Sint Diclofenacus

Ik werd donderdagochtend wakker met een stijve rechterschouder. Deze keer niet de fiets, maar de bus naar mijn werk gepakt. Ik kon mijn arm tot op borsthoogte krijgen, dus ik kon plassen en eten zonder hulp en gewoon  mijn werk doen, redigeren en corrigeren. Maar ’s avonds was ik beroerd en viel thuis meteen uitgeput in bed. Twaalf uur later werd ik wakker met een versteende schouder. Dokter Internet suggereerde een frozen shoulder, dus ik meteen naar de dokter, die een totaal verstijfde schouderspier (vul hier zelf de Latijnse naam in) constateerde en me rust en pijnstillers voorschreef. Ik verdraag geen Ibuprofen, dus het werd Diclofenac. Volgens mijn medisch dossier had ik dat in 2014 zonder bijwerkingen goed verdragen. Lees verder

21

21 dagen van huis. Het lijkt veel korter en oneindig lang tegelijk. Het blijft altijd haken die 21. Het eerste getal dat je niet meer uitschrijft. De dag in oktober dat ik werd geboren. Het huisnummer in Zundert. Het huisnummer van het eerste huis waar ik met het gezin in Utrecht woonde. De leeftijd waarop ik meerderjarig werd. En ik was best goed in eenentwintigen. En 0,0021% van de inwoners van Utrecht heet Nouws.

21 komt vaker voorbij in mijn leven. Omdat ik er op let. Meer niet. Het is geen geluksgetal in de lotto, niet het eindcijfer waarop de grote prijzen in de Staatsloterij vallen. Lees verder

Dia dos Namorados

Ik stuurde mijn eerste valentijnskaart in 1979. De kantoorboekhandel in het winkelcentrum van Etten-Leur had de keuze uit drie kaarten. Ik wist vaag van de dag, een vriend vertelde dat je dan een kaart stuurde aan iemand die je aardig vond en dat hij er een aan Carolien ging sturen. Ik stuurde er ook een aan Carolien.

Carolien kwam me de andere dag bedanken voor de kaart en vertelde dat het niet de bedoeling is je je naam erop zet. Dat vond ik raar, wat is het nu daarvan? Ik vond haar gewoon aardig verder niets, dat wilde ik haar laten weten. Later hebben we een keer gezoend, maar toen hadden we allebei gedronken.

Lees verder