar zou veranderen: nieuwe kozijnen. Ik zie
Toch tijd dat ik die cursus Portugees op cassette om ga zetten naar mp3 en de taal ga leren. Ik moet opeens denken aan een sketch van Monty Python waarin een Hongaar in London allerlei onbetamelijkheden uitkraamt door de malafide uitgever van zijn Hongaars-Engelse reisgids. En dat wij begin jaren negentig meisjes in Barcelona leerden 'Ik ben een superlekker wijf' en 'Ik wil neuken, en snel!' Ja, dat was lachen.
Panorama van Sines (50)
26 november 2007, 18:21
Gemaakt vanaf de jachthaven. Klik op de thumbnail voor een grotere versie (plm 700 x 6.000 pixels). Kan beter, maar het is mijn eerste poging om van negen foto's één grote te maken. Een statief is ook geen overbodige luxe (links heb ik de camera scheef gehouden). Je kunt ook 360 graden foto's maken. Dit is 210, denk ik. Die andere 150 graden zijn ook niet zo geweldig.
Harry is geen communist (49)
26 november 2007, 17:39
Harry neemt geen blad voor zijn mond. Wat hij vindt, dat zegt hij. Dus als hij de kaas die hij van mij cadeau heeft gekregen niet lekker vindt omdat er zoutkristallen in zitten ('Dat is het juist het speciale aan deze kaas, die is twee jaar oud, dan gaat het uitkristalliseren,' zeg ik), dan zegt hij dat. Niet goed voor zijn diabetes en zijn cholesterol. En als hij geen communist is, dan zegt hij dat ook. Ook al weet hij wat de gevolgen zijn. En die zijn er. Bij de Turismo kun je een plattegrond van Sines krijgen met daarop de belangrijkste toeristische attracties, het postkantoor en de hotels en pensions. Fredemar ontbreekt in dat lijstje.
'Wat is een communist?' vraagt Harry aan mij. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Ik begrijp de vraag ook niet goed, al herhaalt hij hem verschillende keren. Zuchtend geeft hij zelf het antwoord. 'Een communist is iemand die het anders doet. Hij zegt dat hij niet is zoals de rest.'
'Maar eigenlijk zijn ze precies zoals de rest,' zeg ik.
Harry maakt het voila-gebaar. 'Sinds 25 april 1974 zijn de communisten in Sines aan de macht. Nergens anders in Portugal zijn de communisten zo lang aan de macht.' En waar hebben de communisten welvaart gebracht? Hij telt op zijn vingers af, Rusland, China, Cuba. En daarbij, het heeft niets meer met communisme te maken. Ik zeg dat ik dat begrijp, dat macht corrumpeert, dat het niet meer uitmaakt of een regering of gemeenteraad links of rechts is, na bijna 35 jaar aan de macht zijn gaat het er alleen nog maar om om aan de macht te blijven. Tegen de tijd van de verkiezingen gaat de burgemeester met zijn auto bij alle oudjes langs die het fascisme nog hebben meegemaakt en herinnert eraan dat ze een plicht hebben de communisten aan de macht te houden, je wilt toch niet dat de fascisten terugkomen. Tachtig procent van de Sineensen stemt communistisch. En waarom? Omdat de Câmara Municipal banen uitdeelt. Als je wilt dat je je baan houdt, dat je kind een baan krijgt, dan stem je communistisch. En eigenlijk is dat begrijpelijk. Je gaat niet op de oppositie stemmen als die misschien onmiddellijk de boel om gaat gooien.
'Waar komt eigenlijk al dat geld vandaan om zo'n miljoenenproject als het Centro de Artes op te zetten? Van de Porto de Sines (de havenautoriteit)?'
'De Câmara heeft geen geld. Die geven alles uit.'
'Waaraan?'
Harry haalt zijn schouders op. 'Niemand werkt daar. Een paar uur per dag, hooguit.'
Het is me niet duidelijk wie die wie zijn, maar ik begrijp uiteindelijk dat het om iedereen gaat die voor de gemeente werkt, van ambtenaar tot vuilnisman. En ondertussen sterft Sines af. Er zijn hele straten die leeg staan, eeuwenoude huizen verkruimelen langzaam (Fredemar inbegrepen, trouwens), winkels staan leeg.

'Ik weet dat ze me niet moeten. Ik ben een immigré, ik kom niet van hier. Het zijn xenofoben in Sines. Met zwarten, Roemenen, Russen, toeristen hebben ze geen moeite, maar als je uit een ander gebied van Portugal komt kijken ze je met de nek aan. Sinds 1980 zit ik hier en je ziet hier niemand uit Sines in mijn café. Overal zie je de burgemeester binnen, een praatje maken, maar hier is hij nog nooit binnen geweest. Hij weet dat ik geen communist ben en hij weet dat ik niets van communisten moet hebben. Dat heb ik hem gezegd. Maar als ik belasting moet betalen weten ze me wel te vinden, ja, of als er regels gehandhaafd moeten worden. Het interesseert me niks. Als ik arm was stond ik misschien met mijn pet in mijn hand op het gemeentehuis (maakt klein stemmetje) "ja, meneer de burgemeester, nee, meneer de burgemeester" te zeggen en (hij maakt een gebaar alsof hij met een ontbloot achterwerk klaar staat) maar zolang ik genoeg verdien doe ik dit (hij maakt een gebaar alsof hij zijn broek openritst en over iedereen heen zeikt).'
Genoeg verdienen doet hij voorlopig wel. De elektriciteitscentrale wordt omgebouwd. Nu stookt hij Zuid-Afrikaanse kolen, met het hoogste zwavelgehalte ter wereld, binnenkort wordt het aardolie. Genoeg mannen die moeten slapen. Als de trend maar niet doorzet die de eigenaar van O Coq, ziet, dat er huizen worden gehuurd voor de mannen waar ze zelf kunnen koken, of waar een kok voor wordt ingehuurd.
En verder, er gaan dingen veranderen. 'Afgelopen verkiezingen was het kantjeboord voor de communisten. Sines groeit en er komen steeds meer mensen van buiten wonen. Die gaan ook stemmen en die hebben er geen belang bij communistisch te stemmen. Misschien de volgende verkiezingen nog niet. Maar daarna, daarna gaan ze het heel moeilijk krijgen.'
Maar hij is er niet gerust op, ik zie het. Hij is er niet gerust op.
Dingen die veranderd zijn in Portugal (48)
25 november 2007, 11:57
1. De
postzegel zonder kleeflaag
In 1988 stond er op alle postkantoren een potje lijm (van dat kinderhobbylijmachtig spul) om je postzegels mee vast te plakken. Toen ik de eerste keer in Portugal kwam in 1986 moet dat er ook al geweest zijn, maar ik kan me niet herinneren of ik toen kaarten verstuurd heb. Denk het niet. Maar als ik het me goed herinner plakten de postzegels in 1988 al wel. Maar met een prijzenswaardige koppigheid bleven de Portugezen de postzegels vastlijmen. Je kunt al die vernieuwingen niet zomaar vertrouwen. Portugal had eerder zelfklevende postzegels dan Nederland. Maar nog steeds ga ik nooit op reis zonder een Prittstift.
2. Gebruikt wc-papier in een mand naast de pot
Ik hou niet van veranderingen, maar er zijn dingen die ik niet mis. De mand staat er nog in Fredemar, maar iedereen spoelt zijn papier nu gewoon door de plee. Ik hoop dat het een algehele vernieuwing is in Portugal. Als het aan mij ligt gaan we volgend jaar met de hele familie op vakantie in Portugal, dus ik kan het dan uitzoeken.
Man, wat hou ik van dit land.
In 1988 stond er op alle postkantoren een potje lijm (van dat kinderhobbylijmachtig spul) om je postzegels mee vast te plakken. Toen ik de eerste keer in Portugal kwam in 1986 moet dat er ook al geweest zijn, maar ik kan me niet herinneren of ik toen kaarten verstuurd heb. Denk het niet. Maar als ik het me goed herinner plakten de postzegels in 1988 al wel. Maar met een prijzenswaardige koppigheid bleven de Portugezen de postzegels vastlijmen. Je kunt al die vernieuwingen niet zomaar vertrouwen. Portugal had eerder zelfklevende postzegels dan Nederland. Maar nog steeds ga ik nooit op reis zonder een Prittstift.
2. Gebruikt wc-papier in een mand naast de pot
Ik hou niet van veranderingen, maar er zijn dingen die ik niet mis. De mand staat er nog in Fredemar, maar iedereen spoelt zijn papier nu gewoon door de plee. Ik hoop dat het een algehele vernieuwing is in Portugal. Als het aan mij ligt gaan we volgend jaar met de hele familie op vakantie in Portugal, dus ik kan het dan uitzoeken.
Man, wat hou ik van dit land.
Nee, geen concentratiekampen! (47)
25 november 2007, 11:24
Ik weet niet of het de kou was (ik heb met twee T-shirts onder mijn pyama en een paar sokken aan mijn voeten en handdoeken voor alle spleten en kieren bij de ramen de nacht overleefd), maar het was rustig in het feestweekend. Natuurlijk trok er een fanfare door het dorp om negen uur de ochtend en de hele dag was het sportdag. Rustiger dan ik verwacht had.
