Passanten

Ik dacht dat ze iets met de organisatie van het carnaval in Sines te maken hadden. Twee jonge mannen in het zwart gekleed, met verfomfaaide hoge hoeden, negentiende-eeuws aandoende vestjes met glimmende knopen en ruimvallende broeken van een dikke stof. De ene had ook nog een knoestige wandelstok bij zich. Het waren Duitsers en toen ze wegliepen bleken ze bagage bij zich te hebben, gedraaid in plastic tassen waarvan de opdruk was vervaagd. Zoveel vragen borrelden in me op terwijl ze daar zaten op het Terras van Vela d’Ouro. Ondertussen keek niemand naar ze om, keek niemand ze na toen ze wegkuierden op hun zware laarzen. Lees verder

Alleen

Op mijn sokken over de geboende vloeren van Fredemar dansen. Van de brede trapleuningen afglijden. Op de bedden van alle kamers salto’s maken. Heel hard zingen onder de douche en de muziek keihard zetten. Het kan allemaal. Elk weekend is Fredemar helemaal voor mij alleen. Ik zou twintig mensen kunnen uitnodigen, in de gemeenschappelijke ruimtes een feest geven en ze daarna allemaal in een kamer hun roes kunnen laten uitslapen na een wilde orgie. Maar waarom zou ik. Ik ben teveel controlfreak voor een orgie en ik ben hier omdat ik alleen wilde zijn. Lees verder

Vasco da Gama

De slipjes en de strings hangen nog steeds naast de voordeur aan de waslijn. De plastic hemdstasjes niet meer. Daar verbaasden we ons het meest over in 1988, dat plastic tasjes werden gewassen en hergebruikt. Niets weggooien dat je kunt gebruiken. Plantjes stonden in onthoofde waterflessen, plastic bakjes, emmertjes. Het Vasco da Gama strand was vervuild met sinaasappelschillen, halve uien en slijmerige tomaten. Die werden overboord gekieperd door de scheepskoks van de olietankers voor de kust. Stukken visnet lagen er ook. Verloren dobbers, verpakkingen van vishaken.

Lees verder