maisquenada.archief 3

eXTReMe Tracker
maisquenada.archief 1

(februari,maart, april)

maisquenada.archief 2

(april, mei, juni)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(01-09-2002)

Afscheid van de zomer 2: Bloemencorso Zundert

Jong hip alternatief Nederland heeft afscheid genomen van de zomer op het lawaaierige Lowlands in het laatste weekend van augustus; middelbaar, bezadigd en burgerlijk Nederland doet het op het verstilde bloemencorso van Zundert op de eerste zondag van september.

Een bloemencorso. Er zijn weinig dingen die lulliger klinken. Wie de tv-beelden van het Aalsmeerse bloemencorso voor de geest haalt en er de stem van Dick Passchier bij hoort raakt helemaal verstrikt in de volkskunstige sfeer van bloemschikken, macramé, oude ambachten, jaarmarkten, Oranjeverering, kerkenroutes en creatief met theezakjes.

Helemaal waar. Wat doe ik dan tussen de praalwagens? Waarom krijg ik dan een brok in mijn keel als een reusachtige tijgermoeder van vierhonderdduizend dahlia's geruisloos voorbijglijdt? Omdat ik oorspronkelijk uit Zundert kom? Dat dorp vlakbij Sint Job in't Goor, waar Vincent van Gogh geboren werd en Sjef Hendrikx, slager te Zundert, woont en waar Sauna Diana - na Yab Yum het beroemdste bordeel van Nederland - er gevestigd is?

Vast. Als je in Zundert opgroeit wordt het bloemencorso er met hamer en spijker ingeramd. Voor een kind is er niets magischer dan in een donkere zeildoeken tent een bloemencorsowagen te zien ontstaan uit een kaal staketsel. Het gevoel als je in een kist natte bloemen grijpt. De zurige lucht van de dahlia's, waarin een spijker gestoken moet worden. Het geluid van de bloemen die op de wagen worden getikt. De haast om de wagen af te krijgen voor de optocht begint, voor de bloemen verwelkt zijn.

Het Zundertse bloemencorso is een uit de hand gelopen Koninginnedagviering. In 1936 reden versierde fietsen door de straten ter ere van Wilhelmina. Negen jaar later, na een begrijpelijke pauze van vijf jaar, waren het praalwagens, die in de loop der jaren tot lengtes van twintig meter uitgroeiden. Zundert is er op ingericht. De onvermijdelijke minirotondes en wegversmallingen langs de route zijn zo ingericht dat de reusachtige wagens ze probleemloos kunnen passeren. De bomen worden gesnoeid of zijn verplaatst.

Voor oubolligheid moet je trouwens niet in Zundert zijn. De kwalificaties middelbaar, bezadigd en burgerlijk passen niet bij dit bloemencorso. De tijd van de bloemenmeisjes, versierde auto's en lullige titels als 'Kleurenpracht' heeft Zundert al decennia achter zich gelaten. De wagens worden ontworpen door kunstenaars die het abstracte niet schuwen, of die hoogtepunten uit de wereldkunst zoals Escher en Van Gogh herinterpreteren.

Het bloemencorso is zo'n serieuze gelegenheid dat Zundert het enige katholieke dorp in Brabant is zonder noemenswaardige Carnavalsactiviteiten. Daar is gewoon geen tijd of geld meer voor.

De wagens worden door buurtschappen gebouwd. Het zijn allianties van straten die samen, met eigen geld, geleende tijd en gegeven gereedschap, een wagen bouwen. Een tv-dominee zou er een mooie gelijkenis van kunnen maken, hoe mensen door samen te werken van niets een prachtig voorwerp kunnen maken. En terecht.

Dat zijn die bloemencorsowagens. Stuk voor stuk symbolen voor een samenleving waarin alles nog steeds mogelijk is, als je de handen maar ineen slaat. Waar met een enorme veerkracht en een zelfherstellend vermogen problemen om gezinshulp en kinderopvang zich vanzelf oplossen.

