Toen
een vriendin van me het behang aan de binnenkant van
de deur van haar nieuwe kamer verwijderde (wie behangt
er nu een deur?), vond ze een krant van haar
geboortedag op de panelen geplakt. Een krant uit 1939.
Duitsland was Polen binnengevallen. Ze had zich nooit
gerealiseerd dat dat precies dertig jaar voor haar
geboorte was. Maar wat ook vreemd was: het was een
berichtje op pagina vijf. En verder was de pagina
gevuld met faits divers, met berichten over
prijsverhogingen, ongelukjes, een binnenbrand, een
burenruzie...
Niemand
leek door te hebben dat er een burenruzie was begonnen
die niet tot een binnen- maar een wereldbrand zou
leiden. Sindsdien lees ik de krant altijd met een
besmet gemoed: tussen een van die kletsverhalen staat
misschien het begin van het zoveelste einde van de
wereld. Het geldt voor alles. Zoals een moedervlekje
het begin van kanker kan zijn, zo kan een van die
kleine dingetjes die je terloops tegenkomt alles
veranderen, terwijl je je druk maakte over een
rondslingerende vuilniszak.
Het
was weer even Carnaval in Utrecht. Een zaal vol
verklede mensen. Nouja, verkleed. Een gekke bril, een
'Fillem van Ome Willem'-petje en een slingertje rond
de nek. Dat is niet verkleed. Dat is een uniform. Een
'We-gaan-naar-een
lekkere-gekke-avond-met-Wipneus-&-Pim'-uniform,
want gek doen is oké, zolang het maar precies
even gek als een ander. Er zijn grenzen aan opvallen
bij Wipneus & Pim. Niet voor iedereen, natuurlijk.
Een blonde engel van minstens één meter
tachtig, met lichtjes in de haren en de vleugels en
een hemelse glimlach, sprankelde de hele avond onder
de glitterbollen en stroboscopen, tot ze haar
klassieke schoonheid vanaf het podium de zaal in mocht
stralen. Vrede op aarde, wij kussen uw voeten,
allelujah. Elvis was even van Jupiter overgekomen voor
een verschijning. Het gaat hem niet goed. Hij wordt
oud.
Als
Brabander ben ik wel gewend aan een avond met de tune
van Swiebertje, de Fabeltjeskrant en met rondspringen
op Pippi Langkous (Falderie, faldera, falderhopsasa).
Van wedstrijdjes Anouk nadoen en luchtgitaarspelen
keek ik wel even op. Vooral van de gretigheid waarmee
het podium bestormd werd om een voorschot te kunnen
nemen op de Fifteen Minutes of Fame.
Damesbladen
hebben het altijd over 'we'. Zijn 'we' de hippe house-
en technofeesten beu en gaan 'we' voortaan naar melige
avonden met Wipneus & Pim, Ome Cors Benidorm
Fiësta Gala en de Poco Loco Disco Show, omdat
'we' nu eens gewoon lekker gek willen doen? Of loungen
'we' net zo gemakkelijk als dat 'we' in polonaise gaan
bij Ome Cor? Of willen 'we' voortaan zelf een ster
zijn?
Dan
is het zaak de zaal te verlaten voor het licht aan
gaat. De vleugels van de kerstengel hingen aan de rug
van een ander mooi meisje, de lampjes flakkerden zwak.
Elvis pakte het slimmer aan. Hij 'had left the
building.' Op de Oudegracht klonk een beschaafd gejoel
toen Wipneus en Pim in een geblindeerde bus wegreden.
Goedzo. Sterrendom gedijt bij
geheimzinnigheid.
Wipneus
& Pim, Tivoli, Utrecht
(24-12-2002)
Winkelcentrum
Overvecht
De
heer Duthler tikte ongeduldig op het stuur van zijn
Toyota Corolla. De file voor het parkeerterrein van
winkelcentrum Overvecht begon al honderden meters
vantevoren. 'BWWWAAAILA,' scheurde het opeens door de
auto. Van schrik gaf Duthler gas, en trapte tegelijk
op de rem. De motor sloeg af en het werd stil in de
auto. Het meisje naast keek hem met grote ogen aan.
...
'Niet
aan de knopjes zitten, Bianca. Ome Jos wil niet dat je
aan de knopjes zit.'
...
'Maar
ik vind het dansje zo
leuk.'
...
'Ik
dacht dat je van K3 hield.'
...
'K3
is stom. Las Ketchup zijn vet cool. Waarom zijn we
niet met de trein?'
...
'Dan
kunnen we de boodschappen niet
meenemen.'
...
'Ik
vind files stom.'
...
'En
treinen hebben vierkante
wielen.'
...
'Nietes.'
Duthler
startte de motor terwijl achter hem driftig
geclaxonneerd werd en naar het voorhoofd gewezen. De
radio sprong weer aan. Bianca zocht onmiddellijk het
liedje terug op. Er waren kerstbellen doorheen gemixt.
Duthler zuchtte.
Er
had iemand niet opgelet. Twee auto's, een Corolla van
een modellenserie eerder en een nagelnieuwe Golf
stonden vermoeid tegen elkaar geleund. Een
geblondeerde vrouw stond zwijgend voor zich uit te
kijken en trok geobsedeerd aan haar sigaret. 'Roken
maakt lelijk,' mompelde de heer Duthler. Een
Marokkaanse man had een een internationaal
aanrijdingsformulier in zijn hand. De papieren bewogen
in de lauwe wind. De natuur was weer eens van
slag.
'Wil
je even naar de kerstman kijken met Ome Jos?' Bianca
schudde stuurs haar hoofd. Duthler zuchtte vermoeid.
Wat kon een kind in een jaar toch veranderen. Vorig
jaar vond zijn buurmeisje het nog het hoogtepunt van
het jaar dat ze met hem naar Utrecht mocht, naar de
grote winkel, met de mechanische kerstman en daarna
naar Tuincentrum Overvecht, voor een mooie kerstboom.
Hij had nog een leuke foto voor haar moeder willen
maken met zijn nieuwe digitale camera. Nu liep ze zo
langzaam mogelijk achter hem aan de Konmar
in.
...
'Mag
ik een Breezer?'
...
Duthler
schudde zijn hoofd. 'Daar ben je te jong voor,
schat.'
...
'Ik
ben je schat niet.'
...
'Bianca!
Zo praat je toch niet tegen ome
Jos.'
...
'En
jij bent ook mijn oom niet.'
Een
winkelbediende draaide zich om en keek naar Duthler.
Hij glimlachte naar haar en vroeg: 'is deze aanbieding
alleen met Bonuskaart?' De vrouw schudde haar hoofd.
Zij kon wel een paar melkzuurinjecties
gebruiken.
...
Duthler
duwde zijn karretje vooruit. Hij had een hele lijst af
te werken. Voor een man alleen viel het niet mee de
kerst een beetje gezellig door te komen. Bianca liep
naar de tijdschriften om alles over Idols en Sita te
lezen. Ze kwam naar Duthler toe met een Hitkrant. 'Mag
ik deze?'
...
Duthler
glimlachte vertederd. Hij kon zich nog herinneren hoe
zijn dochter posters van David Cassidy uit zo'n
muziekblaadje ophing. 'Natuurlijk. Leg maar bij de
andere boodschappen op de
band.
...
'Dat
is dan 97 euro 67,' zei de
cassière.
...
'Wat
is het leven toch duur geworden,' mompelde Duthler,
terwijl hij de euromuntjes stuk voor stuk bekeek voor
hij ze neerlegde. 'Klopt het zo?' De cassière
knikte.
Duthler
sleepte de boodschappen naar de auto. Hij moest zich
door een menigte bedelaars, verkopers van mechanische
hondjes en kerstmutsen en het publiek rond het
onvermijdelijke Peruaanse indianenorkestje wringen
voor hij buiten was.
...
'O!
Oliebollen!' zei Bianca.
...
'Wil
jij die halen? Dan zet ik de boodschappen in de
auto.'
...
Duthler
hield een half oog op zijn buurmeisje terwijl ze in de
rij stond. Als ze maar een beetje lekker waren.
Utrechtse oliebollen stonden niet goed
bekend.
...
Duthler
ging zitten en bladerde door de Hitkrant, tot hij op
een rubriek stootte waarin Emile Ratelband jonge
meisjes advies gaf over pijpen, masturberen en
neuken.
...
De
deur ging open. Duthler frommelde de Hitkrant tussen
zijn stoel en het portier.
