23 december 2003
On choisit en
cuisine
Brussel
in de regen. Het móet gewoon regenen in
Brussel. Ik zie Jacques Brel lopen, diep weggedoken in
een winterjas die naar natte hond ruikt. Of ben ik in
de war met Hans van Mierlo, in zijn beroemde spotje
voor D66? Maakt het uit.
Ik
neem mijn meisjes altijd mee naar Brussel. Een
verscheurde stad, letterlijk en figuurlijk. De
bulldozers van de projectontwikkelaars aan de ene
kant, de Wallons en de Flaminganten aan de andere. En
toch heeft Brussel een levendigheid en vrolijkheid
behouden die aanstekelijk is. Schoonheid die je moet
zoeken lijkt bevredigender dan opdringerige
architectuur en opgefolte sfeer. Het frietkot achter
de Beurs wordt nu gerund door Russen en de Belg die je
bij het stoplicht van achter ramt zegt nu met een
Noord-Afrikaans accent 'Dedju' (ik heb een trekhaak).
Een echte grote stad.
Om
je meisje te laten voelen wat jij voelt moet je haar
niet meenemen naar de terrassen op Grote Markt of de
visrestaurants in de Beenhouwersstraat. Ga naar A la
Mort Subite in de Warmoesstraat, een van de mooiste
cafés van Brussel. Het interieur heeft er de
tand der modernisering heeft doorstaan. De vergeelde
muren zijn nooit opnieuw gewit, de tafeltjes zijn er
wankel en de bediening is er vlot, vriendelijk en
tweetalig. Aan de muur hangt een foto van Brel in een
café. Zou dat hier geweest zijn, Brel met zijn
paardengrijns achter een gueuze? Vanaf hier heb je
uitzicht op de grote Breltentoonstelling. Het zou
passend zijn.

Het
is een lange wandeling naar het Zuidstation, maar het
is de moeite waard. Je passeert de Grote Markt,
Manneken Pis en ontelbare donkere straten,
cafés, eettentjes, kapperszaken en helaas ook
de pest van de grote stad, de belwinkel. Rondom het
Zuidstation zitten van oudsher de mediterrane
immigranten, de Spanjaarden, de Portugezen en de
Grieken. Op de Avenue de la Porte de Hal 60 zit Le
Cheval de Troie, waar je in de keuken aanwijst wat je
wilt eten. Een norse kok legt uit wat er in de pannen
staan te sudderen en in de oven ligt te braden.
Lamsvlees, moussaka, gevulde paprika's, aardappelen,
bonen, kabeljauw, kip. Het ziet er niet uit als de
borden met overdadig gegrild vlees, zoals je die in
Nederland ziet. En het smaakt ook anders,
goddank.

Midden
in de zaak zit oma, omringd door kinderen en
kleinkinderen. Af en toe loopt een groepje jongens met
zware wenkbrauwen binnen. Ze groeten de familie en na
een omhelzing en een kus gaan ze weer weg. Je meisje
kijkt gegarandeert verliefd, terwijl ze van de
huiswijn nipt.
Terwijl
we er die dag zitten vliegt opeens de deur open en een
jonge vrouw met hoofddoek gilt dat ze haar willen
vermoorden. Voor de deur verzamelt zich een groepje
schreeuwende mensen. De gemoederen worden gesust en de
vrouw gaat weer naar buiten. Daar wordt onmiddellijk
de achtervolging ingezet.
'Moest
ik dan partij kiezen?' zegt oma. 'Misschien was zij
die hier binnen stond wel de kwaaie.' Ze legt haar
hand op haar hart om van de schrik te bekomen. 'Ze
lopen hier met hun hoofddoekjes zodat ze eruitzien
als, kom hoe heet ze ook alweer, de moeder van
Jezus...' 'Maria,' zeg ik behulpzaam. 'Maria, ja. Maar
ze bidden naar een heel andere god.' Ze zucht. Een
Griekse oma, die nog steeds naar haar Franse woorden
moet zoeken, nog niet zo lang geleden de immigrant die
moest vechten voor haar positie. Terwijl het groepje
buiten uiteenvalt hoor ik Jacques Brel in mijn hoofd
neurieën:
La
ville s'endormait
Et
j'en oublie le nom
Et
vous êtes passée
Demoiselle
inconnue
À
deux doigts d'être nue
Sous
le lin qui dansait.
Le
Cheval de Troie, Hallepoortlaan 60, dagschotels zes
euro, compleet menu voor twee 30 euro.
20 december 2003
Jasper
Jacob
Nelis Maria (Jasper) Nouws, 20-12-2003, 16.54, 53 cm,
3710 gram
19 december 2003
De
inktpot
Soms
vallen dingen zo mooi in elkaar dat je bijna doodgaat
van jaloezie. Albo Helm en Niels Bonger bedachten een
stripblad (vooruit: beeldblad) voor Utrecht en de naam
lag al te wachten: de Inktpot is de bijnaam voor het
majestueuze hoofdgebouw III van de Nederlandse
Spoorwegen. Het bakstenen gebouw is na de Domtoren het
kenmerkendst voor de stad. De Inktpot! Ach! Alleen
voor deze naam had ik al een Utrechts literair
tijdschrift willen oprichten. Of een Utrechts literair
festival organiseren. Maar helaas, de striptekenaars
waren me voor.
Ik
gun het ze. De Inktpot is een podium voor de Utrechtse
striptekenaars en cartoonisten. Nooit geweten dat er
zoveel waren. We hebben het allemaal aan het Utrechts
Universiteitsblad (U-blad) te danken, dat al jaren een
kweekvijver is voor de Volkskrant voor journalisten en
voor de hele wereld voor tekenaars. Waaronder de beste
politieke cartoonist van Nederland, Jos Collignon.
(Ook niet vergeten: Oscarwinnaar Piet Kroon en Fokke
& Sukke-tekenaar Jean-Marc van Tol)
De
Inktpot werd op 14 november gepresenteerd in de
Hut-Spot, een nieuw cultureel ontmoetingscentrum
gevestigd in een voormalig ranzig café in
Lombok. Helm en Bonger hadden het feestje graag plaats
laten vinden in Hoofdgebouw III, maar de directie van
de NS had daarvoor geen toestemming gegeven. 'Die
hadden al genoeg last van blaadjes,' concludeerde
iemand in het publiek.
Bij
de aubergine met muntsaus stonden een beetje somber de
makers van de strip Ruben in het U-blad. Ype Driessen
(tekenaar, zonder bril) en Ruben van Doorn (schrijver
en inspirator, met Ruben t-shirt) hadden net te horen
gekregen dat hun strip moest ophouden. Tsja, aan alles
komt een eind, maar leuk is het niet. Voor De Inktpot
hadden ze voor het eerst een driepagina- in plaats van
drieplaatjes-strip gemaakt. Erg melig, maar tegelijk
ook erg grappig en voor hun toekomst ben ik niet bang.

Het
was een gezellig intiem onderonsje, met striptekenaars
en cartoonisten die elkaar van het U-Blad, andere
presentaties of de supermarkt kenden. Het leken de
begindagen van de nieuwe generatie Utrechtse
schrijvers wel, in 1998, toen roddel en achterklap en
venijn en jaloezie hun intrede nog niet hadden
gedaan.
Inmiddels
draaien de persen al voor een bijdruk van het eerste
nummer. Het gaat goed met de strip in
Utrecht.
www.ublad.uu.nl/ruben/
Presentatie
De Inktpot, 14 november, Utrecht
18 december 2003
Reis door mijn
boekenkast
|