Misschien gleden afgelopen zondag de wagens op televisie weer voorbij. Ik stond weer langs de kant. Met een brok in mijn keel. Omdat ik in de stad woon, waar ze twee deuren verder mijn naam niet kennen en niet opendoen als ik 's avonds aanbel. Als je van Zundert komt ben je nooit meer ergens anders thuis.

Bloemencorso Zundert, elke eerste zondag van september

De documentaire 'Corsokoorts' van Dorien Janssen over Bloemencorso Zundert, later 2002 op tv.

 


(31-08-2002)

Nachtmerrie van de schrijver

Meer dan een miljoen mensen hebben in Nederland een schrijfwens. Zo'n zestigduizend van hen hebben een voltooid manuscript liggen. Ik raad hen dit aan: ga naar het Boekenfestijn van de Centrale Boekhandel. Zie een kwart miljoen boeken bij elkaar liggen, een troosteloze hoop aan plaatjesboeken, esoterische zweefkezerij, megalomane romans, slaapverwekkende erotica, onleesbare poëzie en bakken met beduimelde onderschatte literatuur. Kortom: een doorsnee van wat er dagelijks in Nederland uitkomt. Loop langs 6.000 vierkante meter kramen, laat die rafels aan de gelamineerde omslagen langs je nagelriemen knisperen. Ruik de papierrot aan die vergeelde pockets, neem het kleurenbombardement aan illustraties in je op, laat de modderige typgrafie voor je ogen verzwemmen.

En als je het dan nog aandurft, kijk dan in eens in die bakken met laatste exemplaren. Elke schrijver is vertegenwoordigd, geen naam ontgaat dit lot van retourexemplaren, winkeldochters en misdrukken. Draai dan om je heen en zie de begerigheid van die lezers die te beroerd zijn de volle mep voor een boek te betalen. Voor een krasje in de lak van hun auto bellen ze politie, maar hier accepteren ze een losse kaft of een ezelsoor. Met steekkarretjes sluipen ze langs de boeken, met vette vingers keuren ze af of goed.

De Centrale Boekhandel is regisseur van des schrijvers grootste nachtmerrie. Wat is die Centrale Boekhandel? Er is in geen stad een boekenwinkel die zo heet. Is het misschien de moederorganisatie achter die Witte Boekenhallen die overal op A-locaties zitten, maar niets anders verkopen dan oppervlakkige kunstboeken en lustbedervende seksboeken? Is dit een gigantische witwasoperatie, of een samenzwering van de Nederlandse uitgevers om sluw van overschotten af te komen? O, mijn hoofd kan ik er op breken, wat kost dat wel niet om drie dagen de Jaarbeurs af te huren? Hoe zit dat met die geheime voorverkoopdag? Wat wordt daar verkocht.

Niets dan dromen en illusies hoop ik. En het hartebloed van schrijver en poëet.

Boekenfestijn, 31 augustus, Jaarbeurs Utrecht. Daarna: 3 t/m 6 oktober, Heizel, Brussel


(23 t/m 25-08-2002)

Afscheid van de zomer: Lowlands 1

Modderbenen

Het laatste weekend van augustus, het weekend van Lowlands, voor goede verstaanders, schijnt het warmste weekend van het jaar te zijn. In Japan hebben ze ook zoiets. Dan eten ze allemaal paling, ingevlogen uit Korea. Japanners denken dat paling helpt tegen de warmte.

Laten we die traditie in Nederland maar niet overnemen. Ik kan me geen Lowlands herinneren zonder een stortbui (1997 uitgezonderd, maar toen ging ik zondagmiddag al naar huis). Je moet er niet aan denken dat aan de geur van overstromende plaskruizen en dampende stro ook nog eens die van gerookte-palingvelletjes wordt toegevoegd. Yuk.

 

Op Lowlands loopt altijd Oxysept rond, van maarwatishet.com, op zoek naar Het Gouden Onderstel. Waarschijnlijk heeft hij dit onderstel niet gemist, ook zo piquant bemodderd en beslikt. Over het algemeen gaan vrouwen er in de modder niet op vooruit, maar deze kon het wel hebben.