...
'Nou!'
piepte Bianca. 'Mijn Hitkrant.'
...
'Daar
ben je veel te jong voor,' zei Duthler ongeduldig.
...
Bianca
stapte weer uit. 'Ouwe gek, geef hier, ik wou dat ik
nooit met je was
meegegaan!'
...
Duthler
reikte naar buiten en trok zijn buurmeisje naar
binnen.
...
'En
nu is het afgelopen. Zitten en je mond houden.' Hij
trok hijgend de gordel over het worstelende meisje.
Zijn bril gleed van zijn neus en het keurig over zijn
schedel gekamde haar viel in pieken om hem
heen.
...
'Nee!'
krijste Bianca.
...
Duthler
slikte en reed weg. De winkelbediende van de Konmar
liep terug naar binnen.
Vlakbij
Strand Nulde werd Duthler door de politie tot stoppen
gedwongen. Bianca vloog onmiddellijk de auto uit, 'Ik
haat je, ik haat je,' roepend. Toen Duthler uitstapte
viel de verfrommelde Hitkrant naar buiten, de pagina
van Ratelband bovenop.
...
Duthler
zuchtte terwijl de agent zijn digitale camera in
beslag nam. Het zag er naar uit dat hij dit jaar de
kerst op een andere manier eenzaam zou doorbrengen.
(21-12-2002)
American
Beauty
'Als
ik dit schilderij zie moet ik altijd aan Sylvester
Stallone als travestiet denken.' James Tottis,
conservator van het Detroit Institute of Art, wist de
persvoorbezichtiging van de tentoonstelling 'American
Beauty' met de juiste kwinkslagen te relativeren. Maar
probeer dan nog maar eens met droge ogen naar de
poster bij de tentoonstelling in het Van Gogh Museum
te kijken.
'American
Beauty'. Het is ook een soort roos en het is een film.
Een film die in de VS opzien baarde door de
openingsscène van een onder de douche
masturberende Kevin Spacey (nou en, hij zit in een
mid-life crisis, hij doet het niet meer met zijn
vrouw). Dat verder iedereen in de film gek is deed er
verder niet toe. Spacey speelt Lester, een brave
huisvader die verliefd wordt op de vriendin van zijn
dochter, zijn jeugd terugvindt en daarom met de
buurjongen een joint rookt in de garage, waarna diens
vader denkt dat die twee een homoseksuele relatie
hebben, wat eindigt in de dood van Lester. Om het even
heel cru samen te vatten. Ik vond het wel een aardige
film, die in het rijtje met 'Magnolia' en 'Happiness'
past, maar echt gechoqueerd was ik niet. Maar ik ben
Europeaan en ik heb 'Jamon, jamon' gezien en
'L'important c'est d'aimer'.
Dat
de film nog steeds door mijn hoofd speelt komt door
twee dingen. De buurjongen die een minutenlang op de
wind dansende plastic zak filmt: ik heb dat nu drie
keer gezien: in Boedapest, tussen twee flatgebouwen;
in het Portugese Sines, aan het strand en in Arles op
het Place de la République. Het is altijd
vreemd je eigen fascinatie in een film terug te zien.
Wat me nog steeds bezig houdt is wie Lester op het
eind door het hoofd schiet. We horen in de film een
knal en daarna zien we twee mensen verbijsterd het
beeld in wankelen. Lesters vrouw en de buurman. Beiden
hebben net met hem gepraat. Je zou denken dat de
buurman geschoten heeft, maar die zit onder het bloed.
Lesters vrouw niet. Bloed spat er aan de achterkant
uit, niet aan de kant waar de kogel het hoofd in gaat.
Dus ik denk dat Lesters vrouw schoot, en de buurman
het zag.
Ik
ben nog niemand tegengekomen die zich daar ook het
hoofd over heeft gebroken, dus het zal wel een
onnauwkeurigheidje zijn. Of was het dan toch
zelfmoord? Wie het ook gedaan heeft: kom als
veertigjarige niet aan meisjes van zestien, want het
kost je de kop.
Ik
moest de hele tijd aan de film denken tijdens de
voorbezichtiging van 'American Beauty'. Tijdens de
museumnacht van 2 november werd de film in het Van
Gogh Museum gedraaid, dus zo gek was dat dan nog niet
van mij, al zou ik voor de American Beauty's die er
hangen me niet door mijn hoofd laten
schieten.
American
Beauty, Van Gogh Museum Amsterdam, tot en met 21
januari 2003
(21-12-2002)
Student en
seks
Er
liep ooit in Utrecht een lid rond van de UVSV, het
corps voor dames, dat de bijnaam 'Het afzuigkapje' had
gekregen. En dat was niet omdat ze een grote neus had.
Het USC, het corps voor heren, runde een discotheek in
een oude SS-bunker, waarvan gezegd werd dat je er
meisjes kon vangen met een colaatje. Het is mij nooit
gelukt trouwens. Misschien bedoelden ze geen 'Coke',
maar 'coke'. In ieder geval, op de banken rond de
dansvloer, de Apenrots genaamd, ging je zitten als je
zin had opgepikt te worden. Als meisje tenminste. In
mijn studietijd vertelde een vriendin eens het verhaal
van een huisgenoot die van daar een meisje mee naar
huis nam. Ze was onverzadigbaar en ging, toen hij in
slaap gevallen was, alle heren in huis af. Ze liet hen
achter met een druiper.
Zijn
studenten meer bezig met seks dan hun niet-studerende
leeftijdgenoten. Ja. Dat kan ook niet anders. Uit
onderzoek onder VMBO'ers is recentelijk gebleken dat
de gemiddelde ontmaagdingsleeftijd rond de 14 jaar
ligt. VWO'ers en havisten beginnen later met seks, met
drinken en met roken. Terwijl VMBO'ers aan hun derde
baan beginnen, een tweede auto en een eerste huwelijk,
moeten de nieuwe studenten hun leven nog beginnen.
Traditioneel is de helft van de eerstejaars op
achttien nog maagd, dat betekent dat er heel wat moet
worden ingehaald.
De
laatste tijd hebben we zelfs wat
studenten-seksschandaaltjes. Een Utrechtse studente
die voor haar afstudeerscriptie in Playboy poseert.
Een gestolen filmpje en een gescand dagboek, vol
seksbelevenissen. Overigens hoor je op een
maandagochtend meer smeuïge confidenties in de
bus naar universiteitscentrum de Uithof, dan in dit
dagboek, maar het idee is pikant.
Meer
schandalen op www.ontgroening.com.
met verhalen van ouderejaars die tijdens de
introductietijd toeslaan. De aankomende
verenigingsleden zijn dan te afgemat om goed te
articuleren, zodat hun 'Nee' als 'Ja' klinkt. Verder
nog iets nieuws? Jawel, het onrustbarende verhaal dat
bij Albertus Magnus in Groningen meisjes met Rohypnol
in hun drankje bedwelmd werden en daarna misbruikt:
"Ook komt het veel voor dat er (en dat gebeurt bij
elke vereniging, maar is heel moeilijk na te gaan),
Rohypnol in de drankjes van eerstejaars wordt gedaan,
met name de meisjes (zodat ze makkelijker sexueel te
misbruiken zijn)."
Da's
effe schrikken, maar het ware verhaal staat achter een
link en blijkt een stuk genuanceerder, en zowiezo
gebaseerd op rondzingende roddels en waarschuwingen
van bloedeigen vaders. Dat is heel moeilijk na te
gaan, ja, kletspraatjes. Veel mensen zijn er zich er
niet van bewust dat alcohol op zich al een 'date rape
drug' is. Als je 's ochtends wakker wordt naast iets
met klontjes in het schaamhaar, is het gemakkelijker
te accepteren dat er 'iets in mijn drankje' zat, dan
dat je er zelf voor gekozen hebt met die
schimmelcultuur in de weer te gaan.
Moeten
we onze aankomende studentes op negenjarige leeftijd
alvast maar in een string hijsen, zodat ze als student
genoeg ervaring hebben opgedaan om hun tijd aan
studeren te kunnen besteden? Mwah. Uit het onderzoek
van de Rutgers Nisso Groep bleek dat tien procent van
de elf- tot dertienjarige al seksuele ervaring had.