|
We
waren een eigenaardig stel. Hij de boekenjunk en
ik de boekenmiet. Hij stal op bestelling. Acht
gulden voor een boek. Zestien voor een dik boek.
Ik was zijn beste klant en ontwikkelde al snel
een smaak voor gebonden werken op Japans
rijstpapier. In die tijd verscheen de ene
oeuvrebundeling na de andere. Ik kon een bijna
erotisch genoegen vinden in het bekijken en
betasten van het boek. Vooral als proporties en
gewicht van het boek samenvloeiden tot een
papieren kunstwerk. Honderd jaar eenzaamheid als
Herengracht-editie. Het verzameld werk van
Achterberg. Van Kafka. En dan had ik het nog
niet gelezen. Ik kreeg wel eens boeken binnen
met een ezelsoor. Die gingen meteen weg. Er was
altijd een armlastige literatuurliefhebber die
geen vragen stelde en ezelsoren voor lief nam.
Ze waarschijnlijk ook zelf maakte...
Ik
kon het niet zelf. Ik heb een schuldig hoofd en
ik zie er van nature een beetje slordig uit, hoe
goed ik mijn best ook doe. De boekenjunk was
altijd gekleed als een jonge god. Zo zag hij er
ook uit. Als ik mee op zijn strooptochten werd
ik continu in de gaten gehouden, terwijl hij
zijn gang kon gaan. Ik kreeg dan korting op de
kunstboeken die hij dan probleemloos oogstte.
ook als ze op salontafelformaat
waren.
Eind
jaren tachtig was het afgelopen. De grote
boekenzaken gingen zichzelf beveiligen. De
kleintjes met hun sympathieke assortiment konden
dat niet. Ik vond het zielig. En daarbij
veranderde er iets in het Nederlandse
boekenwezen. De boeken die ik had laten jatten,
lagen twee jaar later voor boekenjunkprijs in de
ramsj. Ik ontwikkelde geduld: twee jaar nadat
een mooi gebonden verzameld werk verscheen lag
het bij de Slegte. Einde
schuldgevoel.
In
tweeëntwintig jaar heb ik zo meer dan
dertig meter boeken verzameld. Het is meer dan
het klinkt. Over de duizend. En geen rommel.
Mooie gebonden verzamelde werken. Keurige
paperbacks, ongebroken in de rug. Sommige boeken
zijn nog keurig geseald. Dat plastic hoeft er
pas af als ik ze ga lezen. Ik ben niet voor
niets de boekenmiet.
Umbert
Eco zei een keer in een interview: 'Mensen
vragen altijd aan mij als ze mijn boekenkasten
zien: heb je al die boeken gelezen. Maar wat heb
je aan een kast vol boeken die je al gelezen
hebt?' Ik citeer het met instemming, maar
inmiddels staan er teveel boeken in mijn kast
waarvan je weet dat ze altijd ongelezen blijven.
Tijd om het dode hout te kappen. Zei hij moedig.
Ik heb al vaker een bananendoos vol boeken uit
mijn kast gehaald om ze drie maanden later weer
terug te zetten. Nu is het anders. Nu moet er
ruimte gemaakt worden voor tekeningen, tot
stoomboot verknutselde schoenendozen en andere
werkjes, eerste schoentjes en zwart-opgedroogde
stukjes navel.
Maar
wat moet er dan weg? Gehypte Buchmesse-titels
als Op weg naar een dansfeest, het Chazaars
woordenboek en De laatste wereld, van Christoph
Ransmayr. De bundels van Maarten Biesheuvel
niet. Die mogen nog even blijven, al ben ik
helemaal van de Biesheuvelmanie af. Alle
Maximalen gaan eruit, op Joost Zwagerman na. Van
Robert Vernooy mag alleen De dingen die er niet
toe doen blijven, het is mijn lievelingsboek.
(Wat zal er van de Generatie Nix overblijven?)
Alle boeken van schrijvers die ik een keer ben
tegengekomen en waarvan ik beleefdheid het boek
heb aangeschaft. Toch ook maar de paperbacks van
een schrijver wiens wqerk nu ook in een mooi
gebonden bandje staat, ook al zijn het allemaal
eerste drukken en ook de oude vertalingen, al
zijn ze verschenen bij Athenaeum, Polak &
Van Gennep. Ook de boeken die gebaseerd zijn op
een gimmick gaan eruit. Weg met romans die zich
in één minuut afspelen of tijdens
één flesvoeding. Weg met en de
boeken die geschreven zijn door houtwurmen,
papegaaien, spasten, schizofrenen, jongens in
coma of meisjes van dertien. Weg met de
Dickensiaanse romans over de geslachtsdelen van
Napoleon, Quincunxen en Slingers van Foucaults.
Het is genoeg.
Als
ik de stapel boeken bekijk valt me een ding op:
het zijn boeken die ik nagenoeg allemaal zelf in
de ramsj gekocht heb. Op de Boekenmarkt van de
Bijenkorf. In de Budgetkelder van V&D.
De
collectie van de boekenjunk blijft onaangetast.
Omdat het boeken zijn die met bloed. zweet en
tranen binnen zijn gekomen. Omdat ik toen
kieskeuriger was vanwege het risico. Ik loop
voortaan de ramsjboekenhandel voorbij.
Misschien
breng ik deze stapel ooit écht naar een
antiquariaat
|
Reactie van een
lezer
Beste
Jack,
Vanmorgen
las ik in Metro jouw "reis door mijn boekenkast". Met
plezier las ik over jouw goede zorgen voor boeken.
"keurige paperbacks, ongebroken in de rug", daaruit
leid ik af dat jij je boeken net zo leest als ik:
maximaal 10 cm geopend en het boek van links naar
rechts draaiend om de pagina's te kunnen lezen. Mensen
die ruggen breken zijn boekmoordenaars. Soms zie je
het in boekwinkels, barbaren die een boek inkijken, de
rug breken en dan terugleggen. Volgende boek: breken,
een regel lezen, terugleggen. Massamoordenaars zijn
het.
En
nu is bij jou de opruiming toegeslagen. Onbegrijpelijk
vind ik dat. Voor boeken is toch eigenlijk altijd
plaats? Ook gehypte buchmesse-titels, al was het maar
als waarschuwing: pas op wat je in huis haalt! Ook ik
heb kindjes en ook ik heb een aanzienlijke verzameling
krastekeningen, kijkdozen, veter- en tafeldiploma's
etc. Maar ook wanden met boeken. En ik constateer een
grote boekenkilte in Nederland. Want er wordt veel
verkocht, maar mensen houden niet meer van boeken. Als
je ziet hoe ze er mee omgaan en hoe ze afgedankt
worden... schandelijk. Ik heb het niet over jou; jij
gaat in elk geval nog voor kwaliteit en verantwoorde
keuzes.
Maar
vanwege de tijdgeest ben ik voor veel mensen
een boekenweeshuis geworden. Ik haal boeken
bij mensen weg voordat ze bij het oud papier gaan. En
zelfs daarna. Laatst bij de oud papierinzameling van
de basisschool: Huurders en onderhuurders van Haasse,
Dagen van honger en ellende van Doff, Tappelings van
Ferdinandusse. De jaren '70 gered van de shredder. Ik
vang al deze boeken op, laat ze op adem komen
(traumatisch hoor, zo'n container!) en zoek dan een
goed thuis voor ze. Want ik kan natuurlijk niet alles
zelf opvangen, ook ik probeer mij te beperken. Een
meter of twintig heb ik nu (in 15 jaar) en matige
groei is toegestaan. Maar ongebreideld papier
stapelen, nee. Een boek moet zin in mij hebben en ik
in het boek.
Als
ik op de foto jouw stapel afdankers bestudeer ben ik
verrast. De Quincunx? Natuurlijk was het een hype en
Palliser's latere boeken waren waardeloos. Maar van
deze heb ik genoten en ik zal 'm nooit wegdoen. Het
Chazaars woordenboek? Ik heb me er erg mee vermaakt.
Maar ik had dan ook het mannelijk exemplaar. Ik ben
nog steeds benieuwd naar het vrouwelijk
exemplaar. Schoftentuig? Als er 1 boek van De Bie is
dat zou moeten blijven is het deze, zeker na vorige
week zondag waar dit type ten onrechte ontbrak. De
anderen mogen weg (behalve De boekcorner van Goos
Verhoef) Quissama? Springer is toch geen hype? Gaat
Teheran, een zwanenzang soms ook
weg? Zwarte Spiegels, Vox? Nou ja, dat had
ik misschien ook gedaan.
Maar
het allerergste, ja misdadig bijna, is dat ook Nescio
op de stapel is gegaan. Nescio! De mooist formulerende
natuurminnaar van Nederland! Chroniquer van het
landschap, inspirator van bibliotheken volschrijvende
auteurs! Nescio afgedankt? Ik wist niet dat ons land
er zo slecht voorstond.
Kortom,
ik verklaar mij bereid de door jou als dood hout
gekapte titels liefdevol op te nemen. Ik ruil sommige
van mijn paperbacks dan om voor gebonden exemplaren
(Quincunx, Foucault, Nescio). Ik maak ruimte voor
diverse als ten onrechte als dood hout
gekwalificeerden (Bril & Van Weelden, Springer,
Stahlie, Richard Powers). En voor de anderen zoek ik
een nieuw thuis. Want er zijn echt nog
mensen die De Bie, Niemoller etc waarderen en willen
lezen. Het komt allemaal goed, wroeging is niet nodig.
Zelfs een bezoekregeling is mogelijk.
En
dit doe ik allemaal voor niets, alleen omdat ik van
boeken hou. Ik probeer geen bibliomaan te worden, maar
ben wel bibliofiel. Maar als geste zal ik in ruil voor
mijn opvangwerk aan jou een uniek exemplaar van een
door mij gemaakt nieuwjaarsgeschenk van de juridische
uitgeverij Ars Aequi schenken: Literaire Rechtspraak.
Dat is een bundel verhalen / fragmenten van oa
Rabelais, Hermans, Herzberg, Dickens, Hugo, Malot
waarin een rechtszaak centraal staat, toegelicht door
mij en theoretisch verantwoord in het kader van de
onderzoeksrichting Law and Literature. Mooi gebonden,
duur papier en een oplage van slechts 750. Als ik de
gefotografeerde stapel mag opvangen, geef ik je een
gesigneerd exemplaar!
Kortom,
we komen er samen wel uit. De op de foto somberheid
uitstralende boeken vinden nieuwe levensvreugde bij
mij, jij hebt ruimte voor tekeningen, schoentjes en
navelbandjes, anderen worden door mij verrast met
belangrijke aanvullingen op hun boekenkast en er
ontstaat geen schade aan de Nederlandse
cultuur.
Ik
hoor graag je positieve reactie op dit
voorstel.
Vriendelijke
groet,
Roland
Bron
16 december 2003
Jacques Brel is
een aspirientje
Mijn
eerste kennismaking met Jacques Brel was via Terry
Jacks. De Canadese zanger verkocht elfenhalf miljoen
exemplaren van Seasons in the Sun (Le moribond) en de
helft daarvan van If you go away (Ne me quitte pas).
Als hyperromantische dertienjarige draaide ik de
laatste plaat helemaal grijs. Alsof ik verstand had
van verlies. In 1994 pas ben ik naar Brel zelf gaan
luisteren. Veel te laat. 'Ne me quitte pas' heeft
helemaal niets van de kitsch van 'If you go away'.
Toen ik er een keer slecht aan toe was moest ik huilen
van 'Le chanson des vieux amants'. Terwijl dat nummer
waarschijnlijk niet over een man en een vrouw gaat,
maar over de haat liefdeverhouding van Brel met zijn
vlakke land België. Maar het gaat er niet om wat
iemand bedoelt, het gaat erom wat iemand er in vindt.
Op
de tentoonstelling Brel, het recht te dromen, vertelt
hij in een televisie-interview dat hij een aspirientje
is. Zogauw hij iemand twee, drie minuten lang zijn
zorgen kan doen vergeten is hij tevreden. Zo is het,
dat is wat een lied, een boek, een schilderij moet
doen: even iemand uit zijn dagelijkse sleur halen.
Kunst kan de wereld niet veranderen. Hooguit
verzachten.
De
multimedia-tentoonstelling is aardig, maar laat teveel
in het midden en blijft teveel aan de oppervlakte.
Samenstelster France Brel verdoezelt teveel aspecten
van Brels leven die haar niet welgevallig zijn. Je
komt bijna niets over Brel te weten. Waarom ging hij
naar de Markiezeneilanden? Hoe hard moest hij knokken
voor hij doorbrak? Je komt er niet achter, ze is te
druk bezig hem heilig te verklaren. In zijn lijflied
'Le chanson de Jacky' zingt hij over 'Etre une heure
beau et con à la fois': goed zijn en een
klootzak tegelijk. Van zijn dochter mag het niet. Ik
denk dat hij haar hoofdpijn bezorgt.

