maisquenada.archief6

eXTReMe Tracker
maisquenada.archief 1
(februari, maart, april)

maisquenada.archief 2
(april, mei, juni)

 maisquenada.archief 3
(juli, augustus)

 maisquenada.archief 4
(september, oktober, november, december)

 maisquenada.archief 5
(januari, februari, maart, april)

 

 Vincent van Gogh

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


22-08-2003

Zonnebloem

Een soort van hommage aan Van Gogh


21-08-2003

Walvis laat scheet

Je ziet het hier.


18-08-2003

Netspanning

Tsja. Als de teller oploopt naar boven de 35, dan staat deze pagina ergens gelinkt, of er is iets anders aan de hand. De vraag wat volgens mij de klassieke popsong van Radiohead is stond vandaag in Metro, maar ik vress dat het een strikvraag is in de quiz van Vpro's 3voor12. Ik noemde het 'Freak', maar ik werd er fijntjes door Guuz Hoogaerts van Nieuwe Revu op gewezen dat het nummer 'Creep' heet.

Godverdomme, dan zit ik al bijna acht jaar in de auto mee te brullen dat ik een 'Gek' ben, in plaats van een 'Engerd' (zou het Freudiaans zijn?). Gelukkig heb ik 'Mafkees' ('Weirdo') wel goed. Voortaan die ingewikkelde hoesjes van Radiohead eens beter bekijken.

Overigens schreef ik in Metro dat ik die vier laatste cd's van Radiohead niet veel soeps vond. Na het schrijven (dat is altijd zo'n tien dagen voor de publicatie) ben ik nog eens gaan luisteren en ik ben van mening veranderd. Vooral 'Lives out' van de cd 'Amoniac' is fantastisch!

Succes met de quiz. Ik haalde als Gast672 392 punten.

[Later: Aha. Het was een vraag in de nieuwsbrief. Ik heb me daarvoor meteen aangemeld, wist niet dat-ie bestond. Beetje ingewikkelde spam-actie van de VPRO. Maar bedankt dat ik hiermee nr 4 in de top1000 van kunstenaars van Nedstat werd.]


18-08-2003

Naar Portugal

Van 14 september tot en met 14 oktober zit ik in Portugal, op een rustige plek, om mooie dingen te maken. De site pauzeert dan even.

In tegenstelling tot 1999 zal ik geen dagelijks internetdagboek bijhouden. Dat kostte me veel te veel tijd.


18-08-2003

Scheve stoeptegels en rollator-bejaarden

Ik kreeg mijn eerste skeelers in 1968, voor mijn Heilige Eerste Communie. Buiten de zegelring met mijn initialen die mijn peettante me gaf, was het het slechtste cadeau dat je een jongetje van acht kon geven. Nouja, ik had er zelf om gevraagd. Het waren onderbinders, dus na een paar straten rondstrompelen met knakkende enkels was het genoeg. Vier jaar later ruimde de plaatselijke supermarkt zijn voorraad skeelers op voor tweevijftig (1 euro 13). Een rage waren skeelers nooit geworden. Mijn moeder bracht een paar met vaste schoen voor me mee. Dat ging beter en zo bracht ik de zesde klas van de lagere school op skeelers door. De lagers versleten als de ziekte en de wielen ook. Nadat ik mijn communie-exemplaren had gekannibaliseerd was het afgelopen.

De jaren daarna zag ik de skeelers af en toe weer opduiken. Schaatsers trainden er op. Pas veel later verschenen de eerste berichten over 'in-line skating', en steeds vaker zag ik mensen op vier of vijf wielen in lijn voorbijkachelen. Skeelers waren voortaan suf, met nietzeggende vormgeving en vijf wielen, om lange afstanden te maken. Skates waren stoer en modieus, heftig vormgegeven en voor capriolen in de stad. Al blijft het gewoon schaatsen op wielen. Meer Nederlands kan het niet.

De Tecnica in-line skates die ik twintig jaar na mijn tweede paar skeelers kocht waren veel duurder dan tweevijftig: duurder zelfs dan mijn eerste auto. Maar die had geen ABEC5 lagers en geveerde aluminium frames die ten opzichte van de schoen verschoven kunnen worden.

Aanschaffen van skates is een, maar dan ook echt gaan rijden is wat anders. Terwijl skaten goed voor je is. Je knieën worden er steviger van, je evenwichtsgevoel wordt verbeterd en je beweegt. De soepelheid van dertig jaar geleden heb ik niet meer, toen ik al rijdend een draai van 180 graden kon maken om achteruit door te rijden. De discipline om elke dag een uur te skaten, zodat ik scheve stoeptegels en rollator-bejaarden met sierlijke voet- en heupbewegingen weet op te vangen, heb ik nooit gehad. Ik had een vast rondje van dertig kilometer, via Bilthoven naar Maartensdijk en dan via Groenekan weer terug naar Utrecht, maar de aantrekkelijkheid van deze route werd voor een groot deel bepaald door de diverse pannenkoeken- en theehuizen die ik passeerde.

Voor slapjanussen als ik is er de Friday Night Skate, die op meer dan twintig plaatsen in Nederland onder even zoveel namen wordt gehouden. Een route van zo'n 15 tot 25 kilometer door de stad, in gezelschap van slechts vijf tot meer dan negenhonderd mensen. De hype van het skaten is gelukkig alweer voorbij; wat er tijdens de Utrecht Skate Parade op wielen staat is een doorsnee van de samenleving. Gehelmd, in voddenbalen, of in macho t-shirt of sexy zomerjurkje. Hoewel, doorsnee: het mengelmoesje van kinderen, jonge vrouwen en tanige grijsaards, dat soepel of enigszins onhandig over Utrechts bruggen, sneltrambanen, spoorwegovergangen en de busbaan crosst is voornamelijk blank. Geen Marokkaan of Turk op skates te zien en ook het aantal soepele negers valt tegen.

De Utrecht Skate Parade met zijn bonkebonkebonke geluidwagen met live mixende dj, mc en gogo-girls voor de sliert skaters is misschien een goede kandidaat om opgenomen te worden in een inburgeringscursus.

www.u-skateparade.nl

Utrecht Skate Parade, elke vrijdag om 19.30 verzamelen bij Beatrix-theater Jaarbeursplein. Er zijn in de zomer skate avonden in meer dan twintig plaatsen in Nederland

 


16-08-2003

Een straaljager in de keuken 

Ik heb last van post-acquisitale depressie. Weken, maanden gaan vooraf aan de aanschaf van een cd-speler of videorecorder en als het apparaat er dan staat blijkt er net een betere versie uitgekomen te zijn, voldoet het niet aan de verwachtingen, of is er een winkel die het veel goedkoper aanbiedt. Als puber heb ik na twee jaar sparen een versterker gekocht die ik enkele later weken voor half geld weer verkocht, tot onbegrip en woede van mijn vader. O, de plannen en theorieën die ik bedenk om zojuist aangeschafte spullen te laten ontvlammen, ontploffen of ontvreemden... Ik heb er mee leren leven en het gaat best goed, de laatste jaren. Ik sla de eerste maanden na aanschaf van bruin- of witgoed de folders en de paginagrote advertenties over en loop de prijzenbeukers voorbij.

Maar laatst kreeg ik weer een keiharde aanval. Na lang wikken en wegen was wegens gezinsuitbreiding de keuze voor een Indesit koelvriescombinatie gemaakt. Vrienden wezen ons op een handelaar in rook- en waterschade-artikelen en daar vonden we precies wat we wilden. Met een vette korting vanwege een deuk in deur en ook nog een energiepremie, ook al was de regeling per 1 januari 2003 afgeschaft. 'Jullie hebben hem gewoon vorig jaar gekocht en ik kon hem nu pas leveren, dat zet ik wel op de bon,' zei de sympathieke verkoper met een vette knipoog. Dat veranderde de zaak, waardoor een prachtige kast in de hoek van de winkel ineens veel aantrekkelijker gefraudeerd werd. Een roestvrijstalen LG met No Frost systeem. Nooit meer ijskorsten wegbikken. Alleen maar voordelen. Wij waren verkocht.

De kast werd geleverd en na 24 uur rusten zette ik hem aan. En toen gebeurde het. De koelkast begon te loeien. En niet zo'n beetje. Meer lawaai dan de vaatwasser. Evenveel lawaai als de afzuigkap. De hele avond heb ik verbijsterd naar het ding staan kijken. Terwijl we verdomme voor de doodstille Indesit gingen. Bezoek schrok op als hij aansloeg en vroeg wat dat in hemelsnaam was.

Ik belde de verkoper op dat de koelkast zo'n lawaai maakte. 'Ja, dat komt door het No Frost systeem. Dat zijn de ventilatoren die koude lucht rondblazen.' 'Dat wisten wij niet. Waarom heb je dat niet verteld?' De verkoper werd meteen een stuk minder sympathiek. 'No Frost koelkasten maken veel herrie. Dat is algemeen bekend.' 'Ik wist het anders niet, want dan had ik hem niet gekocht. Ik wil hem graag ruilen.' 'Er is niets mis met die koelkast. Bel anders de serviceafdeling maar. Goedemiddag.'