Niet veel later bleek ook dat elfjarigen dachten dat
zoenen orale seks was.
geheim
dagboek van Utrechtse studenten op
internet
(15-12-2002)
Het C1000 tasje
van Wally Tax
Achter
op het parochiehuis in Zundert had iemand met vaste
hand 'Stones' geschilderd. Ik dacht dat het een
afkorting voor de 'Flintstones' was, al snapte ik niet
goed waarom je dat zou afkorten. Ik was daarna
trouwens voor de Beatles, maar jonge kinderen vinden
altijd alles mooi wat een oudere broer of zus mooi
vindt. Veel later had ik in het eerste jaar van mijn
studie een feestje bij een studiegenoot, in
Harderwijk. Midden in de nacht zette zijn broer
vijftien keer achter elkaar 'Angie' op. Mijn hart was
net gebroken, of ik moet zeggen, tergend langzaam in
twee stukken gescheurd. En dan, midden in de nacht in
Harderwijk naar 'Angie' luisteren, op een wit leren
bankstel...
Ik
hobbel altijd een paar jaar achter de trends aan, maar
de Stones mag me vergeven worden. Ik was te jong.
Misschien dat ik daarom bij een zelf samengesteld
verzamelbandje ben gebleven, maar in ieder geval, als
ik toen oud genoeg was geweest, dan was ik voor de
Stones geweest en dan had ik op 15 november met
trillende handen in de Tuinzaal van het Amstelhotel
gestaan, om Bill Wyman een hand te geven (wat een
klein mannetje!), of een exemplaar van zijn boek om te
signeren, maar ik had zeker geen vraag gesteld.
Niemand van de pers stelde een vraag aan Bill Wyman,
waarschijnlijk omdat hij bekend staat als de 'saaiste
van de Stones'. Al is saai natuurlijk een relatief
begrip. De meeste aanwezige journalisten hadden best
het saaie leven van Bill Wyman willen
leven.
Wally
Tax ook wel. De voormalige zanger van The Outsiders
mocht het eerste exemplaar van het boek overhandigen
aan Bill Wyman, omdat zijn band het voorprogramma was
tijdens het beruchte concert van de Stones in het
Kurhaus in 1966. Het was een pijnlijk contrast, de
enigszins verlopen Wally Tax die een hoop
herinneringen opdiepte uit een C1000-tasje, zijn
draagbare geheugen, en de oudere jongen Bill Wyman in
leren jasje en designer spijkerbroek, die
onverstoorbaar beleefd reageerde gaf op diens warrige
opmerkingen. Goed gebit, ook nog.
De
'Stones'-grafitti achterop het parochiehuis in Zundert
is er nooit af gehaald, maar verdwenen toen er een
stuk aan het gebouw gezet werd. Ik ben niet zo
gevoelig voor rock'n'roll-romantiek, maar na zo'n
avond zou je willen dat oude rockers niet vervagen,
maar met een klap verdwijnen.
Presentatie
boek Rolling with the Stones (¤ 54,50, geschatte
ramsjprijs eind 2004: ¤ 15), Tuinzaal
Amstelhotel
(12-12-2002)
Kamelenkont op de
Springweg
Mijn
zoontje werd wakker, keek naar buiten en zei:
'papagaai'. Het was een rood-zwarte, nogal klein en
ook een beetje rillerig. De meeuwen, merels en mezen
lieten hem met rust. De kraaien moesten hem niet en
maakten duikvluchten achter hem aan tot hij krijsend
tegen een raam vloog en versuft bleef liggen. Voor ik
hem kon vangen (Dierenambulance, Vogelopvang en
Amivedi waren nog niet op kantoor) zat hij weer in een
boom sip te kijken. Tot hij verdwenen was. Voor een
kind is het de normaalste zaak van de wereld dat er
een papegaai voor je raam vliegt. Wat is het volgende,
dacht ik, een kameel in je achtertuin?
Twaalf
uur later liep ik met mevrouw Nouws naar de
Springhaver-bioscoop op de Springweg in Utrecht.
Vlakbij de bioscoop stond een man een kameel te
borstelen. Een kameel is gekker dan een papegaai. Twee
meisjes op een fiets moesten keihard lachen en
stopten. De mond van een mevrouw viel wagenwijd open.
Een jongen liet zijn vriendin voor het beest poseren
en maakt een foto. Maar het grappigst waren nog twee
vrouwen die even opzij keken en daarna doorpraatten
alsof het de gewoonste zaak van de wereld
was.
Zo
keek Charly de kameel ook. En zijn verzorger ook.
Charly kon heel goed tegen flitslicht, dat was hij
gewend. En de verzorger kon heel goed tegen
nieuwsgierige vragen ('Het is voor een feestje hier om
de hoek.' 'Wij verhuren ook olifanten.' 'Ja, die
olifant van de LPF was van ons. Dat was ook de olifant
uit de Rolo-reclame.')
'Gaan
jullie daar ook naartoe?' vroegen de twee meisjes op
de fiets nadat ik mijn versverkregen informatie over
een Playboy-feestje met hen deelde? Nee, maar we
liepen wel mee in de optocht naar Storm, waar de
Playboy met Sonia Silva werd gepresenteerd. De rode
loper voor Storm was drukbezet met druk rondlopende
cameraploegen en glamourfotografen en een verdwaalde
dame die zich aan de dresscode 'Sexy Arabian' had
gehouden.
Glamour
in Nederland speelt zich in een ander universum af dan
het mijne, geloof ik. Het was een en al onderonsje
tussen gefotografeerden in papgaaienkleuren en
fotografen.
'Wie
is dat,' siste mevrouw Nouws. 'Joop van Tellingen,'
fluisterde ik terug. 'Nee, dat meisje.' 'Ik heb geen
flauw idee, weet jij wie dat is?' vroeg ik aan een van
de twee meisjes op de fiets. Ze wisten het ook niet.
'Playboy-modellen, misschien.'
Op
weg naar de bioscoop besloot mevrouw Nouws dat
Playboy-modellen van dichtbij niet mooi zijn. 'Ik vond
dat meisje waar jij mee stond te praten veel mooier.'
Tot aan de deur van de bioscoop probeerde ik een
antwoord te bedenken waarin ik haar gelijk gaf zonder
haar het idee te ontnemen dat zij voor mij de mooiste
vrouw ter wereld was.
Playboy-party
met Sonia Silva in Storm, Utrecht
(10-12-2002)
Muziek
Ik
had allerlei wazige ideeën over seks in mijn
hoofd, toen ik het nog nooit gedaan had. Tamelijk
ongevaarlijke. dat wel. Zoiets als wat een doorsnee
Nederlander zegt als hij een romantische avond voor
zich ziet: 'een wijntje, kaarslicht en zwoele muziek.'
Een Brits internet-radiostation deed een onderzoekje
naar de voorkeur van de luisteraars voor muziek
tijdens de daad. 'Sexual Healing' stond bovenaan. Een
zwoele titel, een zwoel onderwerp, een zwoele zangstem
en een zwoele videoclip. Altijd goed. Ook heel
gemakkelijk. Mensen zijn gemakkelijk en
fantasieloos.
Ik
dacht vroeger ook dat je een meisje gewillig kon maken
alleen door de juiste voorwaarden te scheppen: alcohol
om haar weerstand te breken, kaarslicht zodat ze de
roos op je schouders niet ziet en zwoele muziek om
haar op te winden, zonder in te zien dat je zelf de
enige juist voorwaarde bent. Wat heb ik daar een hoop
energie mee verspild. Nog voor ik het ooit een keer
had gedaan werd ik uit de droom geholpen door een
ervaren huisgenoot. Muziek stoort alleen maar,
vertelde hij me. Toen ik een keer per ongeluk zijn
kamer binnenliep, terwijl hij op het matras op de
grond zijn vriendin een beurt gaf, was een muziekje
anders best op zijn plaats geweest. Wat ziet het er
soms koud uit, neuken, als een film zonder
soundtrack.
Vandaar
die muziek misschien, zodat je het gruwelijke tegen
elkaar kletsen van buiken niet hoort. Mijn top tien
van platen die een herinnering aan seks ophalen. Of
aan die keren dat het er niet van kwam.
