22-08-2003
Zonnebloem
Een
soort van hommage aan Van Gogh
21-08-2003
Walvis
laat scheet
Je
ziet het hier.
18-08-2003
Netspanning
Tsja.
Als de teller oploopt naar boven de 35, dan staat deze
pagina ergens gelinkt, of er is iets anders aan de
hand. De vraag wat volgens mij de klassieke popsong
van Radiohead is stond vandaag in Metro, maar ik vress
dat het een strikvraag is in de quiz van
Vpro's
3voor12.
Ik noemde het 'Freak', maar ik werd er fijntjes
door Guuz Hoogaerts van Nieuwe Revu op gewezen dat het
nummer 'Creep' heet.
Godverdomme,
dan zit ik al bijna acht jaar in de auto mee te
brullen dat ik een 'Gek' ben, in plaats van een
'Engerd' (zou het Freudiaans zijn?). Gelukkig heb ik
'Mafkees' ('Weirdo') wel goed. Voortaan die
ingewikkelde hoesjes van Radiohead eens beter
bekijken.
Overigens
schreef ik in Metro dat ik die vier laatste cd's van
Radiohead niet veel soeps vond. Na het schrijven (dat
is altijd zo'n tien dagen voor de publicatie) ben ik
nog eens gaan luisteren en ik ben van mening
veranderd. Vooral 'Lives out' van de cd 'Amoniac' is
fantastisch!
Succes
met de quiz. Ik haalde als Gast672 392
punten.
[Later:
Aha. Het was een vraag in de nieuwsbrief. Ik heb me
daarvoor meteen aangemeld, wist niet dat-ie bestond.
Beetje ingewikkelde spam-actie van de VPRO. Maar
bedankt dat ik hiermee nr 4 in de top1000 van
kunstenaars van Nedstat werd.]
18-08-2003
Naar
Portugal
Van
14 september tot en met 14 oktober zit ik in Portugal,
op
een rustige plek,
om mooie dingen te maken. De site pauzeert dan
even.

In
tegenstelling tot 1999 zal ik geen dagelijks
internetdagboek bijhouden. Dat kostte me veel te veel
tijd.
18-08-2003
Scheve
stoeptegels en rollator-bejaarden
Ik
kreeg mijn eerste skeelers in 1968, voor mijn Heilige
Eerste Communie. Buiten de zegelring met mijn
initialen die mijn peettante me gaf, was het het
slechtste cadeau dat je een jongetje van acht kon
geven. Nouja, ik had er zelf om gevraagd. Het waren
onderbinders, dus na een paar straten rondstrompelen
met knakkende enkels was het genoeg. Vier jaar later
ruimde de plaatselijke supermarkt zijn voorraad
skeelers op voor tweevijftig (1 euro 13). Een rage
waren skeelers nooit geworden. Mijn moeder bracht een
paar met vaste schoen voor me mee. Dat ging beter en
zo bracht ik de zesde klas van de lagere school op
skeelers door. De lagers versleten als de ziekte en de
wielen ook. Nadat ik mijn communie-exemplaren had
gekannibaliseerd was het afgelopen.
De
jaren daarna zag ik de skeelers af en toe weer
opduiken. Schaatsers trainden er op. Pas veel later
verschenen de eerste berichten over 'in-line skating',
en steeds vaker zag ik mensen op vier of vijf wielen
in lijn voorbijkachelen. Skeelers waren voortaan suf,
met nietzeggende vormgeving en vijf wielen, om lange
afstanden te maken. Skates waren stoer en modieus,
heftig vormgegeven en voor capriolen in de stad. Al
blijft het gewoon schaatsen op wielen. Meer Nederlands
kan het niet.
De
Tecnica in-line skates die ik twintig jaar na mijn
tweede paar skeelers kocht waren veel duurder dan
tweevijftig: duurder zelfs dan mijn eerste auto. Maar
die had geen ABEC5 lagers en geveerde aluminium frames
die ten opzichte van de schoen verschoven kunnen
worden.
Aanschaffen
van skates is een, maar dan ook echt gaan rijden is
wat anders. Terwijl skaten goed voor je is. Je
knieën worden er steviger van, je
evenwichtsgevoel wordt verbeterd en je beweegt. De
soepelheid van dertig jaar geleden heb ik niet meer,
toen ik al rijdend een draai van 180 graden kon maken
om achteruit door te rijden. De discipline om elke dag
een uur te skaten, zodat ik scheve stoeptegels en
rollator-bejaarden met sierlijke voet- en
heupbewegingen weet op te vangen, heb ik nooit
gehad.
Ik
had een vast rondje van dertig kilometer, via
Bilthoven naar Maartensdijk en dan via Groenekan weer
terug naar Utrecht, maar de aantrekkelijkheid van deze
route werd voor een groot deel bepaald door de diverse
pannenkoeken- en theehuizen die ik
passeerde.

Voor
slapjanussen als ik is er de Friday Night Skate, die
op meer dan twintig plaatsen in Nederland onder even
zoveel namen wordt gehouden. Een route van zo'n 15 tot
25 kilometer door de stad, in gezelschap van slechts
vijf tot meer dan negenhonderd
mensen.
De
hype van het skaten is gelukkig alweer voorbij; wat er
tijdens de Utrecht Skate Parade op wielen staat is een
doorsnee van de samenleving. Gehelmd, in voddenbalen,
of in macho t-shirt of sexy zomerjurkje. Hoewel,
doorsnee: het mengelmoesje van kinderen, jonge vrouwen
en tanige grijsaards, dat soepel of enigszins onhandig
over Utrechts bruggen, sneltrambanen,
spoorwegovergangen en de busbaan crosst is
voornamelijk blank. Geen Marokkaan of Turk op skates
te zien en ook het aantal soepele negers valt
tegen.
De
Utrecht Skate Parade met zijn bonkebonkebonke
geluidwagen met live mixende dj, mc en gogo-girls voor
de sliert skaters is misschien een goede kandidaat om
opgenomen te worden in een
inburgeringscursus.
www.u-skateparade.nl
Utrecht
Skate Parade, elke vrijdag om 19.30 verzamelen bij
Beatrix-theater Jaarbeursplein. Er zijn in de zomer
skate avonden in meer dan twintig plaatsen in
Nederland
16-08-2003
Een
straaljager in de keuken
Ik
heb last van post-acquisitale depressie. Weken,
maanden gaan vooraf aan de aanschaf van een cd-speler
of videorecorder en als het apparaat er dan staat
blijkt er net een betere versie uitgekomen te zijn,
voldoet het niet aan de verwachtingen, of is er een
winkel die het veel goedkoper aanbiedt. Als puber heb
ik na twee jaar sparen een versterker gekocht die ik
enkele later weken voor half geld weer verkocht, tot
onbegrip en woede van mijn vader. O, de plannen en
theorieën die ik bedenk om zojuist aangeschafte
spullen te laten ontvlammen, ontploffen of
ontvreemden... Ik heb er mee leren leven en het gaat
best goed, de laatste jaren. Ik sla de eerste maanden
na aanschaf van bruin- of witgoed de folders en de
paginagrote advertenties over en loop de
prijzenbeukers voorbij.
Maar
laatst kreeg ik weer een keiharde aanval. Na lang
wikken en wegen was wegens gezinsuitbreiding de keuze
voor een Indesit koelvriescombinatie gemaakt. Vrienden
wezen ons op een handelaar in rook- en
waterschade-artikelen en daar vonden we precies wat we
wilden. Met een vette korting vanwege een deuk in deur
en ook nog een energiepremie, ook al was de regeling
per 1 januari 2003 afgeschaft. 'Jullie hebben hem
gewoon vorig jaar gekocht en ik kon hem nu pas
leveren, dat zet ik wel op de bon,' zei de sympathieke
verkoper met een vette knipoog. Dat veranderde de
zaak, waardoor een prachtige kast in de hoek van de
winkel ineens veel aantrekkelijker gefraudeerd werd.
Een roestvrijstalen LG met No Frost systeem. Nooit
meer ijskorsten wegbikken. Alleen maar voordelen. Wij
waren verkocht.
De
kast werd geleverd en na 24 uur rusten zette ik hem
aan. En toen gebeurde het. De koelkast begon te
loeien. En niet zo'n beetje. Meer lawaai dan de
vaatwasser. Evenveel lawaai als de afzuigkap. De hele
avond heb ik verbijsterd naar het ding staan kijken.
Terwijl we verdomme voor de doodstille Indesit gingen.
Bezoek schrok op als hij aansloeg en vroeg wat dat in
hemelsnaam was.
Ik
belde de verkoper op dat de koelkast zo'n lawaai
maakte. 'Ja, dat komt door het No Frost systeem. Dat
zijn de ventilatoren die koude lucht rondblazen.' 'Dat
wisten wij niet. Waarom heb je dat niet verteld?' De
verkoper werd meteen een stuk minder sympathiek. 'No
Frost koelkasten maken veel herrie. Dat is algemeen
bekend.' 'Ik wist het anders niet, want dan had ik hem
niet gekocht. Ik wil hem graag ruilen.' 'Er is niets
mis met die koelkast. Bel anders de serviceafdeling
maar. Goedemiddag.'
'Dat
is algemeen bekend.' Als een verkoper dat na aankoop
tegen je zegt, dan betekent het dat je de lul bent.
Het was het begin van de zwaarste post-aquisitale
depressie van mijn leven. Ik ben er doorheen gekomen
door er veel over te praten en nu, een half jaar
later, hoor ik hem bijna niet meer. Dat is een truuk
van je hersenen, die constant geluid uitschakelen, zei
mijn therapeut, dat is algemeen bekend.
15-08-2003
De
Megacommerciefestatie
'U
bent duidelijk ouder dan achttien,' zei de jongeman
bij de ingang van de Megafestatie 2003. Ik greep
onmiddellijk naar mijn perskaart om mijn aanwezigheid
te rechtvaardigen. Ik weet dat vijfendertigplussers in
sommige discotheken die door zestienjarige meisjes
worden bezocht worden geweerd. En bij mijn vorige
bezoek aan de jongerenbeurs merkte ik dat ik door het
personeel in de gaten werd gehouden toen ik een meisje
van dertien aansprak. Tsja, er hing geen bordje rond
mijn nek met 'Ik ben haar oom'.
Maar
daarom sprak de jongen mij niet aan. Hij had een
gratis dvd voor mij. 'Nee, bedankt,' zei ik. Ik ben
genoeg Nederlander om te weten dat aan 'gratis' altijd
gevolgd wordt door zoiets als een SOA of, in dit
geval, een abonnement met de verplichting om twee jaar
lang om de twee maanden een dvd of cd te kopen. Met
veertig procent korting, dat
wel.
Ik
werd ongelogen negen keer aangesproken door een
piepjonge colporteur met de dvd van 8 Mile onder de
arm, want een overduidelijke achttienplusser hoeft
geen toestemming van zijn ouders te vragen. De wanhoop
lag voor de hand: de gemiddelde bezoekersleeftijd leek
eerder 14, dan de 18 waarop gemikt werd.