Droevige Carlos had gevraagd of ik met hem achter de wijven aan wilde gaan. Om vijf uur 's middags zouden we gaan poolen en hij zou een Roemeense en een Koreaanse (als ik dat goed begrepen heb) meebrengen. Ik heb de mop niet gecompleteerd ('Zitten een Portugees, een Nederland, een Roemeense en een Koreaanse in een bar...') en heb me gewijd aan de literatuur.
Mijn zaterdagse routine van naar de film gaan heb ik voor de tweede maal verbroken. In plaats daarvan ben ik naar Nusquam geweest, een multimediaspektakel, van Teatro do Mar, de plaatselijk theatervereniging. Ze zijn heel actief, elk jaar dat ik hier ben hebben ze wel een voorstelling. Tachtig jaar geleden hadden ze al een toneelvereniging, het past dus in de traditie. Nusquam zou om 22.00 uur beginnen, maar dat werd half elf. Het was buiten, onder een heldere lucht met volle maan. Ik meen dat ik Mars zag. En het was koud. Ik ben zelfs nog terug naar mijn kamer gegaan om een extra T-shirt aan te trekken. Het publiek bestond uit de ouders, familie en vrienden en buren van de ouders en de gebruikelijke groepjes opgeschoten jongetjes die alles even fanatiek en met van onbegrip verbijsterde gezichten bekijken dat er plaatsvind, van auto-ongelukken, bouwactiviteiten tot straattheater.
Ik ben geen theaterrecensent en elke culturele activiteit vind ik prijzenswaard, maar echt heel goed was het niet. Het was een stuk over de keuzes die een mens in zijn leven moet maken en de reden van zijn bestaan. En over de individualisering. dat werd uitgebeeld door enorme plastic bollen waarin de acteurs opkomen en waarin ze (waarmee ze?) door het publiek liepen. In hun eigen isolement in de menigte. Het was niet slecht gedaan, ze liepen alleen zo zeker een kwartier rond en dat was te lang. Daarna verschenen ze in een stellage waarin ze utbeelden hoe moeilijk het is eigen keuzes te maken, dat persoonlijke vrijheid een farce is en dat je uiteiendelijk vervreemd raakt van je idealen en tenslotte los komt van de realiteit. Dat laatste werd dus uitgebeeld door het langzaam in de lucht getrokken worden en in het niets rond te zweven. Duurde ook veel te lang. Het waren allemaal leuke visuele vondsten. Zoals iemand me eens een keer schreef over iets dat ik gemaakt had: stuk voor stuk mooie schilderijen, maar de expositie als geheel is mislukt. Terwijl ze in de lucht bungelden en van alles probeerdern uit te drukken werden er op de achtergrond allerlei beelden geprojecteerd. Ik dacht nog, 'Nee, geen concentratiekampen!' Maar helaas, ook met beelden van concentratiekampen.
Afijn, toch maar mooi dat het allemaal kan. Hoera.
Carlos spreekt Nederlands (46)
25 november 2007, 10:46
Carlos spreekt
Nederlands. Vijfentwintig jaar geleden werkte hij in
een hotel in Portimão aan de Algarve. Jeanine kwam uit
Rotterdam. Na een maand was haar vakantie voorbij en
vroeg ze of hij met haar mee ging naar Nederland. Ze
vroeg het drie keer. Bij de derde keer zei hij ja. Ze
vloog terug en hij kwam haar met de trein achterna.
Carlos ging in een pizzeria werken. Hij zou voor een
Italiaan kunnen doorgaan. Na twee jaar zeiden de
mensen, 'spreek je nou nog geen Nederlands?'. En hij
ging Nederlands leren. Jeanine werd zwanger. Ze kregen
een dochter. In Zeeland hadden ze een caravan, voor de
zomer. Maar toen ging het mis. Jeanine was niet goed in
haar hoofd. Carlos belde haar ouders en toen zei hij,
'ik ben weg'. Nu woont hij al twintig jaar in Sines.
Hij is bouwvakker. Zijn dochter spreekt geen Portugees.
Ze komt nog wel logeren. Jeanine wil dan mee. Maar met
haar in één huis, dat kan ik niet meer, zegt. In een
hotel, goed, maar niet in mijn huis. En ik heb een
vriendin.
Carlos is 48. Hij heeft een dikke bos grijzend haar. In het woeste borsthaar dat uit zijn openstaande hemd puilt hangt een gouden kettinkje. De latin lover van 25 jaar geleden zit nu diep verstopt, maar hij is er nog wel. Het is een beetje moeilijk, zegt hij, Nederlands praten, ik heb het al zo lang niet meer gedaan. Nederland was goed, zegt hij. Ik had een jaar geen werk en toen kreeg ik geld van de Sociale Dienst. Zomaar! Dat kun je hier wel vergeten. Geen werk, geen geld. Dat gaat niet meer zo gemakkelijk nu, zeg ik. Hij was niet van plan terug te gaan. Wat kost een fles bier nu, in Nederland, vraagt hij. Hij schrikt van de prijs. Twee euro! Koffie ook, zeg ik. Niet normaal. Nee, dat vinden wij ook in Nederland.
Nederlands spreken is beetje moeilijk voor hem, zegt hij. Maar nu komt het allemaal weer naar boven. Hij stoft de oude vergeten woorden af en zet ze op een rij op de bar. Tot straks. Bedankt. Dankuwel. Tot ziens. Godverdomme (je kon er op wachten). Lul. Jouw Nederlands is beter dan mijn Portugees, zeg ik, als je dochter langskomt, spreek je dan geen Nederlands met haar, vraag ik. Hij schudt mismoedig met zijn hoofd. Zoals ik zelf ook al gemerkt heb, tijdsbepalingen zijn het moeilijkst in een andere taal. Hij sprak in de verleden tijd over haar. 'Dat is vergeten,' zegt hij somber, hij heeft al jaren geen contact meer met zijn dochter.
Carlos vraagt of ik Zeeland ken. Het was er zo mooi. En weet je, zegt hij, de zee die hier in Sines op de kust slaat, die loopt helemaal door naar Zeeland. Dat is dezelfde zee.
Carlos is 48. Hij heeft een dikke bos grijzend haar. In het woeste borsthaar dat uit zijn openstaande hemd puilt hangt een gouden kettinkje. De latin lover van 25 jaar geleden zit nu diep verstopt, maar hij is er nog wel. Het is een beetje moeilijk, zegt hij, Nederlands praten, ik heb het al zo lang niet meer gedaan. Nederland was goed, zegt hij. Ik had een jaar geen werk en toen kreeg ik geld van de Sociale Dienst. Zomaar! Dat kun je hier wel vergeten. Geen werk, geen geld. Dat gaat niet meer zo gemakkelijk nu, zeg ik. Hij was niet van plan terug te gaan. Wat kost een fles bier nu, in Nederland, vraagt hij. Hij schrikt van de prijs. Twee euro! Koffie ook, zeg ik. Niet normaal. Nee, dat vinden wij ook in Nederland.
Nederlands spreken is beetje moeilijk voor hem, zegt hij. Maar nu komt het allemaal weer naar boven. Hij stoft de oude vergeten woorden af en zet ze op een rij op de bar. Tot straks. Bedankt. Dankuwel. Tot ziens. Godverdomme (je kon er op wachten). Lul. Jouw Nederlands is beter dan mijn Portugees, zeg ik, als je dochter langskomt, spreek je dan geen Nederlands met haar, vraag ik. Hij schudt mismoedig met zijn hoofd. Zoals ik zelf ook al gemerkt heb, tijdsbepalingen zijn het moeilijkst in een andere taal. Hij sprak in de verleden tijd over haar. 'Dat is vergeten,' zegt hij somber, hij heeft al jaren geen contact meer met zijn dochter.
Carlos vraagt of ik Zeeland ken. Het was er zo mooi. En weet je, zegt hij, de zee die hier in Sines op de kust slaat, die loopt helemaal door naar Zeeland. Dat is dezelfde zee.
Feestweekend (45)
25 november 2007, 09:46
Het weer is beter, maar de temperatuur blijft laag. Ik zit met een sjaal om te werken, dan gaat het wel. In de volle zon is het zomers, in de schaduw en zeker na zonsondergang zakt het naar een graad of tien. En geen verwarming. En altijd alle deuren open. Altijd staan alle deuren open. Dit is de eerste keer na 1988 dat ik in deze tijd ben teruggekomen, nu herinner ik me weer hoe koud het kon zijn. We dronken ons bier toe 'natural' en niet 'fresca'. Fresca, gekoeld, was gewoon te koud. Ook toen zijn we naar een paar feesten geweest. Naar een popfestivalletje, naar de verkiezing van de 'Reinha do Carnaval' en naar een 'Noite de Fado è Poesia'. En dan hebben we de wekelijkse 'Baila', met accordeonmuzikanten, altijd met accordeonmuzikanten, altijd overgeslagen. Overal hangen A4-tjes aangeplakt, elk dorp heeft zijn eigen dorpsfeest, er zijn feesten voor om het begin van de zomer te vieren, feesten om de wijnoogst te vieren, kurkfeesten, feesten van de vrijwillige brandweer, feesten vanwege de Oktoberrevolutie (nou ja, waarschijnlijk dan alleen in De Alentejo), feesten om de kas van de supportersclub van Sporting, afdeling Santiago di Caçem, te spekken.