1
All I need - Air
2
Curtains (hele cd)
-Tindersticks
3
The Fosse - Wim Mertens (versie met The Malufi
Singers)
4
Soul Mining (kant B) - The
The
5
Betty Blue soundtrack (saxofoonnummer uitprogrammeren)
- Gabriel Yared
6
17 seconds (hele cd, in die tijd lp) - The
Cure
7
L'étranger -
Tuxedomoon
8
Ulysses' Gaze soundtrack - Eleni
Karaindrou
9
Glory Box - Portishead
10
Pop Muzik - M
51
% van de Britten doet het met muziek op de achtergond,
liefst van Marvin Gaye
(08-12-2002)
Absinterklaasavond
'Na
het eerste glas zie je de dingen zoals je ze graag
wilt zien. Na het tweede glas zie je de dingen zoals
ze niet zijn en na het derde glas zie je de dingen
zoals ze werkelijk zijn en dat is nog het meest
afschuwelijke van alles.'
Oscar
Wilde
Het
is in Nederland sinds 1909 verboden en in Portugal
gewoon in de supermarkt te koop. In Tsjechië ook,
trouwens. Absint. Drank van kunstenaars en schilders
als Edgar Allen Poe en Vincent van Gogh. Je kreeg er
hersenverweking van, je werd er blind van of je ging
er geel van schilderen. De actieve stof is alsemgeest,
dat thujone bevat, dat dezelfde werking heeft als THC,
en absinthine dat het een gore bittere smaak geeft.
Een alcoholpercentage van 50 tot 70 % maakt het
af.
Absint
werd geïntroduceerd als medicijn, zoals Coca
Cola, dat oorspronkelijk cocaïne bevatte. Het
bleef een apart drankje, dat voornamelijk in
smoezelige tenten en bordelen werd gedronken. De
syfilis die men daar opliep werd behandeld met
kwiklavementen. Kwik veroorzaakt hersenverweking. De
drank werd vaak op kleur gebracht met giftig
kopersulfaat en als je drank slordig naar 70 %
destilleert is de kans groot dat er blindmakend
methyl-alcohol ontstaat.
Er
zijn verschillende rituelen om absint te drinken, dat
maakt het allemaal heel spannend, met lepeltjes,
aanstekers en klontjes suiker.Vier glazen geven een
aangename roes. Of dat door de alcohol komt of de
thujone is niet duidelijk. Vooral omdat het niet zeker
is dat Portugese absint alsemgeest bevat.
Heeeee
Jack,
Het
was erg goed. Absinterklaasavond. Ik heb nog nooit
zo lekker losjes voorgelezen. Absint of de sfeer,
ik weet niet wat het was. Ik denk de absint. De
absint. Absint. Meer absint. Kun je misschien wat
voor me regelen? Dat zou te gek zijn. Kan me niet
schelen hoe duur het is. Ik heb nog een
breedbeeldtelevisie en mijn ouders ook. En deze
computer is ook minstens 500 euro waard. Die mag je
hebben voor 50. Voor 50 euro absint alstublieft,
Jack. Kom op man. Dan leef ik voortaan wel op
whiskas en yoghurt. Maar ik moet echt absint hebben
jack. Vriend van me. We zijn toch vrienden jack?
Nog een flesje. Een flesje en dan kap ik. Echt
waar.
Uhhh....
Bedankt
nog. Dat wil ik zeggen. En als je nog eens wat doet
in de Bastaard, laat het weten. Ik kom in ieder
geval als publiek. En mijn vrienden hebben het ook
naar hun zin gehad. Die kijken ook uit naar meer.
Dus hou ons op de hoogte.
Oke.
Wat zal ik eind maart eens organiseren? Een poetry
slam met gratis speed voor iedereen? Eind maart 2003.
Noteer het alvast.
Absinterklaasavond
met optredens van o.a. Gabriël Kousbroek, Peter
Tekelenburg en Paul Stekelenburg, de Bastaard,
Utrecht, 8 december 2002, eerstvolgende op 30 maart
2003
Removos
Een
hippe atelierhoudster uit
Stadskanaal
veroorzaakte
met een mondschilder een
schandaal
Ze
was helemaal van god los
Tussen
de kalenders van Removos:
Want
ja, niet alleen zijn schílderkunst was
oraal
(30-11-2002)
Absinterklaasavond
Zondag
8 december. De Bastaard, Jansveld 17, Utrecht, 21.00
uur. Met optredens van o.a Arjan Witte, Tommy
Wieringa, Gabriël Kousbroek, Paul Stekelenburg en
een expositie van tekeningen van Peter Tekelenburg.
Entree 7 euro, inclusief 2 glazen absint. Reserveer
hier
voor een van 35 kaarten.
(24-10-2002)
Tussen de
oren
In
de winter van 1991 liftte ik mee van Barcelona naar
Utrecht met een man die in reumamedicijnen deed op
basis van ureum. Ureum is het voornaamste bestanddeel
van pis. Ik denk dat het onder de alternatieve
geneeswijzen viel. Hij kreeg zijn wondermedicijn
tenminste de apotheek niet in. Aan de Spaans-Franse
grens pikten we een vriend van hem op die ook in
alternativiteiten deed. Het was vijftienhonderd
kilometer vanaf de grens, dus tijd genoeg om te
praten.
De
alternatieve geneeswijzer had een heerlijk eenvoudig
wereldbeeld:
je
wordt alleen ziek als je het jezelf
toestaat;
de
pers verzwijgt op verzoek van de regering allerlei
feiten om paniek te voorkomen.
Om
met de laatste te beginnen. Het was allang bewezen dat
het HIV-virus via speeksel werd overgebracht, maar de
pers zweeg op verzoek van de regering om paniek te
voorkomen. Het drinkwater in Nederland zat vol
kankerverwekkende stoffen, maar de pers zweeg om
paniek te voorkomen. Ik kon me daar nog wel iets bij
voorstellen. Als je drinkwater niet controleert op
stoffen die je er niet in vermoedt, dan vind je ze ook
niet. Toch, dat hij me meteen daarop een waterfilter
wilde aansmeren maakte zijn verhaal meteen minder
aannemelijk.
Vijftienhonderd
kilometer is een lange afstand om pratend door te
brengen. Mensen met een afwijkende mening hebben vaak
de neiging die mening eeuwig en altijd te willen
doordrammen. Ziekte was een geestestoestand.
Hartaanvallen, kanker, de Ziekte van Alzheimer,
allemaal het gevolg van een verkeerde
persoonlijkheidsstructuur. Ik had mijn zus er al eens
over horen praten nadat ze er in de Libelle over had
gelezen.
'En
als ik nu van mijn fiets val en mijn been breek?'
probeerde ik. 'Dan ben je geestelijk niet in balans,
zodat je je lichaam de gelegenheid biedt te
vallen.'
Een
jaar later publiceerde Karin Spaink Het strafbare
lichaam, waarin ze de aanhangers van deze theorie
aanviel. 'De orenmaffia' noemde ze hen.
Stiekem
zijn er heel veel mensen die zo denken, omdat het
namelijk een verklaring geeft voor het
onbegrijpelijke. Het is zo moeilijk te accepteren dat
dingen gebeuren omdat ze gebeuren. Een moeder die zegt
dat haar zoon alleen maar het instrument van god was
om iemand naar zijn onvermijdelijke dood te
begeleiden, denkt niet anders dan de acteur Robert
Urich die bij Oprah komt zeggen dat hij kanker kreeg,
en overleefde, om de mensen eraan te herinneren hoe
mooi het leven was. Fijn voor ze, dat zo denken.
Terwijl ik weet dat het leven zonder zin is en zonder
reden. Ik zou daar graag meer over vertellen, maar ik
moet daarover zwijgen, op verzoek van de regering, om
paniek te voorkomen.
24
oktober 2002, René Steegman slachtoffer van
zinloos geweld
(23-10-2002)
Een huwelijk, en
andere verhalen
Er
ligt een boekje in de Metrobak op Utrecht CS. 'Gratis'
staat op een gouden sticker. Kijk eens aan, dat is
sympathiek. A5-formaat. Een lichtblauwe kaft, lelijk
lettertype, vage illustratie en een naam: Helen
Peeters. Een eigen-beheeruitgave. 'Een huwelijk, en
andere verhalen.' Binnenin staat januari 2002. En: no.
40. Van wat? Van een reeks? Of is dit no. 40 van de
vijfhonderd exemplaren?
Ik
ken een uitgever die schrijvers die nooit in eigen
beheer hebben uitgegeven prutschrijvers vindt. In
eigen beheer uitgeven is een teken dat je gelezen wil
worden. En daar schrijf je voor. Om gelezen te worden.
Een boek dat niet gelezen wordt is geen boek, maar een
pak papier.
Er
zijn drie soorten eigen-beheeruitgevers. De ene maakt
iets dat te waanzinnig is voor een gewone uitgever.