'Dat is algemeen bekend.' Als een verkoper dat na aankoop tegen je zegt, dan betekent het dat je de lul bent. Het was het begin van de zwaarste post-aquisitale depressie van mijn leven. Ik ben er doorheen gekomen door er veel over te praten en nu, een half jaar later, hoor ik hem bijna niet meer. Dat is een truuk van je hersenen, die constant geluid uitschakelen, zei mijn therapeut, dat is algemeen bekend.

 


15-08-2003

De Megacommerciefestatie

 'U bent duidelijk ouder dan achttien,' zei de jongeman bij de ingang van de Megafestatie 2003. Ik greep onmiddellijk naar mijn perskaart om mijn aanwezigheid te rechtvaardigen. Ik weet dat vijfendertigplussers in sommige discotheken die door zestienjarige meisjes worden bezocht worden geweerd. En bij mijn vorige bezoek aan de jongerenbeurs merkte ik dat ik door het personeel in de gaten werd gehouden toen ik een meisje van dertien aansprak. Tsja, er hing geen bordje rond mijn nek met 'Ik ben haar oom'.

Maar daarom sprak de jongen mij niet aan. Hij had een gratis dvd voor mij. 'Nee, bedankt,' zei ik. Ik ben genoeg Nederlander om te weten dat aan 'gratis' altijd gevolgd wordt door zoiets als een SOA of, in dit geval, een abonnement met de verplichting om twee jaar lang om de twee maanden een dvd of cd te kopen. Met veertig procent korting, dat wel. Ik werd ongelogen negen keer aangesproken door een piepjonge colporteur met de dvd van 8 Mile onder de arm, want een overduidelijke achttienplusser hoeft geen toestemming van zijn ouders te vragen. De wanhoop lag voor de hand: de gemiddelde bezoekersleeftijd leek eerder 14, dan de 18 waarop gemikt werd.

Ik weet niet of er al een term bedacht is voor deze leeftijdverschuiving, waarbij het feitelijke publiek altijd net een slag jonger blijkt dan de beoogde doelgroep. Zo lezen bovenbouwers van de middelbare school de studentenromans van Giphart, zijn brugklasmeisjes fan van Kane en lezen basisschoolkinderen Harry Potter.

De Megafestatie had er ook last van. Kinderen die hun zakgeld aan vijftien euro entree hebben uitgegeven verteren niet zoveel. De hoopvol meegenomen rugzakjes bleven dit jaar ook grotendeels leeg. Er werd alleen wat rommel uitgedeeld, verde voornamelijk geprobeerd geld uit de zak te kloppen. Pubermeisjes stonden wel in de rij om gratis opgemaakt te worden (ik hoop dat ze er iets van leerden, want als er een ding is dat pubermeisjes niet kunnen, dan is het zichzelf opmaken), maar voor de jongens was er niets vergelijkbaars. Jongens worden echt benadeeld in deze maatschappij. Veel games, ja, met GameCube's, PlayStations en Xbox'en. En een biljarttafel.

De leegheid van de Megafestatie 2003 werd verhuld door de pompende herrie en de jongeren van Nederland trapten er niet in. Op het laatste moment was er een actie om het bezoekersaantal een beetje op te krikken. Tegen inlevering van het dopje van een flesje Marsdrink mocht je gratis binnen. Gelukkig hoefde je niet te bewijzen dat je het flesje ook echt leeg had gedronken.

 Megafestatie, Jaarbeurs Utrecht, 5 - 13 juli 2003

 


13-08-2003

Paradise Lit

 

De elfde editie van Lowlands komt eraan. Als er één voorbeeld is van popcultuur, dan is het Lowlands wel. Drie dagen lang worden muziek, theater, dans, stand up comedy, strips, film en literatuur door elkaar gehusseld en over de bezoekers gegoten. Het is spannend, het is verrassend en ook nog lekker informeel: alleen op Lowlands worden bestsellerauteurs opzijgeduwd door een 'Personeel! Personeel!' schreeuwend crewlid met een krat mineraalwater.

Sinds 1997 maak ik voornamelijk de literaire kant van Lowlands mee en het blijft leuk. Dat komt ook doordat de gevraagde schrijvers op Lowlandsbestendigheid zijn geselecteerd: je moet er wel tegen kunnen dat er een kudde dronken boeren in de tent zit die het allemaal boeie vindt wat er op het podium gebeurt. Dat zal dit jaar wel niet gebeuren, met schrijvers als Marcel Möring, Heleen van Royen en Ronald Giphart.

Elk jaar is er iets nieuws op Lowlands en dat is dit jaar een heus literair tijdschrift. Paradise Lit wordt, als ik me niet vergis, het eerste literaire tijdschrift met een oplage van 30.000 stuks. Buiten de gecontracteerde schrijvers voor Lowlands 2003 is er ook plaats voor onbekend talent. Elke week kunnen beginnende schrijvers meedoen aan Lowlands Literaire Web Wedstrijd. De beste vijf worden gepubliceerd in Paradise Lit, de beste twee daarvan winnen ook nog eens twee kaarten en een optreden.

Het niveau van beginnend schrijvend Nederlands is erg hoog, al heb je natuurlijk altijd jokers die denken dat ze er met een brutale grap ook komen. Dat kan wel, maar dan moet zo'n grap een roman lang zijn, zoals Grunberg als Marek van der Jagt presteerde.

Afijn, ondanks de 30.000 exemplaren toch een collector's item. Nog een reden om weer naar Lowlands te gaan.

 De Lowlands Literaire Web Wedstrijd duurde tot 28 juli 2003. Paradise Lit verschijnt 29 augustus. Inzenden voor 2004 vanaf 1 maart 2004.


12-08-2003

Daantje

'Lees je?'
'Godin van de jacht.'
'O. Ik wist niet dat je van Heleen van Royen hield.'
'Ach. Ik ga er een stukje over doen.'
'Jij?'
'Ja. Lijkt me leuk.'
'Dus jij gaat een stukje over Godin van de jacht doen. Goed boek?'
'Euh... Is niet interessant, Het gaat erom of er een leuk stukje inzit.'
'En?'
'Wat?'
'Zit er een leuk stukje in?'
'Denk het wel. Ik weet wel een paar goede vragen.'
'Dat zal me benieuwen.'
'Wat is dat voor een opmerking?'
'Wat dat voor een opmerking is? Hier. De Elle, de Viva, de Cosmopolitan, het Volkskrant Magazine, de Parool PS, de Panorama, de Nieuwe Revu, de Elegance, de Humo, de AvantGarde, de Libelle, de Opzij en de Flair. Heleen van Royen heeft een open huwelijk, ja en daar mag ze graag over vertellen, uitgebreid, tot in alle details, zonder voorbehoud. Wat wil je in godsnaam nog weten wat hier niet in staat?'
'...'
Rot toch op man. Je bent net als alle ander kerels. Je hebt je smoesje weer klaar om af te spreken met een lekker wijf dat graag buiten de deur eet. En dan maar hopen dat je zelf het hoofdgerecht bent.'
'Ik vind haar helemaal geen lekker wijf...'
'Dus jij vindt haar niet mooi. O, je hebt je browsertje al open staan zie. Kijk eens aan. Nou. dat is toch geen lelijke vrouw, dat zie ik ook wel. Precies dat donkere zigeurerinnentype waarvoor je je op straat ook altijd in allerlei bochten wringt om ze te kunnen nakijken zonder dat ik het zie.'
'Ik heb toevallig in dezelfde tijd als zij in Utrecht gestudeerd. En ik wil haar in een literaire traditie proberen te plaatsen. Ik zag dat ze dezelfde populair-wetenschappelijke obsessie met Darwin heeft als Ronald Giphart en...'
'Ze heeft een navelpiercing.'
'Wat?'
'Hier. Kijk maar op haar site. Hier staat ze in haar onderbroek. Jezus, wat een buik, heeft die twee kinderen gekregen? Heeft ze die opgeboerd soms?'
'Waar maak je je toch druk om. Ik ga gewoon een schrijver interviewen.'
'Weet je wat jij doet, ga jij lekker in Almere wonen, dan kun je elke dag bij haar op de koffie als haar man op tv staat te stoethaspelen. Lul.'

 Heleen van Royen staat op 30 augustus 2003 op Lowlands

 


11-08-2003

Reünie

Ik heb mezelf wel eens als volgt samengevat: 'Alles wat ik vandaag doe, doe ik om morgen met weemoed naar gisteren te kijken.' Het is een beetje gechargeerd, want als je nooit vooruitkijkt komt er niets bij om naar terug te kijken. Maar meestal zie ik de wereld toch door de lens van een camera. Of via deze rubriek. Reünies zijn, kortom, aan mij besteed. Mijn lagere school, de Aloysiusschool in Zundert, doet er niet aan, maar als ik eens terugkeer naar mijn geboortedorp is het al een en al reünie. Mijn universiteit heeft een ingewikkelde alumnidag, maar de sociale structuur op een universiteit is te los voor reünies.