Waar het ook feest is: in alle winkels. Overal staan kerststukjes op de togen, in de winkels staan kant en klaar opgetuigde kerstbomen en het thema in de supermarkten is 'Natal', kerstmis. Op het raam van een grillrestaurant zag ik dat je nu kon reserveren voor leitão. Dat is speenvarken. In Rentes de Carvalho's Portugal stond ook een verhaal over een typische specialiteit: zwangere zeugen worden geslacht en de ongeboren biggetjes kun je met huid en haar opeten. Ik weet niet of ze dat bedoelen. Ik zou het zo proberen.
Ik zal wel moeten wennen dat ik midden in de Sinterklaasdrukte val als ik terugkomen. Vandaag nog op stap geweest voor souvenirtjes voor de kinderen, maar het valt niet mee iets origineel Portugees voor de jongens te bedenken. Een jagersmes? Het Portugese servies hebben we begin dit jaar weggegooid omdat er schimmel in zat die we er niet meer uitkregen. In 1988 kocht ik voor mijn nichtje een Kerstbord, die elk jaar in een kleine oplage worden gemaakt. Dat is misschien een idee. Ik heb ze alleen niet gezien. Nog niet. Ik kan het niet maken zonder souveniertje terug te komen. Met het fenomeen 'chocoladesalami' alleen red ik het niet.
Dinsdag 12 augustus 2008, Utrecht, 21 uur (onder voorbehoud)
25 november 2007, 00:46
Noteer deze
avond alvast in je agenda (iCal, Plax, Google Apps). Ik
kan niet garanderen dat het doorgaat, maar ik doe mijn
best. De plaats wordt bekend gemaakt als ik daar een
optie op heb kunnen nemen.
Regen vanuit zee (44)
22 november 2007, 10:47
Over dreigende lucht gesproken...
'Griffu' (43)
22 november 2007, 00:05
De 'griffu'
(grifo?) waarover ik in het jachtverslag schrijf is
waarschijnlijk een kraanvogel. Ik heb gegoogled op
'aves de Portugal' (vogels van Portugal) en toen kwam
uiteindelijk bij kraanvogels uit.
Pneu (42)
21 november 2007, 15:13
Omdat het
gisteren regende had ik een paraplu nodig. Die ging ik
natuurlijk in de Chinese winkel kopen. Ze kosten niets,
maar dan heb je ook niets. Pas in de tweede winkel had
ik iets wat er niet uitzag alsof het na één windvlaag
aan flarden gescheurd zou worden, voor twee vijftig.
Zo'n opvouwbare, altijd handig om bij je te hebben. Ik
hou van winkels, ik kan het niet verklaren, maar zo'n
Chinese winkel, dat kende ik al uit New York. Daar
verkopen ze nog bizarder dingen, die trouwens voor een
Chinees niet zo bizar zijn. Wat de Chinese winkel hier
doet is de Portugese winkel kapot maken.
De leukste souvenirs koop je niet in de souvenirwinkel, maar bij de kruidenier, of bij de winkel voor huishoudelijke artikelen 'en al uw andere benodigdheden'. En die winkels zijn uit Sines verdwenen. Je kocht er een waaier, gemaakt van duivenveren, om het houtskool onder je sardientjes aan te jagen. Met de hand geknoopte bezems, of met een beverige hand gedecoreerde schaal. Staven zeep van een kilo en een halve meter lang. Allemaal weg en vervangen door goedkope plastic rommel.
Maar ik
heb geluk gehad. In de plaatselijke schoenenzaak
verkochten ze de schoenen die ik in 1991 ooit in een
etalage in Porto zag: traditionele leren werkschoenen
met een zool van autoband. En mijn maat hadden ze ook
nog. Helaas zijn ze niet zo mooi als de schoenen die ik
in Porto zag, die hadden het oorspronkelijke profiel
van de band nog, maar met deze neem ik probleemloos
genoegen.
Ik ben
een verwoed recycler, niets met een mogelijke tweede
bestemming wordt door mij weggegooid en het liefst zou
ik een porco preto in de tuin hebben om alle
etensresten op te eten tot hij klaar is voor de slacht
(als ik dat maar niet hoef te doen).
Als ze nu nog eens een bestemming vonden voor alle andere troep, die nu in dikke lagen op het strand aanspoelt...

De leukste souvenirs koop je niet in de souvenirwinkel, maar bij de kruidenier, of bij de winkel voor huishoudelijke artikelen 'en al uw andere benodigdheden'. En die winkels zijn uit Sines verdwenen. Je kocht er een waaier, gemaakt van duivenveren, om het houtskool onder je sardientjes aan te jagen. Met de hand geknoopte bezems, of met een beverige hand gedecoreerde schaal. Staven zeep van een kilo en een halve meter lang. Allemaal weg en vervangen door goedkope plastic rommel.
Als ze nu nog eens een bestemming vonden voor alle andere troep, die nu in dikke lagen op het strand aanspoelt...

Stormpje (41)
21 november 2007, 10:38
Het strand is voor een deel weggespoeld door de flinke wind van de afgelopen dagen. De zee heeft weer wat van zijn woestheid terug, zoals ik die uit 1988 ken, in plaats van dat gecastreerde kabbelen van de afgelopen jaren. Maar natuurlijk laat de zee niet temmen, er zijn gewoon seizoenen, dat is alles. Ik ben wel blij dat ik nu aan de voorkant zit, kamer 301 krijgt de volle laag bij een storm. Maar ik kan me herinneren hoe mooi het was de lucht te zien veranderen, gedurende dagen, weken, maanden.
Ik denk niet dat ik me nog de zee in ga wagen en het strand bij Porto Covo, waar het water altijd dertig graden is, laat ik ook maar voor wat het is. Op weg naar de jacht zondag zag ik dat je er bijna niet komt zonder auto. Je moet in ieder geval een stuk over een tweebaans racebaan fietsen/lopen en daar had ik geen zin in. Vooral nu er al een paar keer aandacht is besteed aan het gevaarlijke verkeer in Portugal, inclusief een huilende moeder die vertelde hoe een uitwijkende vrachtwagen de stoep op reed en haar zoontje dat daar fietste voor haar ogen doodreed (en als er iets traumatisch is, is het iemand die overreden is door een vrachtauto, zie ogrish.com of rotten.com) en dan kunnen ze mij ook opdweilen.
Over warm zeewater gesproken. De beelden van Manon Thomas die een bloem in haar privévaasje steekt, naakt in zee poedelt en het begrip 'sub rosa' nieuwe inhoud geeft, hebben Portugal ook bereikt. Laten we afspreken dat we allemaal onze privéfoto's waar we gewoon naakt, of piesend, poepend, neukend, pijpend, beffend, met een derde, vastgebonden en in travestie, op staan, de komende weken op het internet zetten, dan is een blote bekende Nederlander voortaan net zo gewoon als, eh, een sansevieria. Mannen kijken graag naar foto's van blote vrouwen en het allermooiste is een foto van je eigen mooie blote vrouw en de man van Manon Thomas blijkt hetzelfde als iedereen (alleen scherpstellen is niet zijn sterkste kant). En Manon is niet te flauw. Goedzo vrouwke.
En nu weer verder met de dingen die er toe doen. Wanneer wordt Nederland ook alweer weggespoeld door een superstorm?
Als het regent, dan regent het (40)
20 november 2007, 10:19
Op 10 november zijn er nog meer dan 400 branden op één dag uitgebroken. Dat is nu in één klap afgelopen. Aan een halfjaar droogte is een einde gekomen. Gisteren donderde en bliksemde het, witte schuimkoppen, grote schepen die dichter bij de kust uit de wind kwamen liggen, het zag er allemaal spectaculair uit. De boel eens lekker schoonspoelen, dat was ook nodig. Elk hoekje van het dorp rook naar pis, of soms was de geur er niet eens, tot je het na een kwartier leunen opeens aan je broek rook. Miezerregen kennen ze hier niet. Gewoon plenzen, tot alle goten overstromen en zonneschermen scheuren.
Ik krijg in 'De blote meisjes' meteen een servetje aangereikt om mijn bril schoon te maken en voor die droog was stond er al een dampende koffie voor mijn neus. Het is dat ik telkens een ander aantal broodjes bestel, anders hadden die ik ook al voor me klaar gestaan. Klotekutregen, maar wel lekker in Portugal.
De gelukkige klas (39)
19 november 2007, 13:33
Er zijn
verschillende manieren om te voorkomen dat je met meer
gewicht naar huis komt dan waarmee je vertrokken was.