Zoals poëzie bijvoorbeeld. Of scabreuze verhalen.
Of teksten in een zelfverzonnen idioom. Of
gezeefdrukte aforismen. Of verzen van een bekende
schrijver, gebonden in rood Zuid-afrikaans
waterslangenleer. De tweede soort wil te graag gelezen
worden om geduldig op de trage molens van een
uitgeverij te wachten en vindt het leuk zelf iets in
elkaar te draaien. Het laatste soort
eigen-beheeruitgever heeft geen zelfkritiek. Ze
schrijven en schrijven. Soms hebben ze wel veertig
manuscripten in een doos liggen. Iedere keer als ze
een manuscript terugkrijgen denken ze aan Vincent van
Gogh die zijn hele leven ook maar één
schilderij verkocht. Daarbij vergeten ze dat
schilderen en schrijven niets met elkaar te maken
heeft, nog los van het feit dat van Gogh zijn hele
leven lang rekeningen voor brood en verf voldeed met
tekeningen en schilderijen. Ze laten hun boeken via
internet in 'print-on-demand' maken, of door een neef
met een computer.
Ik
zeg niet in welke categorie Helen Peeters valt. Ik heb
sympathie voor haar durf haar boekje zo te
verspreiden. Dat doet me denken aan al die keren dat
ik op poëziefestivals rondliep met mijn zelf
getypt, geplakt, gevouwen, geniet en op mijn
knieën op de grond zittend met een stanleymes en
geodriehoek schoongesneden gedichtenbundeltje. Bij
elke Metro-bak kijk ik voortaan of daar no. 41
ligt.
(29-11-2002)
Witte vs.
Heytze
Auteur
Arjan
Witte
Ingmar
Heytze
Burgerlijke
staat
Getrouwd
Op
zoek
Soort
man
Beetje
magere ADHD'er
Flegmatieke
teddybeer
Afkomst
Utrecht,
fabriekswijk Zuilen
Utrecht,
kakwijk Tuindorp
Titel
Oswin,
geboorte van een
moraal
Het
ging over rozen
Soort
boek
roman
gedichten
aantrekkelijkheid
titel
'moraal'
tegenwoordig altijd
goed
'rozen'
altijd goed
aantal
blz
224
48
prijs
16,50
euro
12,50
euro
prijs
per blz
7,36
cent
26,04
cent
Publiciteitsstunt
optreden
van Spinvis
Voorpublicatie
in Wegener dagbladen in oplage van 130.000
stuks
Locatie
Tivoli
Boekhandel
Broese Wristers
Aantrekkelijkheid
pas
goed vanaf 400 man
publiek
niet
meer goed vanaf vijftig man
publiek
Beste
act
Spinvis,
altijd goed
Erik-Jan
Harmens, las slechts 7 gedichten
voor
Slechtste
act
Spinvis,
als ik in de jury van Idols
zat
Hanz
Mirck, las meer dan 7 gedichten
voor
Soort
publiek
heel
veel vrienden
heel
veel meisjes
Typerend
passief
e/o actief literair
actief
meervoudige
gezichtspiercings
Aanwezige
familie
zoon
en dochter
vader
en moeder
Boekenverkoop
vrienden
hopen dat ze het boek kado
krijgen
twee
dozen
Drukte
signeren
vrienden
hadden het boek nog niet kado
gekregen
heel
veel meisjes
Beste
citaat
Arjan
Witte: 'Hé hallo, ik sta hier voor te
lezen.' (tegen zijn vrienden in de
zaal)
Vader
Heytze: 'We vonden dat hij die parodie op het
kut-gedicht van Deelder er niet in moest
zetten, maar hij wilde het per se.'
Presentatie
roman Arjan Witte 14 november vs. Presentatie
dichtbundel Ingmar Heytze
(22-11-2002)
Diepe
krassen
Terwijl
ik met Saara praatte was er een moment dat ik buiten
mezelf trad. En daar, vanaf het plafond keek ik op ons
neer. Ik zag haar zitten, een stil, verlegen, in
zichzelf teruggetrokken meisje van zeventien uit
Somalië, omringd door vier mensen die
onafgebroken vragen op haar afvuurden:
Hoe
heet je? Uit welk dorp kom je? Bij welke stad ligt
dat? Heb je broers? Heb je zussen? Waar is je moeder?
Wie is je vader? Bij welke clan hoort jouw familie?
Hoe woonde je? Welke talen spreek je allemaal? Hoe ben
je hier gekomen? Hoe ben je gevlogen? Was je alleen?
Wie heeft de reis voor je geregeld? Waarom ben je naar
Amsterdam gevlogen? Kende je hier iemand?
Wij
waren alleen maar nieuwsgierig en geïnteresseerd
in haar verhaal. We zaten in West Pacific, in de volle
zon, met thee, koffie, een koekje, de laatste muziek
op de achtergrond. Maar het was nog maar drie maanden
eerder dat ze op Schiphol in een kale ruimte zat,
bang, geïntimideerd door de geüniformeerde
mannen om haar heen, een bekertje lauwe thee op de
formica tafel. En de mannen vroegen je:
Hoe
heet je? Uit welk dorp kom je? Bij welke stad ligt
dat? Heb je broers? Heb je zussen? Waar is je moeder?
Wie is je vader? Bij welke clan hoort jouw familie?
Welke talen spreek je allemaal? Hoe ben je hier
gekomen? Hoe ben je gevlogen? Was je alleen? Wie heeft
de reis voor je geregeld? Waarom ben je naar Amsterdam
gevlogen? Kende je hier iemand?
De
onbeschaamdheid. Van ons.
Ik
heb mijn antwoorden gekregen, Saara van de
Hawiye-clan, subclan Badecade, die in Lafobe woonde,
dertien kilometer van hoofdstad Mogadishu, die geen
broer meer heeft en geen vader, die haar moeder als
laatst gewond heeft gezien en alleen weet dat haar zus
door vijf jongens in een auto is meegenomen, die geen
ouderlijk huis meer heeft omdat dat in beslag is
genomen door rebellen, die voor de school beroofd werd
van mooie kleren en waardevolle bezittingen en door
haar oom op het vliegtuig werd gezet, die alleen via
Caïro naar Amsterdam reisde, omdat er nu eenmaal
veel Somaliërs in Nederland wonen.
Saara,
die niet meer terug wil, omdat je er je leven niet
meer zeker bent, zeker als meisje, maar die onder de
posters boven haar bed van Shakira en Britney Spears,
moet huilen als het woord Somalië valt, omdat
haar vader... en haar broer... omdat ze niet weet waar
haar moeder en zus...
Toen
ik klaar was met vragen en antwoorden had gekregen die
ik liever niet had gehoord, reed ik weg in mijn auto.
Eerder die dag was er een roekeloze fietser tegen me
aan gereden. Normaal zou ik de hele dag chagrijnig
zijn gebleven van de diepe krassen in de
lak.
Nu
deed het me helemaal niets meer.
50
ontmoetingen. Reizende tentoonstelling waarin vijftig
asielzoekers zijn geportretteerd in beeld en tekst.
Opening 22 november 2002 Mozes en Aäronkerk
Amsterdam. Verder te zien: Las Palmas, Rotterdam
(14-12-2002 &endash; 4-1-2003); Atrium, Den Haag (3
februari &endash; 22 februari); Noorderlicht Groningen
(20 maart &endash; &endash; 3 april); Corrosia Almere
(05 april &endash; 25 april) Nadere
informatie:www.stichtingopenmind.nl.
Boek: 15 euro.
De
schrijfster zat schuin achter de presentator van het
programma. Het was het tafeltje dat het vaakst in
beeld is. Meestal werden daar de mooiste mensen gezet,
door de vloermanager. Of belangrijkste. Daarom zat ze
daar met drie anderen. Allemaal genomineerd voor de
prijs. Ze hadden daar eigenlijk met zijn vijven moeten
zitten, maar op het laatste moment had die vijfde
afgezegd. De stoelen waren opnieuw gerangschikt. Het
leek nu alsof ze expres zover van elkaar waren gaan
zitten.
Het
zou tot na de reclame duren voor de prijs uitgereikt
werd. Literaire prijsuitreikingen zeggen veel over de
literatuur van een land. Gaan de uitreiking van de
Bookerprijzen in Engeland altijd gepaard met
schandalen, weddenschappen en ruzies, in Nederland
wordt een literaire prijs op een bijna terloopse
manier uitgedeeld. Ze had nooit geweten hoe lang een
half uur kon zijn, gewend als ze was zich dagenlang in
haar werkkamer op te sluiten. Er stond een bakje
nootjes op het tafeltje. Nootjes! Daar krijg je een
pinda-adem van.