De reünie van mijn middelbare school, de KSE in Etten-Leur, is daarentegen altijd ok. Het groepje van 6 VWO examenjaar 1979 was dit jaar aardig uitgedund. Zouden er dan toch mensen wegblijven omdat ze maatschappelijk niet geslaagd zijn, gebukt gaan onder vermeende huwelijksontrouw, kinderloosheid en traumatische en/of seksuele ervaringen met leraren?

Ik had graag mijn geheime liefdes nog wel eens willen vertellen wat ik voor ze gevoeld heb, inclusief die lerares Nederlands met wie ik in de redactie van de schoolkrant heb gezeten. Alma Gerritse! Het mocht niet zo zijn. Tijd heelt misschien alle wonden, maar zorgt er niet voor dat ik onsympathieke eikels aardig gaat vinden. Ik zag tot mijn plezier dat mijn leraar Frans door niemand aangesproken werd en dat de wiskundeleraar nog steeds zo'n waardeloos figuur was als toen. Het waren strenge leraren, maar er waren er meer die streng waren. Alleen wisten die op een of andere manier je het idee te geven dat het afgedwongen respect wederzijds kon worden. Zoals onze natuurkundeleraar Van Loon, die sinds 1974 geen steek veranderd was (wat de gruwelijke waarheid inhoudt dat hij er op zijn 27ste als 57 uitzag).

Ik wilde ooit leraar op de KSE worden, alleen om een aardige leraar te worden, als tegenwicht voor die frustraten die zichzelf in de weg zaten. Het is maar goed dat ik het niet gedaan heb, want ze weten wel weg met populaire leraren op de KSE, die worden weggepest. Door impopulaire leraren. Je hoort nog eens wat op een reünie.

 Reünie KSE, wegens 35-jarig bestaan, 15 juni 2003, Etten-Leur

 


10-08-2003

New York 

Ik had zin om naar New York te gaan door de film 'The Thomas Crown Affair', waarin de hoofdpersoon, een gentleman thief, regelmatig naar een Van Gogh gaat kijken in het Metropolitan Museum of Art. Terwijl ik die Van Gogh twee weken eerder in het Musée d'Orsay in Parijs zag hangen. Ach, whatever, je kunt altijd wel een excuus bedenken om naar New York te gaan. Bijvoorbeeld om de skyline van na 11 september eens te bekijken. Of voor een tweede honeymoon.

Een vierdaagse trip is zo geboekt. Al moet je dat 'vierdaagse' met een korreltje low-fat zout nemen. Je komt op de eerste dag wel om tien uur 's ochtends aan, maar je gevoelstijd loopt zes uur voor, dus om zes uur 's avonds is het middernacht. Aan het eind van de derde dag stap je weer in het vliegtuig en de vierde dag is niet meer dan de dag waaop je weer uit het vliegtuyig stapt. Een extra dag eraan plakken is daarom niet verkeerd en relatief goedkoop.

Via reisbureaus is zo'n reis kant-en-klaar te boeken, maar als je een beetje guts hebt, en een creditcard, boek je zelf via het web. Omdat sinds januari de dollar flink in waarde gedaald is, bespaar je moeiteloos tot tweehonderd euro op een deal.

 

Het is een beetje blasé om te zeggen dat je New York veranderd vindt, maar het is wel zo. De twee torens van het WTC waren nothing special, maar nu zie je pas hoezeer ze de skyline van de stad bepaalden en een landmark waren in de leaders van comedy's. Het schaamteloos vlaggen in kerken en de herinneringsplaquettes op elke brandweerauto zeggen genoeg. Maar wat weet ik nou? Kun je ooit indenken wat dat betekent, zo'n terroristische aanslag? Ik ben nooit op de torens geweest. Het voelt een beetje als de foute move in 1986 niet naar Berlijn te gaan. Die Muur zal ik ook nooit meer zien. Duh. Sinds je weet dat het Empire State Building op 11 september een reservedoel was sta je daar ook heel anders op.

Ook op andere gebieden is New York veranderd. In 1998 kon je op Times Square nog een peepshow binnenlopen, met hoeren die je uitlachten als je een dollar bood om hun broekje uit te trekken. Inmiddels staat er een filiaal van Toys'R'Us met een reuzenrad erin. Ongelogen. Een reuzenrad binnen. 42th Street, Hell Kitchen: The Lion King, the musical. Er wordt niet meer ontkleed gedanst, maar vérkleed. Afijn, een camera rond je nek is in ieder geval geen uitahangbord meer met de tekst 'Beroof me'.

Goed, zelfs als je de seks wegstreept, is New York nog steeds de stad van de instant-bevrediging. Heb je ergens zin in, dan hoef je zelden meer dan tien stappen te lopen om het te krijgen. Koffie, een bagel, een ijsje, koud water, een hamburger: het staat voor je klaar. En alles is zoet. Om een cappuccino zonder hazelnoot- of caramelsmaakje moet je speciaal vragen. Als je dan ook nog een New York Pass koopt hoef je nergens meer in de rij te staan. Instant satisfaction. Een kinderparadijs. Een kinderlijk paradijs...

Aan het patriottisme wen je als Nederlander nooit. De gids op de Circle Line, een rondvaart rond het eiland Manhattan, meent het waarschijnlijk elke keer wanneer hij het over 'The greatest city of America' en 'The only surviving Super Power in the world' heeft, maar op een gegeven moment is het verhaal over de miljoenste baksteen van het Empire State Building, en de 1.600 mensen die het in 16 maanden bouwden too much en ben je rijp een Boeing te kapen en die in dat hoogste gebouw van Amerika (op dit moment) te vliegen.

 Wat nooit zal veranderen is de aaneenschakeling van contrasten. Een rekening van vijftig dollar op Times Square voor een simpel gerechtje met twee drankjes en een van tien dollar voor een compleet maal voor twee in Chinatown. Met de voorkant van de bus in Central Park West, terwijl de achterwielen nog langs de wastelands van Harlem rijden. De overdaad van het Metropolitan en het verzoek boven de kassa geen gebruik te maken van de discount die voor jou geldt, als gift aan het museum. De wino die als een zak aardappelen op een brancard wordt gesmeten en de taxichauffeur die je adviseert de trein naar het vliegveld te nemen omdat dat goedkoper is. De wereldstad met kranten die nog het meest op een huis-aan-huisblad lijken, met hun obsessie voor plaatselijk nieuws.

En dat, dat allemaal maakt dat ik liever vandaag dan morgen terug in het vliegtuig naar New York stap.

 http://www.newyorkpass.com

http://www.hotelpenn.com/

http://www.mta.info/metrocard/

New York, 11 t/m 14 September 2003

 


08-08-2003

Autour de la Literature

Vincent van Gogh was een fanatiek lezer. Hij las en herlas Dickens, Hugo enzovoort. Met zijn brieven verdiende hij zelf een hoge plaats in de literaire hemel. Om hem te eren in het Van Goghjaar 2003 op zondag 10 augustus een literair programma op het Van Goghplein. Vanaf 13.00 uur. Toegang gratis.

Met:

Luuk Koelman

Erik Vlaminck

Kader Abdolah

Y. Né

Hans den Hartog Jager

Ronald Giphart

Dichters dansen niet (met o.a. Serge van Duijnhoven en Gabriël Kousbroek)

Presentatie; Jack Nouws

www.rotor-zundert.nl/

 


08-08-2003

Ik ga dood 

Ik ga dood. Ik heb het altijd geweten, maar het onsterfelijkheidsgevoel van de adolescent is lang blijven hangen. De eerste tekenen heb ik nonchalant genegeerd. Ik heb ze geweigerd te zien. Tot ik niets meer kon zien.

Geboren worden betekent een begrafenis veroorzaken, om Nietschze even slordig te citeren. Als je jong bent is dat ongelofelijk ver weg. Je kunt gemakkelijk 72 jaar worden, een onbevattelijk aantal jaren. Al klinkt vreemd genoeg 26.289 dagen meteen weer veel overzichtelijker. Zou je voor elke dag een euro krijgen kon je op je sterfdag een BMW 3-serie kopen, inflatie niet meegerekend.

Ik ga dood, maar daar kan ik eigenlijk wel mee leven. Op een gegeven moment heb je alle plaatjes gehoord, alle films gezien en alle moppen verteld. Maar eerst wordt je oud. Ook dat ouder worden kun je nog wel wegmoffelen, tot je jezelf op een gegeven moment in de deur van een vrieskast in de supermarkt weerkaatst ziet, met een pak ijsjes op armlengte van je ogen. En nog kun je het niet lezen.

Ik draag dit jaar veertig jaar lang een bril. Mijn neusbrug is erdoor versmald, er zitten deuken achter mijn oren: mijn hoofd is er naar gaan staan.

Maar nu moet ik een leesbril. En als je eenmaal een leesbril hebt kun je niet meer terug, vertelt de behulpzame jongeman bij de opticien me. Niets abnormaals voor uw leeftijd, zegt hij troostend.