Lanyards & boze t-shirts

Ik was begonnen een collage te maken van mensen met een lanyard (meestal foutief een key-cord genoemd). Fotootje, verhaaltje erbij (wat doe je, hoe oud ben je, waarom heb je deze, heb je er nog meer?), conclusie dat voornamelijk vrouwen met zo'n ding lopen en weer een pagina gevuld. Ik ben er voortijdig mee gestopt. Ik vind ze eigenlijk te stom voor woorden.

In de jaren tachtig zag je opeens mensen lopen met hun sleutelbos aan hun broekriem. Die hing dan aan zo'n haak die je snel los kon maken. Als zo'n bos daar hing, dan zei dat: ik heb een belangrijke sleutelbos. Ik ben een belangrijk iemand. Ik moet snel actie kunnen ondernemen.

Het was ook meer een mannending. Je ziet ze nog wel eens aan een broek hangen. Tegenwoordig hangt daar eerder zo'n hoesje met een mobiele telefoon erin. Jeweetwel, zo eentje waar niemand nooit naar belt.

Maar nu die lanyards, dus. Je zag ze eerst backstage verschijnen bij de mannen en vrouwen van de techniek. Naam van een sponsor erop gedrukt. Meestal met een backstagepas eraan. Of een Belangrijk Ding. Een sleutel. Een lampje. Heel 'kewl', vooral als je hem daarna nog nonchalant om je nek liet bungelen. En handig, want waar laat je als vrouw je sleutels? Daarom zie je er voornamelijk vrouwen mee lopen. Meestal met één sleutel eraan, anders wordt het te zwaar. Een beetje doorlopen zit er ook niet in met een lanyard. Het ding gaat zwiepen.

Als je goed oplet zie je dat een lanyard een ding is voor een beetje truttige studentikoze 30-plussers. Daarom zag je ze ook niet op Lowlands. Laten we van dit modeverschijnsel snel van verlost zijn (crew wel toegestaan).

Wat ook niet meer kan is een t-shirt met de naam van een band erop. Er kwam op Lowlands nog wel eens een Metallica-t-shirt voorbij, maar de meeste waren maagdelijk leeg of bedrukt met geheimzinnige teksten als 'Yuck fou' of 'FF BFF'. Of heel erg retro en hoe-het-begonnen is: met een eigen tekst. Zoals de jongen die zijn woede over de vermeende risicoloze programmering van Lowlands uitte met een zelfgemaakt t-shirt. Hij moest toegeven dat de muziek op het moment tamelijk risicoloos is en dat Lowlands eigenlijk één grote reclameactie van Mojo voor zichzelf is. Maar toch.

Ik vond het mooi, jezelf uitdrukken met een zelfgemaakt t-shirt. In plaats van met een reclameding van een sigarettenfabrikant, wat een lanyard meestal is.

23 t/25 augustus 2002, Lowlands Biddinghuizen

 


Lekker single 

Dat je als alleenstaande tegen wil en dank omgedoopt ben tot 'single' is nog tot daar aan toe. Maar dat je nu opeens een dóelgroep bent, dat is wel effe wennen. Er komen steeds meer vrijgezellen bij door echtscheidingen en vrouwenemancipatie en die hebben meer geld te verteren dan mensen met een relatie. Dus organiseert de Volkskrant regelmatig feesten voor alleengaanden (nog even en een Volkskrant onder je arm is een teken dat je een relatie wilt). Dit jaar ook op Lowlands.

Nu is een Single-feest op Lowlands organiseren zoiets als een Vlaams frietkot parkeren midden in de MacDonald's. Hetzelfde als eromheen, maar wel veel lekkerder. Het leukste alleenstaandenbal dat ik ooit heb meegemaakt. Waarschijnlijk omdat de helft net deed alsof ze vrijgezel waren en de andere helft net deed alsof ze dat niet doorhadden. Eigenlijk was het Carnaval.