Ik
weet niet of er al een term bedacht is voor deze
leeftijdverschuiving, waarbij het feitelijke publiek
altijd net een slag jonger blijkt dan de beoogde
doelgroep. Zo lezen bovenbouwers van de middelbare
school de studentenromans van Giphart, zijn
brugklasmeisjes fan van Kane en lezen
basisschoolkinderen Harry Potter.

De
Megafestatie had er ook last van. Kinderen die hun
zakgeld aan vijftien euro entree hebben uitgegeven
verteren niet zoveel. De hoopvol meegenomen rugzakjes
bleven dit jaar ook grotendeels leeg. Er werd alleen
wat rommel uitgedeeld, verde voornamelijk geprobeerd
geld uit de zak te kloppen. Pubermeisjes stonden wel
in de rij om gratis opgemaakt te worden (ik hoop dat
ze er iets van leerden, want als er een ding is dat
pubermeisjes niet kunnen, dan is het zichzelf
opmaken), maar voor de jongens was er niets
vergelijkbaars. Jongens worden echt benadeeld in deze
maatschappij. Veel games, ja, met GameCube's,
PlayStations en Xbox'en. En een biljarttafel.

De
leegheid van de Megafestatie 2003 werd verhuld door de
pompende herrie en de jongeren van Nederland trapten
er niet in. Op het laatste moment was er een actie om
het bezoekersaantal een beetje op te krikken. Tegen
inlevering van het dopje van een flesje Marsdrink
mocht je gratis binnen. Gelukkig hoefde je niet te
bewijzen dat je het flesje ook echt leeg had
gedronken.
Megafestatie,
Jaarbeurs Utrecht, 5 - 13 juli 2003
13-08-2003
Paradise
Lit

De
elfde editie van Lowlands komt eraan. Als er
één voorbeeld is van popcultuur, dan is
het Lowlands wel. Drie dagen lang worden muziek,
theater, dans, stand up comedy, strips, film en
literatuur door elkaar gehusseld en over de bezoekers
gegoten. Het is spannend, het is verrassend en ook nog
lekker informeel: alleen op Lowlands worden
bestsellerauteurs opzijgeduwd door een 'Personeel!
Personeel!' schreeuwend crewlid met een krat
mineraalwater.
Sinds
1997 maak ik voornamelijk de literaire kant van
Lowlands mee en het blijft leuk. Dat komt ook doordat
de gevraagde schrijvers op Lowlandsbestendigheid zijn
geselecteerd: je moet er wel tegen kunnen dat er een
kudde dronken boeren in de tent zit die het allemaal
boeie vindt wat er op het podium gebeurt. Dat zal dit
jaar wel niet gebeuren, met schrijvers als Marcel
Möring, Heleen van Royen en Ronald
Giphart.
Elk
jaar is er iets nieuws op Lowlands en dat is dit jaar
een heus literair tijdschrift. Paradise Lit wordt, als
ik me niet vergis, het eerste literaire tijdschrift
met een oplage van 30.000 stuks. Buiten de
gecontracteerde schrijvers voor Lowlands 2003 is er
ook plaats voor onbekend talent. Elke week kunnen
beginnende schrijvers meedoen aan Lowlands Literaire
Web Wedstrijd. De beste vijf worden gepubliceerd in
Paradise Lit, de beste twee daarvan winnen ook nog
eens twee kaarten en een optreden.
Het
niveau van beginnend schrijvend Nederlands is erg
hoog, al heb je natuurlijk altijd jokers die denken
dat ze er met een brutale grap ook komen. Dat kan wel,
maar dan moet zo'n grap een roman lang zijn, zoals
Grunberg als Marek van der Jagt presteerde.
Afijn,
ondanks de 30.000 exemplaren toch een collector's
item. Nog een reden om weer naar Lowlands te
gaan.
De
Lowlands Literaire Web Wedstrijd duurde tot 28 juli
2003. Paradise Lit verschijnt 29 augustus. Inzenden
voor 2004 vanaf 1 maart 2004.
12-08-2003
Daantje
'Lees
je?'
'Godin
van de jacht.'
'O.
Ik wist niet dat je van Heleen van Royen
hield.'
'Ach.
Ik ga er een stukje over
doen.'
'Jij?'
'Ja.
Lijkt me leuk.'
'Dus
jij gaat een stukje over Godin van de jacht
doen. Goed boek?'
'Euh...
Is niet interessant, Het gaat erom of er een leuk
stukje inzit.'
'En?'
'Wat?'
'Zit
er een leuk stukje in?'
'Denk
het wel. Ik weet wel een paar goede
vragen.'
'Dat
zal me benieuwen.'
'Wat
is dat voor een opmerking?'
'Wat
dat voor een opmerking is? Hier. De Elle, de Viva, de
Cosmopolitan, het Volkskrant Magazine, de Parool PS,
de Panorama, de Nieuwe Revu, de Elegance, de Humo, de
AvantGarde, de Libelle, de Opzij en de Flair. Heleen
van Royen heeft een open huwelijk, ja en daar mag ze
graag over vertellen, uitgebreid, tot in alle details,
zonder voorbehoud. Wat wil je in godsnaam nog weten
wat hier niet in staat?'
'...'
Rot
toch op man. Je bent net als alle ander kerels. Je
hebt je smoesje weer klaar om af te spreken met een
lekker wijf dat graag buiten de deur eet. En dan maar
hopen dat je zelf het hoofdgerecht
bent.'
'Ik
vind haar helemaal geen lekker
wijf...'
'Dus
jij vindt haar niet mooi. O, je hebt je browsertje al
open staan zie. Kijk eens aan. Nou. dat is toch geen
lelijke vrouw, dat zie ik ook wel. Precies dat donkere
zigeurerinnentype waarvoor je je op straat ook altijd
in allerlei bochten wringt om ze te kunnen nakijken
zonder dat ik het zie.'
'Ik
heb toevallig in dezelfde tijd als zij in Utrecht
gestudeerd. En ik wil haar in een literaire traditie
proberen te plaatsen. Ik zag dat ze dezelfde
populair-wetenschappelijke obsessie met Darwin heeft
als Ronald Giphart en...'
'Ze
heeft een navelpiercing.'
'Wat?'
'Hier.
Kijk maar op haar site. Hier staat ze in haar
onderbroek. Jezus, wat een buik, heeft die twee
kinderen gekregen? Heeft ze die opgeboerd
soms?'
'Waar
maak je je toch druk om. Ik ga gewoon een schrijver
interviewen.'
'Weet
je wat jij doet, ga jij lekker in Almere wonen, dan
kun je elke dag bij haar op de koffie als haar man op
tv staat te stoethaspelen. Lul.'

Heleen
van Royen staat op 30 augustus 2003 op
Lowlands
11-08-2003
Reünie
Ik
heb mezelf wel eens als volgt samengevat: 'Alles wat
ik vandaag doe, doe ik om morgen met weemoed naar
gisteren te kijken.' Het is een beetje gechargeerd,
want als je nooit vooruitkijkt komt er niets bij om
naar terug te kijken. Maar meestal zie ik de wereld
toch door de lens van een camera. Of via deze
rubriek. Reünies
zijn, kortom, aan mij besteed. Mijn lagere school, de
Aloysiusschool in Zundert, doet er niet aan, maar als
ik eens terugkeer naar mijn geboortedorp is het al een
en al reünie. Mijn universiteit heeft een
ingewikkelde alumnidag, maar de sociale structuur op
een universiteit is te los voor reünies.
De
reünie van mijn middelbare school, de KSE in
Etten-Leur, is daarentegen altijd ok. Het groepje van
6 VWO examenjaar 1979 was dit jaar aardig uitgedund.
Zouden er dan toch mensen wegblijven omdat ze
maatschappelijk niet geslaagd zijn, gebukt gaan onder
vermeende huwelijksontrouw, kinderloosheid en
traumatische en/of seksuele ervaringen met
leraren?
Ik
had graag mijn geheime liefdes nog wel eens willen
vertellen wat ik voor ze gevoeld heb, inclusief die
lerares Nederlands met wie ik in de redactie van de
schoolkrant heb gezeten. Alma Gerritse! Het mocht niet
zo zijn. Tijd
heelt misschien alle wonden, maar zorgt er niet voor
dat ik onsympathieke eikels aardig gaat vinden. Ik zag
tot mijn plezier dat mijn leraar Frans door niemand
aangesproken werd en dat de wiskundeleraar nog steeds
zo'n waardeloos figuur was als toen. Het waren strenge
leraren, maar er waren er meer die streng waren.
Alleen wisten die op een of andere manier je het idee
te geven dat het afgedwongen respect wederzijds kon
worden. Zoals onze natuurkundeleraar Van Loon, die
sinds 1974 geen steek veranderd was (wat de gruwelijke
waarheid inhoudt dat hij er op zijn 27ste als 57
uitzag).