Een leesbril. Ik moet denken aan vrouwen op gezondheidssandalen die een leesbril aan een koordje rond hun nek hebben hangen. En aan mezelf moet ik denken. Vandaag weer twee uur gezocht naar mijn giropasje dat ik 'op een plek had gelegd waar ik het gemakkelijk zou terugvinden', in plaats van tussen de rotzooi op mijn bureau, om over mijn zonnebril maar te zwijgen als het mooi weer wordt. Ik zal hem altijd kwijt zijn.

Leesrondjes! zegt iemand die denkt iets nieuws te hebben bedacht. Ik zie dan mijn vader met opgeheven hoofd langs zijn neus de krant lezen. De leren schildpadnek boven zijn overhemd.

Er bestaat zoiets als varifocus. Er worden dan drie scherpstelvelden in je bril geslepen. Het vergt een nieuwe manier van kijken. Zo anders, dat de fabrikant een jaar lang nieuwe glazen voor je maakt tot je gewend bent, als je er niet aan kunt wennen. Zo niet, dan krijg je gratis een gewone en een leesbril. Ik weet niet of ik dat wel aankan, een jaar lang wennen aan een nieuwe bril.

Een leesbril. Mijn ogen kunnen zich niet meer goed scherpstellen, mijn hersenen kunnen de informatie niet goed meer compenseren. Een aarzelende haarlijn, een onderbroken tandenrij, pijnlijke gewrichten, een verkeerd danspasje, dat heeft niet per se met leeftijd te maken. Maar een leesbril.

Ik zet mijn stappen dichter naar de dood. En ik zal het haarscherp zien.

 


08-08-2003

Zoveel oorlogen geleden

De gruwelijkste film die ik ken zag ik in het Oorlogsmuseum Overloon. Het was een documentaire over de Tweede Wereldoorlog. Ik kende die oorlog al uit verhalen van mijn ouders, die hem als kind en jongvolwassene hebben meegemaakt op het Brabantse land. De dreigende woorden 'wacht maar tot het oorlog wordt' als ik mijn bord niet leegat, kregen pas voor het eerst betekenis toen ik die aaneenschakeling van filmbeelden zag. Vreemd genoeg was ik niet het meest geschokt door de getoonde bergen van brillen, schoenen, haren en gouden tanden. Zelfs niet door de magere lijven die met bulldozers in massagraven werden geschoven. Sommige dingen zijn te groot om te bevatten als je elf bent. Het waren de beelden van brandend Londen.

Ik had niets met Londen, maar de brandende huizen konden overal staan. Wat me zo choqueerde als klein jongetje was dat stenen huizen door brand konden instorten. Het valt vast met wat psychologie van de kouwe grond te duiden. Ik heb in ieder geval doodsbang zitten kijken naar het wegvagen van een zekerheid.

Oorlog is voor tachtig procent dagelijks leven, als je geen soldaat bent, of niet in het verzet zit. Het grootste deel van de vijf jaar van de Duitse bezetting van Nederland is zonder kanongebulder voorbij gegaan. Al moet de angst groot geweest zijn. Dat wordt goed duidelijk in het prachtige 'Het 40-45 boek'. Het is een handzaam gebonden boekje (iets groter dan briefkaartformaat) met meer dan 500 zwartwitfoto's over de Tweede Wereldoorlog. De foto's zijn van zoveel oorlogen geleden, maar maken duidelijk dat er niets is veranderd. Het is spotgoedkoop, maar eigenlijk is het nog te duur: het boek had het op 5 mei aan elk Nederlands gezin cadeau gedaan moeten worden.

 Het 40-45 boek, Fotocollectie Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Waanders, ISBN 90-400-8741-5, 12,50 euro

 


07-08-2003

Nieuw: maisquenada.lowlands


07-08-2003

Nederlanders van Marokkaanse afkomst noemen hun kind steeds vaker Abdelkader

Marokkaanse ouders noemen hun zoontjes steeds vaker Abdelkader. Werd vorig jaar maar één Abdelkader ingeschreven bij de burgerlijke stand, nu staat de naam in de top tien van favoriete Marokkaanse namen. De populariteit van de naam is een rechtstreeks gevolg het winnen van de Librisprijs door Abdelkader Benali.

Benali is al lange tijd de lieveling van Nederlandse intellectuelen, die in hem de redder van de Nederlandse literatuur zien. Benali zelf, een slagerszoon uit een analfabetische familie, is er nog een beetje beduusd van. Zijn moeder had hem opgegeven voor de prestigieuze prijs omdat hij altijd maar met die boeken bezig was en zijn studie verwaarloosde. Ze hoopte dat een afwijzing hem meteen zou genezen van zijn gekke streken, zodat hij een respectabel beroep zou uitkiezen als socioloog of ICT-manager. Abdelkader Benali was erg boos toen hij hoorde wat ze gedaan had, maar tot zijn en haar grote verbazing kwam hij meteen op de longlist van de Librisprijs met zijn boek De langverwachte.

'Het had toen nog weinig effect op mijn privéleven,' vertelt Benali. 'Ik kon toen nog gewoon boodschappen doen bij de Aldi.' Toen kwam de shortlist, waarop Benali wederom prijkte. 'Toen werd het een gekkenhuis,' vertelt de sympathieke Nederlander van Marokkaanse afkomst. 'Ik moest voortaan naar de Albert Heijn, want daar komen geen intellectuelen zoals in de Aldi en uitgaan deed ik daarna in Utrecht in De Bastaard, waar ze geleerd hebben schrijvers te negeren.'

Grote favoriet Oek de Jong moest het tot ieders verbazing afleggen tegen de piepjonge Abdelkader (hun oeuvre is ongeveer even groot). De laatste 10 jaar is er niemand meer met de naam Oek ingeschreven.

 


06-08-2003

De kauwgommuur

 Kan kauwgom 'op' zijn? Niet echt. Een dropje kan op. Een lollie kan op. Maar kauwgom niet. Kauwgom verliest zijn smaak (ook dat vraag ik me af: als je met je knie tegen een onder de tafel geplakt kauwgommetje hebt gezeten, ruiken de walgelijke draden zeer penetrant naar pepermunt). Ik slik mijn kauwgom altijd door, zonder bang te zijn voor verstopping of kauwgombomen in mijn buik. Het komt onverteerd naar buiten en met een beetje geluk ruikt je poep dan naar pepermunt. Of menthol. Of aardbeien.

Dat kauwgum nog steeds fris ruikend naar buiten komt na een tocht door gal en zoutzuur zegt iets over de afbreekbaarheid van het spul. Vandaar dat de uitgespuugde plakkaten op perrons en bushaltes zolang blijven zitten. Overal zie je ze.

Behalve in Dordrecht. Daar hebben ze een kauwgommuur. De Tolbrugstraat is aan weerszijden dicht beplakt met kauwgom. Wie er mee begonnen is weet men niet, maar sinds jaar en dag worden uitgekauwde kauwgommetjes tegen de muur geplakt. Stadschroniqueur van Dordrecht Jaap Bouwman vertelde dat zijn dochter er speciaal voor omloopt, netzoals de meeste jonge Dordtenaren.

Als ik met iemand zit te praten zak ik altijd een moment weg en ik denk: 'Wat zou er gebeuren als ik nu die koffie hier voor me in je gezicht zou gooien?' Ik geloof dat ik aanleg heb voor dwangneuroses, want ik heb het altijd. Bij de weinige sollicitatiegesprekken die ik gevoerd heb. Daarom solliciteer ik ook niet meer. Bij de kauwgommuur overviel me hetzelfde. Grijze elfenbankjes, blauwe uitroeptekens en tandvleesroze dotten. Hypnotiserende kleeftepels. Duizenden, tienduizenden kauwgoms. Liters speeksel en mondbacteriën en ik was moest opzij kijken en doorlopen om te voorkomen dat ik naar de muur zou gaan om zijn dotje gom van de muur te pulken en mijn mond te stoppen. Ik weet zeker dat de smaak er nog in zal zitten. Nooit meer naar Dordrecht dus.

 Kauwgommuur, Tolbrugstraat Dordrecht

 


04-08-2003

'Nog niet met een pistool tegen mijn hoofd'

'Mogen wij jou iets vragen?' vroegen de twee meisjes, die al de hele tijd achter me ronddraaiden, uiteindelijk. Ik keerde me om. Aan mij mag je altijd iets vragen.

'Ken jij Dave en Raoul?'
Ik moest ze teleurstellen. Ik kende helemaal geen Dave of Raoul.
'Maar jij staat toch wel eens in Rails?'
'Ja. Nou ja, een keer per jaar.' (En me dan nog herkennen! Mijn oren gloeiden.)
'Dave en Raoul ook.' Het ene meisje oogde een beetje muizig. Het andere was wat opvallender. Ze waren in ieder geval allebei dronken.
'Weet je ook hoe ze verder heten?' vroeg ik.
'Nee.'
Ik dacht heel lang na. Dave en Raoul...
'Dave heeft een Engelse achternaam,' kon een van de twee zich herinneren.
'O wacht eens... Dave Gray!
'Ja!' lachten ze opgelucht.
'Die ken ik vaag, ik heb hem wel eens op een nieuwjaarsreceptie gezien. Hoe ken jij hem?'
'Ik ken hem niet. Tenminste, ik ken alleen zijn foto'tje. Hij staat daar altijd in de lijst met medewerkers, in die rij met pasfoto's, waar jij ook tussen staat. Raoul ook.'
'Maar wat is dan je fascinatie met Dave en Raoul?'
'We zaten laatst in de trein naar die pasfoto's te kijken en toen vroegen we ons af, met wie zouden we het doen als het moest,' zei de ander. Ze had een puist boven haar linkerwenkbrauw, rijp om uitgeknepen te worden. Het begon erop te lijken dat ik dat ging doen.
'En toen kwamen we uit op Dave en Raoul,' zei de ene weer.
Ik nam een slok van mijn bier. 'Dus als ik het goed begrijp komen jullie me vertellen dat je het zelfs niet met mij zou willen doen als er pistool op je gericht staat?'
De meisjes giechelden zenuwachtig. 'Jij stond er toen niet bij.'
'Ik had liever een ontkenning gehoord.'