Brel,
het recht om te
dromen
(t/m 17 januari 2004), Schildknaapstraat 50, 28
November 2003
15 december 2003
Eindejaarsaanbieding
De
laatste exemplaren van De gemonteerde vrouw, nu van 18
euro, eerst voor 9 euro, voor 6 euro inclusief
verzendkosten. Op = op. Ga
naar de winkel
14 december 2003
Een beetje mosterd
na de maaltijd
Ik
heb geen problemen met wat Gretta Duisenburg doet. Ik
vind het wel stoer: je diplomatieke paspoort op
creatieve wijze gebruiken om aandacht te vragen voor
de Palestijnse zaak. Wat meer aandacht voor de
Palestijnse Israeliërs mag wel. Hebben we
goddomme met Nederlands geld een vliegveld en een
haven voor ze gebouwd, zijn de Joodse Israëliers
over de boel heen gebulldozerd alsof het een
Amerikaanse demonstrante was.
Ondanks
mijn warme hart voor Gretta's zaak, heb ik ook geen
problemen met de column van Luuk Koelman, waarin ze
gekarikaturiseerd wordt als groupie van Arafat. Met
het instrument van de overdrijving zette hij in minder
dan zeshonderd woorden een perfecte satire neer over
iemand met een doorgeslagen zendingsdrift. Dat mag.
Iemand die meent het gelijk aan zijn kant te hebben
neigt tot doordrammen en dan is een relativering van
een nar op zijn plaats.
Is
Koelman te ver gegaan met zijn parodie? Ik zal een
voorbeeld van veertig jaar geleden geven. In Ramparts
Magazine verscheen het verhaal dat na de moord op John
F. Kennedy, vice-president Johnson in het vliegtuig
van Dallas naar Washington het lijk in de schotwond in
het hoofd geneukt zou hebben. Dit was een verzinsel
van medewerker Paul Krassner als satirische aanvulling
op het overheidsrapport over de moord dat een grote
lacune vertoonde. De enige reactie op deze
'skull-fuck' kwam van de hoofdredacteur van White
Power, de krant van American Nazi Party. Krassner
antwoordde: 'Dit is een satirisch blad, meneer.' De
nazi zei toen 'Oh. Laat maar zitten dan,' en hing
op.
Nu
moet ik bij de American Nazi Party altijd denken aan
die sukkels uit The Blues Brothers, maar toch geeft
het te denken dat in de jaren zestig nazi's meer
gevoel voor satire hadden dan Gretta
Duisenberg.
Nee,
het is niet prettig om onderwerp van een satire te
zijn, maar dat is nu eenmaal een uitvloeisel van met
je kop in de krant staan omdat je iets totaal
afwijkends doet. Als Mevrouw Duisenberg het over haar
kant had laten gaan was er een beetje gegniffeld en de
column was op Koelmans site een keer of honderd
aangeklikt. Inmiddels heeft ze hem op de landelijke
kaart gezet en iedereen aan de column herinnerd.
'Menselijk+schild+Ramallah' is tenminste een
zoekwoordencombinatie die ik vaak in de statistieken
van mijn webpagina's zie verschijnen.
Tot
verbijstering van veel mensen won ze het kort geding
tegen Koelman. Die begint een bodemprocedure en
waarschijnlijk gaat hij dat winnen. Hoewel af en toe
een lagere rechter anders beslist, wordt hoger in de
juridische rangorde de vrijheid van meningsuiting
serieuzer genomen. Kom op, dit is het land waar een
schrijver een personage God in de verschijning van een
ezel in zijn geheimste opening mocht nemen.
En
dit is ook het land waar het boek Tanja Grotter en de
Magische Contrabas van Dimitri Jemetz niet mag
verschijnen. Het verweer van de uitgever dat het boek
als parodie op de Harry Potter serie is bedoeld werd
door de rechter van tafel geveegd: hij vond het niet
grappig genoeg voor een parodie.
Mag
deze rechter alstublieft de zaak Koelman
behandelen?
11 december 2003
maisquenada.lekker
Waar
is het lekker gezellig, lekker knus, lekker
ontspannen, lekker drinken, lekker slapen of lekker
eten in Utrecht? Of niet? En buiten Utrecht? Lees het
voortaan op
deze pagina's.
De archiefpagina's zijn daarvoor herzien.
11 december 2003
Nederlandse krant
in het buitenland
Ik
ben een krantenlezer. Elke dag de krant. De
Volkskrant. Eens per week het Utrechts Nieuwsblad om
te weten waar mijn buren over praten en in de trein de
Metro. Als ik naar het buitenland ga sleep ik een
plastic tas nog ongelezen krantenbijlagen mee. Een
gelezen krant gooi je weg. Dat doe je niet zo snel met
de laatste Donna Tartt. Dat blijft dood gewicht in je
koffer, tot je weer thuis bent.
Maar
na twee weken ben je er doorheen, heb je elke
uiteenzetting over draadspoelwormen in Mauretanië
gelezen en elk woord geneuzel over het verschil tussen
vrouwen en mannen gespeld. En je wilt toch iets als
leesbare onderlegger, om je moeizaam in een badkuip
gewassen broek te beschermen tegen het broodje
aardbeienjam met gezouten boter. Dus je koopt de
Telegraaf van gisteren voor 3 euro op het station.
Er
zou eens onderzoek gedaan moeten worden naar de
alomtegenwoordigheid van de Telegraaf buiten
Nederland. Heeft dat alleen met oplagecijfers te
maken, of zijn het juist de Telegraaflezers die graag
naar het buitenland gaan? Uit een onderzoek is ooit
gebleken dat Telegraaflezers banger zijn dan
Volkskrant- en NRC-lezers. Banger voor geweld op
straat, banger voor oplichting, inbraak en beroving,
banger voor verkrachting en banger voor
niet-autochtonen. Ik kan het me voorstellen. (maar hoe
paradoxaal: wat doen al die xenofobe Telegraaflezers
dan in het buitenland?)

