Terug in 1972

trudozundert

Vandaag zat ik in de St. Trudo te Zundert. In 1972 en 1973 was ik daar misdienaar. Het was me opgedrongen, gedeeltelijk om mij te stichten, nadat ik tijdens godsdienstles de pastoor op de evolutietheorie wees die in strijd was met het scheppingsverhaal dat hij ons probeerde wijs te maken, gedeeltelijk om me lestijd af te nemen, zodat ik niet kon klieren als ik mijn sommen veel te snel af had.
Het rooster stond elke vrijdag in het huis-aan-huisblad, maar sterfgevallen lieten zich niet plannen, zodat ik soms uit de les werd geplukt om in de kerk te staan. Ik heb veel mensen uit Zundert naar hun graf begeleid, als twaalfjarige. De mensen die zich kapot hadden gewerkt. De mensen die binnen die drie weken na een diagnose doodgingen aan kanker. De jonge mannen die zich, alleen of in groepen, doodreden op de eiken- en kastanjebomen langs de provinciale wegen.
De missen waren voorspelbaar saai en van de strekkende meter. De enige variatie zat in de familieleden die in hun verdriet hun afscheidsrede verhaspelden, de weduwen die kalm of gebroken in de eerste bank zaten en in de keuze van de liederen uit de voorgedrukte boekjes.
Vandaag was de mis precies zoals in 1972 en 1973. Dezelfde liederen, dezelfde dirigent, elke handeling hetzelfde en voorspelbaar. Alleen zat ik in nu in de kerk, tussen mijn familie, en lag mijn overleden tante voor het altaar.
Het is geruststellend en vertrouwd dat dit tenminste hetzelfde is gebleven in mijn geboortedorp, in mijn gedachten Volendam en Combray tegelijk geworden. Tot de laatste van de tantes en de ooms is vertrokken.