Ik
wilde ooit leraar op de KSE worden, alleen om een
aardige leraar te worden, als tegenwicht voor die
frustraten die zichzelf in de weg zaten. Het is maar
goed dat ik het niet gedaan heb, want ze weten wel weg
met populaire leraren op de KSE, die worden weggepest.
Door impopulaire leraren. Je hoort nog eens wat op een
reünie.
Reünie
KSE, wegens 35-jarig bestaan, 15 juni 2003,
Etten-Leur
10-08-2003
New
York
Ik
had zin om naar New York te gaan door de film 'The
Thomas Crown Affair', waarin de hoofdpersoon, een
gentleman thief, regelmatig naar een Van Gogh gaat
kijken in het Metropolitan Museum of Art. Terwijl ik
die Van Gogh twee weken eerder in het Musée
d'Orsay in Parijs zag hangen. Ach, whatever, je kunt
altijd wel een excuus bedenken om naar New York te
gaan. Bijvoorbeeld om de skyline van na 11 september
eens te bekijken. Of voor een tweede
honeymoon.
Een
vierdaagse trip is zo geboekt. Al moet je dat
'vierdaagse' met een korreltje low-fat zout nemen. Je
komt op de eerste dag wel om tien uur 's ochtends aan,
maar je gevoelstijd loopt zes uur voor, dus om zes uur
's avonds is het middernacht. Aan het eind van de
derde dag stap je weer in het vliegtuig en de vierde
dag is niet meer dan de dag waaop je weer uit het
vliegtuyig stapt. Een extra dag eraan plakken is
daarom niet verkeerd en relatief goedkoop.
Via
reisbureaus is zo'n reis kant-en-klaar te boeken, maar
als je een beetje guts hebt, en een creditcard, boek
je zelf via het web. Omdat sinds januari de dollar
flink in waarde gedaald is, bespaar je moeiteloos tot
tweehonderd euro op een deal.

Het
is een beetje blasé om te zeggen dat je New
York veranderd vindt, maar het is wel zo. De twee
torens van het WTC waren nothing special, maar nu zie
je pas hoezeer ze de skyline van de stad bepaalden en
een landmark waren in de leaders van comedy's. Het
schaamteloos vlaggen in kerken en de
herinneringsplaquettes op elke brandweerauto zeggen
genoeg. Maar wat weet ik nou? Kun je ooit indenken wat
dat betekent, zo'n terroristische
aanslag?
Ik
ben nooit op de torens geweest. Het voelt een beetje
als de foute move in 1986 niet naar Berlijn te gaan.
Die Muur zal ik ook nooit meer zien. Duh. Sinds je
weet dat het Empire State Building op 11 september een
reservedoel was sta je daar ook heel anders
op.

Ook
op andere gebieden is New York veranderd. In 1998 kon
je op Times Square nog een peepshow binnenlopen, met
hoeren die je uitlachten als je een dollar bood om hun
broekje uit te trekken. Inmiddels staat er een filiaal
van Toys'R'Us met een reuzenrad erin. Ongelogen. Een
reuzenrad binnen. 42th Street, Hell Kitchen: The Lion
King, the musical. Er wordt niet meer ontkleed
gedanst, maar vérkleed. Afijn, een camera rond
je nek is in ieder geval geen uitahangbord meer met de
tekst 'Beroof me'.
Goed,
zelfs als je de seks wegstreept, is New York nog
steeds de stad van de instant-bevrediging. Heb je
ergens zin in, dan hoef je zelden meer dan tien
stappen te lopen om het te krijgen. Koffie, een bagel,
een ijsje, koud water, een hamburger: het staat voor
je klaar. En alles is zoet. Om een cappuccino zonder
hazelnoot- of caramelsmaakje moet je speciaal vragen.
Als je dan ook nog een New York Pass koopt hoef je
nergens meer in de rij te staan. Instant satisfaction.
Een kinderparadijs. Een kinderlijk
paradijs...

Aan
het patriottisme wen je als Nederlander nooit. De gids
op de Circle Line, een rondvaart rond het eiland
Manhattan, meent het waarschijnlijk elke keer wanneer
hij het over 'The greatest city of America' en 'The
only surviving Super Power in the world' heeft, maar
op een gegeven moment is het verhaal over de
miljoenste baksteen van het Empire State Building, en
de 1.600 mensen die het in 16 maanden bouwden too much
en ben je rijp een Boeing te kapen en die in dat
hoogste gebouw van Amerika (op dit moment) te
vliegen.
Wat
nooit zal veranderen is de aaneenschakeling van
contrasten. Een rekening van vijftig dollar op Times
Square voor een simpel gerechtje met twee drankjes en
een van tien dollar voor een compleet maal voor twee
in Chinatown. Met de voorkant van de bus in Central
Park West, terwijl de achterwielen nog langs de
wastelands van Harlem rijden. De overdaad van het
Metropolitan en het verzoek boven de kassa geen
gebruik te maken van de discount die voor jou geldt,
als gift aan het museum. De wino die als een zak
aardappelen op een brancard wordt gesmeten en de
taxichauffeur die je adviseert de trein naar het
vliegveld te nemen omdat dat goedkoper is. De
wereldstad met kranten die nog het meest op een
huis-aan-huisblad lijken, met hun obsessie voor
plaatselijk nieuws.
En
dat, dat allemaal maakt dat ik liever vandaag dan
morgen terug in het vliegtuig naar New York
stap.
http://www.newyorkpass.com
http://www.hotelpenn.com/
http://www.mta.info/metrocard/
New
York, 11 t/m 14 September 2003
08-08-2003
Autour
de la Literature
Vincent
van Gogh was een fanatiek lezer. Hij las en herlas
Dickens, Hugo enzovoort. Met zijn brieven verdiende
hij zelf een hoge plaats in de literaire hemel. Om hem
te eren in het Van Goghjaar 2003 op zondag 10 augustus
een literair programma op het Van Goghplein. Vanaf
13.00 uur. Toegang gratis.
Met:
Luuk
Koelman
Erik
Vlaminck
Kader
Abdolah
Y.
Né
Hans
den Hartog Jager
Ronald
Giphart
Dichters
dansen niet (met o.a. Serge van Duijnhoven en
Gabriël Kousbroek)
Presentatie;
Jack Nouws
www.rotor-zundert.nl/
08-08-2003
Ik
ga dood
Ik
ga dood. Ik heb het altijd geweten, maar het
onsterfelijkheidsgevoel van de adolescent is lang
blijven hangen. De eerste tekenen heb ik nonchalant
genegeerd. Ik heb ze geweigerd te zien. Tot ik niets
meer kon zien.
Geboren
worden betekent een begrafenis veroorzaken, om
Nietschze even slordig te citeren. Als je jong bent is
dat ongelofelijk ver weg. Je kunt gemakkelijk 72 jaar
worden, een onbevattelijk aantal jaren. Al klinkt
vreemd genoeg 26.289 dagen meteen weer veel
overzichtelijker. Zou je voor elke dag een euro
krijgen kon je op je sterfdag een BMW 3-serie kopen,
inflatie niet meegerekend.
Ik
ga dood, maar daar kan ik eigenlijk wel mee leven. Op
een gegeven moment heb je alle plaatjes gehoord, alle
films gezien en alle moppen verteld. Maar eerst wordt
je oud. Ook dat ouder worden kun je nog wel
wegmoffelen, tot je jezelf op een gegeven moment in de
deur van een vrieskast in de supermarkt weerkaatst
ziet, met een pak ijsjes op armlengte van je ogen. En
nog kun je het niet lezen.
Ik
draag dit jaar veertig jaar lang een bril. Mijn
neusbrug is erdoor versmald, er zitten deuken achter
mijn oren: mijn hoofd is er naar gaan
staan.
Maar
nu moet ik een leesbril. En als je eenmaal een
leesbril hebt kun je niet meer terug, vertelt de
behulpzame jongeman bij de opticien me. Niets
abnormaals voor uw leeftijd, zegt hij
troostend.
Een
leesbril. Ik moet denken aan vrouwen op
gezondheidssandalen die een leesbril aan een koordje
rond hun nek hebben hangen. En aan mezelf moet ik
denken. Vandaag weer twee uur gezocht naar mijn
giropasje dat ik 'op een plek had gelegd waar ik het
gemakkelijk zou terugvinden', in plaats van tussen de
rotzooi op mijn bureau, om over mijn zonnebril maar te
zwijgen als het mooi weer wordt. Ik zal hem altijd
kwijt zijn.
Leesrondjes!
zegt iemand die denkt iets nieuws te hebben bedacht.
Ik zie dan mijn vader met opgeheven hoofd langs zijn
neus de krant lezen. De leren schildpadnek boven zijn
overhemd.
Er
bestaat zoiets als varifocus. Er worden dan drie
scherpstelvelden in je bril geslepen. Het vergt een
nieuwe manier van kijken. Zo anders, dat de fabrikant
een jaar lang nieuwe glazen voor je maakt tot je
gewend bent, als je er niet aan kunt wennen. Zo niet,
dan krijg je gratis een gewone en een leesbril. Ik
weet niet of ik dat wel aankan, een jaar lang wennen
aan een nieuwe bril.
Een
leesbril. Mijn ogen kunnen zich niet meer goed
scherpstellen, mijn hersenen kunnen de informatie niet
goed meer compenseren. Een aarzelende haarlijn, een
onderbroken tandenrij, pijnlijke gewrichten, een
verkeerd danspasje, dat heeft niet per se met leeftijd
te maken. Maar een leesbril.
Ik
zet mijn stappen dichter naar de dood. En ik zal het
haarscherp zien.