Voorpaginanieuws
op 27 september: SBS stopt met Willebrord Frequin,
Marianne Timmer gaat scheiden, Puzzelactie van start,
Kabinet mild voor rokers, Bruce Willis zet prijs op
hoofd Saddam. En als opening ESCORTSERVICE VOOR
BAJESKLANT (Moordenaar runt bureautje vanuit cel.
Justitie weet nergens van). Op pagina drie:
'Criminaliteit allochtonen hier ongewoon hoog',
Antilliaan gepakt voor verkrachting buurmeisje (10) en
Buitenlandse uitkeringen aan banden.
Nounou,
in wat voor wereld leven we toch?
Maar
goed, de voorkeur voor dergelijke onderwerpen is een
keuze van de Telegraaf, maar als er een goed onderwerp
is, is het geschreven in een schoolkrantstijl.
Onhandige formuleringen met altijd een komma voor
'dat' en altijd een komma tussen twee werkwoorden.
Onleuke columns. Mode-artikelen die je ernstig naar
Milou van Rossum in de Volkskrant doen verlangen. En
dan die foto's! Altijd een slachtoffer dat aan de
buurman de deuk in de auto aanwijst. De uitvinder met
schroevendraaier leunend naast zijn laserscrambler.
Wat een armoe.
Terug
in Nederland keek ik vol verlangen uit naar de stapel
met vier weken Volkskrant. Na de vierde krant vol
politiek-correcte artikelen over Mabel Wisse Smit
pleurde ik alles in de papierbak. Telegraaf-lezen zal
toch niet besmettelijk zijn?
10 december 2003
Dat ze weten wat
ze moeten zeggen
Op
26 oktober kreeg ik de volgende e-mail binnen. Nadat
ik hem vluchtig had doorgelezen voelde ik mijn bloed
koken:
'Een
groep jongens terroriseert verschillende plaatsen in
Nederland en hanteren daarbij een gruwelijke methode.
Meisjes die de bende tegen het lijf lopen, krijgen de
keus voorgelegd: óf je doet mee aan groepsseks,
óf je krijgt van ons een smiley. De meisjes
kiezen voor het laatste - 'smiley' is een benaming van
het lachende gezichtje op xtc-pillen. Des te groter is
de schok als blijkt dat de bendeleden er iets heel
anders onder verstaan: twee messneden in de mondhoeken
en vervolgens een flinke stomp in de maag zodat de
wangen uitscheuren doordat lucht die eruit geperst
wordt. Nadat ze dit gedaan hebben strooien ze zout op
de wond zodat je voor de rest van je leven met een
litteken zit (eeuwige glimlach). Ze zijn inmiddels al
in Vlaanderen, Bergen op Zoom, Leiden, Antwerpen,
Roosendaal, Antwerpen ,Halsteren, Denhaag,
Rotterdam,en berschenhoek opgedoken. De bende bestaat
uit ongeveer 6 Antillanen/Marokkanen.
Bron:
www.leidschdagblad.nl/
en http://www.leidenuniv.nl/mare/2003/06/0901.html
).
Forward
deze mail dus naar iedereen die je kent, ook naar
jongens zodat zij het weer kunnen vertellen aan de
meisjes die zij kennen, zorg er in ieder geval voor
dat ze weten wat ze moeten zeggen als ze de
betreffende bende tegenkomen!! Kopier de tekst, zodat
je niet al de emailadressen in de mail krijgt die hem
al doorgestuurd hebben!!'
Mijn
bloed kookte niet omdat ik een bevestiging van een
onderbuikgevoel kreeg, maar omdat iemand zo dom was
dit door te sturen. Wat er in de van spel- en
typefouten vergeven mail beschreven werd was namelijk
zo gruwelijk dat ik er allang over gehoord of gelezen
moest hebben.
De
vermelde links brachten we echter aan het twijfelen.
Tot ik ze aanklikte. In beide artikelen werd het hele
verhaal ontzenuwd als een urban legend, ook wel bekend
als Broodje Aap. Ik sprak er de afzender op aan. Die
weigerde het paniekverhaal dat hij aan al zijn
bekenden had gestuurd (hun e-mailadressen stonden in
de header) terug te trekken, onder het mom van 'better
safe than sorry.'
Dit
soort onzinverhalen heeft altijd goed geleefd.
Disneyland Parijs was maar amper open of het verhaal
van het ontvoerde jongetje dat zonder nier werd
teruggevonden was onuitroeibaar. Via het internet gaan
deze verhalen sneller rond dan ooit.
Het
smiley-verhaal stamt uit de jaren vijftig. Toen waren
het rockers in Engeland die meisjes verminkten, nu zou
het een groep Antillianen en Marokkanen zijn. Dat is
de kracht van de urban legend. Het verhaal is net niet
absurd genoeg om het niet te geloven en altijd speelt
er iets of iemand waar men bang voor is een hoofdrol
in.
Toch
vraag ik me af hoe iemand dit kan geloven. Ten eerste
zie ik zo snel niet een verbond tussen Antillianen en
Marokkanen ontstaan. Ten tweede kun je wangen niet
laten inscheuren op de beschreven manier. Ten derde
wordt er vanuit gegaan dat meisjes altijd weten dat
een smiley een xtc-pilletje is en ten laatste: waarom
zou je in godsnaam een meisje verminken als je er ook
met zijn allen overheen kunt?
Dat
maakt - misschien onbedoeld - het advies in de laatste
regel hilarisch: 'zorg er in ieder geval voor dat ze
weten wat ze moeten zeggen als ze de betreffende bende
tegenkomen'.
'Zo
meisje, wil jij een groepsverkrachting of een
smiley?'
'Een
groepsverkrachting, graag. Ik moet morgen naar een
feestje en kan nu geen littekens in mijn gezicht
hebben.'
Het
wordt inderdaad tijd voor een
internetrijbewijs.
8 december 2003
www.absinterklaas.com
Nu
alle nieuws over de komende Absinterklaasavonden
op
een nieuwe site.
8 december 2003
BNN gelukkig uit
de shit
Mijn
vader zegde zijn decenniallange lidmaatschap van de
KRO op om lid van de Tros te worden. De Tros, de
eerste bijl aan het omroepbestel. Tien jaar later ater
wisselde hij de Tros in voor Veronica. Twee keer
sympathie voor de underdog. Twee keer zijn steun aan
een omroepvereniging die het allemaal anders ging
doen.
Het
is jammer voor BNN dat hij dood is, want ik weet zeker
dat hij vlak voor zijn tachtigste verjaardag Veronica
zou inwisselen voor BNN. Terwijl hij absoluut niet tot
de doelgroep van BNN hoort. Netzomin als ik, maar zo
gauw ik hoorde van de dreiging dat BNN zou verdwijnen
nam ik me voor lid te worden en zonodig het
lidmaatschap voor mijn hele familie te betalen. Tot ze
met dat kutliedje kwamen.
'5
jaar (en nog lang niet klaar)' is een nieuwe tekst op
het lamlendige 'Vijftien miljoen mensen' dat voor de
Postbank werd geschreven. Dat is al niet bijster
origineel, maar het meest smakeloos aan de BNN-versie
is dat het een variant is op nummers als 'We are the
world' en 'Do they know it's Christmas?' Twee nummers
die gemaakt werden om een enorme misstand in de wereld
aan de kaak te stellen. Ze werden ingezongen door
wereldberoemde popsterren die zo konden laten zien dat
ze geëngageerd waren.
Het
leverde larmoyante, bombastische nummers op (wie zal
de cliché-uithalen van Bruce Springsteen en
Cindy Lauper ooit vergeten?), maar vooruit, het was
voor een goed doel en het leverde veel geld op en Bob
Geldof de Sir-titel. De dreigende verdwijning van BNN
met '5 jaar (en nog lang niet klaar)' op
één lijn stellen met hongersnood en
armoe is echter een vorm van emotie inflatie die over
alle grenzen gaat. Met het verdwijnen van BNN gaat er
geen cultuurgoed verloren, de vrijheid van
meningsuiting wordt niet aangetast en niemand gaat er
aan dood.
Inmiddels
is duidelijk dat BNN mag blijven. Goddank. Wat zouden
ze anders gedaan hebben op de dag ze hun
zendmachtiging zouden verliezen. Een stille tocht te
organiseren?
BNN
uit de shit (soort van)
4 december 2003
Uw gids door de
kanaalzone
In
2000, toen de eerste kleine Nouws zich aankondigde,
moest er razendsnel beslist worden waar het jonge
gezin Nouws zich zou gaan vestigen. Utrecht, of toch
Tilburg waar de aanstaande mevrouw in de wijk Goirke
woonde? Het werd Utrecht, maar Tilburg wordt nog
steeds gemist. De mensen zijn er vriendelijker en de
kringlopers goedkoper. Voor wie zich afvragen wat
Tilburg in godsnaam speciaal maakt: Tilburg is de
Nederlandse hoofdstad van het absurdisme met Gummbah,
Jeroen de Leijer (Eefje Wentelteefje) en Paul Bogaers
als voornaamste representanten.
Paul
Bogaers presteerde het ooit om van een twintigtal
verschillende boeken een nieuw boek te maken door uit
de pagina's geknipte zinnen tot een nieuw verhaal te
maken. Bogaers knipt letterlijk en figuurlijk, ook als
fotograaf. Hij maakt verschillende foto's tot een
geheel nieuw beeld. Landkaarten veranderen bij hem in
torso's, hekjes in rails en circustenten in
can-candanseressen.
Wat
Bogaers doet is wat een fotograaf moet doen: iets
zichtbaar maken waar je anders overheen gekeken had.
Onlangs maakte hij het boek Gids door de Kanaalzone,
in opdracht van de gemeente Tilburg. Op het eerste
gezicht een vaag subsidieproject waarin een kunstenaar
iets met openbare ruimte moet doen. Het werd een
hoogstpersoonlijk boek van 240 pagina's met meer dan
vijfhonderd foto's over een van de eerste
industriegebieden van Tilburg (en misschien wel van
Nederland), langs het Wilhelminakanaal.
Een
fotoboek over een Tilburgs industriegebied, hoe
interessant kan dat zijn, zou je zeggen, maar Bogaers
slaagt erin het onderwerp naar een hoger niveau te
tillen. Hij blijkt een begenadigd verteller, die
zonder iemand voor lul te zetten, enorm geestig over
de diverse bedrijven en mensen kan vertellen. In het
smoezeligste hoekje weet hij poëzie te vinden en
te fotograferen. Aanstekelijk vertelt hij ondertussen
over de kracht en de magie van de fotografie, op zo'n
manier dat je de neiging hebt onmiddellijk met een
camera de straat op te gaan. Ach, waren we maar in
Tilburg gaan wonen.
Dit
boek gaat niet alleen over Tilburg, maar over alle
kanaalzones in Nederland. Sterker, het gaat over heel
Nederland. Dit is het beste boek van 2003.
Gids
door de Kanaalzone, Uitgeverij IJzer, ISBN
90-74328-73-3, 15 euro (geen geld)
Te
koop bij Faxx in Tilburg en uitgeverij-ijzer.nl
www.paulbogaers.com
3 december 2003
Haperende
site
Van
dinsdag 2 december 22.00 uur tot woensdag 3 december
10.00 is de server van Ladot onbereikbaar geweest.
Minsten twee keer per week kan ik mijn e-mails ook
niet lezen. Gelukkig kan ik in maart verhuizen, zodat
ik een normaal Blog-programma kan installeren. Kan ook
al niet bij Ladot.
28 november 2003
Intocht
Sinterklaas
De
grootste supermarkt van Zundert had een bijzondere
band met Sinterklaas. Die kwam speciaal voor Jan
Bruijns (niet te verwarren met de huidige supermarkt)
half oktober al naar Nederland. Twee weken voordat
mevrouwtje Bouw hem in de haven van Enkhuizen
ontving.
De
Goedheiligman resideerde in het magazijn van de winkel
aan de Molenstraat. Via de achterdeur kon je naar
binnen. Na een kort gesprek met Sinterklaas, die op
miraculeuze wijze altijd iets over je wist, kreeg je
een zakje snoep van Zwarte Piet. Er werd niet aan
leeftijdsdiscriminatie gedaan, want ook toen ik al elf
was ging ik niet met lege handen naar huis. Op die
leeftijd waren we natuurlijk allemaal stoere jongens
die niet meer in Sinterklaas geloofden, maar een
handvol snoep niet versmaadden.