Ik draaide me weer om en liet het bier in mijn glas ronddraaien. Net zo dood als de rest van de avond.

Een doorsnee avond in de Bastaard


03-08-2003

Verloren treinkaartje

Het is iedere keer slapstick. Hoeveel zakken kan een mens in zijn kleren hebben? Vijf in het colbertje, vijf in de broek, een in het overhemd en zes in de overjas. Overal kan het kaartje zitten, in zeventien zakken en daarin dan in het hoesje om een van de drie pasjes, of in een van de vijf vakken van de portemonnee. Misschien in het opschrijfboekje voor de geniale invallen, of tussen de bonnetjes die ik altijd bewaar om te kijken waar mijn geld naartoe gaat.

Tenslotte ga je staan, tussen de twee banken die bedekt zijn met rafelende wegwerpkranten, moeizaam je evenwicht bewarend door fly-overs en wissels. Van alles komt er naar boven, telefoonnummers van dat meisje, schroefjes van je fiets, bonnetjes van de geldautomaat (waarom drukken mensen altijd op 'ja' om een bonnetje en laten ze het daarna uit de gleuf hangen?) uit Antwerpen, snoeppapiertjes, het boodschappenlijstje dat je kwijt was, zelfs een tegoedbon van 25 euro van de Free Record Shop, waarmee je een uur door de zaak hebt gelopen, maar ze verkochten alleen maar kutplaten, maar niet, nee niet, je treinkaartje.

Terwijl je zeker weet dat je een kaartje hebt gekocht, niet als laatst, toen je in de trein zat zonder geld en bij de conducteur een kaartje moest kopen, eerste klas, voor goudgeld omdat je vergéten waa dat je een kaartje had gekocht, maar waar in godsnaam.

En al die tijd staat de conducteur tegenover je grijnzen, omdat hij je doorheeft, omdat hij deze show wel kent en ook niet gelooft in het rode hoofd en de zweetplekken onder je oksels, hij kent alle smoezen en alle uitvluchten, zijn pappenheimers.

'Ben je je kaartje kwijt?' grijnst hij in zijn open deur.
'Ik ben bang van wel,' mompel ik.
'Utrecht?'
'Ja.'
'Korting?'
Ik knik gehaast en blijf op zakken slaan.
'Eén euro tachtig?'
'Ja.'
'Is het dit?'
Hij geeft me mijn kaartje.
'Waar komt dat nu vandaan?
'Lag op het perron. Niet zo slim, hè?'

Ik mompel een bedankje en pas als hij vertrokken is word ik boos. Al die tijd stond hij met dat kaartje naar me te kijken. Langzaam veranderde ik van een willekeurige reiziger in een goed verhaal. Voor als je een conducteur bent, tenminste.

Stoptrein Utrecht - Hilversum, 9 mei 2003

 


03-08-2003

De Vuurboom 

De vuurboom ís eng. Hij staat aan het begin van het rijtje bomen, in Rhijnauwen. Lieflijker omgeving kun je niet bedenken. En daar staat dan het skelet van een boom. Een lege huls, van binnen zwart geblakerd. Hoe fel de zon ook schijnt, dat het stof van het grindpad afslaat en de koeien amechtig in een hoek liggen en de bereklauw zijn blad laat hangen, hoe fel ook: het blijft binnen zwart en duister. Het licht verdwijnt erin, zoals eens het vloeibare licht van een bliksemstraal erin verdwenen is. De vuurboom is hol, maar wie durft erin te gaan staan, ook jij zult misschien verdwijnen en geblakerd worden in honderdduizend volt, opgesloten tussen de afschuwelijke wortels die zich, dood als zombies nog steeds vastklauwen in de grond. Ik misschien wel, maar jongetjes van tweeënhalf niet, die dromen ervan en roepen je midden in de nacht om vastgehouden en getroost te worden, want de vuurboom 'is een beetje eng, papa.' En papa's pakken zo'n jongen stevig vast en zeggen dat de vuurboom ver weg is en dat er konijntjes in de vuurboom wonen en vogeltjes. 'En slang ook?' En slang ook, jongen, ga maar slapen, de slang is lief en papa ook.

 


02-08-2003

Viert Moeder

In 1964 liep ik met mijn vader de plaatselijke winkel voor huishoudelijke artikelen van Zundert binnen. Het was een lange donkere pijpenla, met een vloer die halverwege stijl naar beneden liep. Dat was al een hele belevenis. De winkel stond vol spullen van Tomado, Brabantia, Philips, Electrolux, Erres en Daalderop die we toen suf en truttig vonden, maar die nu stuk voor stuk designklassiekers zijn. Het was de dag voor Moederdag, in een tijd dat moeder vooral nuttige dingen kreeg voor het huishouden. Als om haar er aan te herinneren dat we dankbaar waren voor haar goede zorgen, maar dat ze zich geen gekke dingen in het hoofd moest halen. We kochten een theepotje voor haar. Waarschijnlijk was het precies de dubbelwandige theepot die mijn moeder gevraagd had en waarschijnlijk kochten we die precies een maat kleiner dan mijn moeder wilde omdat mijn vader hem te duur vond. Ik mocht hem geven.

Ik heb geen flauw idee meer of ze er blij mee was, maar de pot heeft jarenlang op de ontbijttafel gestaan, tot hij afgedankt werd, net als de andere jaren zestigklassiekers die weggegeven of weggegooid werden. Het theepotje werd onder in de kelder gezet, misschien omdat het mijn moeder herinnerde aan die dag dat een bebrild jongetje met dikke beentjes en blozende wangetjes haar het kadootje gaf. Waarschijnlijk had ik op de kleuterschool met propjes crêpepapier een bloemenvaas geplakt en die erbij gedaan.

Om even sentimentele redenen heb ik het potje meegenomen uit het ouderlijk huis, waardoor we nu dankzij de zuinigheid van mijn vader voortdurend thee moeten bijzetten. En om even sentimentele redenen heb ik mijn zoontje van twee meegenomen om een theepot voor Moederdag te kopen. 'Die!' zei hij resoluut en wees de duurste theepot uit het rek aan. Ik slikte mijn aarzeling weg. Het was er een van anderhalve liter.

Afijn. De familietraditie is voortgezet.

 Moederdag, internationaal de eerste zondag van mei

 


01-08-2003

De Dick Voormekaar Show 

Ik ben vaste klant van Tivoli in Utrecht. Van het eerste begin in 1981, toen het gekraakt werd en er een benefietavond werd gehouden. Jassen werden onder de stoelen gelegd, de wc's waren buiten, entree was een gulden (45 eurocent) en er werd getapt door vrijwilligers, met dank aan de gemeente die jaarlijks voor tonnen subsidieerde. Dat was goedkoper dan optreden tegen krakers met illegale feesten.

Dat is nog steeds het beeld van Tivoli, een zwart gat waarin vrijwilligerssubsidie verdwijnt. Terwijl het allang een efficiënt gerunde tent is waar iedereen keurig op de loonlijst staat en die minder van subsidie afhankelijk is dan een gemiddelde voetbalclub. Met dank aan Dick te Winkel, die in 1994 zag dat de tijden veranderden en dat een poptempel net zo'n serieuze aangelegenheid is als een stadsschouwburg of een concertgebouw. Het werd hem in het begin niet in dank afgenomen: de bijnaam 'Dick Betaald' zegt genoeg.

Onder zijn leiding (dat wil zeggen dat hij het niet persoonlijk deed, maar dat hij de juiste mensen wist te vinden of te enthousiasmeren) veranderde Tivoli in een van de beste popzalen van Nederland. En nu is hij weg.

Maar niet echt. Dick te Winkel is adjunct-directeur van het Muziekcentrum Vredenburg geworden. Zijn zoon vond het maar niets, dat hij een baan verliet waar de ene bekende Nederlander de andere popster voor de voeten liep, maar na een eerste bezoek aan Vredenburg botste hij tegen Jamai op. En zoals Dick zei: 'Vanaf nu wordt het muziekcentrum nog hipper.'

Een voormalig directeur van een commercieel gerunde popzaal, die adjunct wordt bij een gesubsidieerd muziekcentrum: Utrecht bruist een beetje meer.