Tijdens
het reclameblok was ze even naar de wc gegaan. Dat was
een opluchting. In de spiegel had ze even haar
'ik-wist-het-maar-het-is-toch-een-eer'- en haar
'het-is-maar-een-spelletje'-gezicht geoefend.
Schrijvers zijn net zo getraind in de
televisieconventies als een doorsnee quizkandidaat.
Nooit zie je eens iemand in tranen uitbarsten of
vloekend het familielid dat een verkeerde hint gaf
naar de keel vliegen. Nooit stort iemand zichzelve de
haren uitrukkend ter aarde. Nee, altijd dat starre
glimlachje, altijd dat dat berustende 'Ach het is maar
spelletje' dat die dromen van de nieuwe keuken, een
nieuwe auto, een wereldreis wegrelativeert. Dat is
goed, bedacht ze. Zelfbeheersing is goed. Want als een
schrijver wint zal die ook waardig reageren. Geen
gespring, geen gezoen.
Bij
het rondje langs de kandidaten knikte ze bijna
onmerkbaar toen haar naam werd genoemd. Ze zag vanuit
een ooghoek dat de anderen ook zo reageerden. Het gaf
haar een gevoel van verbondenheid. Ze waren toch alle
vijf al een beetje winnaar, omdat ze als enige waren
overgebleven van een lijst van negentien. Het
juryrapport werd ingeleid en opgeruimd ging ze er eens
voor zitten. Maar na een paar woorden werd haar al
duidelijk dat het niet over haar ging. Een fles
champgne plopte. De winnaar stond op en verhuisde naar
de tafel van de presentator.
En
daar zat ze dan, de rest van het programma. Het liefst
was ze opgestaan en weggegaan, maar dat kon niet.
Glimlachen meid, dacht ze, glimlachen, je publiek is
je jury, niet zo'n recensent, of zo'n Belgische
ex-politicus, maar ze voelde haar gezicht verkrampen
in een starre grijns. Een sigaret dan? Ze moest denken
aan haar lezerspubliek, roken kon een slechte indruk
geven. Ze zag hoe haar buurman een onderuitgezakt een
hand nootjes nam. Nootjes! Voor die pinda-adem hoefde
ze nu niet meer bang te zijn.
Ze
nam een klein handje nootjes, genoeg om beschaafd in
je mond te stoppen. Drie of vier. Er stonden twee
bakjes. Dat laatste halfuurtje kwam ze zo wel door.
Nooit geweten dat nootjes zo lekker waren. Ze moest
straks eens vragen welke smaak dit was.
Renate
Dorrestein wint AKO-literatuurprijs
niet
(21-10-2002)
Geen
MySQL
Omdat
mijn domeinhoster geen MySQL ondersteunt (in ieder
geval niet reageert op mijn vragen daaromtrent) duurt
het even voor de overgang van deze site naar een echte
blog klaar is. Mei 2003 ga ik naar een hoster die 100
MB schijfruimte biedt, 25 pop e-mailadressen, 1 GB
dataverkeer en ondersteuning van een blog-programmma.
Als de aanbieding dan nog geldig is,
tenminste...
Tot
dan nog steeds onregelmatige bewerkingen met lange
tussenpozen.
(19-10-2002)
Fietsslotenkerkhof
Utrecht,
ABC-straat
(19-10-2002)
Arme
schrijver
Ik
heb de lente van 1999 doorgebracht in het Portugese
dorp Sines,
aan de Atlantische kust. Drie maanden woonde ik in
café-restaurant-pension Fredemar. Ik zat elke
middag twee uur aan het strand te schrijven, ging elke
dag uit eten en eindigde elke avond aan de bar. Mijn
gewoonte regelmatig een rondje voor de hele zaak te
geven, bracht de eigenaar Frederico Lourenço
ertoe mij Fredemar te koop aan te bieden. Hij dacht
dat ik zo rijk was dat ik die honderd miljoen escudo
(500.000 euro) moeiteloos kon ophoesten. Terwijl ik
juist naar Portugal ging omdat je daar nog voor een
vijf euro slaapt, een driegangenmenu krijgt en een
rondje voor de hele zaak kunt geven. Alleen in
Portugal kun je zorgeloos leven als je minder dan
welgesteld bent.
Je
hoeft geen econoom te zijn om te zien dat de welvaart
in Nederland de afgelopen tien jaar flink gestegen is.
Maar het is schrikken dat netzoveel mensen arm zijn
als tien jaar geleden. Ik las de artikelen over de
armoe in Nederland vol medeleven (ik mag graag een
straatkrantverkoper een voedzame mueslireep of een
gezonde banaan geven) tot ik begreep dat je met een
auto voor de deur, een vakantie in het vooruitzicht en
een kleuren-tv op het dressoir nog steeds arm kunt
zijn. Het besef kwam aan als een misselijkmakende
stomp in mijn maag. Ik ben ook arm.
Het
is alweer jaren geleden dat ik de verstikkende
verplichtingen van een RWW-uitkering als een vuile jas
van me heb afgeschud. Sinds 23 juli 1993 ben ik
eigenaar-directeur van mijn eigen eenmanszaak. Terwijl
beveilingsbedrijven, pensioenfondsen, advocaten en
creditcardmaatschappijen me met eurotekens in hun ogen
weten te vinden (ik ga overal op in), sluit ik elk
boekjaar af met één en hetzelfde ronde
getal. Nul.
Toch
heb ik me nooit arm gevoeld. Ik vind auto's van drie
modelgangen geleden nou eenmaal leuker dan recente
modellen. Oude meubels uit de jaren zestig die bij
uitdragers staan opgestapeld zijn robuuster en unieker
dan het Ikea-assortiment. Het is prima dat mijn
tweedehandse mobiele telefoon op een walkietalkie
lijkt: geen junk die hem wil jatten. En als ik uit
eten wil met mijn geslaagde middelbare-schoolvrienden
(dierenarts, manager zus-of-zo, softwaremagnaat) dan
knok ik daarna bij Albert Heijn wel wat langer met
weduwes en gepensioneerden om vlees met een
rood-blauwe 'halve prijs'-sticker.
Of
zit ik gewoon in de ontkenningsfase? Praat ik het
zelfgeplakte gat in mijn schoen recht onder het mom
van milieubescherming en gevecht tegen het
consumentisme? Een paar jaar geleden ben ik verhuisd
van de binnenstad naar een echte volkswijk van
Utrecht. Ik voelde me opeens al een stuk armer: de
folders van de Bijenkorf maakten plaats voor de
aanbiedingen van de Wibra en de
Kiloknaller.
Ik
moet er maar aan wennen: ik ben arm. Ik ben een arme
kleine ondernemer. En armoe heeft zijn voordelen. In
Utrecht krijgen arme mensen een U-Pas, voor een
goedkoop bibliotheekabonnement, een gratis of
spotgoedkoop filmkaartje, een kortingsbon voor een
diner of een twee-halen-één-betalen
aanbieding voor iets cultureels. Daarmee ben ik
waarschijnlijk de enige Utrechter die 25% U-paskorting
krijgt in een restaurant en de rekening met zijn
GoldCard voldoet.
Uit de bundel
'Gedachten in gedichten'
Dichter
bij jou
De
dichter is een
deur
Hij
gaat open
En
dicht
(17-10-2002)
Absinterklaasavond
Op
zondag 1 december in Utrecht voor maximaal vijftig
gasten. Optredens begeleid door de groene fee. Meer
details volgen.
(06-10-2002)
Beware of
pickpockets
Den
Haag CS heeft iets wat Utrecht CS mist: een Albert
Heijn in de stationshal. En nog open op zondag ook.
Was ik toevallig in Den Haag op de zoveelste zondag
van de maand dat de winkels open mochten zijn, of zijn
ze altijd open? Het zal me worst wezen. In de
Utrechtse Twijnstraat was een AH-buurtsuper die op
zondag open was, tot Leefbaar Utrecht daar een stokje
voor stak. Dat stond niet in hun partijprogramma,
trouwens. In de Twijnstraat mogen maximaal twee
scholieren tegelijk de winkel in. Het 'mandje of
winkelwagen verplicht' word bij hen streng nageleefd.