Toch
kan ik me herinneren dat ik nerveus werd als ik bijna
aan de beurt was en een knoop in mijn buik kreeg als
ik het satijnen handschoentje van Sinterklaas met die
kermisring erover in mijn hand voelde.
Nog
steeds trouwens. Hoe diep kunnen sommige dingen
zitten.
Intocht
Sinterklaas in Nederland, 14 november
2003
26 november 2003
Hoe persen we
freelancers uit?
Ik
kwam gisteren uit op de site van een oud-klasgenoot,
Henk Stolker. Ik heb met Henk een paar boekjes gemaakt
en ik wilde hem vragen de tekeningen van een
nieuwjaarsgeschenk te mailen om ze hier te plaatsen.
In
het menu zag ik een link 'Actie tegen Sanoma'. Wat ik
daar zag was schokkend. Freelancers staan onderaan in
de betalingshiërarchie. Ik kan me januari 2002
nog levendig herinneren, toen ik helemaal geen geld
meer op mijn rekeningen had, terwijl ik een paar
duizend gulden tegoed had van opdrachtgevers.
Natuurlijk, je kiest er zelf voor om als freelancer
aan de slag te gaan, maar dat betekent nog niet dat je
als een schooier behandeld moet worden.
Na
11/9 hebben veel bedrijven de freelancers
eruitgegooid, einde probleem, en voor de resterende,
waar je niet zonder kunt zijn extra wurgmaatrgelen
getroffen.
Henk
heeft zich hier terecht heel boos om gemaakt. Rechters
kunnen freelancende columnisten niet op de knieën
krijgen, maar uitgevers wel. Een akelig voorbeeld is
Sanoma, uitgever van nagenoeg alle publieksbladen van
Nederland. Lees
het hier, in een prachtige strip weergegeven.

(c)
Henk Stolker
22
en 26 november 2003
JFK veertig jaar
geleden vermoord (bijgewerkt)
Hier
kun je op de autopsiefoto's zien hoe dat eruit
zag
En
hier op scans van de Zapruderfilm ook
Was
het een complot? Zoals ik ergens op het net las: de
onthulling van zijn relatie met Marilyn Monroe was al
genoeg genoeg geweest om hem af te laten treden. Dan
ga ik me meteen afvragen of haar dood een jaar eerder
er iets mee te maken had.
23
november 2003
Autorijden is goed
voor het milieu
Er
wandelde een duif over de snelweg. Remmen had geen
zin, maar gelukkig liep er niemand over de
vluchtstrook, reden er geen fietsers, brommertjes of
ezelskarren en stond er geen meloenentent, zoals
eigenlijk heel normaal is in Portugal. Dus ik gaf een
zwieper aan mijn stuur, in een misplaatst vertoon van
dierenliefde. Autorijden veroorzaakt altijd een
slachting onder de dieren. Al zijn het de minder
aaibare. Aan het eind van twee dagen rijden schat ik
het aantal geplette torren, muggen, motten en vliegen
op mijn voorruit en grille op duizend. Er zijn in
Nederland zeven miljoen auto's. Een miljoen daarvan
maakt elke werkdag een rit. Per dag vliegen zich
daarbij 50 insecten kapot op een auto (gemiddeld, in
de zomer zijn het er veel meer, in de winter
onmeetbaar weinig). Dat zijn er 50 miljoen per dag.
Dat zijn er per werkweek 250 miljoen, als we een paar
feestdagen niet mee tellen komen we uit op 12,5
miljard per jaar. Alleen in Nederland. Een beetje
insect weegt een kwart gram. Dat is dan 12.500.000.000
x 0,00025 = 6,25 miljoen kilo. Dat is 3,125 duizend
ton per jaar. Zeg maar 75 veertigtonners met dode
torren, kevers, wespen, muggen, motten en vliegen per
jaar. Hoeveel insectiden spaart dat per jaar niet uit?