08-08-2003
Zoveel
oorlogen geleden
De
gruwelijkste film die ik ken zag ik in het
Oorlogsmuseum Overloon. Het was een documentaire over
de Tweede Wereldoorlog. Ik kende die oorlog al uit
verhalen van mijn ouders, die hem als kind en
jongvolwassene hebben meegemaakt op het Brabantse
land. De dreigende woorden 'wacht maar tot het oorlog
wordt' als ik mijn bord niet leegat, kregen pas voor
het eerst betekenis toen ik die aaneenschakeling van
filmbeelden zag. Vreemd genoeg was ik niet het meest
geschokt door de getoonde bergen van brillen,
schoenen, haren en gouden tanden. Zelfs niet door de
magere lijven die met bulldozers in massagraven werden
geschoven. Sommige dingen zijn te groot om te bevatten
als je elf bent. Het waren de beelden van brandend
Londen.
Ik
had niets met Londen, maar de brandende huizen konden
overal staan. Wat me zo choqueerde als klein jongetje
was dat stenen huizen door brand konden instorten. Het
valt vast met wat psychologie van de kouwe grond te
duiden. Ik heb in ieder geval doodsbang zitten kijken
naar het wegvagen van een zekerheid.
Oorlog
is voor tachtig procent dagelijks leven, als je geen
soldaat bent, of niet in het verzet zit. Het grootste
deel van de vijf jaar van de Duitse bezetting van
Nederland is zonder kanongebulder voorbij gegaan. Al
moet de angst groot geweest zijn. Dat wordt goed
duidelijk in het prachtige 'Het 40-45 boek'. Het is
een handzaam gebonden boekje (iets groter dan
briefkaartformaat) met meer dan 500 zwartwitfoto's
over de Tweede Wereldoorlog. De foto's zijn van zoveel
oorlogen geleden, maar maken duidelijk dat er niets is
veranderd. Het is spotgoedkoop, maar eigenlijk is het
nog te duur: het boek had het op 5 mei aan elk
Nederlands gezin cadeau gedaan moeten
worden.
Het
40-45 boek, Fotocollectie Nederlands Instituut voor
Oorlogsdocumentatie, Waanders, ISBN 90-400-8741-5,
12,50 euro
07-08-2003
Nieuw:
maisquenada.lowlands
07-08-2003
Nederlanders
van Marokkaanse afkomst noemen hun kind steeds vaker
Abdelkader
Marokkaanse
ouders noemen hun zoontjes steeds vaker Abdelkader.
Werd vorig jaar maar één Abdelkader
ingeschreven bij de burgerlijke stand, nu staat de
naam in de top tien van favoriete Marokkaanse namen.
De populariteit van de naam is een rechtstreeks gevolg
het winnen van de Librisprijs door Abdelkader
Benali.
Benali
is al lange tijd de lieveling van Nederlandse
intellectuelen, die in hem de redder van de
Nederlandse literatuur zien. Benali zelf, een
slagerszoon uit een analfabetische familie, is er nog
een beetje beduusd van. Zijn moeder had hem opgegeven
voor de prestigieuze prijs omdat hij altijd maar met
die boeken bezig was en zijn studie verwaarloosde. Ze
hoopte dat een afwijzing hem meteen zou genezen van
zijn gekke streken, zodat hij een respectabel beroep
zou uitkiezen als socioloog of ICT-manager. Abdelkader
Benali was erg boos toen hij hoorde wat ze gedaan had,
maar tot zijn en haar grote verbazing kwam hij meteen
op de longlist van de Librisprijs met zijn boek De
langverwachte.
'Het
had toen nog weinig effect op mijn privéleven,'
vertelt Benali. 'Ik kon toen nog gewoon boodschappen
doen bij de Aldi.' Toen kwam de shortlist, waarop
Benali wederom prijkte. 'Toen werd het een
gekkenhuis,' vertelt de sympathieke Nederlander van
Marokkaanse afkomst. 'Ik moest voortaan naar de Albert
Heijn, want daar komen geen intellectuelen zoals in de
Aldi en uitgaan deed ik daarna in Utrecht in De
Bastaard, waar ze geleerd hebben schrijvers te
negeren.'
Grote
favoriet Oek de Jong moest het tot ieders verbazing
afleggen tegen de piepjonge Abdelkader (hun oeuvre is
ongeveer even groot). De laatste 10 jaar is er niemand
meer met de naam Oek ingeschreven.
06-08-2003
De
kauwgommuur
Kan
kauwgom 'op' zijn? Niet echt. Een dropje kan op. Een
lollie kan op. Maar kauwgom niet. Kauwgom verliest
zijn smaak (ook dat vraag ik me af: als je met je knie
tegen een onder de tafel geplakt kauwgommetje hebt
gezeten, ruiken de walgelijke draden zeer penetrant
naar pepermunt). Ik slik mijn kauwgom altijd door,
zonder bang te zijn voor verstopping of kauwgombomen
in mijn buik. Het komt onverteerd naar buiten en met
een beetje geluk ruikt je poep dan naar pepermunt. Of
menthol. Of aardbeien.
Dat
kauwgum nog steeds fris ruikend naar buiten komt na
een tocht door gal en zoutzuur zegt iets over de
afbreekbaarheid van het spul. Vandaar dat de
uitgespuugde plakkaten op perrons en bushaltes zolang
blijven zitten. Overal zie je ze.