Op zondag hadden ze alcoholisten. Die mochten maar met
een tegelijk naar binnen. En ook maar een keer per
dag. En met maximaal twee halveliters naar buiten. En
niet voor de deur hangen. En geen tweedehands
Straatnieuws verkopen.
Zo
strak hebben ze in Den Haag er de wind niet onder. Om
de tien minuten klinkt daar de waarschuwing in
verschillende talen dat je moet uitkijken voor
zakkenrollers. En dat je je koffer in de gaten moet
houden. Een trosje agenten hangt naast de Albert
Heijn. Is het dan domheid of godvergeten brutaliteit
dat je als winkeldief je slag probeert te slaan? Een
hoop opwinding voor de deur, geduw, getrek. Is er te
weinig respect betoont, vraag je je nog af.
En
opeens sprint een jongen de stationshal in.
Studentikoos type, vrolijke krullen,
houtjetouwtje-jas, rugzakje. Een jongen in kenmerkende
AH-werkkleding erachter. Vakkenvullen blijkt slecht
voor de conditie, want de krullenbol lost
hem.
En
dan het dilemma. De jongen rent recht op me af. Wat
moet ik doen? De achtervolging overnemen? Hem proberen
staande te houden? Of het wel grappig vinden dat een
eenling het opneemt tegen een multinational? De
beslissing wordt me ontnomen als een voorbijganger
zijn been uitsteekt en de winkeldief/zakkenroller met
een smak tegen de grond slaat. Er schuift een kapot
brilletje over de tegels van Den Haag CS.
De
vakkenvuller overmeestert de jongen. Niet op
behendigheid, maar op gewicht. De agenten wachten
keurig tot de jongen bij hen afgeleverd wordt. Zo. Het
brilletje blijft liggen. Voor de passanten is het nu
al een raadsel waarom dat daar ligt. Iemand legt het
opzij. Voor als de eigenaar het zoekt.
AH-personeelslid
vangt met omstander winkeldief, Den Haag
CS
(06-10-2002)
For me, for me,
formidable
In
de TGV ligt het blad TGV. Het is zo'n blad in de trein
waarnaast Rails extra het full-colour
literarair-culturele satirische mode- en reisblad is
dat het is. Op de voorkant Charles Aznavour, die aan
zijn afscheidtournee begint. Hé, wacht eens...
was die niet dood? Nee, wel bijna, anders begin je
niet aan je afscheidstournee. Maar toch. Jarenlang heb
ik in de overtuiging geleefd dat Aznavour dood was.
Bijna nog een brief naar de Volkskrant gestuurd toen
Martin Bril over hem schreef alsof hij nog leefde. Wat
dus zo bleek te zijn. Hij was niet dood. Hij trad
alleen niet meer zo vaak op. Ik was er ook van
overtuigd dat Jean 'Toots' Thielemans al tijden vanaf
een wolkje op zijn mondharmonica speelde. Die bleek
ook nog springlevend. Ik zag hem op tv.
Het
is altijd een moment van vreugde als je achter het
bakmeel in de keukenkastjes opeens een zak chips vind.
Vooral als het bolognese is. De ontdekking van een
levende Aznavour en Thielemans vulden geen gemis op.
Ook geen hernieuwde belangstelling voor hun werk.
'She' vind ik wel mooi. En 'Le temps' dat ik in de
soundtrack van 'L'Appartement' hoorde, maar nooit meer
op een cd zag staan. Verder ben ik geen fan. Ook niet
van Thielemans.
Ik
heb het alleen bij artiesten, geloof ik, dat ik me
vergis in hun toestand. Bij mensen uit mijn omgeving
die overleden zijn heb ik eerder het omgekeerde. Dan
wil ik vragen wat hij of zij er nou eigenlijk van
dacht. Soms zie ik ze lopen. Pas op het moment dat ik
mijn mond opendoe of mijn hand wil opsteken bedenk ik
dat het niet kan. Op een enkele genante keer na dan.
Ik geloof niet in leven na de dood. Ik geloof wel dat
iemand voor altijd in je kan blijven leven.
6
oktober 2002, Prins Claus overleden
(06-10-2002)
Wij geven niet
toe
Je
hebt mensen die meteen het hoofd in de schoot leggen.
In het kraampakket van de felicitatiedienst zat een
kortingsbon voor een vakantiepark. En dat wordt het
voortaan. Wildwaterbaan. Golfslagbad. Midget-golf.
Bungalow. Friet met kip en appelmoes.
Midweekarrangement. Toen de kleine Nouws zes weken was
vloog hij naar Barcelona, de MaxiCosi in de
vliegtuigstoel gegespt. Slapend. Toen hij een half
jaar was vloog hij naar Lissabon. Nee. Geen
bungalowpark voor ons, besloten wij. Wij niet. Wij
geven niet toe.
Waterkoker
met sigarettenaanstekeraansluiting. Opvouwbare
kinderstoel. Campingbedje. Spuuglapjes. Gaffertape.
Kabelbindertjes. Flessenwarmer. Luiertas. Reisstekker.
Motorkap als commode.
En
daar sta je dan, aan de vooravond van een lang weekend
op de rondweg van Madrid met een lekkende uitlaat. Na
twee uur heb je zeven kilometer afgelegd. Het is
kleefwarm en op de achterbank wordt honger geleden.
Door merg en been. Voor in de auto is de sfeer te
snijden. Geen afslag in zicht en hij had al een uur
geleden gegeten moeten hebben. Het zal donker zijn als
je eindelijk een hotel hebt en prijsbewust kun je dan
niet meer zijn.
Maar
dan. Terwijl de kleine tevreden op zijn flesje sabbelt
in zijn eigen campingbedje, hang je aan de overkant
van de straat aan de bar in een tapasrestaurant. Af en
toe hoor je een tevreden knor over de babyfoon terwijl
je 'inktvis in zijn eigen inkt gekookt' aanwijst. Je
bestelt nog maar een glas van de plaatselijke wijn uit
het vat en besluit: wij geven echt niet toe.
'Camerero!
Mas batatas bravas, por favor!'
(06-10-2002)
Het spook van
Boulogne
Boulogne-sur-Mer
ligt tegenover Folkstone. Als het mooi weer is kun je
zowat de mensen aan de overkant van het Kanaal op de
kade zien staan. Het is 54 minuten van Frankrijk naar
Engeland, maar het is eerder 54 minuten van Engeland
naar Frankrijk. De straten puilen uit van de Violet
Bouquets en Inspector Morse's. Een verantwoorde
wandeling door het middeleeuwse gedeelte van de stad,
een wandeling langs de stinkende haven en dan op naar
de Auchan, een mega-supermarkt op zo'n
huiveringwekkende Z.I. die de stadsrand verrafelt.
Naar huis met tien dozen van 24 flesjes bier en dozen
wijn voor minder dan de helft dan thuis. In
Engeland.
De
middeleeuwse veille ville is piepklein. Tien straten
en een plein, dan heb je het wel gehad. Maar wel met
een enorme basiliek, gebouwd op de fundamenten van een
Romeinse tempel. De crypte is te bezichtigen na de
lunch. Een morsig mannetje gaat op krukken naar
beneden. Hij ruikt alsof hij alleen is. En
incontinent. 'Sorry, I don't speak English', hangt in
blauwe letters, zorgvuldig rood omrand, boven de
kassa. 'Ghost' staat er ook nog. Ghost?
Aan
het einde van de rommelige verzameling beelden,
ornamenten en kerkjuwelen kom je in een afgesloten
ruimte met twee tombes. Recht tegenover je is een
Calvarieberg gemaakt. En links van je staat een tombe
met een rechtopstaande steen. Die steen beweegt.
Zeggen ze.
Ik
zie niets, behalve dat de steen afgebroken is. Teveel
bewogen waarschijnlijk. Als ik blijf kijken voel ik
langzaam een zware druk op mijn borst ontstaan en de
kou glijdt als een hand over mijn rug. In dit soort
bedompte ruimtes zweven vaak schimmels in de lucht die
je benauwd maken. Ik weet het. Maar als ik wegga durf
ik niet meer achterom te kijken. En dat steen op de
foto een heel andere positie heeft dan toen ik hem zag
is ook inbeelding. Of optisch bedrog.