Eén daarvan is boeken meenemen die je harteloos kunt
achterlaten. Bijvoorbeeld door afgeschreven
bibliotheekboeken mee te nemen die je voor twee
kwartjes hebt gekocht. Het komt echter maar zelden voor
dat je meesterwerken vindt. Meestal is het niet voor
niets dat die boeken eruitgaan. Je kunt ook Bulkboeken
meenemen. Of tweedehands pockets kopen. Daarvoor moet
je dan wel op rommel- of Vrijmarkten zijn,
antiquariaten willen nog wel eens duur uitvallen. Of je
neemt een gratis boek mee, zoals De
gelukkige klas van Theo Thijssen, dat de
bibliotheken uitdeelden, vlak voor ik vertrok.
Ik heb het uitgelezen, met gemengde gevoelens. Ten eerste valt het me op dat ik zelf ook de vooroordelen deel tegen vooroorlogse boeken met veel mensen. En dat die vooroordelen (saai, ouderwets taalgebruik) vaak niet kloppen. De taal leeft in dit boek. Saai was het niet echt, maar echt meeslepend... Nee. Het klopt wel dat ik het niet kon neerleggen, zoals de omslag beloofde, maar dat hoort bij mijn karakter, dat ik een boek altijd uitlees. Tenzij het een boek is als The Secret, natuurlijk, dat krijg ik niet voor elkaar.
Kortom, ik vond het wel aardig en ik moet zeggen dat ik het niet leuk vond dat Meester Staal op het laatst gestorven bleek te zijn. Of was dat omdat hij aan een longontsteking overleden bleek en ik er net een achter de rug heb? Maar goed. Aardig. Niet dat dit nu nog de discussie in Nederland hoog kan doen oplaaien. Als die discussie er ooit was.
NB:
Afgelopen jaar in Portugal meer dan zesduizend mensen aan een longontsteking overleden.
Ik heb het uitgelezen, met gemengde gevoelens. Ten eerste valt het me op dat ik zelf ook de vooroordelen deel tegen vooroorlogse boeken met veel mensen. En dat die vooroordelen (saai, ouderwets taalgebruik) vaak niet kloppen. De taal leeft in dit boek. Saai was het niet echt, maar echt meeslepend... Nee. Het klopt wel dat ik het niet kon neerleggen, zoals de omslag beloofde, maar dat hoort bij mijn karakter, dat ik een boek altijd uitlees. Tenzij het een boek is als The Secret, natuurlijk, dat krijg ik niet voor elkaar.
Kortom, ik vond het wel aardig en ik moet zeggen dat ik het niet leuk vond dat Meester Staal op het laatst gestorven bleek te zijn. Of was dat omdat hij aan een longontsteking overleden bleek en ik er net een achter de rug heb? Maar goed. Aardig. Niet dat dit nu nog de discussie in Nederland hoog kan doen oplaaien. Als die discussie er ooit was.
NB:
Afgelopen jaar in Portugal meer dan zesduizend mensen aan een longontsteking overleden.
62 patrijzen en 24 hazen (38)
18 november 2007, 23:48
Ik heb er 47
jaar over gedaan om veertig vrienden op te doen en na
één dag mee jagen heb ik dat aantal verdubbeld.
Op een gegeven moment, vroeg in de ochtend van de jacht, keek ik om me heen over het Alentejaanse landschap. Er kwamen vluchten krassende 'griffo's' (opzoeken wat dat zijn en of de spelling klopt) over, een haas was voor mijn voeten weggeschoten en had een veilig heenkomen gevonden, in de verte klonken doffe knallen, alsof het nieuwsjaarsdag was en het vuurwerk werd opgemaakt en ik zei tegen Harry: 'Dit is een Portugal dat toeristen normaal niet zien.' 'Tu as chance,' zei Harry. Het was grappig bedoeld en tegelijk serieus.
We vertrokken om half zes. Het was nog donker. De wegen verlaten, op de andere jagers na, in hun 4x4. Na anderhalf uur kwamen we aan op het landgoed dat we in 2003 bezocht hadden. Harry heeft inmiddels zijn hoofd in de schoot gelegd en geaccepteerd dat vrij jagen bijna nergens meer toegestaan is. Het gebied waar wij gingen jagen, vlak bij het dorp Entredas, is gereserveerd voor de plaatselijke jachtvereniging. Wie daarvan lid is betaalt contributie. Wie geen lid is, kan een schriftelijk verzoek indienen om te mogen deelnemen. Na betaling van twintig euro is dat toegestaan. Niet iedereen is het daar mee eens, vertelde Harry, er was wel een handvol mensen dat het niets vond dat hij er was, maar als de voorzitter het goed vindt is het einde discussie.
We verzamelden in een verzameling vervallen gebouwen, waar dankzij een generator elektriciteit was. Ondanks deze sjofele omgeving bleek de organisatie zeer hecht te zijn. Harry stelde me aan een paar mensen voor en vertelde dat ik alleen maar meeliep en verder niets, om te voorkomen dat ik als uitvreter beschouwd werd.
Er was
een espressoapparaat, er waren tonnen met vers water en
er was natuurlijk bier, ginha en aguardente. Hoe begin
je anders de dag om zeven uur? De voorbereidingen van
de lunch waren ook al begonnen. Een varken, een porco
preto van zeventig kilo, een ras dat scharrelend van de
eikels van de kurkeik leeft, werd op een frame
geschroefd zodat het langzaam boven een houtskoolvuur
– waarin verse lauriertakken werden gegooid
– kon worden geroosterd.
Het landgoed waarop we gingen jagen werd opgedeeld in vier sectoren en de groep van zo'n zestig jagers in vier groepen. Het leek erg op het teampjes maken, vroeger op het schoolplein, toen je van tevoren afspraken maakte wie wie zou kiezen, om te zorgen dat je bij elkaar kwam. Het was het moment van de eerste hilariteit: mijn schoenen. Ik had mijn Van Lier officiersschoenen, die inderdaad netjes gepoetst waren. Maar, dat ik dus op díe schoenen het veld in ging! Ik bleef maar zeggen dat het legerschoenen waren. En veel steviger dan die goedkope namaak-bergschoenen van tien euro waar jullie op lopen, dacht ik.
Iedereen mocht één haas en één patrijs schieten, andere dieren waren verboden. Maximaal en niet gemiddeld. Wie zich niet aan de regels houdt kan vertrekken. We reden kilometers het terrein op.Toen we stopten zei Harry: 'Nu gaan we teruglopen naar waar we vandaan kwamen.' Ik dacht dat hij een grapje maakte. Maar dat was het niet. En daarmee had ik de essentie van het jagen zo ongeveer te pakken: we liepen we met alle jagers in een lijn in tweeënhalf uur terug naar waar we vandaan kwamen. Dat was wel zo'n beetje de enige essentie die ik te pakken had: gedurende de wandeltocht vlogen van alle kanten hazen, 'codorniu's' (ook opzoeken, ik ken het als een merk cava) en patrijzen voor mijn voeten omhoog. 'Waarom heb jij geen geweer?' vroeg Harry. Maar dan had ik ze nog niet geraakt, want je moet kijken, voelen, weten waar hazen hun leger maken. Hazen en patrijzen vluchten pas op het allerlaatste moment en dat doen ze verdomd slim. We waren amper vijf minuten onderweg toen ons een haas tegemoet kwam rennen. Harry knalde één keer.
Als zo'n
haas vlucht lijkt het wel alsof hij vliegt en deze
vloog naar de veiligheid. Weer tien minuten later
draaide Harry zich opeens om en schoot een haas in zijn
leger. Ik zag hem omhoog geslingerd worden. Het beest
was niet meteen dood en bleef met een kapotgeschoten
snuit stuiptrekken tot het afgelopen was. 'Zo, nu is
het afgelopen met hazen schieten,' zei Harry.
Afijn, op een gegeven moment begreep ik wel waarom iedereen zo moest lachen om mijn schoenen: als je tot je knieën door de distels gaat zijn lage schoenen niet handig. Ik liep de hele tijd stekels uit mijn sokken te halen. Volgende keer toch zo'n paar namaak-bergschoenen van tien euro halen. Mijn enkel hield zich verder goed in het geaccidenteerde terrein, met grote leemklonten en geploegde geulen. Heuvelop, heuvelaf. 'Pf, ik word hier te oud voor,' zuchtte Harry, maar ik had moeite hem bij te houden. Af en toe kwamen we aangeplante dennenbosjes tegen. Er wordt weer veel aangeplant, dankzij Europa.
Aan het
einde van het terrein kwamen alle jagers weer samen en
daar vlogen de patrijzen van alle kanten omhoog. Ik had
het idee dat ik in een schiettent op de kermis stond.
De situatie deed me ook denken aan een aflevering van
Monty Python die de adel te grazen neemt. Je ziet dan
van die Engelse gentlemen die in het wilde weg aan
het
rondschieten zijn. Het kwam
van alle kanten, overal fladderden patrijzen neer voor
hun nek gebroken werd en ze aan een riempje werden
gehangen. Ook Harry scoorde. Hij werd nog aangespoord
door te schieten, zoals anderen wel hadden gedaan, en
alles op de grote hoop te gooien en voor de
administratie te herverdelen. Maar hij nam geen enkel
risico meer. En aldus was de totale score van onze
groep veertien hazen en vijftien patrijzen. Ik kreeg de
hele tijd het deuntje Vanochtend
vloog hij nog, uit de musical Tsjechov
van (en daar istie weer) Robert Long in mijn hoofd.