Behalve
in Dordrecht. Daar hebben ze een kauwgommuur. De
Tolbrugstraat is aan weerszijden dicht beplakt met
kauwgom. Wie er mee begonnen is weet men niet, maar
sinds jaar en dag worden uitgekauwde kauwgommetjes
tegen de muur geplakt. Stadschroniqueur van Dordrecht
Jaap Bouwman vertelde dat zijn dochter er speciaal
voor omloopt, netzoals de meeste jonge
Dordtenaren.
Als
ik met iemand zit te praten zak ik altijd een moment
weg en ik denk: 'Wat zou er gebeuren als ik nu die
koffie hier voor me in je gezicht zou gooien?' Ik
geloof dat ik aanleg heb voor dwangneuroses, want ik
heb het altijd. Bij de weinige sollicitatiegesprekken
die ik gevoerd heb. Daarom solliciteer ik ook niet
meer. Bij de kauwgommuur overviel me hetzelfde. Grijze
elfenbankjes, blauwe uitroeptekens en tandvleesroze
dotten. Hypnotiserende kleeftepels. Duizenden,
tienduizenden kauwgoms. Liters speeksel en
mondbacteriën en ik was moest opzij kijken en
doorlopen om te voorkomen dat ik naar de muur zou gaan
om zijn dotje gom van de muur te pulken en mijn mond
te stoppen. Ik weet zeker dat de smaak er nog in zal
zitten. Nooit meer naar Dordrecht dus.
Kauwgommuur,
Tolbrugstraat Dordrecht
04-08-2003
'Nog
niet met een pistool tegen mijn hoofd'
'Mogen
wij jou iets vragen?' vroegen de twee meisjes, die al
de hele tijd achter me ronddraaiden, uiteindelijk. Ik
keerde me om. Aan mij mag je altijd iets vragen.
'Ken
jij Dave en Raoul?'
Ik
moest ze teleurstellen. Ik kende helemaal geen Dave of
Raoul.
'Maar
jij staat toch wel eens in
Rails?'
'Ja.
Nou ja, een keer per jaar.' (En me dan nog herkennen!
Mijn oren gloeiden.)
'Dave
en Raoul ook.' Het ene meisje oogde een beetje muizig.
Het andere was wat opvallender. Ze waren in ieder
geval allebei dronken.
'Weet
je ook hoe ze verder heten?' vroeg
ik.
'Nee.'
Ik
dacht heel lang na. Dave en
Raoul...
'Dave
heeft een Engelse achternaam,' kon een van de twee
zich herinneren.
'O
wacht eens... Dave Gray!
'Ja!'
lachten ze opgelucht.
'Die
ken ik vaag, ik heb hem wel eens op een
nieuwjaarsreceptie gezien. Hoe ken jij
hem?'
'Ik
ken hem niet. Tenminste, ik ken alleen zijn foto'tje.
Hij staat daar altijd in de lijst met medewerkers, in
die rij met pasfoto's, waar jij ook tussen staat.
Raoul ook.'
'Maar
wat is dan je fascinatie met Dave en
Raoul?'
'We
zaten laatst in de trein naar die pasfoto's te kijken
en toen vroegen we ons af, met wie zouden we het doen
als het moest,' zei de ander. Ze had een puist boven
haar linkerwenkbrauw, rijp om uitgeknepen te worden.
Het begon erop te lijken dat ik dat ging
doen.
'En
toen kwamen we uit op Dave en Raoul,' zei de ene
weer.
Ik
nam een slok van mijn bier. 'Dus als ik het goed
begrijp komen jullie me vertellen dat je het zelfs
niet met mij zou willen doen als er pistool op je
gericht staat?'
De
meisjes giechelden zenuwachtig. 'Jij stond er toen
niet bij.'
'Ik
had liever een ontkenning gehoord.'
Ik
draaide me weer om en liet het bier in mijn glas
ronddraaien. Net zo dood als de rest van de
avond.
Een
doorsnee avond in de Bastaard
03-08-2003
Verloren
treinkaartje
Het
is iedere keer slapstick. Hoeveel zakken kan een mens
in zijn kleren hebben? Vijf in het colbertje, vijf in
de broek, een in het overhemd en zes in de overjas.
Overal kan het kaartje zitten, in zeventien zakken en
daarin dan in het hoesje om een van de drie pasjes, of
in een van de vijf vakken van de portemonnee.
Misschien in het opschrijfboekje voor de geniale
invallen, of tussen de bonnetjes die ik altijd bewaar
om te kijken waar mijn geld naartoe gaat.
Tenslotte
ga je staan, tussen de twee banken die bedekt zijn met
rafelende wegwerpkranten, moeizaam je evenwicht
bewarend door fly-overs en wissels. Van alles komt er
naar boven, telefoonnummers van dat meisje, schroefjes
van je fiets, bonnetjes van de geldautomaat (waarom
drukken mensen altijd op 'ja' om een bonnetje en laten
ze het daarna uit de gleuf hangen?) uit Antwerpen,
snoeppapiertjes, het boodschappenlijstje dat je kwijt
was, zelfs een tegoedbon van 25 euro van de Free
Record Shop, waarmee je een uur door de zaak hebt
gelopen, maar ze verkochten alleen maar kutplaten,
maar niet, nee niet, je treinkaartje.
Terwijl
je zeker weet dat je een kaartje hebt gekocht, niet
als laatst, toen je in de trein zat zonder geld en bij
de conducteur een kaartje moest kopen, eerste klas,
voor goudgeld omdat je vergéten waa dat je een
kaartje had gekocht, maar waar in godsnaam.
En
al die tijd staat de conducteur tegenover je grijnzen,
omdat hij je doorheeft, omdat hij deze show wel kent
en ook niet gelooft in het rode hoofd en de
zweetplekken onder je oksels, hij kent alle smoezen en
alle uitvluchten, zijn pappenheimers.
'Ben
je je kaartje kwijt?' grijnst hij in zijn open
deur.
'Ik
ben bang van wel,' mompel
ik.
'Utrecht?'
'Ja.'
'Korting?'
Ik
knik gehaast en blijf op zakken
slaan.
'Eén
euro tachtig?'
'Ja.'
'Is
het dit?'
Hij
geeft me mijn kaartje.
'Waar
komt dat nu vandaan?
'Lag
op het perron. Niet zo slim, hè?'
Ik
mompel een bedankje en pas als hij vertrokken is word
ik boos. Al die tijd stond hij met dat kaartje naar me
te kijken. Langzaam veranderde ik van een willekeurige
reiziger in een goed verhaal. Voor als je een
conducteur bent, tenminste.
Stoptrein
Utrecht - Hilversum, 9 mei 2003
03-08-2003
De
Vuurboom
De
vuurboom ís eng. Hij staat aan het begin van
het rijtje bomen, in Rhijnauwen. Lieflijker omgeving
kun je niet bedenken. En daar staat dan het skelet van
een boom. Een lege huls, van binnen zwart geblakerd.
Hoe fel de zon ook schijnt, dat het stof van het
grindpad afslaat en de koeien amechtig in een hoek
liggen en de bereklauw zijn blad laat hangen, hoe fel
ook: het blijft binnen zwart en duister. Het licht
verdwijnt erin, zoals eens het vloeibare licht van een
bliksemstraal erin verdwenen is. De vuurboom is hol,
maar wie durft erin te gaan staan, ook jij zult
misschien verdwijnen en geblakerd worden in
honderdduizend volt, opgesloten tussen de
afschuwelijke wortels die zich, dood als zombies nog
steeds vastklauwen in de grond. Ik misschien wel, maar
jongetjes van tweeënhalf niet, die dromen ervan
en roepen je midden in de nacht om vastgehouden en
getroost te worden, want de vuurboom 'is een beetje
eng, papa.' En papa's pakken zo'n jongen stevig vast
en zeggen dat de vuurboom ver weg is en dat er
konijntjes in de vuurboom wonen en vogeltjes. 'En
slang ook?' En slang ook, jongen, ga maar slapen, de
slang is lief en papa ook.
02-08-2003
Viert
Moeder
In
1964 liep ik met mijn vader de plaatselijke winkel
voor huishoudelijke artikelen van Zundert binnen. Het
was een lange donkere pijpenla, met een vloer die
halverwege stijl naar beneden liep. Dat was al een
hele belevenis. De winkel stond vol spullen van
Tomado, Brabantia, Philips, Electrolux, Erres en
Daalderop die we toen suf en truttig vonden, maar die
nu stuk voor stuk designklassiekers zijn. Het was de
dag voor Moederdag, in een tijd dat moeder vooral
nuttige dingen kreeg voor het huishouden. Als om haar
er aan te herinneren dat we dankbaar waren voor haar
goede zorgen, maar dat ze zich geen gekke dingen in
het hoofd moest halen. We kochten een theepotje voor
haar. Waarschijnlijk was het precies de dubbelwandige
theepot die mijn moeder gevraagd had en waarschijnlijk
kochten we die precies een maat kleiner dan mijn
moeder wilde omdat mijn vader hem te duur vond. Ik
mocht hem geven.
Ik
heb geen flauw idee meer of ze er blij mee was, maar
de pot heeft jarenlang op de ontbijttafel gestaan, tot
hij afgedankt werd, net als de andere jaren
zestigklassiekers die weggegeven of weggegooid werden.
Het theepotje werd onder in de kelder gezet, misschien
omdat het mijn moeder herinnerde aan die dag dat een
bebrild jongetje met dikke beentjes en blozende
wangetjes haar het kadootje gaf. Waarschijnlijk had ik
op de kleuterschool met propjes crêpepapier een
bloemenvaas geplakt en die erbij gedaan.
Om
even sentimentele redenen heb ik het potje meegenomen
uit het ouderlijk huis, waardoor we nu dankzij de
zuinigheid van mijn vader voortdurend thee moeten
bijzetten. En om even sentimentele redenen heb ik mijn
zoontje van twee meegenomen om een theepot voor
Moederdag te kopen. 'Die!' zei hij resoluut en wees de
duurste theepot uit het rek aan. Ik slikte mijn
aarzeling weg. Het was er een van anderhalve liter.

Afijn.
De familietraditie is voortgezet.
Moederdag,
internationaal de eerste zondag van mei
01-08-2003
De
Dick Voormekaar Show
Ik
ben vaste klant van Tivoli in Utrecht. Van het eerste
begin in 1981, toen het gekraakt werd en er een
benefietavond werd gehouden. Jassen werden onder de
stoelen gelegd, de wc's waren buiten, entree was een
gulden (45 eurocent) en er werd getapt door
vrijwilligers, met dank aan de gemeente die jaarlijks
voor tonnen subsidieerde. Dat was goedkoper dan
optreden tegen krakers met illegale feesten.
Dat
is nog steeds het beeld van Tivoli, een zwart gat
waarin vrijwilligerssubsidie verdwijnt. Terwijl het
allang een efficiënt gerunde tent is waar
iedereen keurig op de loonlijst staat en die minder
van subsidie afhankelijk is dan een gemiddelde
voetbalclub. Met dank aan Dick te Winkel, die in 1994
zag dat de tijden veranderden en dat een poptempel net
zo'n serieuze aangelegenheid is als een
stadsschouwburg of een concertgebouw. Het werd hem in
het begin niet in dank afgenomen: de bijnaam 'Dick
Betaald' zegt genoeg.
Onder
zijn leiding (dat wil zeggen dat hij het niet
persoonlijk deed, maar dat hij de juiste mensen wist
te vinden of te enthousiasmeren) veranderde Tivoli in
een van de beste popzalen van Nederland. En nu is hij
weg.
Maar
niet echt. Dick te Winkel is adjunct-directeur van het
Muziekcentrum Vredenburg geworden. Zijn zoon vond het
maar niets, dat hij een baan verliet waar de ene
bekende Nederlander de andere popster voor de voeten
liep, maar na een eerste bezoek aan Vredenburg botste
hij tegen Jamai op. En zoals Dick zei: 'Vanaf nu wordt
het muziekcentrum nog hipper.'
Een
voormalig directeur van een commercieel gerunde
popzaal, die adjunct wordt bij een gesubsidieerd
muziekcentrum: Utrecht bruist een beetje
meer.
Afscheid
Dick te Winkel bij Tivoli
31-07-2003
Rudi
Wester gaat op reis
Wie
lezen er reisverhalen? En vooral: wie lezen er
reisverhalen op vakantie? Het is al zestien jaar een
traditie: in mei verschijnt bij Contact een bundel met
de beste reisverhalen van het jaar daarvoor. Dat lijkt
zo uitgerekend, om mensen iets te lezen te geven als
ze op vakantie gaan. Ik kan me dat eigenlijk niet
voorstellen. Lig je op het strand van Tavira in
Portugal een verhaal over een reis naar de
Oekraïne lezen. Of nog erger: over de bergen van
Tras-os-Montes in Portugal, waardoor je het idee
krijgt dat je je vakantie verkeerd gepland
hebt.
Het
lijkt me logischer dat je zo'n boek koopt om alvast in
de stemming te komen voor je vakantie. Een bundel
reisverhalen over ontberingen, onverwachte schoonheid,
dat moet de geest wel openen.
Ach
ja, vakantie. Ik geloof dat in de stress toptien
vakantie boven verhuizing en echtscheiding staat. Mijn
moeder kreeg altijd peesontstekingen in haar
rechterarm, zodat er nooit een raampje in de auto open
mocht. Mijn vader kreeg een koortslip. Ik bedoel maar.
Reisschrijvers schrijven ook niet over vakantie. Ze
schrijven over reizen. Zij weten als geen ander dat
reizen geen vakantie is. Vakantie is het dagelijkse
leven even vergeten. Reizen is eraan herinnerd worden
waar je vandaan komt. Bijvoorbeeld als je in een
Citroën Ami uit 1970 langs bedevaartsoorden gaat
reizen (kandidaat voor de volgende editie).