Afscheid Dick te Winkel bij Tivoli


31-07-2003

Rudi Wester gaat op reis

Wie lezen er reisverhalen? En vooral: wie lezen er reisverhalen op vakantie? Het is al zestien jaar een traditie: in mei verschijnt bij Contact een bundel met de beste reisverhalen van het jaar daarvoor. Dat lijkt zo uitgerekend, om mensen iets te lezen te geven als ze op vakantie gaan. Ik kan me dat eigenlijk niet voorstellen. Lig je op het strand van Tavira in Portugal een verhaal over een reis naar de Oekraïne lezen. Of nog erger: over de bergen van Tras-os-Montes in Portugal, waardoor je het idee krijgt dat je je vakantie verkeerd gepland hebt.

Het lijkt me logischer dat je zo'n boek koopt om alvast in de stemming te komen voor je vakantie. Een bundel reisverhalen over ontberingen, onverwachte schoonheid, dat moet de geest wel openen.

Ach ja, vakantie. Ik geloof dat in de stress toptien vakantie boven verhuizing en echtscheiding staat. Mijn moeder kreeg altijd peesontstekingen in haar rechterarm, zodat er nooit een raampje in de auto open mocht. Mijn vader kreeg een koortslip. Ik bedoel maar. Reisschrijvers schrijven ook niet over vakantie. Ze schrijven over reizen. Zij weten als geen ander dat reizen geen vakantie is. Vakantie is het dagelijkse leven even vergeten. Reizen is eraan herinnerd worden waar je vandaan komt. Bijvoorbeeld als je in een Citroën Ami uit 1970 langs bedevaartsoorden gaat reizen (kandidaat voor de volgende editie).

Rudi Wester verzamelde dit jaar voor de zestiende keer enkele tientallen reisverhalen. Gevreesd werd dat het voor de laatst keer was, omdat zij in september directeur van het Institut Néerlandais in Parijs wordt. Door inschakeling van nieuwerwetse technieken blijft ze echter de vaste samensteller: de e-mail. Ik schrok toen ik hoorde dat pas dit jaar voor het eerst de schrijvers via e-mail hun teksten hadden ingeleverd. Maar zo gek is het niet. Reisschrijvers e-mailen niet. Lees de reisverslagen op het internet er maar eens op na, dat zijn geen reisverhalen, dat is wanhopieg treurigheid. Een verhaal reist niet per e-mail.

In een Daf. Hooguit per Concorde.

Presentatie Reizigers, 15 mei, Contact, Amsterdam

 


30-07-2003

Grensgeluiden

Het is de leukste boekhandel van Breda en misschien wel van heel Nederland: Van Kemenade & Hollaers. Hein van Kemenade is het stereotype van de bevlogen boekhandelaar, met smaak en kennis van zaken, zonder er uit te zien als een stoffige boekenwurm. Hij is ook literair medewerker van het kunst- en cultuurprogramma Grensgeluiden op Stadsradio Breda. Hiervoor maakte hij met René Oomen Quatertemperdagen, over leven en werk van de Vlaamse auteur Erik Vlaminck. De reportage werd bekroond. Het prijzengeld gaf Van Kemenade de gelegenheid zijn liefde voor de Vlaamse literatuur vorm te geven in een festival in café-restaurant Oncle Jean.

Hoogtepunt van het middagprogramma (ik moest helaas het avondprogramma aan me voorbij laten gaan) was het interview van Vic van de Reijt, biograaf van Willem Elsschot (pseudoniem voor Alfons de Ridder), met Ida de Ridder, jongste dochter van. Ida de Ridder is 85, maar jong van geest en hartverwarmend nuchter en ad rem.

Van de Reijt en De Ridder kenden elkaar goed, dus de dialoog op het toneel had veel weg van een ingestudeerd toneelstukje. Maar wel een leuk toneelstukje. Het was bijna nuchter Hollands hoe De Ridder de verering voor de schrijver Willem Elsschot wegwoof met de opmerking: 'Voor ons was het gewoon een vader.' De kinderen De Ridder kwamen er pas heel laat achter dat hun vader Willem Elsschot was. En ook toen was dat geen gespreksonderwerp. Ida de Ridder vertelde er nu nog over alsof ze net over de verbazing heen is.

Met al haar nuchterheid en warsheid van overdreven verering voor Elsschot verhelderde ze af en toe wat kleine mysteries. Zo is daar het grimmige gedicht 'Het huwelijk' met de onvergetelijke regels 'Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren'. Het ging niet over het huwelijk van Willem Elsschot, maar dat van zijn ouders. Dacht ze.

Het was een genot om haar te mogen horen voorlezen uit haar vaders werk. Hoogstwaarschijnlijk klonk daar iets van zijn intonatie en melodie in door.

Het middag- en avondgedeelte waren gescheiden door een diner. De kaart van het restaurant was speciaal aan het onderwerp aangepast met Vlaamse specialiteiten. Maar ja, ik moest voor het eten thuis zijn. Volgend jaar beter.

Grensgeluiden, jaarlijks festival gewijd aan de Vlaamse literatuur, Oncle Jean, Breda, 27 April 2003

 


29-07-2003

Het zwarte randje van Utrecht

 Anton Mussert, geboren in Werkendam, hoofdingenieur van Provinciale Waterstaat van Utrecht, richtte op 14 December 1931 in Utrecht de NSB op. De NSB, een partij voor bange kleinburgers. Hij woonde in Utrecht-Oost, vlakbij het Wilhelminapark. Een dure buurt. Toen en nu nog. Op het hoogtepunt van de NSB stemden in deze wijk 18% van de bewoners NSB. In de wijk Oog en Al ook trouwens. De NSB-stemmers kwamen gelukkig tot inkeer, toen de partij een anti-semitische koers ging varen. Het aantal stemmen halveerde onmiddellijk. Mussert zette door, maar zelfs de Duitsers namen hem niet serieus. Het Nederlandse volk wel, want op 7 mei 1946 werd hij geëxecuteerd, op de Waalsdorpervlakte.

De NSB hield eerst kantoor op Oudegracht 51, later op Oudegracht 354.

 

Vanaf 1935 op Maliebaan 35.

Een huis met balkon, Mussert moet zich daar al gezien hebben terwijl hij een defilé van marcherende NSB'ers afnam. Hij was een klein mannetje dat een balkon nodig had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigden de Duitsers zich ook aan deze lange straat. Zonder het te weten tussen de verzetslieden. Later was Utrecht een van de weinige steden met een extreem-rechtse partij in de gemeenteraad. De kleinburgers zullen nooit verdwijnen.

Ik hoef me er niet voor te schamen dat ik in Utrecht woon, maar ik zal het inktzwarte randje ook nooit vergeten. Op 4 mei stond ik daarom op een bomvol Domplein. Voor de nabestaanden van de oorlog stonden vijftien stoelen klaar. Vijftien, meer niet. De fakkel wordt overgenomen door de twintigers die het grootste deel van het publiek uitmaakten. Om acht uur was het doodstil, zelfs de vogels zwegen.

Er zijn mensen die Koninginnedag willen inruilen voor de 5 mei als nationale feestdag. Is dat dan inclusief een Vrijmarkt met bezopen klootzakken die op 4 mei begint?

Toen het Wilhelmus ingezet werd schoten bij veel mensen de tranen in de ogen. De ondergaande zon gaf de Dom een gouden randje.

Dodenherdenking Domplein Utrecht, 4 mei 2003

 


19-06-2003

4 augustus 1986

'Met jou ga ik naar bed,' dacht ik toen ik aan haar werd voorgesteld. Ik had dat gevoel nog nooit eerder gehad, maar ik wist het zeker, vanaf het moment dat ze me aankeek. Goed drie maanden later was het zover. Het was de vijfde keer dat ik haar zag. De vierde was toen ik haar de sleutel van mijn kamer gaf. Ze was het huis uitgezet door haar vriendje en ik was een maand weg. Op de laatste dag van haar verblijf zou ze me mee uit eten nemen. Wat ze deed. Ze moest bij me achterop. Ze bleef los zitten, behalve in de bochten. Dan voelde ik haar, bijna niet. Tijdens het eten rolde er een erwtje van mijn bord en bijna tegelijk ook eentje van haar bord. Toen ik naar beneden keek zag ik dat de erwtjes tegen elkaar aan lagen. Hoe groot is die kans, zei ik. Ze bloosde, denk ik.

Na het eten bleven we heel lang op een terras zitten. Ze had in een damesblad een theorie gelezen over snel of langzaam bevriend raken met een man. Langzaam betekende dat je nooit meer met hem naar bed kom, dat zou de vriendschap bederven. Snel betekende eerst seks en daarna verdieping, omdat de seksuele spanning uit de lucht was. Ik ging er nog serieus op in ook.

Ik geloof dat we allebei het moment zo lang mogelijk wilden uitstellen. Mijn huisgenoten waren allemaal nog wakker. Het was een warme augustusavond. Hun ogen waren op ons gericht en we bleven ook daar nog naborrelen, om onze onschuld te bewijzen. Tot we niet anders konden dan naar binnen gaan en we bedwelmd door drank en vermoeidheid in slaap vielen. Zij in mijn bed. Ik op de grond op het logeermatras. Voor ik in slaap viel zag ik hoe ze zich gehaast omkleedde.