'Zo, en nu bier drinken,' zei Harry. Gelukkig hoefden
we niet terug te lopen naar de auto, iemand reed met
alle chauffeurs terug. Harry heeft een 4x4, dus zijn
'Jeepi' werd aangewezen als transport voor de buit. 'Hé
doe ook eens wat,' werd ik nageroepen toen ik naar de
auto liep, dus daar ging ik met drie hazen in mijn
hand. Van een was het pootje gebroken, hij bungelde met
zijn volle gewicht aan het vel. Gelukkig scheurde dat
niet af.
Eenmaal terug ging het ijskoude bier open. Het zwarte varken was bijna gaar en ondertussen werden de hazen en patrijzen uitgestald en voorzien van een nummer. Om te zorgen dat iedereen wat heeft wordt de buit verloot. De ene keer kun je zonder iets thuiskomen, de andere keer heb je altijd wat (ik moest weer aan de kermis denken). Er waren 54 nummers en je kon óf twee kleine patrijzen loten, één grote patrijs of een haas. Harry kwam pas als allerlaatste aan de beurt en hij kreeg twee patrijzen. Achteraf bleek hij die geruild te hebben tegen een haas en er nog een haas bij gekocht te hebben. En toen: eten!


Het daadwerkelijk jagen is een essentieel deel van de dag. Maar het is ook maar een klein deel van dag. Om één uur werd het varken aangesneden en vanaf toen was het eten en zuipen geslagen. 'Heb je een mes?' vroeg Harry? 'Nee,' zei ik. 'Dan moet je honger lijden,' zei hij, 'geen mes, geen eten.' Ik vond het een beetje raar, maar het was inderdaad een zeer basale lunch: op een bord werden de lapjes geroosterd vlees gelegd. Op een papieren servetje voor legde je een stuk brood, een stuk vlees en daar sneed je met je mes dan een stukje vanaf. Daarbij dronk je bier of wijn, in dit geval wijn die Harry van zijn schoonfamilie uit Melides had meegebracht. In een vijfliter waterfles, natuurlijk. Van een goede bekende van Harry kreeg ik diens jagersmes. En zo kauwden we een halve kilo vlees weg. Behalve het brood werd er iets uitgedeeld dat eruitzag als rode rettich (en als rettich smaakte). Simpel. Eenvoudig. Goddelijk. 'Weet je waarom ze in de Alentejo zo eten?' vroeg Harry. Ik zei dat ik het niet wist. 'Omdat ze anders doodgaan van de honger.'
Terwijl de stemming steegde daalde het peil. Gelukkig verdween de gereserveerdheid in hetzelfde tempo en in een mengeling van Engels, Frans, Duits en tweewoords-Portugees (de maximale foutloze zinslengte die ik inmiddels beheers) lulde ik met iedereen aan tafel. Ik had het jagersmes al teruggegeven met de boodschap dat ik genoeg had gegeten, maar ondertussen bleef het brood met vlees komen, want telkens was er weer iets van een stuk van het varken dat ik echt moest proeven. Na mijn derde tot de rand gevulde beker wijn vond ik het tijd worden voor iets anders en ik pakte de fles mineraalwater die even daarvoor op tafel was gezet en schonk mijn bekertje vol.
Iedereen gillen: 'Hé, dat is geen water!'
Nee, het was zelfgestookte aguardente uit Mélides. De hilariteit was weer compleet. Die gekke Hollander met zijn schoenen. Vanaf dat moment was de frase 'agua mineral sem gas' voldoende om iedereen de slappe lach te bezorgen (op de foto is het rood door een restje rode wijn).

Wij zaten binnen, maar buiten was het ook gezellig. Aan de tafel het dichtst bij het varken werden de Alentejaanse strijdliederen gezongen. Liederen die overlopen van liefde voor de uitgedroogde aarde, broederschap, strijd en hoop op een betere toekomst. Prachtig. Anderen speelde een spel met ijzeren schijven en een pen die je moest omgooien. Veel idyllischer kon het allemaal niet worden. Iedereen kwam met me praten en ik durfde langzamerhand ook aan Portugese zinnen die van begin tot het einde rammelden, maar dat maakte allemaal niet uit en zo verloor de zon langzaam wat van zijn warmte en gingen we stilletjes op huis aan. Maar feitelijk heb ik drie keer afscheid genomen en iedere keer moest ik weer terugkomen en nog één laatste bier drinken, of een beetje proeven van de aguardente in de vijfliter 'agua mineral sem gas'-fles en als ik dan toch uit Holland kwam, een hijs nemen van de joint die rondging (nee, dank je wel, van de 'mistura' word ik ziek, zei ik heel laf, een Nederlander die niet blowt, die schok wilde ik ze niet bezorgen). Bij de laatste keer afscheid (dacht ik) zei ik dat erg genoten had van het zingen. Dus even later werd ik teruggehaald. Ik kon niet zomaar in de deuropening een beetje zwaaien, zonder iedereen persoonlijk een hand te geven en vooral, zonder gezóngen te hebben?
'Ik moet terug,' zei ik tegen Harry, 'ik moet zingen.' Hij wilde niet te lang treuzelen, want hij wilde om zeven uur thuis zijn, dus we besloten tot een compromis: we zouden met zijn allen naar een café vlakbij gaan en daar nog een laatste nemen. Maar ja, het was in de schuur blijkbaar veel gezelliger dan in het dorp, dus met een zekere opluchting konden we om half zes in de auto stappen op weg naar huis. Het begon alweer donker te worden. Het viel me wel op dat Harry vaak de linkerkant van de weg opzocht en toen besefte ik dat hij minstens het dubbele van mij (fles wijn, vier bier, (equivalent van) twee aguardente (de rest heb ik stiekem weggegooid)) had gedronken. Nou ja, als ik dan toch dood moest, dan maar in Portugal (staat ook interessant in de overlijdensadvertentie), dacht ik. Halverwege stopten we nog om te tanken, maar het station was gesloten en daarom namen we een koffie in het bijbehorende restaurant en vlak voor Sines, in Sonega namen we nog een laatste bier. 'Als een echte collega-jager,' zei Harry trots. Ik mocht ook de hazen naar binnen dragen, wat voor veel 'Ohs' en 'Ahs' zorgde bij Natasha, de Oekraïense die achter de bar staat (over haar later meer). De copine van Harry zei droog: 'Heb je die langs de kant van de weg gevonden?'

Ik mag haar steeds meer. Na het douchen zijn we aan tafel gegaan, ik naast Harry. Harry's copine stak haar hoofd om de hoek van de keuken en begon te lachen. 'Zie de jagertjes eens zitten!' Ook dat vond ik weer erg gevat. We kregen gebakken konijn met gebakken aardappeltjes en natuurlijk een karaf wijn. Harry nam geen koffie. Hij nam een whisky.
Tot slot.
Ging ik walgen van de kapotgeschoten kop van de haas
(een vrouwtje), die waarschijnlijk dood ging van de
stress? Nee. Vond ik het ongepast? Nee. Ik heb de
doodsstrijd geïnteresseerd bekeken. Ben ik tegen de
jacht? Geen idee. Aan het eind van de dag lagen er 62
patrijzen en 24 hazen die allemaal nog hadden kunnen
leven. Zou ik voor drie- a vijfhonderd euro een
jachtgeweer kopen, zoals Harry voorstelde, om samen met
hem te gaan jagen, als ik Portugal woonde. Ik heb geen
idee. Ik ben tamelijk blanco meegegaan, zonder
vooroordelen en die zijn dus ook niet bevestigd of
weggenomen. Had ik anders gereageerd als het jagen was
geweest op everzwijnen of herten en reeën? Misschien.
Dit was toch een beetje kleiduivenschieten en he
grootste deel van de tijd gebeurde er niets. Ik moest
af en toe wel aan de Partij voor de Dieren denken. Ik
ben erg voor het verbeteren van het leven van dieren in
de bio-industrie, maar ik vind ook dat je niet moet
overdrijven. Mensen zijn omnivoren. Dat betekent dat we
alles kunnen eten en door die flexibiliteit heef de
mens zich kunnen ontwikkelen. Lang, lang, geleden at
een mens misschien eens per week een stuk vlees. Dus
elke dag een half pond vlees op je bord is ook weer
overdreven. De vergelijking die Robert Long (geloof ik)
maakte tussen varkensbedrijven en concentratiekampen
vond ik misplaatst, al is het krankzinnig dat alles de
afgelopen dertig jaar duurder is geworden, behalve
vlees. En als ik de dan de kudde porco
preto voorbij zag scharrelen
tussen de eikenbomen en daarna zo'n varkentje eet, dan
weet ik ook dat het betere leven van het dier zorgt
voor een malser lapje vlees op je bord.