Sines
- Utrecht, 2478 kilometer, 10 en 11 oktober
2003
22
november 2003
De
absinterklaasavond is bijna uitverkocht
Op
22 november waren er nog 8 kaarten beschikbaar. Dus
haast je.
21 november 2003
Huisvriend Arjan
Peters bericht driemaal uitgebreid en gedetailleerd in
Volkskrant over teleurstelling Van der Heijden over zijn
uitgever die geen feestje voor zijn 25-jarig
schrijfjubileum heeft georganiseerd
Of
zoals ze in Engeland zeggen: 'With friends like that,
who need enemies'.
20 november 2003
Absinterklaasje
kom maar binnen met je knecht
Op
zondag 30 november wordt weer de traditionele
Absinterklaasavond in De Bastaard gehouden. Het
café verandert even in een nachtclub waar
veertig gasten, tijdens het drinken van absint, kunnen
luisteren naar een schrijver, een dichter, een
kunstenaar en een muzikant.
Het
programma bestaat uit de dichter Menno Wigman
(epibreren.com/wigman),
blogger Robert van Eijden (maarwatishet.com),
kunstenaar Paul Bogaers (paulbogaers.com)en
een unplugged sessie van Motortoaster
(accordeon
en megafoon).
Entree:
6 euro inclusief het eerste glas absint. Meer absint
is tegen gereduceerde prijs aan de bar te koop. Breng
een aansteker mee.
Gezien
de ervaringen vorig jaar is het verstandig niet meer
dan vier glazen te drinken (qua alcohol evenveel als
zes à zeven glazen sterkedrank, de werkzame
stof van de absint niet meegerekend).
Aanvang:
20.45 uur. In Utrecht is in principe geen
sluitingstijd. In de praktijk sluit de Bastaard altijd
om 02.00 uur.
Plaats:
De Bastaard, Jansveld 17, Utrecht.
Reserveren
in de Bastaard: 030-2322555, na 16.00 uur. Max 2
reserveringen per persoon.
Routebeschrijving:
debastaard.nl
18 november 2003
Steun Luuk
Koelman!
(c)
DC Lama
Hoe
ver gaat de vrijheid van meningsuiting wanneer je
satire bedrijft? De zaak Duisenberg-Koelman heeft
concrete
jurisprudentie
opgeleverd. Jurisprudentie die voortaan ook tegen
collega-columnisten, cartoonisten en cabaretiers
gebruikt kan worden.
Daarom
moet dit vonnis van tafel. Ben je het daarmee eens en
draag je het recht op satire en vrije meningsuiting
een warm hart toe? Doneer dan!
Waarom
doneren?
Alle
(juridische) kosten betaalt Luuk Koelman uit eigen
zak. Financiële steun kan hij dus goed gebruiken!
Maak een x-bedrag over op giro 3204141 tnv LJA Koelman
te Tilburg ovv. 'Grettagate'.
Om
je nog meer in de verleiding te brengen: wie tien euro
of meer stort, krijgt gratis een gesigneerd exemplaar
van zijn verhalenbundel 'Heb mij Lief'. Vermeld dan
wel duidelijk je naam en adres!
Wil
je na afloop van de procedure weten waar al het geld
naartoe is gegaan? Vermeld dan ook je e-mailadres. Dan
mailt hij je tzt. een overzicht van al zijn onkosten,
zodat je weet wat er met jouw donatie is gebeurd.
Mocht er onverhoopt gedoneerd geld overblijven, dan
schenkt hij dat aan Warchild.
(deze
tekst gejat van Luuk
Koelman)
18 november 2003
Invasion of the
iPods
Ik
ben opgegroeid in Brabant, tegen de Belgische grens.
De ontvangst van de Belgische tv, de BRT zoals die
toen nog heette, was soms beter dan die van de
Nederlandse zenders. En er was elke zaterdagmiddag om
vier uur een speelfilm. Zoals Invasion of the
Bodysnatchers, een science-fiction film waarin mensen
vervangen worden door exacte kopieën die in
enorme buitenaardse peulen of coconnen groeien, of
zoals ze in het Engels zeggen: 'pods'.
Bij
de introductie van de iPod in oktober 2001 is er veel
gefilosofeerd over de betekenis van het woord, in
relatie tot de functie en (mogelijke) capaciteiten van
het apparaat. Een pod kan behalve een peul of een
cocon zijn: een eierkoker (geen apparaat maar een
lichaamsdeel van een sprinkhaan), een houder voor
brandstof (die onder een vleugel hangt), een
voorstuwingseenheid (voor een ruimtevaartuig), een
afzonderlijke cabine (voor instrumenten of personeel)
of een school (van grote zeezoogdieren). Analisten
zagen de MP3-speler annex externe harde schijf als de
eerste incarnatie van een multifunctioneel
multimedia-apparaat, of beter: als een hoge hoed waar
onvermoed veel konijnen uit konden komen. Ik moest aan
Invasion of the Bodysnatchers denken. Verder...
15 november 2003
Menselijk
schild in Ramallah (gastcolumn van Luuk
Koelman)
Metro,
16 oktober 2003
In
de stukgeschoten residentie van Arafat, ergens in
Ramallah, ligt Gretta Duisenberg op haar stretchertje.
Ze is klaarwakker. Haar blote voeten steken onder de
dekens uit. Ze ziet haar roodgelakte teennagels die
mooi kleuren bij haar wit satijnen nachtjapon. Vaag
klinkt in de verte de sirene van een ziekenwagen. Op
haar reiswekkertje is het zes uur twaalf.
Naast
haar op de stretcher ligt Yasser Arafat, de man voor
wie zij als menselijk schild bereid is haar leven te
geven. Dag en nacht wil ze bij hem zijn. Gretta denkt
aan zijn mentale veerkracht en die van het Palestijnse
volk, dat al zo lang worstelt onder de
Israëlische bezetting. Ze denkt aan de ongelijke
strijd. Yasser en zijn volk tegenover de helikopters
en de tanks van het Israëlische leger. David
tegen Goliath.
Arafat
slaapt als een roos. Hij snurkt dat het een lieve lust
is. De schat! En dat niet alleen; deze fragiele man is
op zijn manier ook nog eens een echte macho, want
Yasser slaapt met zijn uniform aan. Dat is zó
erotiserend. Een man in oorlog moet altijd paraat
zijn.
Voorzichtig
buigt Gretta zich over het hoofd van Arafat. Ze
bestudeert zijn grijswitte stoppels, de vlezige lippen
en de verfrommelde zwart-wit geruite doek op zijn
hoofd. Hij ziet er vreemd, verwilderd uit, maar onder
de dekens gaat zijn borst rustig op en
neer.
Dan
gebeurt het. Yasser draait zich in zijn slaap om. Hij
woelt, zucht en duwt zijn knieën met kracht tegen
de zachte ronding van haar dij. Plots trilt Gretta's
hele lichaam. Dit is haar al jaren niet meer
overkomen. De spanning van het verbodene! Ze voelt
zich net een meisje van twintig. Wat moet ze doen?
Yasser is geen man die je zomaar in je armen vangt.
Hij is er sowieso te klein voor.
Weer
voelt ze de ruwe streling van zijn knieën. Gretta
denkt aan Mabel, ze denkt aan foute mannen, aan
spanning en aan verliefdheid. Ze voelt zich week. Deze
man is zoveel spannender dan Wim. Deze man heeft haar
nodig.
Dan
neemt de natuur het over. Gretta slaat de dekens
opzij, krult zich over Arafat heen en gaat vol
overgave over tot één op
één contact.
Vijf
minuten eerder. In zijn stukgeschoten residentie,
ergens in Ramallah, ligt Yasser Arafat op zijn
stretcher. Vaag klinkt in de verte de sirene van een
ziekenwagen. Arafat is wakker, maar ligt zo stil hij
maar kan en houdt zijn ogen stijf dicht. Snurken moet
hij. Veinzen dat hij slaapt. Sinds die groupie in haar
spijkerbroek door een gat in de muur zijn werkkamer is
komen binnenkruipen, zit hij met haar opgescheept. En
nu ligt dat zelfbenoemde menselijk schild tot overmaat
van ramp zelfs naast hem.
De
stretcher piept vervaarlijk. Gretta's hoofd met de
immense bos zwart haar is nu heel dichtbij. Yasser
voelt haar ademhaling. Hij ruikt haar indringende
parfum. Voor het eerst in zijn leven is hij bang. Die
heks moet wat van hem, zoveel is zeker. Hij rilt bij
de gedachte. Maar goed dat hij wijselijk al zijn
kleren heeft aangehouden.
Hij
moet handelen, nu! Arafat draait zich al snurkend om,
trekt zijn knieën op en zet kracht. Hij duwt uit
alle macht tegen Gretta aan. Israël weg uit de
bezette gebieden en dat enge mens weg van zijn
stretcher. Even lijkt Gretta's lichaam mee te werken.
Nogmaals duwt Arafat zoals hij nog nooit heeft
geduwd.
Dan
kraakt en schudt het stretchbedje en voelt hij hoe met
één woeste ruk de dekens van hem worden
weggerukt. O, Allah, sta me bij, denkt Arafat, terwijl
Gretta's dijen hem in een onverbiddelijke houdgreep
nemen. Dit wordt de gruwelijkste beproeving uit mijn
leven. Hier kan geen Israëlische
vergeldingsaanval tegenop.
(Deze
column is zonder toestemming van Luuk Koelman
geplaatst. See you in court, Luuk)
14-11-2003
Mensen
als crashende Windows-pc's
Vlak
voor de geplande introductie van de PowerMac G5 kregen
de aanstaande kopers te horen dat hun geduld op de
proef zou worden gesteld. De belangstelling voor de
eerste 64-bits personal computer ter wereld was zo
groot, dat het onderwijs voorrang kreeg. Dit
veroorzaakte fronsen en jaloezie, tot een paar weken
later duidelijk werd wat er aan de hand was: de
universiteit van Virginia had elfhonderd 2 Ghz
dual-processor PowerMacs besteld.
Gebruikmakend
van standaard-onderdelen - voorzover je een 10 Gigabit
netwerk staandaard kunt noemen - knoopten medewerkers
en studenten die binnen tien dagen aan elkaar tot de
goedkoopste supercomputer ter wereld, met als
koosnaampje Big Mac. De theoretische snelheid is met
17 teraflops, oftewel 17.000 miljard berekeningen per
seconde, de helft van een Japanse monstermachine, de
'Earth Simulator'. Maar die is met 350 miljoen dollar
weer zeventig keer zo duur. Dat heb je met
supersizen.
Duizelingwekkende
cijfers. En bijna niet voor te stellen dat precies
zo'n computer die jij gebruikt om te surfen en te
tekstverwerken en waarmee je feestgidsen maakt en
videofilmpjes monteert, in duizendvoud opeens een
magische 'supercomputer' is.
En
wat kan zo'n supercomputer dan? De Earth Simulator is,
de naam voorspelt het al, ontwikkeld om aan de hand
van lucht- en waterstromen klimaatveranderingen te
voorspellen. Wat de Big Mac kan weet ik niet, maar hij
kan het dus heel snel. Misschien wel schaken. En
daarbij winnen van Kasparov. Een 128-bits wachtwoord
kraken. Van een onscherpe foto Kevin Costner maken. Of
de rode oogjes wegretoucheren van een een foto van een
sterrenstelsel. Of de boekhouding van de universiteit
van Virginia doen.
Wat
geen enkele supercomputer kan, echter, is poëzie
schrijven. Of een symfonie componeren. Of een mop
bedenken. Of verdriet of geluk voelen. Of kleine
supercomputertjes maken.
En
dat noemt men dan supercomputers. Daarmee vergeleken
zijn pc'tjes helemaal achterlijk. Je moet ze precies
en letterlijk vertellen wat ze moeten doen, anders
lopen ze amechtige rondjes om het probleem. Mensen
hebben genoeg aan de eerste en laatste letter van een
woord om het te herkennen, alle letters daartussen
mogen door elkaar gehusseld worden. Vergelijkbaar met
de manier waarop Windows soms geschreven is. In
tegenstelling tot mensen lopen computers daarna
hopeloos vast.
Hoewel
computers best veel kunnen, kunnen computers
voornamelijk heel veel niet. Een teken daarvan is de
manier waarop ze als metafoor in het taalgebruik
opduiken. Je zult nooit eens horen: 'We peerden er
doorheen als een Pentium processor.' Nee, het is
zoiets als: 'Mijn systeem liep vast.' Nooit: 'Zij is
mijn coprocessor, de floating point unit van mijn
leven.' Maar altijd: 'De harde schijf in mijn hoofd
crashte.' Nooit: 'Mijn leven loopt zo vloeiend als een
DVD in een iMac.' Eerder: 'Ik ben toe aan down
time.'
Het
is misschien persoonlijk, maar ik heb nogal de schurft
aan dit soort gemakkelijke metaforen. De laatste keer
dat iemand iets zei over een gecrashte harde schijf in
haar hoofd vroeg ik of ze misschien een macro-virus
had. Ze antwoordde ze ze geen pasje had.
Mensen
als crashende Windows-pc's. Misschien heb ik zo'n
hekel aan de metafoor omdat ik zelf een Mac-gebruiker
ben en zelden last heb van een crashend
besturingssysteem en nooit van destructieve virussen.
Vandaar dat twee Mac-gebruikende mensen zich samen al
een supercomputer voelen die grote levensproblemen
oplost door een netwerk dat via oogcontact gaat en een
verbroken contact zelf repareert met een
nekmassage.
Gastcolumn
voor Telescoop Actueel op 747AM, uitgezonden op 30
oktober 2003
12-11-2003
Het
gevecht tussen Eend en Snoek
Niets
mooier dan de N10. Tot Parijs is het even afzien op de
péage en bij de stad aangekomen is het opletten
dat je niet de juiste afslag mist of de verkeerde
neemt, maar daarna, bij Chartres, begint het feest. De
Route Nationale. Er zijn mensen die het met de Route
66 in de VS hebben. Ik heb het met de N10 in
Frankrijk, die van Parijs tot Biarritz loopt. Over een
tolweg rijden is netzoiets als door de Kanaaltunnel
gaan. Het schiet op, maar je ziet niets. De N10 gaat
door een zachtglooiend landschap vol kastelen,
slaperige dorpjes, wijngaarden en provinciesteden. En
vooruit, met hier en daar de koeltoren van een
kerncentrale en natuurlijk de pest van het Franse
platteland: de ZI. De 'Zone Industrielle' is een
surrealistisch landschap van tapijthallen,
zwembadverkopers, hypermarchés met reusachtige
parkeerterreinen en goedkope benzinepompen,
autodealers, onbemande motels in vier prijsklassen en
fastfoodrestaurants en dat alles extra lelijk gemaakt
met tientallen schreeuwerige billboards, rondom de ene
rotonde na de andere.

Prachtig,
vooral omdat we er in Nederland van verschoond zijn.
De hypermarchés sla ik nooit over en ook de
zelfbedieningshotels hebben geen geheimen voor me,
maar iets weerhoudt me er van te gaan steak te gaan
eten bij Buffalo Grill of mosselen met friet bij
Léon de Bruxelles in hun kermisachtige decor.
De Route Nationale is jaren vijftig, jaren zestig, dus
je luncht of dineert bij een restaurant dat het menu
van 9 euro met krijt op een schoolbord heeft
geschreven.
Hoogtepunt
is het verlaten benzinestation Etoile du Sud bij
Sainte Maure-de-Tourrraine. Een openluchtmuseum van
een tijd dat dit de verkeersslagaders van het land
waren. Er horen Snoeken bij geparkeerd te staan, met
lederen bekleding en een nerveuze Française in
een bontjas rokend ernaast.