Rudi
Wester verzamelde dit jaar voor de zestiende keer
enkele tientallen reisverhalen. Gevreesd werd dat het
voor de laatst keer was, omdat zij in september
directeur van het Institut Néerlandais in
Parijs wordt. Door inschakeling van nieuwerwetse
technieken blijft ze echter de vaste samensteller: de
e-mail. Ik schrok toen ik hoorde dat pas dit jaar voor
het eerst de schrijvers via e-mail hun teksten hadden
ingeleverd. Maar zo gek is het niet. Reisschrijvers
e-mailen niet. Lees de reisverslagen op het internet
er maar eens op na, dat zijn geen reisverhalen, dat is
wanhopieg treurigheid. Een verhaal reist niet per
e-mail.
In
een Daf. Hooguit per Concorde.
Presentatie
Reizigers, 15 mei, Contact, Amsterdam
30-07-2003
Grensgeluiden
Het
is de leukste boekhandel van Breda en misschien wel
van heel Nederland: Van Kemenade & Hollaers. Hein
van Kemenade is het stereotype van de bevlogen
boekhandelaar, met smaak en kennis van zaken, zonder
er uit te zien als een stoffige boekenwurm. Hij is ook
literair medewerker van het kunst- en cultuurprogramma
Grensgeluiden op Stadsradio Breda. Hiervoor maakte hij
met René Oomen Quatertemperdagen, over leven en
werk van de Vlaamse auteur Erik Vlaminck. De reportage
werd bekroond. Het prijzengeld gaf Van Kemenade de
gelegenheid zijn liefde voor de Vlaamse literatuur
vorm te geven in een festival in
café-restaurant Oncle Jean.
Hoogtepunt
van het middagprogramma (ik moest helaas het
avondprogramma aan me voorbij laten gaan) was het
interview van Vic van de Reijt, biograaf van Willem
Elsschot (pseudoniem voor Alfons de Ridder), met Ida
de Ridder, jongste dochter van. Ida de Ridder is 85,
maar jong van geest en hartverwarmend nuchter en ad
rem.
Van
de Reijt en De Ridder kenden elkaar goed, dus de
dialoog op het toneel had veel weg van een
ingestudeerd toneelstukje. Maar wel een leuk
toneelstukje. Het was bijna nuchter Hollands hoe De
Ridder de verering voor de schrijver Willem Elsschot
wegwoof met de opmerking: 'Voor ons was het gewoon een
vader.' De kinderen De Ridder kwamen er pas heel laat
achter dat hun vader Willem Elsschot was. En ook toen
was dat geen gespreksonderwerp. Ida de Ridder vertelde
er nu nog over alsof ze net over de verbazing heen
is.

Met
al haar nuchterheid en warsheid van overdreven
verering voor Elsschot verhelderde ze af en toe wat
kleine mysteries. Zo is daar het grimmige gedicht 'Het
huwelijk' met de onvergetelijke regels 'Maar doodslaan
deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten
in de weg, en praktische bezwaren'. Het ging niet over
het huwelijk van Willem Elsschot, maar dat van zijn
ouders. Dacht ze.
Het
was een genot om haar te mogen horen voorlezen uit
haar vaders werk. Hoogstwaarschijnlijk klonk daar iets
van zijn intonatie en melodie in door.
Het
middag- en avondgedeelte waren gescheiden door een
diner. De kaart van het restaurant was speciaal aan
het onderwerp aangepast met Vlaamse specialiteiten.
Maar ja, ik moest voor het eten thuis zijn. Volgend
jaar beter.
Grensgeluiden,
jaarlijks festival gewijd aan de Vlaamse literatuur,
Oncle Jean, Breda, 27 April 2003
29-07-2003
Het
zwarte randje van Utrecht
Anton
Mussert, geboren in Werkendam, hoofdingenieur van
Provinciale Waterstaat van Utrecht, richtte op 14
December 1931 in Utrecht de NSB op. De NSB, een partij
voor bange kleinburgers. Hij woonde in Utrecht-Oost,
vlakbij het Wilhelminapark. Een dure buurt. Toen en nu
nog. Op het hoogtepunt van de NSB stemden in deze wijk
18% van de bewoners NSB. In de wijk Oog en Al ook
trouwens. De NSB-stemmers kwamen gelukkig tot inkeer,
toen de partij een anti-semitische koers ging varen.
Het aantal stemmen halveerde onmiddellijk. Mussert
zette door, maar zelfs de Duitsers namen hem niet
serieus. Het Nederlandse volk wel, want op 7 mei 1946
werd hij geëxecuteerd, op de
Waalsdorpervlakte.

De
NSB hield eerst kantoor op Oudegracht 51, later op
Oudegracht 354.

Vanaf
1935 op Maliebaan 35.
Een
huis met balkon, Mussert moet zich daar al gezien
hebben terwijl hij een defilé van marcherende
NSB'ers afnam. Hij was een klein mannetje dat een
balkon nodig had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog
vestigden de Duitsers zich ook aan deze lange straat.
Zonder het te weten tussen de verzetslieden. Later was
Utrecht een van de weinige steden met een
extreem-rechtse partij in de gemeenteraad. De
kleinburgers zullen nooit verdwijnen.
Ik
hoef me er niet voor te schamen dat ik in Utrecht
woon, maar ik zal het inktzwarte randje ook nooit
vergeten. Op 4 mei stond ik daarom op een bomvol
Domplein. Voor de nabestaanden van de oorlog stonden
vijftien stoelen klaar. Vijftien, meer niet. De fakkel
wordt overgenomen door de twintigers die het grootste
deel van het publiek uitmaakten. Om acht uur was het
doodstil, zelfs de vogels zwegen.
Er
zijn mensen die Koninginnedag willen inruilen voor de
5 mei als nationale feestdag. Is dat dan inclusief een
Vrijmarkt met bezopen klootzakken die op 4 mei begint?
Toen
het Wilhelmus ingezet werd schoten bij veel mensen de
tranen in de ogen. De ondergaande zon gaf de Dom een
gouden randje.
Dodenherdenking
Domplein Utrecht, 4 mei 2003
19-06-2003
4
augustus 1986
'Met
jou ga ik naar bed,' dacht ik toen ik aan haar werd
voorgesteld. Ik had dat gevoel nog nooit eerder gehad,
maar ik wist het zeker, vanaf het moment dat ze me
aankeek. Goed drie maanden later was het zover. Het
was de vijfde keer dat ik haar zag. De vierde was toen
ik haar de sleutel van mijn kamer gaf. Ze was het huis
uitgezet door haar vriendje en ik was een maand weg.
Op de laatste dag van haar verblijf zou ze me mee uit
eten nemen. Wat ze deed. Ze moest bij me achterop. Ze
bleef los zitten, behalve in de bochten. Dan voelde ik
haar, bijna niet. Tijdens het eten rolde er een erwtje
van mijn bord en bijna tegelijk ook eentje van haar
bord. Toen ik naar beneden keek zag ik dat de erwtjes
tegen elkaar aan lagen. Hoe groot is die kans, zei ik.
Ze bloosde, denk ik.
Na
het eten bleven we heel lang op een terras zitten. Ze
had in een damesblad een theorie gelezen over snel of
langzaam bevriend raken met een man. Langzaam
betekende dat je nooit meer met hem naar bed kom, dat
zou de vriendschap bederven. Snel betekende eerst seks
en daarna verdieping, omdat de seksuele spanning uit
de lucht was. Ik ging er nog serieus op in
ook.
Ik
geloof dat we allebei het moment zo lang mogelijk
wilden uitstellen. Mijn huisgenoten waren allemaal nog
wakker. Het was een warme augustusavond. Hun ogen
waren op ons gericht en we bleven ook daar nog
naborrelen, om onze onschuld te bewijzen. Tot we niet
anders konden dan naar binnen gaan en we bedwelmd door
drank en vermoeidheid in slaap vielen. Zij in mijn
bed. Ik op de grond op het logeermatras. Voor ik in
slaap viel zag ik hoe ze zich gehaast
omkleedde.