Lekker Single feest, 23 augustus 2002, Lowlands Biddinghuizen

 


Venema's Freakshows in de Foxtrot

Het is een van de hoogtepunten van Lowlands: een showavond in de Foxtrottent. Toen Willem Venema &endash; een van de mede-oprichters van Mojo & her-oprichters van 'A Campingflight to Lowlands Paradise' &endash; besloot het rustiger aan te doen, was er één ding waar hij een dikke vinger in bleef houden. De Foxtrottent. De Foxtrottent staat midden tussen de bands en dj's garant voor krankzinnig vermaak en extreem vertier. Dat dat niet altijd even leuk is neemt het publiek op de koop toe. De Grote Ome Cor Show is altijd goed, maar de langdradige Oboema Dirting Dancing Show uit 2000 was een mislukking, om over de zoveelste Amerikaanse stand up comedian uit Emsterdem maar te zwijgen.

Venema, die de grootste collectie 8 mm-films van Nederlands schijnt te hebben, heeft een neus voor alles wat vreemd, afwijkend en bizar is. Dat varieert van een brulkoor, dat 'Kortjakje' meerstemmig brult, tot strippende dikke negerinnen. En daar doorheen dan Imca Marina en Koos Alberts gevlochten, of Dennie Christian met een topless Marsupilami.

Hoogtepunt, of dieptepunt zoals je wilt, van deze Foxtrotavonden was dit jaar 'The worst of Lowlands', een avond met discutabele hoogtepunten uit de voorafgaande negen edities.

Ik heb nog nooit zo vaak mensen verbijsterd staan kijken naar een act op het podium als deze avond. Leden van het Showorkest van Ome Cor keken ontdaan naar 'Puppetry of the Penis' waarbij twee Australiërs hun geslachtsdelen omtoverden tot hamburgers, windsurfers en Eiffeltorens. Meisjes keken met open mond naar strippende bejaarde mannen met grotere borsten dan zijzelf. En zelfs de stagemanager was verbijsterd toen Miss Aubergine inderdaad met de aubergine deed wat de meegebrachte pot vaseline deed vermoeden.

Ik stond pas met open mond toen Martin Sunshine het podium op kwam, een gehandicapte man die niet geheel zuiver van toon en vast van maat 'Het kleine café aan de haven zong.' Kan dit wel, vroeg ik me af, maar toen Martin na de tweede toegift zielsgelukkig van het podium af geholpen werd was ik om. Toen was het alleen maar een grap dat de stokoude moeder van de bejaarde Happymakers op het podium werd gezet.

Waar komt deze belangstelling voor het platte vermaak opeens vandaan, vraag ik me wel eens af als ik keihard 'Wij kunnen door een waterkraan' sta mee te brullen. Citeer een beroemde dichtregel en studenten kijken je wazig aan, maar zing 'Zij gelooft in mij' en het wordt automatisch aangevuld tot 'Zij ziet toekomst in ons allebei.' Een jongen met drie piercings in zijn gezicht heeft zijn haar in de kleuren van Bassie z'n jassie geschilderd. Mensen staan in de rij om met Lee Towers op de foto te mogen.

Is dit nu die decadentie die het einde der tijden aankondigt? Is dit het einde van de verfijning en de goede smaak? Neuh. Venema's Freakshows passen in een eeuwenlange traditie van kermisvermaak. Wat hij doet is niet de cultuur kapotmaken. Hij houdt juist een oude cultuur in stand. Want: 'Waarom zijn de smurfen klein? Omdat jullie groter zijn!'

 

The worst of Lowlands, 24 augustus 2002, Lowlands, Biddinghuizen

 


(30-08-2002)

Multi-Vlaai slaat terug

From: "Alexandra van Dam"
Date: Fri, 30 Aug 2002 12:23:53 +0200
To: redactie@metronieuws.nl
Subject: reactie column Jack Nouws, Multi-Vlaai

Met groot genoegen wachtte ik het einde van mijn vakantie af omdat het personeel ons had laten weten dat er een negatieve column van Jack Nouws in de metro had gestaan.