De zon brandde ons wakker. Ik vroeg haar of we op de snelle of de langzame manier vrienden zouden worden. Ze vroeg wat ik bedoelde. 'Kom je bij me liggen?' zei ik. Ze kwam bij me liggen.

Ze was lang, dun en lenig en ze had haar kleren nog aan. Ik was naakt. In haar nek rook ik de patchouli-kern van haar parfumdeo, waarmee ze zich rijkelijk besproeide. Ze droeg een wijde broek, zoals de mode toen voorschreef, met daarover een knielange blouse. Een onneembare vesting voor mijn handen, die voortdurend verstrikt raakten in de plooien van het textiel. We zoenden elkaar uren lang. Echt. Uren lang. En we moeten gepraat hebben. Over haar ex, haar werk, haar ouders en mij, maar daar kan ik me niets van herinneren. Alleen de pezige armen en benen, haar buik als een wasbord, haar zachte mond die zoeter geurde dan honing. Toen ik eindelijk de band van haar broek had gevonden en een hand tussen haar benen wilde steken greep ze me stevig bij de polsen. 'Ik wil niet dat je dat doet,' zei ze. 'Als we met elkaar slapen kan ik je daarna niet meer verdragen.' Ze glimlachte onzeker. Uit haar broekzak rolde een tampon.

Buiten was het een warme augustusdag. Ik zette de radio aan: Willem Ruis was dood. Ik voelde me opeens erg bloot.

 

Willem Ruis, alles voor de roem van Gijs Groenteman. ISBN 9038827024

 


19-06-2003

'God made the world, but it's held together with duct tape'

Buiten een reisverzekering inclusief vervangend vervoer is er niets zo onmisbaar op reis als een rol gaffer-tape. Het is dat spul waarmee roadies kabels op een podium vastplakken, om te voorkomen dat een gitarist al head-bangend over zijn eigen versterker struikelt. Gaffer-tape plakt superstevig, maar het is los te trekken zonder dat het lijmsporen nalaat (behalve als de zon er een week op heeft staan branden). Het is op textielbasis en de brede tape is oersterk en tegelijk heel gemakkelijk in dunne reepjes te scheuren.

Ik werd op het nut van het spul geattendeerd toen ik voor de eerste keer op reisreportage ging, naar Sri Lanka. Edwin Walvisch, de fotograaf, plakte er zijn filmbusjes mee dicht en alle verpakkingen en doosjes die hij in zijn koffer meedroeg. Sindsdien heb ik standaard een rol in mijn koffer zitten. Nooit meer lekkende drank- of aftershaveflessen. Rammeltjes aan de auto worden dichtgeplakt en sleutelgaten in kromme pensiondeuren worden bedekt.

Op vakantie in Portugal las ik in een oude VN een column van Natasha Gerson, met daarin nog een zegening van gaffer-tape. Je kunt er in hotelkamers, waar nooit een stopje in de wasbak zit om te voorkomen dat je gaat wassen, de afvoer dichtplakken. Het houdt lang genoeg om twee uur lang in te weken.

Er is ook nog duct-tape. Dat lijkt op gaffer-tape, alleen plakt het zo goed dat je er het stucwerk mee van de muren trekt. Tijdens de oorlog tegen Irak werd aangeraden bij een gifgasaanval de kieren van de ramen met duct-tape dicht te plakken. Er is in de VS een hele cultus rond ontstaan, inclusief jongeren die avondkleding van duct-tape maken voor hun Prom Night. Hele websites zijn gewijd aan kleding, kunstbloemen en de hype van het moment: portefeuilles.

Op het moment ben ik dagelijks afhankelijk van de gaffer-tape. Het klepje van de geheugenkaart van mijn digitale Canon (zie logo linksboven) is afgebroken. Met tape houd ik het nu dicht. Ook in- en uitzoomen gaat nu met plakband. Het ziet er goedkoop uit, maar ik weet in ieder geval zeker dat het klepje meer waterdicht is dan eerst.


19-06-2003

'Lang geleden dat ik kippenvel kreeg'

De populairste Nederlandstalige band van dit moment is Bløf. Ik snap dat niet. Op 'Brief uit Londen' na produceert hun lopende band aan elkaar gebreide lettergrepen, begeleid door futloze, slaapverwekkende muziek. Terwijl er Spinvis is.

Ik hoorde en zag Spinvis een jaar geleden voor het eerst in de V&D in Utrecht, waar de clip van 'Smalfilm' levensgroot op de hippe-klerenafdeling werd geprojecteerd. Een passende plaats om kennis te maken met Spinvis, als je zijn absurdistische teksten een beetje kent. Alhoewel, absurdistisch. Hij heeft het poëtische vermogen om dagelijkse taal zo te presenteren dat die iets duidelijk maakt van de absurditeit van het leven. Zo moet je het zien. En dan met een mooi muziekje eronder.

De muziekjes van Spinvis zijn net zo moeilijk mee te neurieën als de muziekjes van Bløf. Maar niet omdat je ze zo gemakkelijk vergeet. Omdat hij ze bij elkaar gesamplet heeft. Het moet de droom van iedere muzikant zijn, die jaren in zichzelf gekeerd op zolder zit te knutselen en dan met het resultaat iedereen verbijstert en op ieders lippen ligt. De mythe van de miskende kunstenaar die moet lijden, die na Van Gogh zo'n opgang gemaakt heeft. Spinvis kreeg het voor elkaar, terwijl hij noch het uiterlijk, noch de stem heeft om Idols te winnen.

Spinvis maakt met softwarepakket ProTools in elkaar geknutselde luisterliedjes. Kun je daarmee op toernee gaan? Dat kan. De band die hem begeleidt tijdens zijn concerten interpreteert het knip-en-plakwerk tot iets geheel nieuws en tegelijk heel herkenbaars. Zoals ik achter me hoorde zeggen: 'Lang geleden dat ik kippenvel kreeg'. Ik kreeg zelf op een gegeven moment een brok in mijn keel en dat was ook lang geleden. Netzoals het lang geleden was dat ik de zaal uit zijn dak hoorde gaan vanwege een marimba-solo. Als de mensen opletten, tenminste. Het was de eerste keer dat ik op een concert was waarbij het geklets in de zaal bijna de band overstemde. Het was trouwens ook de eerste keer dat ik tijdens een concert de hele tijd verlichte lcd-schermpjes zag van druk sms'ende mensen. Misschien dachten ze dat dat hoort tegenwoordig, als iemand staat te zingen.

Spinvis maalde er niet om. Lijkt me ook echt een onderwerp voor een nieuw nummer voor zijn tweede cd.

Spinvis, Tivoli, Utrecht, 13 maart 2003

 


19-06-2003

Anne, Roel, Meike, Marije, Carlijn en Anouk kijken naar de Idolsfinale

Jamaï is de favoriet, al hangt er toch stiekum één Jim-poster op het raam. Maar dat is om de kans op een auto te vergroten. Jamaï, de androgyne puber, die niet wist dat het CDA de verkiezingen had gewonnen. Eerlijk gezegd is een zestienjarige met verstand van politiek enger dan een staatssecretaris die Idols krampachtig een culturele lading wil geven. Dat Jamaï zal winnen ligt niet vast beredeneertRoel: tot nu toe is de afvalrace alfabetisch verlopen: Dewi, Hind, dus Jamaï. Roel stijgt in de achting bij de dames.

Er is lang uitgekeken naar deze avond. We hebben er een feestje van gemaakt. De nichtjes mochten allemaal iemand meenemen. Daarom is het zo vreemd dat er voortdurend gekletst en gedraaid wordt. Om de vijf minuten zijn de bakjes chips leeg. Vooral met Anouk in de buurt. Aanwezigheid van één jongen ook niet goed voor de concentratie.

Presentatrice Tooske is duidelijk niet aan blote jurken gewend. Algehele hilariteit als ze veroverbuigt naar de camera: 'Je zag haar tepel! Je zag haar tepel.'

Intermezzo. Vincent doet zijn Normaal-interpretatie op klompen in het Idols decor en wordt lyrisch besproken. Het blijkt reclame. De meiden vragen zich bezorgd af of Vincent daar toestemming voor heeft gegeven. Het ontgaat ze dat het spotje speciaal is opgenomen.

De juryleden blijven krampachtig volhouden dat Jim wel kan zingen, maar het publiek om me heen is niet doof. ''Sorry seems to be the hardest word' is van Elton John en niet van Blue,' roep ik verontwaardigd. Ik word vol onbegrip aangekeken.

Er zijn vier mobiele telefoons aanwezig, die meteen op games, ringtones en picture messaging worden geïnspecteerd. Jamaï wint.

De andere ochtend staan op elke telefoon vier sms-jes a 70 eurocent per stuk. We hebben geen auto gewonnen.