De
zon brandde ons wakker. Ik vroeg haar of we op de
snelle of de langzame manier vrienden zouden worden.
Ze vroeg wat ik bedoelde. 'Kom je bij me liggen?' zei
ik. Ze kwam bij me liggen.
Ze
was lang, dun en lenig en ze had haar kleren nog aan.
Ik was naakt. In haar nek rook ik de patchouli-kern
van haar parfumdeo, waarmee ze zich rijkelijk
besproeide. Ze droeg een wijde broek, zoals de mode
toen voorschreef, met daarover een knielange blouse.
Een onneembare vesting voor mijn handen, die
voortdurend verstrikt raakten in de plooien van het
textiel. We zoenden elkaar uren lang. Echt. Uren lang.
En we moeten gepraat hebben. Over haar ex, haar werk,
haar ouders en mij, maar daar kan ik me niets van
herinneren. Alleen de pezige armen en benen, haar buik
als een wasbord, haar zachte mond die zoeter geurde
dan honing. Toen ik eindelijk de band van haar broek
had gevonden en een hand tussen haar benen wilde
steken greep ze me stevig bij de polsen. 'Ik wil niet
dat je dat doet,' zei ze. 'Als we met elkaar slapen
kan ik je daarna niet meer verdragen.' Ze glimlachte
onzeker. Uit haar broekzak rolde een tampon.
Buiten
was het een warme augustusdag. Ik zette de radio aan:
Willem Ruis was dood. Ik voelde me opeens erg bloot.
Willem
Ruis, alles voor de roem van Gijs Groenteman. ISBN
9038827024
19-06-2003
'God
made the world, but it's held together with duct
tape'
Buiten
een reisverzekering inclusief vervangend vervoer is er
niets zo onmisbaar op reis als een rol gaffer-tape.
Het is dat spul waarmee roadies kabels op een podium
vastplakken, om te voorkomen dat een gitarist al
head-bangend over zijn eigen versterker struikelt.
Gaffer-tape plakt superstevig, maar het is los te
trekken zonder dat het lijmsporen nalaat (behalve als
de zon er een week op heeft staan branden). Het is op
textielbasis en de brede tape is oersterk en tegelijk
heel gemakkelijk in dunne reepjes te scheuren.
Ik
werd op het nut van het spul geattendeerd toen ik voor
de eerste keer op reisreportage ging, naar Sri Lanka.
Edwin Walvisch, de fotograaf, plakte er zijn
filmbusjes mee dicht en alle verpakkingen en doosjes
die hij in zijn koffer meedroeg. Sindsdien heb ik
standaard een rol in mijn koffer zitten. Nooit meer
lekkende drank- of aftershaveflessen. Rammeltjes aan
de auto worden dichtgeplakt en sleutelgaten in kromme
pensiondeuren worden bedekt.
Op
vakantie in Portugal las ik in een oude VN een column
van Natasha Gerson, met daarin nog een zegening van
gaffer-tape. Je kunt er in hotelkamers, waar nooit een
stopje in de wasbak zit om te voorkomen dat je gaat
wassen, de afvoer dichtplakken. Het houdt lang genoeg
om twee uur lang in te weken.
Er
is ook nog duct-tape. Dat lijkt op gaffer-tape, alleen
plakt het zo goed dat je er het stucwerk mee van de
muren trekt. Tijdens de oorlog tegen Irak werd
aangeraden bij een gifgasaanval de kieren van de ramen
met duct-tape dicht te plakken. Er is in de VS
een
hele cultus
rond ontstaan, inclusief jongeren die avondkleding van
duct-tape maken voor hun Prom
Night.
Hele websites zijn gewijd aan kleding, kunstbloemen en
de
hype van het moment:
portefeuilles.
Op
het moment ben ik dagelijks afhankelijk van de
gaffer-tape. Het klepje van de geheugenkaart van mijn
digitale Canon (zie logo linksboven) is afgebroken.
Met tape houd ik het nu dicht. Ook in- en uitzoomen
gaat nu met plakband. Het ziet er goedkoop uit, maar
ik weet in ieder geval zeker dat het klepje meer
waterdicht is dan eerst.

19-06-2003
'Lang
geleden dat ik kippenvel kreeg'
De
populairste Nederlandstalige band van dit moment is
Bløf. Ik snap dat niet. Op 'Brief uit Londen'
na produceert hun lopende band aan elkaar gebreide
lettergrepen, begeleid door futloze, slaapverwekkende
muziek. Terwijl er Spinvis is.
Ik
hoorde en zag Spinvis een jaar geleden voor het eerst
in de V&D in Utrecht, waar de clip van 'Smalfilm'
levensgroot op de hippe-klerenafdeling werd
geprojecteerd. Een passende plaats om kennis te maken
met Spinvis, als je zijn absurdistische teksten een
beetje kent. Alhoewel, absurdistisch. Hij heeft het
poëtische vermogen om dagelijkse taal zo te
presenteren dat die iets duidelijk maakt van de
absurditeit van het leven. Zo moet je het zien. En dan
met een mooi muziekje eronder.
De
muziekjes van Spinvis zijn net zo moeilijk mee te
neurieën als de muziekjes van Bløf. Maar
niet omdat je ze zo gemakkelijk vergeet. Omdat hij ze
bij elkaar gesamplet heeft. Het moet de droom van
iedere muzikant zijn, die jaren in zichzelf gekeerd op
zolder zit te knutselen en dan met het resultaat
iedereen verbijstert en op ieders lippen ligt. De
mythe van de miskende kunstenaar die moet lijden, die
na Van Gogh zo'n opgang gemaakt heeft. Spinvis kreeg
het voor elkaar, terwijl hij noch het uiterlijk, noch
de stem heeft om Idols te winnen.
Spinvis
maakt met softwarepakket ProTools in elkaar
geknutselde luisterliedjes. Kun je daarmee op toernee
gaan? Dat kan. De band die hem begeleidt tijdens zijn
concerten interpreteert het knip-en-plakwerk tot iets
geheel nieuws en tegelijk heel herkenbaars. Zoals ik
achter me hoorde zeggen: 'Lang geleden dat ik
kippenvel kreeg'. Ik kreeg zelf op een gegeven moment
een brok in mijn keel en dat was ook lang geleden.
Netzoals het lang geleden was dat ik de zaal uit zijn
dak hoorde gaan vanwege een marimba-solo. Als de
mensen opletten, tenminste. Het was de eerste keer dat
ik op een concert was waarbij het geklets in de zaal
bijna de band overstemde. Het was trouwens ook de
eerste keer dat ik tijdens een concert de hele tijd
verlichte lcd-schermpjes zag van druk sms'ende mensen.
Misschien dachten ze dat dat hoort tegenwoordig, als
iemand staat te zingen.
Spinvis
maalde er niet om. Lijkt me ook echt een onderwerp
voor een nieuw nummer voor zijn tweede cd.

Spinvis,
Tivoli, Utrecht, 13 maart 2003
19-06-2003
Anne,
Roel, Meike, Marije, Carlijn en Anouk kijken naar de
Idolsfinale
Jamaï
is de favoriet, al hangt er toch stiekum
één Jim-poster op het raam. Maar dat is
om de kans op een auto te vergroten. Jamaï, de
androgyne puber, die niet wist dat het CDA de
verkiezingen had gewonnen. Eerlijk gezegd is een
zestienjarige met verstand van politiek enger dan een
staatssecretaris die Idols krampachtig een culturele
lading wil geven. Dat Jamaï zal winnen ligt niet
vast beredeneertRoel: tot nu toe is de afvalrace
alfabetisch verlopen: Dewi, Hind, dus Jamaï. Roel
stijgt in de achting bij de dames.
Er
is lang uitgekeken naar deze avond. We hebben er een
feestje van gemaakt. De nichtjes mochten allemaal
iemand meenemen. Daarom is het zo vreemd dat er
voortdurend gekletst en gedraaid wordt. Om de vijf
minuten zijn de bakjes chips leeg. Vooral met Anouk in
de buurt. Aanwezigheid van één jongen
ook niet goed voor de concentratie.
Presentatrice
Tooske is duidelijk niet aan blote jurken gewend.
Algehele hilariteit als ze veroverbuigt naar de
camera: 'Je zag haar tepel! Je zag haar
tepel.'
Intermezzo.
Vincent doet zijn Normaal-interpretatie op klompen in
het Idols decor en wordt lyrisch besproken. Het blijkt
reclame. De meiden vragen zich bezorgd af of Vincent
daar toestemming voor heeft gegeven. Het ontgaat ze
dat het spotje speciaal is opgenomen.
De
juryleden blijven krampachtig volhouden dat Jim wel
kan zingen, maar het publiek om me heen is niet doof.
''Sorry seems to be the hardest word' is van Elton
John en niet van Blue,' roep ik verontwaardigd. Ik
word vol onbegrip aangekeken.
Er
zijn vier mobiele telefoons aanwezig, die meteen op
games, ringtones en picture messaging worden
geïnspecteerd. Jamaï wint.
De
andere ochtend staan op elke telefoon vier sms-jes a
70 eurocent per stuk. We hebben geen auto
gewonnen.
Idolsfinale,
8 maart 2003, Doetinchem
19-06-2003
Vrijmarkt
Utrecht
29/30
april 2003, Utrecht
(02-06-2003)
De
achtertuin van Utrecht
Ik
kende een meisje dat in het bos wilde neuken. Ze
troonde haar vriendje mee naar het uitgestorven
Amelisweerd, het bos aan de rand van Utrecht. Het was
een regenachtige dag. Op het moment dat ze een
beschuttende boom hadden gevonden hield de regen op en
enthousiast gingen ze aan de slag. Binnen een minuut
naderden er een tractor, vier jongens die met stokken
tegen de struiken sloegen en een familie met een
kinderwagen. Daar stonden ze dan, met hun broek op hun
knieën.
Amelisweerd
met het daarnaast gelegen landgoed Rhijnauwen is geen
bos. Het is een stadspark. Nee, het is de achtertuin
van Utrecht. Op een doorsnee zondag staan de auto's er
bumper-aan-bumper geparkeerd. De geur van pannenkoeken
drijft tussen de beukenlanen. Skaters vallen bezweet
neer op een terrasstoel.,Middelbare echtparen in
identieke lichtblauwe windjacks op identieke
donkerblauwe fietsen manoeuvreren wiebelend om
paardenvijgen op het fietspad. Gezinnen picknicken op
de speelweide, kinderen spelen in de enorme zandbak.
De A12 ruist op de achtergrond. De intercity ratelt
elke vijftien minuten voorbij. Helicopters vliegen
over naar Soesterberg.