Eenmaal thuisgekomen las ik dus vol verwachting dit artikel en... Stond versteld. Jack Nouws, die in zijn columns altijd een grote mond heeft, had zich in de Multi-Vlaai af laten schepen met een afgelikte vlaai. Nou moet u maar denken, als zelfs het personeel de vingers bij onze vlaaien af wil likken dan moeten ze wel erg lekker zijn, zij weten immers wat er in zit, toch?

Hoewel ik me nauwelijks voor kan stellen dat men werkelijk in de winkel de vingers naar de mond wil brengen, kan ik mij wel in leven in het feit dat meneer Nouws het vies vind dat er per ongeluk een beetje slagroom van zijn vlaaien aan de handen van de medewerksters komt te zitten. Had hij daar in de winkel even melding van gemaakt dan had hij waarschijnlijk ook meteen een nieuwe vlaai gekregen.

Voor zover even over het reële gedeelte van het stukje. Maar het afgeven op het niet in twaalf punten snijden, vind ik erg zwak. Het voorsnijden van de vlaaien is namelijk een gratis service en hoe wij die dan vorm geven is hopelijk onze eigen zaak? Het gratis pony-knippen gebeurt toch ook op een tijdstip dat het bij de kapper het beste uitkomt?

Als laatste wil ik meneer Nouws er graag op wijzen dat hij niet aan de journalistieke regel 'Een bron is geen bron'‚ heeft gedacht toen hij melding maakte van het afwezig zijn van een speciale vorm om de taarten te snijden. Deze vorm is namelijk in iedere winkel aanwezig maar wordt niet gebruikt. Dit omdat hij alleen maar nuttig is om de maat van de punten aan te geven. En iedereen die breuken heeft gehad op de basisschool moet een vlaai in tienen kunnen snijden, dus de extra tijd die met zo'n vorm verloren gaat is verspilde tijd.

Zou je namelijk die vormen gebruiken om de vlaai in tienen te delen. dan zou de hele constructie van de vlaai verloren gaan. Als er bijvoorbeeld fruit onder de randen zou zitten, dan zou dat helemaal in de vlaai gedrukt worden. Nu probeert het personeel alles gewoon netjes met een (kartel)mes door te snijden zodat de klant niet een of andere in elkaar gedrukte fantasie-verrassings vlaai mee naar huis krijgt.

Nederland mag misschien vies wezen, de medewerksters van Multi-Vlaai zijn verplicht iedere keer dat ze met iets anders dan vlaaien in aanraking zijn geweest hun handen te wassen. Maar als u de volgende keer komt, kunt u alsnog om latex handschoentjes vragen, want deze zijn wel degelijk in de winkels aanwezig.

Ik wil u mijn welgemeende excuses aanbieden voor de vervelende ervaring die u bij Multi-Vlaai heeft op gedaan en hoop dat wij nog een keer de kans krijgen om het goed te maken.

Met vriendelijke groet,

Alexandra van Dam

Multi-Vlaai Utrecht

nb. De reactie is nu door zijn vertraging waarschijnlijk ietwat misplaatst maar ik kon, in verband met de vakantie, helaas niet anders.


Literaire bril

Het is vaste prik. Als ik me vrolijk maak over modieuze aanstellerij zoals zogenaamd-Keltische tatoeages en piercings, slaan de slachtoffers onverbiddelijk terug op mijn 'Kijk-mij-eens-een literair-hoofd-hebben'-bril. Au zeg.

Natuurlijk is het geen toeval dat mijn bril een Portugees (Portugal is mijn lievelingsbestemming) fabrikaat is uit de jaren zestig (mijn lievelingsvormgevingsdecennium). Los van het feit dat 'literair' een scheldwoord schijnt te zijn: ik heb een bril nódig. Zonder staaf door je tong, of stripverhaal op je kont kun je gevaarloos deelnemen aan het verkeer, de krant lezen en de dag doorkomen zonder hoofdpijn. Dat lukt me allemaal niet zonder bril. Als je iets hard nodig hebt kan het beter maar naar je smaak zijn.