Idolsfinale, 8 maart 2003, Doetinchem


19-06-2003

Vrijmarkt Utrecht

29/30 april 2003, Utrecht


(02-06-2003)

De achtertuin van Utrecht

Ik kende een meisje dat in het bos wilde neuken. Ze troonde haar vriendje mee naar het uitgestorven Amelisweerd, het bos aan de rand van Utrecht. Het was een regenachtige dag. Op het moment dat ze een beschuttende boom hadden gevonden hield de regen op en enthousiast gingen ze aan de slag. Binnen een minuut naderden er een tractor, vier jongens die met stokken tegen de struiken sloegen en een familie met een kinderwagen. Daar stonden ze dan, met hun broek op hun knieën.

Amelisweerd met het daarnaast gelegen landgoed Rhijnauwen is geen bos. Het is een stadspark. Nee, het is de achtertuin van Utrecht. Op een doorsnee zondag staan de auto's er bumper-aan-bumper geparkeerd. De geur van pannenkoeken drijft tussen de beukenlanen. Skaters vallen bezweet neer op een terrasstoel.,Middelbare echtparen in identieke lichtblauwe windjacks op identieke donkerblauwe fietsen manoeuvreren wiebelend om paardenvijgen op het fietspad. Gezinnen picknicken op de speelweide, kinderen spelen in de enorme zandbak. De A12 ruist op de achtergrond. De intercity ratelt elke vijftien minuten voorbij. Helicopters vliegen over naar Soesterberg.

Op een zonnige weekdag zitten vaders met hun kind aan de rand van de zandbak hun Volkskrant of NRC te lezen. Sommigen ken je nog van gezicht, van je studie, of uit de supermarkt. Van anderen vraag je je af: is dat een alleenstaande vader, terwijl je je dat nooit van een moeder met kind afvraagt. Sommigen van die vrouwen ken je nog van het uitgaansleven, toen ze met soepele lijven en dansende haren op de dansvloer stonden en je naar ze verlangde en fantasieën over in het bos neuken nog niet onbetamelijk waren.

 


(04-06-2003)

Het leukste hotel van Antwerpen

(verhuisd naar maisquenada.lekker)


(04-06-2003)

Goed boek!

http://www.vangoghgallery.com/misc/references/books_misc.htm


(29-05-2003)

Huilende zonnebloemen

Recht tegenover Vincents geboortehuis staat een vijf meter hoge huilende zonnebloem. Hij staat ook 'symbool voor het verdriet van Zundert, dat tot op de dag van vandaag tobt met de wijze waarop zijn meest bekende inwoner een plaats moet krijgen in het Zundert van vandaag,' aldus de bedenker van het kunstwerk, Johan Brosens. Ook familie, trouwens.

Lees verder op de Vincent van Gogh pagina's


(28-05-2003)

Lachen met tranen in je ogen

Er was een tijd dat ik thuisbleef om Friends te kunnen kijken. In ieder geval de video aanzette als ik bezigheden buitenshuis had. De humor was on-Amerikaans gewaagd, met genoeg verhaallijntjes om je mee te identificeren. Zoals de treurig verlopende liefde tussen Ross en Rachel. Inmiddels is de formule van deze sitcom uitgewerkt, zijn de grappen sleets geworden en de karakters ongeloofwaardig.

Eind 2000 las ik een veelbelovende aankondiging van een Britse serie over dertigers, die de Vara ging uitzenden. Na de eerste aflevering, zondagavond elf uur, was ik verslaafd. Bijna vier jaar nadat Engeland voor de bijl ging. Cold Feet.

De serie liep in Engeland van 1997 tot en 2003. Vandaar de wijkende haarlijnen en het getover met onvruchtbaarheid en onverwachte zwangerschap van de actrices. Tussen de afleveringen door verscheen Helen Baxendale, die Rachel speelde, in Friends als Emily, de nicht van Rachel. Dat was de enige overkomst tussen de twee series. En dat ik er ook voor thuis bleef, of in ieder geval de video voor aanzette.

Het schijnt dat Cold Feet de droomscènes introduceerde waar Ally Macbeal pas jaren later op teerde, de scènes die na een paar ogenblikken een dagdroom zijn, of een fantasie. Omdat we in Nederland de afleveringen met jaren achterstand hebben gezien moet ik dat maar geloven. Er was ook kritiek in Engeland op aspecten die aan een Nederlander voorbijgaan: het standsverschil. Kakkers als David en Karen zouden in werkelijkheid nooit omgaan met mensen als Adam en Rachel (die overigens wel in een Saab en een BMW 5-serie reden, ondanks hun financiële problemen).

In 2002 begon de Vara opnieuw. Eerst met een herhaling van de eerste negentien afleveringen, later met twaalf nieuwe afleveringen en opeens bleek iedereen in mijn omgeving Cold Feet ontdekt te hebben. Geen wonder. Mijn omgeving en ik herkenden zich in de serie. We zijn ook dertigplussers met moeilijkheden in de relatie, met kinderen, kennissen met abortussen, met de verleiding van overspel en bijbehorende schuldgevoelens, met zeikende ouders, baantjes die we kwijt raken, angst voor kanker en al die andere kleine dingen die zwaar op je geweten en schouders drukken. Ook niet onbelangrijk: de acteurs zagen er zo gewoon uit, zoals we er zelf uitzagen.

Vijf series zijn er gemaakt, waarvan de laatste uit vier afleveringen bestond. Bizar, dramatisch, hilarisch, humoristisch, weemoedig, Cold Feet was het allemaal. Andere series zijn dat ook. Wat was er dan anders? Dat was de slimme opbouw van de serie. In de eerste afleveringen zag je hoe alle problemen langzaam opgelost worden en iedereen bij elkaar kwam. In de laatste viel langzaam alles weer uit elkaar. Zonder moraal, zonder oordeel. Zoals wij dertigplussers langzaam de wereld zien veranderen.

Laatste aflevering Cold Feet, 4 mei 2003

 


(28-05-2003)

Ons kikkerlandje

Eind 1991 was ik op bezoek bij een Nederlandse vriend die in Barcelona woonde. Hij had net een nieuwe Spaanse liefde, die hij aan me wilde voorstellen. Tijdens ons bezoek kwamen er twee vriendinnen langs om haar uit te nodigen mee te gaan skieën in de Pyreneeën. 'Hebben jullie zin om mee te gaan?' vroegen ze. Een paar dagen later vertrokken ze echter zonder ons. Het was nooit de bedoeling geweest dat we meegingen. Het was alleen onbeleefd ons niet uit te nodigen, net zoals het onbeleefd van ons was geweest om werkelijk mee te gaan.

Lokale gastvrijheid is een doolhof van doornig struikgewas, behalve in Nederland. Als je buitenlanders over Nederlandse gastvrijheid hoort praten is het alsof er een gure wind over een uitgestorven vlakte waait. Nederlanders mogen het graag horen en bevestigen, als een calvinistische zelfkastijding.

De nieuwe serie reclamespotjes van Mona put uit dit stinkende reservoir van zelfontkenning. We zien daarin een stoet van buitenlandse vrouwen die afgeven op typische Nederlandse verschijnselen, zoals het sluiten van de koektrommel nadat iedereen een koekje heeft genomen, het delen van de rekening na een etentje, de afkeer van te laat komen en het gebrek aan charme bij het versieren.

De algemene mening is dat Nederlanders ongastvrij, krenterig en bemoeizuchtig zijn. Lees het boek The Undutchables. Ik heb net zo'n hekel aan mensen die dat beweren als aan mensen die Nederland een kikkerlandje noemen. Nee, een Nederlander nodigt de kennissen van kennissen niet mee uit skieën. Nee, wij zoenen niet bij de eerste ontmoeting. Nee, wij spreken niet snel in het restaurant af. Maar of dat betekent dat wij niet gastvrij zijn?

De Monatoetjes-reclame is natuurlijk ironisch bedoeld, maar een huis vol verschillende nationaliteiten die samen sarcastisch over Nederland praten geeft me toch te denken. Fransen (terroristische aanslag op Greenpeace-schip door Franse geheime dienst), Amerikanen ('Wie niet voor ons is is tegen ons'), Brazilianen (politieagenten in doodseskaders in sloppenwijken), Israëliers (bezette gebieden) en Surinamers (decembermoorden) zouden eens over hun eigen land mogen nadenken voor ze afgeven op dit land.

De geschiedenis van Nederland is gevuld met voorbeelden van nationaliteiten die met open armen ontvangen werden. De Sefardische Joden, de Franse Huegenoten, de Vlaamse Signoren. Ik denk dat ik liever te gast ben in een land waar ik nieuwe kansen krijg, dan in een land waar ik net zoveel koekjes mag pakken als ik wil, maar niet mee mag op wintersport.

 


(17-05-2003)

De leraar van Vincent

Ze hebben het er maar druk mee in Breda. Bisdom Breda 150 jaar. Koninklijke Militaire Academie 175 jaar. En Van Gogh 150 jaar. Alleen dat laatste vieren valt niet mee...

Lees verder op de Vincent van Gogh pagina's


(17-05-2003)

De Vanger, met geitenwollen sokken

In 1989 figureerde ik in de film Elcker, samen met een meisje waarop ik in stilte verliefd was. Het bizarre was dat we een verliefd stelletje moesten spelen. Het fijne