Grote
gedeeltes van de N10 zijn inmiddels vierbaans, maar
nog steeds is het rijden zoals hoort. Uren,
gevoelsmatig, achter een walmende vrachtwagen naar het
geel/oranje bordje 'veiculo longo' kijken. Met
zeventig door een dorpskern scheuren en huisvrouwen de
broek uitrijden. Zo voel je je even een Franse
automobilist.
Die
zijn er in twee soorten: het stoffige keuterboertje in
zijn 2CV en de vettige agressieveling in zijn DS21.
Inmiddels rijden ze in Mercedessen en Nissans, maar
het is op de weg nog steeds het gevecht tussen Eend en
Snoek. Vooral als het vierbaansgedeelte weer tweebaans
wordt. Op verschillende plaatsen staan de silhouetten
van verkeersslachtoffers. Een
verkeersveiligheidsproject. Zwarte figuren,
levensgroot. Een gruwelijk gezicht, zeker bij
Angoulême, waar een heel gezin is omgekomen.
Met
een Nederlands kenteken ben je vanzelf een Eend. Maar
dat maakt je gelukkig zelden een silhouet.
Van
Parijs tot Biarritz over de N10, 14 september
2003
11-11-2003
Christina
zingt
Ik
kijk af en toe nog eens naar de aflevering van 'Lied
van verdriet' die ik in 1998 heb opgenomen. In deze
VPRO-documentaire over het levenslied is fadozanger
Rui de hoofdpersoon. Rui! Die ik in 1996 in Adega do
Ribatejo in Lissabon zag zingen. Rui, het morsige
mannetje met de spastische motoriek die me een brok in
mijn keel bezorgde. Hij stond aan de deur mensen
binnen te praten. Ik dacht dat dat zijn werk was. Twee
jaar later zag ik in de documentaire dat hij inderdaad
met recht de fado zong.
Ribatejo
is een van de fado-restaurants in de Bairro Alto, de
uitgaanswijk van Lissabon. Toeristen lopen er snel aan
voorbij, vanwege het betegelde interieur, de
tl-verlichting en de tafels waaraan je moet
aanschuiven. De fadozangers zien er allemaal verlopen
uit, de zangeressen werken in de bediening en de twee
gitaristen lijken rechtstreeks uit de Muppetshow te
komen. Maar de fado komt uit het hart en daarom barst
het in Ribatejo van de Portugezen. Allen overstromend
van de saúdade, dat onbeschrijfelijk gevoel van
verlangen, verdriet en gemis dat je alleen maar kent
als je woont in een uithoek van Europa, met eeuwenlang
een imperialistisch Spanje in je rug en tegenover je
een woeste Atlantische oceaan waar je doodsbang voor
bent, maar waar je toch maar overheen vaart omdat je
geen keuze hebt.
Rui
is er niet meer, als ik jaren later weer in Ribatejo
kom. Een boomlange Brel met zwartomrande holle ogen en
kromme schouders heeft het overgenomen. Waarover zijn
fado's gaan weet ik niet. Ik kan Portugees redelijk
lezen, maar gezongen versta ik er niets van. Ondanks
dat en ondanks dat de gitaristen er af en toe naast
pakken, voel ik meteen de gebroken harten, de armoe en
de heimwee. Gevoel gaat boven techniek. Dan komt de
serveerster Christina naast de twee gitaristen staan.
Ik herken de eerste maten meteen: Lagrima,
een fado van Amalia
Rodriguez.
Het gaat over een harteloze minnaar (heb ik
geïnterpreteerd en na een lange aanloop zingt ze
in wanhoop: 'Ik zou willen sterven om tenminste een
keer een traan op je gezicht te kunnen zien.' En wat
me al heel lang niet overkomen is, gebeurt. Misschien
is het de wijn, misschien is het de saudade die me te
pakken heeft, maar langzaam voel ik mijn ogen
vollopen.

Fado's
horen spontaan gezongen te worden en hoe authentiek
Ribatejo ook is (zoals de Rough Guide terecht
opmerkt), er is een toeristisch programma. Van negen
tot twaalf wordt er gezongen, daarna is het klaar.
Maar deze avond gebeurt er iets wat iedereen hoopt mee
te maken. Mensen uit het publiek, die al heel de avond
meeneurieën en sommige teksten woordelijk
meezingen worden opeens naast de gitarist getrokken.
Een oudere vrouw zingt een fado die iedereen aan het
lachen maakt (dat bestaat) en plotseling staat daar
een jonge vrouw, die vertederend schuchter iedereen
kippenvel bezorgt. Als Ribatejo leegloopt vertelt ze
me dat het de eerste keer was dat ze in publiek
gezongen heeft. Ik had gehoopt Rui tegen te komen,
maar zo is het ook goed. Kon alleen hier gebeuren, in
Ribatejo.
Adega
do Ribatejo, Rua Diario de Noticias 23, geopend vanaf
21.00 uur, Lissabon, 6 oktober 2003
10-11-2003
Jagen
met Frederico
Op
zondag 28 september reed ik met Frederico, eigenaar
van Fredemar, en zijn maat door de nachtelijke
Alentejo, op zoek naar de plekken waar de meeste
patrijzen, konijnen en hazen zaten. Op 5 oktober werd
het jachtseizoen geopend en een beetje jager wil op
tijd weten waar hij moet zijn. Ik was om vijf uur
opgestaan en had kleren aan die vies mochten worden.
Klaar voor het avontuur. Een paar jaar geleden heb ik
een vergelijkbare expeditie met hem gemaakt. Die ging
langs het nachtleven van het Portugese platteland. Op
de meest onverwachte plaatsen bleken discotheken te
staan waar meisjes een fles whiskey van 250 euro
bestelden als je ze iets aanbood. Muurbloempjes bleken
nachtvlinders en in alle bossen stond schots en scheef
auto's geparkeerd, die ritmisch wiegden. Gat was het
Portugal dat je niet snel leert kennen als je een
last-minute naar de Algarve boekt. Dus ik wilde deze
keer wel weer mee.

Maar
in tegenstelling tot de vrouwenjacht bleek de
patrijzenjacht een serieuze zaak. En tamelijk
slaapverwekkend als je geen jager bent.
Twaalf
uur lang reden we met een UMM (een Portugese jeep)
door de binnenlanden van de Alentejo, waar kurkeiken
werden afgewisseld door olijfbomen en olijfbomen door
kurkeiken. We namen alleen de zandpaadjes en
passeerden verlaten dorpen, waar roestige Ford
Transits zonder wielen bewoond werden door herders.
Soms raakte Frederico opgewonden als hij in de verte
een vlucht patrijzen zag en ze likkenbaardend met een
zogenaamd geweer zogenaamd afschoot.

Jagen
is net vissen, vertelde Frederico, alleen vang je
minder. Het gaat om de hele dag in de natuur zijn.
Alleen met je honden en je gedachten. Meer is er niet
dan lopen en op het juiste moment richten en schieten.
Ik heb twaalf uur lang nagedacht over mezelf, over
Portugal, over de reden van mijn bestaan, de dingen
die ik nagelaten heb en de dingen die ik gedaan heb.
Inderdaad erg confronterend en verlichtend, vooral als
je met een keihard geveerde 4x4 door karren sporen
rijdt.

Twaalf
uur later hadden we een handvol patrijzen gezien en
twee hazen. In het café in het dorpje Entradas
waar we lunchten was de jacht onderwerp van heftige
discussies. Steeds meer land was gereserveerd voor
leden van jachtverenigingen. En voor plezierjagers,
voor wie een dag tevoren gefokte patrijzen werden
losgelaten. 'Als je geld hebt, wel ja, maar de gewone
man kan het vergeten,' zei Frederico. Jagen wordt als
een recht gezien, niet als een gunst.
Op 5
oktober werden jagers erop betrapt dat ze uit protest
jachtgebieden in brand hadden gestoken. Frederico kwam
met lege handen thuis. Een week later met twee
patrijzen.
Verkenning
voor de jacht, omgeving Castro Verde, 28 september
2003
09-11-2003
Portugese
(selectieve) smetvrees
Een
plasje doen is in Portugal riskant. Ik loop naar de wc
van mijn pension in Sines en halverwege komt de
prikkelende, tranentrekkende geur van bleekwater,
vermengd met ammoniak, me al tegemoet. Het idee van
een schone wc is een plens bleekwater. Als je daarin
pist zie j groene damp naar boven komen. De vloer is
nagedweild, niet met water, maar met bleekwater. Als
ik mijn broek helemaal zou laten zakken zouden er
morgen uitgebeten vlekken in staan. Koop je in
Nederland een fles bleekwater, dan staat er altijd
nadrukkelijk dat je het niet mag mengen met andere
schoonmaakmiddelen. Ik kan me niet voorstellen dat dat
hier anders is &endash; maar dit is het land waar
vijftig procent van de bewoners analfabeet is.
Bleekwater.
Lixivia, je wordt er in de Portugese supers mee
doodgegooid. Tien merken bleekwater. Geparfumeerd,
ongeparfumeerd. Flessen van een liter, flessen van
vijf liter. Overal bleekwater.
Ik
loop na het ontbijt het dorp in. De winkels zijn net
open en de bediendes spuiten glassex op de ramen en ze
schuren de muur en de stoep met bleekwater. In een
pastelaria sta ik aan de toog tussen gehaaste
huisvrouwen als iemand zijn kopje omgooit. Een
schoonmaakster veegt de scherven van het dikke
porseleinen kopje op en spoelt daarna de koffie weg
met bleekwater.
Alles
wordt schoongemaakt met bleekwater en ik verdenk
Portugezen er bijna van dat ze eisen dat het
kraanwater gechloreerd is. De stoep, de plee, de
vloer. Zelfs in de was gaat lixivia, met op de fles
het ronkende opschrift dat het wordt geadviseerd door
Philips, Indesit, Bauknecht en Miele en de aanbeveling
van Benetton dat het niet slecht is voor de kleuren.
Als ik in mijn pension het verschoonde bed opensla,
ruik ik geen lentefrisse bloemengeur. Geen ouderwetse
zeep. Ik ruik bleekwater. Als ik mijn sokken en
ondergoed in de wastafel heb geweekt met Wipp Express
en ze uitgespoeld heb ruik ik geen wasmiddel, maar
chloor.
In
de supermarkt gaan zes flessen bleekwater tegelijk in
het karretje. En als ze leeg zijn worden ze op straat
gesmeten. Langs de vloedlijn jut je door zee-egeltjes,
krabbetjes, touwtjes, doosjes, lappen plastic, stukken
visnet en bleekwaterflessen. Het opschrift is
verbleekt, maar duidelijk lees je: Lixivia. 5
litros.
Langs
de wegen zijn picknickplaatsen. Werkmannen knagen daar
doordeweeks hun lunch weg, in het weekend zitten er
complete gezinnen. Klapstoeltjes. Kampvuurtje. Kleed.
Eten. Na afloop gaat alles in een plastic zak die aan
een boom gehangen wordt. Als er nog een lege boomtak
is, want overal hangen er zakjes. Soms is er een baby
verschoond. De wegwerpluier wordt letterlijk
weggeworpen, zover mogelijk het bos in. (En ook weer
lege bleekwaterflessen. Waarom hier?) Een
sigarettenpakje wordt verfrommeld weggegooid, een
asbakje voor het stoplicht op de dorpel uitgeklopt,
blikjes weggeschopt.