Ik kan me de wanhopige bezoeken aan de opticien nog herinneren, waar in helverlichte vitrines de brilmonturen hingen als opgeprikte insecten. Als afstotelijke bidsprinkhanen. Van ellende koos je dan altijd de verkeerde bril. Ik kijk voor de lol nog wel eens bij een hedendaagse opticien binnen, maar veel is het niet veranderd. Mocht de voorraad Portugese jarenzestigbrillen uitgeput raken, dan kan ik altijd nog terecht bij Kees Wennekendonk om mijn literaire identiteit veilig te stellen.

Ik ben niet de enige die niets voor hippe, trendy (mag dat woord verdwijnen a.u.b.) confectiebrillen voelt. Kees Wennekendonk, toen nog 'muzikaal commentator' bij Karel van de Graaf, maakte tien jaar geleden voor zichzelf een paar brillen. Twee jaar later maakte hij ze in opdracht. Zonder noemenswaardig reclame te maken is hij inmiddels 107 verkochte brillen verder (stand half augustus). Geen betere reclame dan de bril zelf.

Een bril van Wennekendonk is als een maatpak. Hij ontstaat op het gezicht van de toekomstige drager. Wennekendonk ontwerpt de bril op een fotoportret, in combinatie met een voorgesprek. Uit iemands smaak voor muziek, auto's of weersgesteldheid valt vrij nauwkeurig een ontwerp te destilleren. Hoewel hij altijd meerdere voorstellen tekent, is het nog maar zelden voorgekomen dat de keuze van de klant afwijkt van zijn eigen voorkeur.

Een Wennekendonk variëert van ingetogen tot extravagant exhibitionistisch, van draagbaar tot stijlexperiment. Een van de voordelen van hand- en maatwerk is de ruime materiaalkeuze. Er zijn hoornen brillen van Indiase waterbuffel of Nederlandse Schotse Hooglanders. Houten brillen en brillen met fossiele haaientanden. Het persoonlijkste ontwerp dat hij maakte was voor de eigenaar van een boomgaard: een bril van een eigen appelboom.

Inmiddels heeft hij over de hele wereld contacten voor zijn grondstoffen. Van Staatsbosbeheer tot buitenlandse natuurmuseums die hun depot uitmesten. Hoe bijzonder het materiaal ook is, Wennekendonk zorgt ervoor dat hij geen bedreigde diersoorten helpt uitsterven. Daarom geen brillen van Afrikaans ivoor, maar wel van 17.000 jaar oud Siberisch mammoetivoor. Alleen slagtanden uit de permafrost zijn geschikt. De tanden die in overvloed uit de Noordzee worden opgevist zijn verpest door het zoute water.

Een handgemaakte Wennekendonk is duurder dan een twee-halen-een-betalen-bril van Pearle of Hans Anders, maar vaak goedkoper dan een bril van Armani, Cartier. En vooral: er is er maar een van. Dat kun je zelfs van die ethnic tattoo op je arm zelden zeggen.

www.keeswennekendonk.nl

 


(20-08-2002)

Kunst op straat

Een paar jaar geleden hingen er plots tientallen kijkdoosjes aan de bomen in landgoed Rhijnauwen in Utrecht. Kinderen van de basisschool hadden met tekeningen, autootjes en Barbies uitgebeeld wat zij van hun toekomst verwachtten. Een vertederend kunstproject. De andere dag waren ze allemaal kapotgetrapt. Iemand vertelde me nog van een ander project dat New York, London, Sidney en Berlijn overleefde, maar in Utrecht binnen een dag gesloopt was (uren gesurft zonder het verhaal terug te vinden, maar ik geloof het zonder twijfels).