Op
een zonnige weekdag zitten vaders met hun kind aan de
rand van de zandbak hun Volkskrant of NRC te lezen.
Sommigen ken je nog van gezicht, van je studie, of uit
de supermarkt. Van anderen vraag je je af: is dat een
alleenstaande vader, terwijl je je dat nooit van een
moeder met kind afvraagt. Sommigen van die vrouwen ken
je nog van het uitgaansleven, toen ze met soepele
lijven en dansende haren op de dansvloer stonden en je
naar ze verlangde en fantasieën over in het bos
neuken nog niet onbetamelijk waren.
(04-06-2003)
Het
leukste hotel van Antwerpen
(verhuisd
naar maisquenada.lekker)
(04-06-2003)
Goed
boek!
http://www.vangoghgallery.com/misc/references/books_misc.htm
(29-05-2003)
Huilende
zonnebloemen
Recht
tegenover Vincents geboortehuis staat een vijf meter
hoge huilende zonnebloem. Hij staat ook 'symbool voor
het verdriet van Zundert, dat tot op de dag van
vandaag tobt met de wijze waarop zijn meest bekende
inwoner een plaats moet krijgen in het Zundert van
vandaag,' aldus de bedenker van het kunstwerk, Johan
Brosens. Ook familie, trouwens.
Lees
verder op de Vincent van Gogh pagina's
(28-05-2003)
Lachen
met tranen in je ogen
Er
was een tijd dat ik thuisbleef om Friends te kunnen
kijken. In ieder geval de video aanzette als ik
bezigheden buitenshuis had. De humor was on-Amerikaans
gewaagd, met genoeg verhaallijntjes om je mee te
identificeren. Zoals de treurig verlopende liefde
tussen Ross en Rachel. Inmiddels is de formule van
deze sitcom uitgewerkt, zijn de grappen sleets
geworden en de karakters ongeloofwaardig.
Eind
2000 las ik een veelbelovende aankondiging van een
Britse serie over dertigers, die de Vara ging
uitzenden. Na de eerste aflevering, zondagavond elf
uur, was ik verslaafd. Bijna vier jaar nadat Engeland
voor de bijl ging. Cold Feet.
De
serie liep in Engeland van 1997 tot en 2003. Vandaar
de wijkende haarlijnen en het getover met
onvruchtbaarheid en onverwachte zwangerschap van de
actrices. Tussen de afleveringen door verscheen Helen
Baxendale, die Rachel speelde, in Friends als Emily,
de nicht van Rachel. Dat was de enige overkomst tussen
de twee series. En dat ik er ook voor thuis bleef, of
in ieder geval de video voor aanzette.
Het
schijnt dat Cold Feet de droomscènes
introduceerde waar Ally Macbeal pas jaren later op
teerde, de scènes die na een paar ogenblikken
een dagdroom zijn, of een fantasie. Omdat we in
Nederland de afleveringen met jaren achterstand hebben
gezien moet ik dat maar geloven. Er was ook kritiek in
Engeland op aspecten die aan een Nederlander
voorbijgaan: het standsverschil. Kakkers als David en
Karen zouden in werkelijkheid nooit omgaan met mensen
als Adam en Rachel (die overigens wel in een Saab en
een BMW 5-serie reden, ondanks hun financiële
problemen).
In
2002 begon de Vara opnieuw. Eerst met een herhaling
van de eerste negentien afleveringen, later met twaalf
nieuwe afleveringen en opeens bleek iedereen in mijn
omgeving Cold Feet ontdekt te hebben. Geen wonder.
Mijn omgeving en ik herkenden zich in de serie. We
zijn ook dertigplussers met moeilijkheden in de
relatie, met kinderen, kennissen met abortussen, met
de verleiding van overspel en bijbehorende
schuldgevoelens, met zeikende ouders, baantjes die we
kwijt raken, angst voor kanker en al die andere kleine
dingen die zwaar op je geweten en schouders drukken.
Ook niet onbelangrijk: de acteurs zagen er zo gewoon
uit, zoals we er zelf uitzagen.
Vijf
series zijn er gemaakt, waarvan de laatste uit vier
afleveringen bestond. Bizar, dramatisch, hilarisch,
humoristisch, weemoedig, Cold Feet was het allemaal.
Andere series zijn dat ook. Wat was er dan anders? Dat
was de slimme opbouw van de serie. In de eerste
afleveringen zag je hoe alle problemen langzaam
opgelost worden en iedereen bij elkaar kwam. In de
laatste viel langzaam alles weer uit elkaar. Zonder
moraal, zonder oordeel. Zoals wij dertigplussers
langzaam de wereld zien veranderen.
Laatste
aflevering Cold Feet, 4 mei 2003
(28-05-2003)
Ons
kikkerlandje
Eind
1991 was ik op bezoek bij een Nederlandse vriend die
in Barcelona woonde. Hij had net een nieuwe Spaanse
liefde, die hij aan me wilde voorstellen. Tijdens ons
bezoek kwamen er twee vriendinnen langs om haar uit te
nodigen mee te gaan skieën in de Pyreneeën.
'Hebben jullie zin om mee te gaan?' vroegen ze. Een
paar dagen later vertrokken ze echter zonder ons. Het
was nooit de bedoeling geweest dat we meegingen. Het
was alleen onbeleefd ons niet uit te nodigen, net
zoals het onbeleefd van ons was geweest om werkelijk
mee te gaan.
Lokale
gastvrijheid is een doolhof van doornig struikgewas,
behalve in Nederland. Als je buitenlanders over
Nederlandse gastvrijheid hoort praten is het alsof er
een gure wind over een uitgestorven vlakte waait.
Nederlanders mogen het graag horen en bevestigen, als
een calvinistische zelfkastijding.
De
nieuwe serie reclamespotjes van Mona put uit dit
stinkende reservoir van zelfontkenning. We zien daarin
een stoet van buitenlandse vrouwen die afgeven op
typische Nederlandse verschijnselen, zoals het sluiten
van de koektrommel nadat iedereen een koekje heeft
genomen, het delen van de rekening na een etentje, de
afkeer van te laat komen en het gebrek aan charme bij
het versieren.
De
algemene mening is dat Nederlanders ongastvrij,
krenterig en bemoeizuchtig zijn. Lees het boek The
Undutchables. Ik heb net zo'n hekel aan mensen die dat
beweren als aan mensen die Nederland een kikkerlandje
noemen. Nee, een Nederlander nodigt de kennissen van
kennissen niet mee uit skieën. Nee, wij zoenen
niet bij de eerste ontmoeting. Nee, wij spreken niet
snel in het restaurant af. Maar of dat betekent dat
wij niet gastvrij zijn?
De
Monatoetjes-reclame is natuurlijk ironisch bedoeld,
maar een huis vol verschillende nationaliteiten die
samen sarcastisch over Nederland praten geeft me toch
te denken. Fransen (terroristische aanslag op
Greenpeace-schip door Franse geheime dienst),
Amerikanen ('Wie niet voor ons is is tegen ons'),
Brazilianen (politieagenten in doodseskaders in
sloppenwijken), Israëliers (bezette gebieden) en
Surinamers (decembermoorden) zouden eens over hun
eigen land mogen nadenken voor ze afgeven op dit
land.
De
geschiedenis van Nederland is gevuld met voorbeelden
van nationaliteiten die met open armen ontvangen
werden. De Sefardische Joden, de Franse Huegenoten, de
Vlaamse Signoren. Ik denk dat ik liever te gast ben in
een land waar ik nieuwe kansen krijg, dan in een land
waar ik net zoveel koekjes mag pakken als ik wil, maar
niet mee mag op wintersport.
(17-05-2003)
De leraar van
Vincent
Ze
hebben het er maar druk mee in Breda. Bisdom Breda 150
jaar. Koninklijke Militaire Academie 175 jaar. En Van
Gogh 150 jaar. Alleen dat laatste vieren valt niet
mee...
Lees
verder op de Vincent van Gogh pagina's
(17-05-2003)
De Vanger, met
geitenwollen sokken
In
1989 figureerde ik in de film Elcker, samen met een
meisje waarop ik in stilte verliefd was. Het bizarre
was dat we een verliefd stelletje moesten spelen. Het
fijne