R.E.S.P.E.C.T.

Voor de Lowlandsspecial van Nieuwe Revu 2008 schreef ik de volgende column.

Mijn auto maakt mij de silverback. Ik ben de alfahond die uitstapt bij de benzinepomp en tegen Audi’s en BMW’s pist en op cabrio’s kakt. Als ik terugkom van het afrekenen van de volle tank staat de rij achter mij geduldig te wachten. Af en toe is er iemand die me durft aan te spreken. Meestal draaien mannen zich verlegen om als ze zien dat ik bij de auto hoor waar ze al die tijd bewonderend naar kijken. Ik begrijp het wel. Een auto als de mijne zie je maar zelden.
Een van de eerste zomerse dagen van 2008 zat ik daarom met het zweet in mijn handen achter stuur, terwijl de wegenwacht van alles lostrok en weer vastplugde. De motor was afgeslagen. Hij deed het niet meer. ‘Start eens,’ zei de man. Ik draaide de sleutel om. ‘Ho maar. De distributieriem is gebroken. Dan gaat minimaal de cilinderkop kapot. Dat kost je zeker duizend euro.’ Twee keer de dagwaarde van mijn auto. Verzekeringstechnisch dan. Penisverlengingtechnisch is hij onbetaalbaar. De eerste garage die ik belde dacht aan drieduizend euro. De tweede garage die ik belde kende mijn auto. ‘Kom hem maar brengen. In een op de vijf gevallen is er geen schade. Misschien heb je geluk.’
Ik had geluk. Het volledige personeel van de garage zwaaide me uit. Zo’n auto hadden ze nog nooit gezien. Dat het kon. Dat het bestond. Die mocht niet op de sloop terecht komen.
Het is niet alleen rozengeur, zo’n auto. De verantwoordelijkheid is zwaar. Eens was ik getuige (zij het via mijn spiegels) van een aanrijding. Ik kon nog net langs een achteruitrijdende lichte vrachtauto schieten. Het busje dat me volgde werd aan de zijkant opengereten door een stalen balk. Ik parkeerde mijn auto half op de stoep en sprong eruit. De bestuurder en de bijrijder van het busje kwamen wankelend op me af. ‘Is alles goed?’ vroeg ik bezorgd. ‘VIJF!’ schreeuwden ze en liepen naar mijn auto. ‘VIJF! Vijf Lowlands Backstage parkeerstickers op je achterruit! Hoe kom je daar aan?’ Ik deed mijn uiterste best bescheiden te blijven. Dat viel niet mee, maar het lukte.
Na augustus heb ik mijn zesde sticker ernaast. Ik heb nu al een stijve. Lees verder

Awijd, wijd

Awijd, awijd is een verhaaltje dat ik over mijn zus schreef en dat in de Lezersbijdrage van VN verscheen. Peter van Straaten illustreerde het. Hij was zo aardig de pentekening aan mij te schenken. Jaren later vroeg mijn toenmalige vriendin of hij een cartoon over mij wilde tekenen. Iets met tobbende schrijvers, neem ik aan. Van Straaten had helaas geen tijd liet hij weten, maar hij stuurde een T-shirt. Gedragen, maar Keurig gewassen en gestreken, natuurlijk. Ik mag graag denken dat hij zelf aan de strijkplank heeft gestaan. Ik heb het nooit gekregen, de vriendin stuurde het met een vriendelijk bedankje terug.

 

Try to imagine what silence looks like
(Prince)awijd

Mijn zus is 32 en ze plast nog in haar bed. Ze speelt met babyspeelgoed en ze kan niet praten. Ze kan niet lopen, ze kan niet blijven zitten en ze kan niet blijven leven uit zichzelf. Mijn zus krijgt negen soorten medicijnen, drie keer per dag.
Ze zingt: In de Haa da woonna ga. Lees verder

Nu het toch over ontgroening gaat

In 1988 studeerde ik af. Alle gasten kregen na afloop van mij een boekje mee getiteld Afgestudeerd. Een uitgebreidere versie verscheen in 1989 in Playboy. Dit is het gedeelte over de verenigingsstudent.

uitgestudeerdEr bestaan veel vooroordelen over studenten. In vooroordelen, zoals in clich├ęs, volkswijsheden en gezegdes, zit altijd een kern van waarheid. De leden die het meest opvallen bepalen het gezicht van een groep. Ik was een corpslid omdat ik een stropdas droeg. Ik was een profiterende, demonstrerende nihilist omdat ik mijn eigen gang ging.
Geef het een naam en het is te bezweren. Lees verder