Als iedereen zelf zijn dier moest vangen, villen, slachten, bewerken en klaarmaken zouden er veel meer vegetariërs zijn dan nu. Al was het alleen maar omdat je er halve dag mee bezig bent.

Op een gegeven moment, vroeg in de ochtend van de jacht, keek ik om me heen over het Alentejaanse landschap. Er kwamen vluchten krassende 'griffo's' (opzoeken wat dat zijn en of de spelling klopt) over, een haas was voor mijn voeten weggeschoten en had een veilig heenkomen gevonden, in de verte klonken doffe knallen, alsof het nieuwsjaarsdag was en het vuurwerk werd opgemaakt en ik zei tegen Harry: 'Dit is een Portugal dat toeristen normaal niet zien.' 'Tu as chance,' zei Harry. Het was grappig bedoeld en tegelijk serieus.
We vertrokken om half zes. Het was nog donker. De wegen verlaten, op de andere jagers na, in hun 4x4. Na anderhalf uur kwamen we aan op het landgoed dat we in 2003 bezocht hadden. Harry heeft inmiddels zijn hoofd in de schoot gelegd en geaccepteerd dat vrij jagen bijna nergens meer toegestaan is. Het gebied waar wij gingen jagen, vlak bij het dorp Entredas, is gereserveerd voor de plaatselijke jachtvereniging. Wie daarvan lid is betaalt contributie. Wie geen lid is, kan een schriftelijk verzoek indienen om te mogen deelnemen. Na betaling van twintig euro is dat toegestaan. Niet iedereen is het daar mee eens, vertelde Harry, er was wel een handvol mensen dat het niets vond dat hij er was, maar als de voorzitter het goed vindt is het einde discussie.
We verzamelden in een verzameling vervallen gebouwen, waar dankzij een generator elektriciteit was. Ondanks deze sjofele omgeving bleek de organisatie zeer hecht te zijn. Harry stelde me aan een paar mensen voor en vertelde dat ik alleen maar meeliep en verder niets, om te voorkomen dat ik als uitvreter beschouwd werd.
Het landgoed waarop we gingen jagen werd opgedeeld in vier sectoren en de groep van zo'n zestig jagers in vier groepen. Het leek erg op het teampjes maken, vroeger op het schoolplein, toen je van tevoren afspraken maakte wie wie zou kiezen, om te zorgen dat je bij elkaar kwam. Het was het moment van de eerste hilariteit: mijn schoenen. Ik had mijn Van Lier officiersschoenen, die inderdaad netjes gepoetst waren. Maar, dat ik dus op díe schoenen het veld in ging! Ik bleef maar zeggen dat het legerschoenen waren. En veel steviger dan die goedkope namaak-bergschoenen van tien euro waar jullie op lopen, dacht ik.
Iedereen mocht één haas en één patrijs schieten, andere dieren waren verboden. Maximaal en niet gemiddeld. Wie zich niet aan de regels houdt kan vertrekken. We reden kilometers het terrein op.Toen we stopten zei Harry: 'Nu gaan we teruglopen naar waar we vandaan kwamen.' Ik dacht dat hij een grapje maakte. Maar dat was het niet. En daarmee had ik de essentie van het jagen zo ongeveer te pakken: we liepen we met alle jagers in een lijn in tweeënhalf uur terug naar waar we vandaan kwamen. Dat was wel zo'n beetje de enige essentie die ik te pakken had: gedurende de wandeltocht vlogen van alle kanten hazen, 'codorniu's' (ook opzoeken, ik ken het als een merk cava) en patrijzen voor mijn voeten omhoog. 'Waarom heb jij geen geweer?' vroeg Harry. Maar dan had ik ze nog niet geraakt, want je moet kijken, voelen, weten waar hazen hun leger maken. Hazen en patrijzen vluchten pas op het allerlaatste moment en dat doen ze verdomd slim. We waren amper vijf minuten onderweg toen ons een haas tegemoet kwam rennen. Harry knalde één keer.
Afijn, op een gegeven moment begreep ik wel waarom iedereen zo moest lachen om mijn schoenen: als je tot je knieën door de distels gaat zijn lage schoenen niet handig. Ik liep de hele tijd stekels uit mijn sokken te halen. Volgende keer toch zo'n paar namaak-bergschoenen van tien euro halen. Mijn enkel hield zich verder goed in het geaccidenteerde terrein, met grote leemklonten en geploegde geulen. Heuvelop, heuvelaf. 'Pf, ik word hier te oud voor,' zuchtte Harry, maar ik had moeite hem bij te houden. Af en toe kwamen we aangeplante dennenbosjes tegen. Er wordt weer veel aangeplant, dankzij Europa.
Eenmaal terug ging het ijskoude bier open. Het zwarte varken was bijna gaar en ondertussen werden de hazen en patrijzen uitgestald en voorzien van een nummer. Om te zorgen dat iedereen wat heeft wordt de buit verloot. De ene keer kun je zonder iets thuiskomen, de andere keer heb je altijd wat (ik moest weer aan de kermis denken). Er waren 54 nummers en je kon óf twee kleine patrijzen loten, één grote patrijs of een haas. Harry kwam pas als allerlaatste aan de beurt en hij kreeg twee patrijzen. Achteraf bleek hij die geruild te hebben tegen een haas en er nog een haas bij gekocht te hebben. En toen: eten!


Het daadwerkelijk jagen is een essentieel deel van de dag. Maar het is ook maar een klein deel van dag. Om één uur werd het varken aangesneden en vanaf toen was het eten en zuipen geslagen. 'Heb je een mes?' vroeg Harry? 'Nee,' zei ik. 'Dan moet je honger lijden,' zei hij, 'geen mes, geen eten.' Ik vond het een beetje raar, maar het was inderdaad een zeer basale lunch: op een bord werden de lapjes geroosterd vlees gelegd. Op een papieren servetje voor legde je een stuk brood, een stuk vlees en daar sneed je met je mes dan een stukje vanaf. Daarbij dronk je bier of wijn, in dit geval wijn die Harry van zijn schoonfamilie uit Melides had meegebracht. In een vijfliter waterfles, natuurlijk. Van een goede bekende van Harry kreeg ik diens jagersmes. En zo kauwden we een halve kilo vlees weg. Behalve het brood werd er iets uitgedeeld dat eruitzag als rode rettich (en als rettich smaakte). Simpel. Eenvoudig. Goddelijk. 'Weet je waarom ze in de Alentejo zo eten?' vroeg Harry. Ik zei dat ik het niet wist. 'Omdat ze anders doodgaan van de honger.'
Terwijl de stemming steegde daalde het peil. Gelukkig verdween de gereserveerdheid in hetzelfde tempo en in een mengeling van Engels, Frans, Duits en tweewoords-Portugees (de maximale foutloze zinslengte die ik inmiddels beheers) lulde ik met iedereen aan tafel. Ik had het jagersmes al teruggegeven met de boodschap dat ik genoeg had gegeten, maar ondertussen bleef het brood met vlees komen, want telkens was er weer iets van een stuk van het varken dat ik echt moest proeven. Na mijn derde tot de rand gevulde beker wijn vond ik het tijd worden voor iets anders en ik pakte de fles mineraalwater die even daarvoor op tafel was gezet en schonk mijn bekertje vol.
Iedereen gillen: 'Hé, dat is geen water!'
Nee, het was zelfgestookte aguardente uit Mélides. De hilariteit was weer compleet. Die gekke Hollander met zijn schoenen. Vanaf dat moment was de frase 'agua mineral sem gas' voldoende om iedereen de slappe lach te bezorgen (op de foto is het rood door een restje rode wijn).

Wij zaten binnen, maar buiten was het ook gezellig. Aan de tafel het dichtst bij het varken werden de Alentejaanse strijdliederen gezongen. Liederen die overlopen van liefde voor de uitgedroogde aarde, broederschap, strijd en hoop op een betere toekomst. Prachtig. Anderen speelde een spel met ijzeren schijven en een pen die je moest omgooien. Veel idyllischer kon het allemaal niet worden. Iedereen kwam met me praten en ik durfde langzamerhand ook aan Portugese zinnen die van begin tot het einde rammelden, maar dat maakte allemaal niet uit en zo verloor de zon langzaam wat van zijn warmte en gingen we stilletjes op huis aan. Maar feitelijk heb ik drie keer afscheid genomen en iedere keer moest ik weer terugkomen en nog één laatste bier drinken, of een beetje proeven van de aguardente in de vijfliter 'agua mineral sem gas'-fles en als ik dan toch uit Holland kwam, een hijs nemen van de joint die rondging (nee, dank je wel, van de 'mistura' word ik ziek, zei ik heel laf, een Nederlander die niet blowt, die schok wilde ik ze niet bezorgen). Bij de laatste keer afscheid (dacht ik) zei ik dat erg genoten had van het zingen. Dus even later werd ik teruggehaald. Ik kon niet zomaar in de deuropening een beetje zwaaien, zonder iedereen persoonlijk een hand te geven en vooral, zonder gezóngen te hebben?