Het project 'Levende Gevels' in Utrecht is inmiddels achter de rug, daarom durf ik erover te schrijven. Kunstenares Iris de Leeuw verfraaide van 10 t/m 20 augustus de gevel van het Utrechtse stadhuis. Haar kunstwerk van vijftien bij achttien meter bestond uit negen doeken. Ze liet zich inspireren door de Tibetaanse traditie grote doeken met afbeeldingen op te hangen. Negen doeken van vijftien meter hoog die tien dagen aan een gevel hangen...

Mmm. Aansteker eronder en 'Whoesh'. Lachen!

Dat zou niet gewerkt hebben want de onderste meters waren van een speciaal brandbestendig materiaal. Dat werd angstvallig verzwegen in alle publiciteit, je moet de mensen de kost geven die dat zelf wel eens willen zien of het echt brandbestendig is.

Maar vanaf de eerste dag namen Utrecht en de kunstenares het risico toch maar niet. Elke avond werden de negen doeken keurig opgestroopt tot onbereikbare hoogte. Daarmee kreeg 'Levende Gevels' onbedoeld een pamflettistische lading: in Utrecht is alles van waarde weerloos.

'Levende gevels' van 10 t/m 20 augustus 2002 en op uitgezochte data


(18-08-2002)

Dagje naar het strand

Knotsknieën. Butsbillen. Flubberbuiken. X-benen. Hangmemmen. Kippennekken. Bierbuiken. Knobbeltenen. Cellulitisdijen. Rughaar.

Zadeltassen. Neukteugels. Mannentieten. Rimpelkoppen. Zwabberlullen. Puistenkoppen. Steenpuisten. Jubeltenen. Ballonkuiten. Hockeybenen. Striae.

Vetkwabben. Gratekutten. Hangschouders. Kippenborstjes. Stalbenen. Eczeemoksels. Kwakbollen. Navelbreuken. Schimmeltenen. Spataders.

De variëteit aan lichaamsbouw, anatomische afwijkingen, ziektebeelden en lichamelijk verval op het strand is oneindig. Maar laten we een ding afspreken, wij die 99 procent die niet aan het ideaalbeeld voldoet: het geeft niet. Het maakt helemaal niet uit. Laat die Übermenschen zich maar amuseren in Bloemendaal met hun roze zonnebrillen. De wereld, het leven is hier, waar we allemaal gelijk zijn in het drabbige water.

Dagje naar het strand, Wassenaarse Slag

 


(16-08-2002)

Kermiswekkers

We noemden hem 'The genius', omdat hij als enige bizarre ontploffingen, fonteinen en gekleurde dampen kon veroorzaken tijdens de scheikundeles. Een keer kwam er groene damp uit zijn reageerbuis. De amanuensis in paniek: het was zuiver chloorgas. Daarmee verdien je respect.

Dat had hij wel nodig, want daarnaast had hij twee eigenaardige hobbies. De eerste was het repareren van kermiswekkers. Zijn kamer was een kermiswekkerasiel. Dat er zo'n variatie mogelijk was op een en hetzelfde concept. De meeste kermiswekkers zijn al kapot voor de volgende kermis. Misschien overleven ze de grijperarm niet. Maar The genius kreeg ze allemaal weer aan de praat. Sterker nog. Door eindeloos gepriel met vijlen en naaimachineolie kreeg hij het voor elkaar dat die kermiswekkers op tijd liepen. Eigenlijk in strijd met de wetten van God, een kermiswekker die op tijd loopt.

Zijn andere eigenaardige hobby was Elvis. The genius was Elvis-fan. Elvis-fan. In 1977. We kenden Elvis alleen maar als opgeblazen pad, op een podium in een casino in Las Vegas. In zo'n treurig wit pak met glimmende steentjes. En een cape. Hoe kon een zestienjarige jongen fan van Elvis zijn?

Zestien augustus 1977 was de eerste schooldag op de KSE in Etten-Leur. Ik meen me te herinneren dat we pas laat op de ochtend begonnen. De klas was al voor het grootste deel gevuld toen The genius binnenkwam. Er was een meteen een wedstrijd wie het het eerst mocht zeggen. Ik won.