Als
ik op mijn vaste plekje op het strand ga zitten moet
ik eerst schoonmaak houden. Blikjes, tissues die
eruitzien alsof ze met sperma tot verlepte roos zijn
verfrommeld. En sigarettenpeuken die als gore
krokussen hun kop uit het zand steken, tientallen, van
de mensen die zwijgend over de zee hebben staan
uitkijken en daarna hun peuk op het strand gooiden.
Lege bierflessen. En verdwaalde flessen
bleekwater.

Over
heel Sines, omringd door petrochemische industrie,
hangt een stinkende gele walm. Op het strand spoelen
korsten teerproducten aan, lagunes zijn dichtgekleefd
met paraffine. Tachtig procent van alle chemische
afval van Portugal wordt in de omgeving van Sines in
open putten gedumpt. De
mensen klagen en stappen daarna in hun auto die vijf
minuten met draaiende motor voor de winkel heeft
gestaan. Maar de flessen bleekwater gaan er
ondertussen nog steeds doorheen, als
Lourdeswater.
Als
ik Portugal ruik, dan ruik ik de sardientjes die om
twaalf uur op de gril gaan, ik ruik de pijnbossen in
de bergen. En ik ruik bleekwater.
In
Portugal, 15 september t/m 10 oktober 2003
04-11-2003
30
november 2003: de tweede
Absinterklaasavond
Literatuur,
kunst en Portugese (50%) en Tsjechische (70%) absint.
Kom terug voor de details over locatie en tijdstip.
Beperkte toegang.
04-11-2003
De
geur van Portugal
Er
hangt een speciale geur in Portugal. Je ruikt het
zogauw je het land binnenrijdt. Het is zoet en
kruidig. Een mengsel van dennenhars, eucalyptusolie en
rozemarijn. De omschrijving doet het geen recht, zoals
geen enkele omschrijving ooit iets recht doet. Bijna
nooit. Geen
flauw idee waar die geur vandaan komt. Ook als er in
de wijde omtrek geen eucalyptusboom is te zien ruik je
het nog.*
Die
eucalyptus is een raar geval. De boom komt uit
Australië. Koala's zijn dol op de bladeren. Ze
hebben hem hier niet geïmporteerd voor de
koala's, maar voor de papierproductie. Eucalyptus is
de populier van Nederland. Hele stukken Portugal zijn
bedekt met eucalyptusbossen. Allemaal voor PortuCel,
het staatsbedrijf dat de papierproductie in handen
heeft. Eucalyptus is echter als vergif voor het land.
Het blad dat afvalt verstikt en vergiftigt de grond.
Eenmaal eucalyptus, nooit meer iets anders dan
eucalyptus.
Ja,
eucalyptus is een raar geval. Als je neus verstopt zit
neem je iets met eucalyptusolie. Die olie komt
inderdaad uit de gelijknamige boom. Bomen vol met
olie, brandbaarder dan een een doorsnee, van hars
overlopende, dennenboom. Toch zijn het nooit de
eucalyptusbossen die branden. Het zijn de loofbossen
en de dennenbossen. Het zijn ook nooit de
productiebossen die branden. Het zijn altijd de
natuurgebieden die branden.
Gek,
hè.
Een
paar jaar geleden is voor het eerst een
projectontwikkelaar veroordeeld. Hij wilde graag een
golfterrein maken. Met luxebungalows. Voor mensen
die graag naar het buitenland gaan, maar niet graag
het idee hebben dat ze in het buitenland zitten. Friet
van Piet voor de rijken, zullen we maar zeggen. Het
mocht niet, omdat het stuk grond dat hij op het oog
had een natuurgebied was. En die bestemming is niet te
veranderen. Tenzij een natuurgebied affikt, dan mag
het daarna ontwikkeld worden. Het fikte dus af en dat
lag er net iets te dik bovenop.
Het
is elk jaar raak. Dennenbossen vliegen in brand.
Eucalyptusbossen komen er voor in de plaats. Dit jaar
is het een beetje uit de hand gelopen. Het heeft al
maanden niet geregend. Het is nog steeds boven de 30
graden. Meer dan dertien procent van het land is
zwartgeblakerd. De eucalyptusbossen gaan nu gewoon
mee. Tientallen doden, honderden mensen hun huis
verloren. Misschien
dat er nu iets verandert. Als ik dat tegen een
Portugees zegt haalt hij zijn schouders op. Dit is
Portugal, kom op zeg.
Als
je nu Portugal binnenrijdt hangt er een andere geur.
De zon gaat bloedrood onder door de rookpluimen.
Overal zie je bruine littekens in de bossen en de
overheersende geur is die van een barbecue die een
nacht in de regen heeft gestaan.
[*NB.
Ik weet inmiddels waar die lucht vandaan komt. Het is
een struik, met smalle blaadjes en witte bloemen. Ze
voelen kleverig en harsachtig aan en ruiken precies
zoals ik het bedoel. Ik heb precies zo een in de tuin
gehad, maar hij overleefde de afgelopen winter niet.
Ik dacht dat het toeval was dat hij zo rook. Ik zag ze
staan toen ik een verkenningstocht voor de jacht
maakte in de Alentejo (stuk volgt). Ze heten
'Esteves', maar dat woord kon ik niet vinden op het
net. Gelukkig zaten ze vol zaadbollen. Ik heb er tien
van meegenomen en kan er nu mijn hele tuin mee
volzetten, zodat ik elke dag Portugal kan
ruiken.]
In
Portugal, 14 September t/m 12 oktober
2003
03-11-2003
Autoclubs
2: 75 jaar daf
Toen
ik al jaren met een muis en menu's werkte op mijn Mac,
beweerden de WP 4.2 onder DOS 3.1-slaven hardnekkig
dat het fijn was om C\:BAT.EXE commando's in te
toetsen, omdat je zo 'contact met de machine
hield'. Tsja.
Dat argument wordt nu ook gebruikt door automobilisten
die blijven geloven dat je al schakelend contact met
de machine houdt. In werkelijkheid is iedereen beter
af met een automaat, al zal een incidentele koerier of
vertegenwoordiger wel in staat zijn de mogelijkheden
van een vijfbak volledig te benutten.
Niemand
haalt het nu nog in zijn hoofd DOS-commando's te gaan
leren, en met schakelen is het ook een aflopende zaak.
In Tilburg staat Van Doorne's Transmissie, waar
de
automaat van de
toekomst
is ontwikkeld, de CVT. Er worden er inmiddels meer dan
een miljoen per jaar van gebouwd. Geen wonder. Een
auto met CVT is feller en zuiniger dan een auto met
schakelpook. Ze
worden tegenwoordig niet voor niets in Audi's met
V6-motor ingebouwd.
De
CVT is de high-tech versie van de Variomatic van Daf.
De roemruchte auto uit Nederland die altijd vooraan in
de file reed. De truttentriller met
jarretelaandrijving. De auto waarin niemand wilde
rijden, behalven vrouwen, gehandicapten en bejaarden.
Die na 800.000 exemplaren in 16 jaar verdeeld over 7
modellen in 1974 overgenomen werd door Volvo en
langzaam van het toneel verdween.
Heel
langzaam, want een jaar of acht geleden zag je nog
genoeg Dafjes. Zeker de Volvo 66, die
ruimhartig door het GAK aan gehandicapten werd
verstrekt.
Had je een pobleempje, piepje, rammeltje of deukje,
dan ging je naar de sloop en daar had je een ruime
keuze. Dat is voorbij.
Van
de ene kant is dat jammer. Goedkoop autorijden
met een Daf is verdwenen. Van de andere kant is het
goed: de auto heeft inmiddels de graad van
zeldzaamheid bereikt die het zinvol maakt in de auto
te investeren, in plaats van hem af te danken. Een
kapotte koppeling betekende tien jaar geleden de sloop
voor veel in nieuwstaat verkerende Volvo 66's. Nog
steeds is een Daf de goedkoopste klassieker in de
aanschaf. En het is veel meer auto dan een een Fiat
500 of een Eend. De Variomatic gaat zelden kapot en
ook een motor begeeft het nooit in een Daf
.

Het
zal wel geen toeval zijn dat de waardering voor de Daf
de laatste tien jaar veranderd is. Werd ik tien jaar
geleden in mijn Dafje nog wel eens voor de lol van de
weg gedrukt en uitgelachen, tegenwoordig krijg ik
belangstellende vragen en verhalen over opa en
vakanties naar het buitenland. Ja, ik ben in 1999 nog
met een Volvo 66 uit 1978 op en neer en dwars door
Portugal geweest, een reis van 8.000 kilometer.

Deze
auto is inmiddels toe aan een restauratie. Dat is een
onderneming die onmogelijk zou zijn zonder de Daf Club
Nederland. De DCN werd in 1980 opgericht, toen de
Volvo 66 nog gewoon te koop was en de TROS nog niet
met achteruitrijraces was begonnen.
Met
rond de 2.300 leden is de DCN een van de grootste
autoclubs van Nederland. Samen hebben de leden zo'n
vijfduizend auto's in hun bezit. Per lid varie