'Ik moet terug,' zei ik tegen Harry, 'ik moet zingen.' Hij wilde niet te lang treuzelen, want hij wilde om zeven uur thuis zijn, dus we besloten tot een compromis: we zouden met zijn allen naar een café vlakbij gaan en daar nog een laatste nemen. Maar ja, het was in de schuur blijkbaar veel gezelliger dan in het dorp, dus met een zekere opluchting konden we om half zes in de auto stappen op weg naar huis. Het begon alweer donker te worden. Het viel me wel op dat Harry vaak de linkerkant van de weg opzocht en toen besefte ik dat hij minstens het dubbele van mij (fles wijn, vier bier, (equivalent van) twee aguardente (de rest heb ik stiekem weggegooid)) had gedronken. Nou ja, als ik dan toch dood moest, dan maar in Portugal (staat ook interessant in de overlijdensadvertentie), dacht ik. Halverwege stopten we nog om te tanken, maar het station was gesloten en daarom namen we een koffie in het bijbehorende restaurant en vlak voor Sines, in Sonega namen we nog een laatste bier. 'Als een echte collega-jager,' zei Harry trots. Ik mocht ook de hazen naar binnen dragen, wat voor veel 'Ohs' en 'Ahs' zorgde bij Natasha, de Oekraïense die achter de bar staat (over haar later meer). De copine van Harry zei droog: 'Heb je die langs de kant van de weg gevonden?'

Ik mag haar steeds meer. Na het douchen zijn we aan tafel gegaan, ik naast Harry. Harry's copine stak haar hoofd om de hoek van de keuken en begon te lachen. 'Zie de jagertjes eens zitten!' Ook dat vond ik weer erg gevat. We kregen gebakken konijn met gebakken aardappeltjes en natuurlijk een karaf wijn. Harry nam geen koffie. Hij nam een whisky.
Als iedereen zelf zijn dier moest vangen, villen, slachten, bewerken en klaarmaken zouden er veel meer vegetariërs zijn dan nu. Al was het alleen maar omdat je er halve dag mee bezig bent.

Het is koud (37)
17 november 2007, 21:25
Een kort wandeling gemaakt door een van de nieuwbouwwijken, daar waar de grote vrijstaande huizen staan. Ze zijn omringd door braakliggende stukken grond, die van niemand zijn en waar iedereen zijn troep dumpt. Toen ik op de basisschool in Zundert zat (toen: lagere school; zou dat veranderd zijn omdat 'lager' 'minder' impliceert?) was dat nog heel gewoon. Ik kan me een woensdagmiddag herinneren dat we bezig zijn geweest een Opel Olympia uit een sloot te trekken. Die was daar gewoon gedumpt. We wilden hem slopen om op het chassis een wagen voor het jeugdbloemencorso ('nen bloemencors) te bouwen. Heerlijke zinloze ondernemingen.
Ik was helemaal vergeten hoe koud het kan zijn in Portugal. Ze hadden we gewaarschuwd, São Martinho is een soort omgekeerde IJsheilige, na de elfde november wordt het altijd koud. Toen ik hier in 1988 was met Willem Desmense vertelde hij mij dat hij soms de hele dag met zijn jas aan op bed lag. Terwijl het me nog in mijn herinnering staat gegrift dat ik op 9 december aan het strand zat met mijn toenmalige vriendin en met Ineke, die zelfs topless op een rots zat, als het kleine zeemeerminnetje. Maar amper een week later gingen we naar Évora, in het binnenland van de Alentejo en daar stond om half negen in de ochtend iedereen met een pluim uit zijn mond buiten. En ook in Lissabon, waar we tot 20 of 21 december waren, was het koud. Ik zal de tram met de kerstman die door de stad reed nooit vergeten. Nog nooit zoiets misplaatst gezien. Maar ja, dat vinden anderen misschien weer van een Caribisch Carnaval in Nederland.
Toen ik in 1999 in Bragança aankwam, begin maart, heb ik ook vreselijke kou geleden en als ik me niet vergis heb ik Harry toen na een paar dagen nog om een extra deken gevraagd. Hij heeft me gewaarschuwd dat het morgenochtend erg koud zal zijn. Later wordt het warmer. Ik heb geen goede jas bij me en het lijkt me overdreven om in colbert door de vlakten te gaan struinen, dus ik zal maar alles aantrekken wat mogelijk is, onderhemd, T-shirt, overhemd, coltrui.
Een extra deken kan de kou een beetje doen vergeten (ik zit met een sjaal om), maar er is nog een ander probleem: het bed is te kort. Gelukkig is het een twijfelaar, zodat ik wat meer comfort krijg door diagonaal te gaan liggen. En zo word ik elke ochtend ook wakker, dus dat doe ik blijkbaar automatisch.
Ik geloof dat het de bedoeling is dat ik veel foto's ga maken tijdens het jagen. Hij 'tirer les padris' en ik 'tirer les photos'. Dat kan ik wel. Toen ik nog wel eens een reisreportage maakte wist ik precies wanneer ik opzij moest gaan of even ruimte moest maken. Harry heeft me gisteren uitgelegd hoe het jagen in zijn werk gaat. Ik zal dat in het verslag van het jagen opschrijven.
Zie de maan (36)
16 november 2007, 21:26
Halfweg (35)
16 november 2007, 18:51
Ik leef in de
vredige veronderstelling dat mijn leven zich zonder
grote hindernissen afspeelt. Dat is een truc van de
natuur of de menselijke geest om het dagelijkse bestaan
dragelijk te maken. Want als ik alles op een rij zet
heb ik (en mijn directe familie) toch aardig wat te
verstouwen gehad. Los van elkaar zijn het
gebeurtenissen die iedereen wel eens meemaakt (al is
noodgedwongen verhuizen nog steeds een zeldzame
gebeurtenis – maar dat ook zo lijken omdat
niemand dat graag aan de grote klok hangt). Maar bij
elkaar is het nogal wat. Leve de menselijke geest dus,
want al ben ik van nature niet het zonnetje in huis, ik
blijf erbij dat het allemaal wel meevalt.
Ik ben uit A Nau gevlucht.
Ik was halverwege mijn enigszins zenige, maar toch sappige tweede karbonade (één karbonade is geen karbonade, denken ze hier), toen er een straalbezopen vent aan het tafeltje naast me kwam zitten. Het was een slapstickscène uit de allerslechtste aflevering van de Mounties (Piet Bambergen en René van Voren) zoals hij erbij zat. Halverwege het tweede glas witte wijn uit zijn halve liter begon hij tegen me te praten. 'Não fala Português,' zei ik beleefd. Hij vroeg of ik Engels sprak en waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde dat ik uit Nederland kwam. Wat ik hier deed, of ik hier werkte? Nee, ik ben toerist, antwoordde ik. O, dat was leuk, een beetje rondlopen en foto's maken, jaja. Hij verzonk in zichzelf en ik at mijn salade. Opeens begon hij een monoloog in het Portugees tegen mij. Nu denk ik dat ik een talent heb: zonder een taal te verstaan begrijp ik toch de intentie. En deze intentie was niet vriendelijk. Hij keek me aan en ik zei dat ik er geen woord van had verstaan. Hij bleef Portugees praten. Ik zei dat ik het niet verstond en toen zei hij dat hij een hekel had aan Engelsen en zoals ik eruit zag, dat was vragen om moeilijkheden. 'I'm from Mozambique. The English are the enemy.' Ik benadrukte nogmaals dat ik niet Engels was, al sprak ik de taal, maar Nederlands. En ja, ik wist waar Mozambique lag.
Ik heb al eens eerder in zo'n situatie gezeten. Ik stond toen midden in de nacht op de Oudegracht. Er werden vragen op me af afgevuurd om te ontdekken of ik een 'vieze linkse' was. Ik had al snel door dat het niet uitmaakte wat ik ging als antwoord gaf, van tevoren was al besloten dat ik de pineut was en pineut=niet goed. Ik werd goddank ontzet door de portier van een nabije disco.
De situatie in A Nau was natuurlijk wel anders. Hij was in zijn eentje en aan de grote tafel tegenover me zaten de steigerbouwers uit Fredemar. Toch kan een dronken gek in zijn eentje je flink zeer doen voor ze hem van je afgetrokken hebben. En hij had niet veel goeds in de zin. Want hij had ook een hekel aan Nederlanders. 'They are the enemy.' 'I'm not your enemy,' zei ik kalm. Hij ging onverstoorbaar door. Zijn vader had gezegd, als je een Nederlander neerslaat gaat hij van alles tegen je roepen en dán...' Dat leek me het moment de rekening te betalen en te vertrekken. Tsja, een gebeurtenis van niks, eigenlijk. Er is geen bloed gevloeid, mijn brilleke is nog heel en ik heb al mijn tanden nog. Misschien heeft hij het daarna opgenomen tegen de steigerbouwers. Denk het niet. Net zoals ik mijn kansen en opties in de gaten hield, zo deed hij dat waarschijnlijk ook, toen hij míj aansprak. Niet de steigerbouwers.
