Mijn eerste verhuizing

heerdgang21Ik ben in mijn hele leven maar één keer verhuisd en ik kan me er zelf niets meer van herinneren. Gelukkig zijn er foto’s. Mijn ouders konden niet trouwen omdat de suiker nog op de bon was. Daarom moesten ze zeven lange jaren wachten, tot 1955. Toen nam mijn vader een deel van zijn vaders bedrijf over en was hij net in staat een huis te húren. In Zundert, buiten het dorp, vlak bij de Belgische grens. Het was groot en oud en lag aan een beek. De verhalen die mijn moeder erover vertelde klinken het beste in de winter bij de open haard. Mijn oudste zus was een zorgenkindje, zoals dat toen eufemistisch heette. Het tweede kind dat amper een jaar later werd geboren was een huilbaby, omdat toen nog niemand van een koemelkallergie had gehoord. Mijn vader moest in die tijd op zijn knieën naar de Boerenleenbank om geld los te krijgen voor een nieuwe vrachtwagen. Hij kreeg niets. Waarschijnlijk omdat opa een punt had gezet achter de feodale traditie de notabelen van het dorp het beste vlees te geven als er was geslacht. Of omdat de directeur zin had ‘nee’ te zeggen. Hij leende het toen van opa. Het huis was vochtig en niet warm te stoken. In de schuur logeerden bisamratten en de pastoor kwam zeuren dat het tijd werd voor een derde. Lees verder

Ik ben Toppop

Eind 1998 ging een Utrechtse delegatie op bezoek bij het Tilburgse popcentrum 013. Tivoli had Utrechtse notabelen, gemeenteraadsleden en belanghebbenden uitgenodigd voor een rondleiding door het vrije nieuwe en succesvolle uitgaansgelegenheid. Zoiets moest er in Utrecht ook komen. Toenmalig directeur Dick te Winkel vroeg mij de dag af te sluiten met een rede. Aanwezig waren onder andere de directeur van Muziekcentrum Vredenburg Peter Smids en Jos Lemaier, gemeenteraadslid voor en fractievoorzitter van D66. Het duurde daarna nog vijftien jaar voor de plannen waren uitgevoerd.

Het komt regelmatig voor dat bezoek voor mijn rijtje cd’s blijft staan en dan hogelijk verbaasd vaststelt dat er geen jazz tussen staat. Want, ‘schrijvers houden toch van jazz?’ Dat klopt ja, mits je samen met Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hugo Claus, Lucebert en Rudy Kousbroek in Parijs hebt lopen rondkloten. In de jaren vijftig, onder de toeziende camera van Ed van der Elsken. Lees verder