Boulogne-sur-Mer,
2 oktober 2002
(27-09-2002)
Een kut op de
krant
De
man in de boekenwinkel in Arles staat meteen naast me
als ik de Volkskrant van 26 september uit het rek pak
en controleer of alle bijlages erbij zitten: als je
bijna 3 euro betaalt voor een krant van gisteren wil
je waar voor je geld. Ik begrijp zijn nerveuze
geschuifel pas als ik in de taxi naar het vliegveld de
krant voorzichtig openspreidt en in het midden de
kunstbijlage vindt. Op de voorpagina een afbeelding
van 'L'Origine du Monde' (De oorsprong van de wereld)
van Gustave Courbet uit 1866. Het schilderij
veroorzaakte bij de eerste expositie een schandaal.
Het werd jaren door een ander schilderij bedekt. Het
verdween tot 1995.
En
nog steeds maakt het zenuwachtig, de realistische
afbeelding van een kut. 'L'Origine du Monde' is geen
bijzonder goed schilderij. Het ontleent zijn kracht
alleen aan de titel. Daarvan losgemaakt is het een
realistische afbeelding van een kut, uit een tijd dat
de bikinilijn niet gewaxt werd.
Ik
ging met een vrouw om die een kut vies vond. Mijn
stille liefde voor haar was meteen over. Oorsmeer is
vies. Kalknagels zijn vies. Een krentenbaard is vies.
Een kut is niet vies. Ook niet iets om je voor te
schamen. Ook niet lelijk. Ik ken maar een vrouw die de
fluweelharde schoonheid van de pik bezong, maar mannen
die de schoonheid van de kut bezingen zijn ruimer
voorhanden. Vooral in de literatuur. In het
geruchtmakende Victoriaanse pornografisch dagboek 'My
secret life' wordt de fysionomie van de kut uitvoerig
beschreven. Hugo Raes. Jan Wolkers, Van der Heijden.
wie kent ze niet. Rozenblaadjes, gesloten
vlindervleugels en dauwdroppels. Of J. M. de Prada's
verhalenbundel Kut (nu in de ramsj voor ¤
3,50).
Je
hoeft er niet eens metaforisch of freudiaans over te
doen om de schoonheid van de kut te zien, de
schakering aan tinten, de zijden zachtheid van de
plooien, de welving van het schaambeen, de paradoxale
mengeling van symmetrie en asymmetrie, de open
geslotenheid. Het is moeilijk de seksuele component
uit te sluiten, maar een kut is ook mooi als een
oorlel, een pees in een hals, de manier waarop een
schouderblad onder de huis beweegt. Het is niet voor
niets dat de basisvorm van de kut oneindig vaak wordt
herhaald in de natuur. Ik kijk er liever naar dan naar
opgeblazen Israeliërs, anti-tankraketten of
knokkende voetbalsupporters.
Voor
'L'Origine du Monde' poseerde Courbets nieuwe
vriendin. Dat maakt het schilderij meteen ook de
liefdesverklaring, van de dwaas die alles aan zijn
nieuwe liefde bewondert. En die er door een handige
titel meteen een conceptueel kunstwerk van
maakte.
26
september, een kut op de krant
(27-09-2002)
Back to
Basiq
In
tegenstelling tot auto's en treinen gaan vliegtuigen
nooit naar de sloop. Ze worden tot in het oneindige
opgekalefaterd. 'Afgeschreven' betekent voor
vliegtuigen: verbouwd worden tot vrachtvliegtuig. Of
verkocht worden aan een Derde-Wereldland. Vliegtuigen
vliegen tot ze uit de lucht vallen. Daarom is de kans
groot dat je in een Boeing 737-300 stapt als je in een
vliegtuig stapt. Het meestverkochte toestel ter
wereld. Veertig jaar oud ontwerp. Lawaaierig. Schrale
luxe. Weinig ruimte voor handbagage. Stoelen veel te
dicht op elkaar.
Geen
pretje. Tenzij je Basiq Air vliegt (dertig stokslagen
voor de gek die deze naam verzonnen heeft). Voor
prijzen waar een bus niet tegenop kan geeft zelfs een
737-300 niet het idee dat je bekocht bent. De vluchten
zijn dan ook niet aan te slepen. Het vliegtuig rijdt
voor, je stapt in, eet je eigen ciabatta geitenkaas en
spoelt die weg met je eigen mineraalwater. Zonder
gratis Telegraaf die je in 30 seconden uit hebt en die
twee uur in de weg ligt. Het uitzicht is even
mooi.
Nu
nog die flauwekul van taxfreeshops opheffen en dan
zijn we er. Als je zit snap je meteen hoe passagiers
trombose in hun benen krijgen. Het
'toeristenklasse-syndroom' ontstaat doordat iedereen
de ruimte tussen de stoelen volpropt met
taxfree-rommel, of overdreven veel handbagage.
Misschien een idee voor Basiq Air om 747's aan te
schaffen. Die zijn volgens de laatste berichten sterk
in waarde gedaald.
Het
is een discutabel genoegen, goedkoop vliegen. Nu ik
voor de prijs van vijf cd's op familiebezoek kan in
Barcelona, koop ik niet meer cd's. Ik ga vaker naar
mijn zus in Barcelona. Vliegen is een luxe en goedkoop
vliegen is een schandelijke luxe. Gelukkig eindigt
nagenoeg elke vlucht in een reis naar huis met de
trein. En geloof maar niet dat op Schiphol treinen
stoppen die erop berekend zijn reizigers met koffers
te stouwen. Het gesjaggerijn dat je daarna vier haltes
over je heen krijgt is voldoende om je minstens een
halfjaar uit het vliegtuig te houden.
(Marseille
- Amsterdam met Basiq Air)
(16-09-2002)
Een onmisbare
uitvinding
Wat
hoort niet in dit rijtje thuis: auto's, computers,
mobiele telefoons, zaklampen, fietsen. Inderdaad, de
fietsen. Alle andere doen het niet zonder batterij. Er
is een aanzienlijke lijst van onmisbare uitvindingen
gepubliceerd toen we een of twee jaar geleden het
nieuwe millennium ingingen. Wat ik in al die lijstjes
miste was de batterij.
De
batterij heeft de afgelopen tien jaar het sociale
leven meer beïnvloed dan wat ook. De batterij
maakte de draagbare cassette-, cd- en minidisc-speler
mogelijk. De volautomatische autofocus camera. de
videocamera en de digitale camera met geheugenkaart.
De laptop, de PDA en natuurlijk de mobiele telefoon.
Alles wat je eerst aan huis bond neem je nu gewoon
mee. De moderne journalist kan een compleet
audiovisueel kantoor meenemen in zijn handbagage:
laptop, digitale videocamera, digitale fotocamera,
mobiele telefoon, draagbare printer. En dat alles
hoeft niet meer te wegen dan voorheen een 'draagbare
schrijfmachine'. Dat doet het helaas wel.
Elk
apparaat heeft namelijk zijn eigen adapter/oplader
nodig. En zo sjouw je nog eens een kilo aan apparaten
en losse snoertjes mee.
Ik
weet niet of het een broodje aap-verhaal is dat een
Europese Commissie voorschrijft hoe lang en krom de
komkommers mogen zijn voor ze geveild kunnen worden.
Het zou me niet verbazen als het waar was. Maar hier
zouden eens wat mensen op gezet moet worden. Hoeveel
geld zou daar mee bespaard kunnen worden, door
wettelijk voor te schrijven dat elke mobiele telefoon
hetzelfde contact moet hebben? Dat dat contact ook op
alle mobiele apparatuur zit, zodat je aan
één oplader genoeg hebt voor alle
apparaten van alle merken.
Europarlementariërs
reizen veel, niet alleen tussen Brussel en
Straatsburg, dus het is wonderbaarlijk dat niet allang
een ijverige ambtenaar een concept heeft
ingediend.
(09-09-2002)
Op
reis
Vanuit
mijn raam in het Hampstead Guesthouse in London kijk
ik uit op een verwilderd voortuintje. 's Ochtends word
ik wakker van de melkboer die de lege flessen uit het
draadstalen rekje haalt en er volle voor terug
zet.
Een
hotel moet je het idee geven dat je op een gastvrije
warme en huiselijke plek bent terechtgekomen. Dat is
hier. De kamer waarin ik slaap ziet eruit alsof er
snel een bed voor me is neergezet. Ik ben de vermoeide
reiziger die door een eenvoudige maar hartelijke
landman is uitgenodigd de nacht bij hem door te
brengen. Ik heb in Portugal zo ook vaak geslapen, met
de diploma's van de oudste zoon boven het be