Ik ben uit A Nau gevlucht.
Ik was halverwege mijn enigszins zenige, maar toch sappige tweede karbonade (één karbonade is geen karbonade, denken ze hier), toen er een straalbezopen vent aan het tafeltje naast me kwam zitten. Het was een slapstickscène uit de allerslechtste aflevering van de Mounties (Piet Bambergen en René van Voren) zoals hij erbij zat. Halverwege het tweede glas witte wijn uit zijn halve liter begon hij tegen me te praten. 'Não fala Português,' zei ik beleefd. Hij vroeg of ik Engels sprak en waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde dat ik uit Nederland kwam. Wat ik hier deed, of ik hier werkte? Nee, ik ben toerist, antwoordde ik. O, dat was leuk, een beetje rondlopen en foto's maken, jaja. Hij verzonk in zichzelf en ik at mijn salade. Opeens begon hij een monoloog in het Portugees tegen mij. Nu denk ik dat ik een talent heb: zonder een taal te verstaan begrijp ik toch de intentie. En deze intentie was niet vriendelijk. Hij keek me aan en ik zei dat ik er geen woord van had verstaan. Hij bleef Portugees praten. Ik zei dat ik het niet verstond en toen zei hij dat hij een hekel had aan Engelsen en zoals ik eruit zag, dat was vragen om moeilijkheden. 'I'm from Mozambique. The English are the enemy.' Ik benadrukte nogmaals dat ik niet Engels was, al sprak ik de taal, maar Nederlands. En ja, ik wist waar Mozambique lag.
Ik heb al eens eerder in zo'n situatie gezeten. Ik stond toen midden in de nacht op de Oudegracht. Er werden vragen op me af afgevuurd om te ontdekken of ik een 'vieze linkse' was. Ik had al snel door dat het niet uitmaakte wat ik ging als antwoord gaf, van tevoren was al besloten dat ik de pineut was en pineut=niet goed. Ik werd goddank ontzet door de portier van een nabije disco.
De situatie in A Nau was natuurlijk wel anders. Hij was in zijn eentje en aan de grote tafel tegenover me zaten de steigerbouwers uit Fredemar. Toch kan een dronken gek in zijn eentje je flink zeer doen voor ze hem van je afgetrokken hebben. En hij had niet veel goeds in de zin. Want hij had ook een hekel aan Nederlanders. 'They are the enemy.' 'I'm not your enemy,' zei ik kalm. Hij ging onverstoorbaar door. Zijn vader had gezegd, als je een Nederlander neerslaat gaat hij van alles tegen je roepen en dán...' Dat leek me het moment de rekening te betalen en te vertrekken. Tsja, een gebeurtenis van niks, eigenlijk. Er is geen bloed gevloeid, mijn brilleke is nog heel en ik heb al mijn tanden nog. Misschien heeft hij het daarna opgenomen tegen de steigerbouwers. Denk het niet. Net zoals ik mijn kansen en opties in de gaten hield, zo deed hij dat waarschijnlijk ook, toen hij míj aansprak. Niet de steigerbouwers.
Heidenen en communisten (34)
16 november 2007, 17:45
De copine was in 1988 nog niet bij Harry, toen had hij een ander. In 1994 al wel. In het begin mocht ik haar niet. Geen idee waarom, want ze is vast heel aardig, en het kost me extreem veel moeite een vooringenomen houding tegenover iemand te veranderen. Ze zijn dus niet getrouwd en dat is niets geks in de Alentejo, vertelde me gisteren de archivaris van Sines, een 27-jarige vrouw die donkerblond en een beetje bleek was, alsof ze nooit uit de archieven kwam. De Alentejo is veel minder katholiek dan de rest van Portugal. Ten eerste is dit gebied onder de Taag langer bezet gebleven door de Moren dan de rest van Portugal. Ten tweede is het een uitgestrekt léég gebied. Ik weet niet hoe het nu is, maar ik kan me herinneren dat ik in 1995, binnendoor op weg naar de Algarve, zeker veertig kilometer lang geen levend wezen zag. Geen mens, bedoel ik. Er wonen heel weinig mensen en zoals ik in 2003 een keer zag, je hebt hier boerderijen ter grootte van een doorsnee Nederlandse gemeente. Het is hier zo leeg, dat de katholieke kerk altijd moeite gehad heeft het woord van god te verkondigen. De archivaris, wier naam ik vergeten ben, vertelde dat tot en met haar grootvader trouwen niet de gewoonte was in haar familie. Je ging gewoon samenwonen, al die flauwekul. Dat verklaart ook waarom het communisme zo snel voet aan de grond had hier. En nog steeds heel gewoon is.
Ik heb me vergist. Sines is niet verlaten geweest. In 1914 is het weer een zelfstandige gemeente geworden, nadat ze in de negentiende eeuw bij Santiago do Caçém (Santjag'd'Kasséing) waren getrokken.
De inwoners van Sines, de Sineensen, zijn ook een trots, maar tegelijk open volk. Omdat het vissers waren die van Zuid-Afrika tot IJsland voeren en er veel handelaren langs kwamen en omdat tot 1978 het toerisme belangrijk was, zijn ze altijd blootgesteld geweest aan andere culturen, andere mensen. Ik weet het nog van mijn vader, die in Zundert eieren, olie, kolen en benzine verkocht aan arbeiders, middenstanders, de pastoor en toevallige passanten: je mocht niemand voor het hoofd stoten of van je vervreemden. Vandaar dat je je politieke voorkeur voor je hield, want dat kon je klanten kosten. Al denk ik, los daarvan, dat mijn vader sowieso met iedereen goed kon vinden. Hij praatte met iedereen. Behalve misschien met mijn moeder dan, op het laatst.
De archivaris vertelde dat haar oudoom herder is. Hij trekt met zijn dieren door het land bij Vila Nova de Milfontes, slaapt in de openlucht, kleedt zich in de eeuwenoude traditionele Alentejaanse kleren, wast zich zelden en kan niet lezen en schrijven. Maar hij zit vol verhalen die van generatie op generatie zijn doorverteld. Ze is nu bezig die op te nemen en vast te leggen. Dertig kilometer hiervandaan ga je zo twee eeuwen terug. Mooi is dat.
Het is was een zinvol bezoek, aan het archief. De archivaris (ik moet toch eens leren namen te onthouden) heeft tot ver na haar gewone werktijd mij allerlei foto's van het dorp laten zien, inclusief die van de storm begin jaren tachtig die een groot deel van de net aangelegde haven verwoestte. De vissers zeggen nog steeds dat de zee vanzelf opeist wat haar is afgenomen, waarmee ze de haven bedoelen. Eén flinke storm moet voldoende zijn.
Maar ja, dat is de reden waarom ik maar 8 euro per nacht betaal.
Ze worden oud (33)
15 november 2007, 13:21
Negentien jaar geleden liep ik hier dus ook. Mijn herinneringen aan die tijd zijn voornamelijk zwart-wit, een bewijs hoe sterk je fotoalbum je herinneringen beïnvloed. Ik had toen 10 zwartwit-rolletjes bij me, genoeg voor zo'n 400 foto's. Er zijn nu wel eens dagen dat ik dat aantal op één dag maak (waarna ik negentiende weggooi; ik zie wel eens fotoalbums op Picasa of Flckr, waarvan ook negentiende weggegooid kan worden, onbegrijpelijk dat iemand dat er op zet, ik moet me inhouden de knop 'impropriate content' niet in te drukken: lelijkheid kan ook ongepast en obsceen zijn). Gelukkig heb ik een paar kleurenfoto's, zodat ik weet dat de knallende kleuren er toen ook al waren.
Vanmiddag ga ik naar het Historisch Archief van Sines. Kijken naar de recente geschiedenis. Ze zijn nu bezig met een project om de geschiedenis in foto's en documenten vast te leggen. Als ik mijn negatieven gedigitaliseerd heb zal ik kopieën daarvan schenken aan het Archief. Ik heb honderden foto's.
In 1988 verbaasden we ons al over het dorp, dat tot stilstand leek gekomen. En inmiddels verkruimelt het langzaam. Negentien jaar. Ik maakte gistere een praatje met de baas van O Coq en ik vroeg hoe oud hij was. Hij vroeg hoeveel hij me gaf. Ik zei 55, wat minder dan ik echt dacht, maar 68 had ik niet verwacht. Harry is 62. Dan zal Jacobse ook wel achter in de zestig zijn. Ik ben zelf ook geen 28 meer, als toen, maar 47. Dat betekent dat ik me nu moet inschrijven voor een bejaardenflat, in Utrecht, dan ben ik over 18 jaar precies aan de beurt.
Al die jaren in Sines, hopend op de tijd dat het gaat beginnen, zoals ze al decennialang wordt voorgehouden. Een Centro de Artes, de markthal gesloopt voor een shopping mall (en daar zijn ze goed in in Portugal, die op Amerikaanse leest geschoeide gigantische 24/7, 365/365 geopende Centro Comerçials), een aansluiting op het TGV-net. En het begint maar niet. H