Ik geloof dat er leedvermaak klonk toen ik zei: 'Hoe vind je dat nou, dat Elvis dood is?' The genius vatte het op als een gebruikelijk pesterijtje, maar toen de hele klas het bevestigde werd hij heel stil. Jaren heb ik nagedacht over dat leedvermaak. Het was jaloezie natuurlijk. Ik was nergens fan van. Ik had een tweekanaals lichtorgel op mijn kamer. Als ik dan naar Ferry Maats Soulshow luisterde was het net of het huis in brand stond. Op Lady Marmelade van Labelle tenminste. Maar om nu te zeggen dat ik fan was?

Ik denk dat ons plezier om Elvis' dood The genius meer deed dan Elvis' dood zelf. Ik kan me niet herinneren dat Elvis daarna ooit nog eens ter sprake kwam. Toen ik een jaar later nog eens op zijn kamer kwam stonden trouwens alle kermiswekkers stil. De kans dat Elvis als wekker terugkwam leek me klein.

16 augustus 2002, Elvis Presley 25 jaar dood


(13-08-2002)

De treurigste literaire avond van het jaar

Vorig jaar maakte ik me in Metro vrolijk over de onhandige manier waarop introductiecommissies literaire avonden organiseerden. Metro wordt goed gelezen door studenten. In tegenstelling tot voorgaande jaren ben ik dit jaar geen enkele keer uitgenodigd om tijdens een introductie te komen voorlezen.

Mijn treurigste literaire avond (het uitgejouwd worden door een volle Foxtrottent op Lowlands 1998 even buiten beschouwing gelaten) was in Beverwijk. Ik geloof dat het in 1990 was in Café Camille. Mijn gage werd betaald uit de baromzet. Er kwamen zo weinig mensen dat ik niet betaald kon worden. Of wacht eens. Mijn optreden in Café de Koekkoek in Groningen, in 1998 was ook heel treurig. Toen bleef iedereen gewoon doorpraten. Vooral het tafeltje recht voor het podium. Erger dan dat kon niemand het meemaken, dacht ik.

Tot ik dinsdag 13 augustus naar een literaire avond in de Domtoren ging. De eerste indruk was ok. Er stonden zeker honderd mensen voor de deur te wachten tot ze binnen mochten. Honderd! Voor Ingmar Heytze! Voor Hagar Peters! Voor Ruben van Gogh! Voor Vrouwkje Tuinman! Die optraden in de Michaelskapel in de Domtoren!

Ik moest nog aardig soebatten om binnen gelaten te worden. En daar begreep ik waar die rij voor was. Niet voor het literaire optrede. Maar voor een nachtelijk Dombeklimming. Je kunt de transen van de Dom alleen bereiken door dwars door de Michaelskapel te lopen. En daar stonden ze dan, dapper door de stroom heen pratend over liefdes, vaders, meisjes en de pijn die leven heet. De culturele commissie en de avondactiviteiten commissie hadden hun programma duidelijk niet naast elkaar gelegd.

'Wat staat die man daar toch te praten?' zei een mentor geïrriteerd toen zijn verhaal tegen een eerstejaars met grote ogen verstoord werd door de poëzie van Ruben van Gogh. Tussen de Dombeklimmingen door bleek dat er géén publiek zat te luisteren, tenzij je de organisatie, een vriendinnetje en mij meetelde. Gelukkig had het merendeel van de optredende literatoren ervaring met optreden in bussen, rondvaartboten, circustenten en...

Terwijl ik dit opschrijf word ik opeens heel depressief.

Literaire avond i.h.k.v. de UIT-dagen in de Michaelskapel, Domtoren, Utrecht


(12-08-2002)

Perseïden

Omdat er tot 1983 in Utrecht geen fatsoenlijke uitgaansgelegenheid was, ging ik elk weekend uit in Etten-Leur (het scholierencafé van de KSE) en Breda (Spock, 111, XQse, Graanbeurs). Soms met een vriend. Soms alleen. Ik sliep bij mijn ouders alsof het daar een hotel was. Gekke dingen meegemaakt 's nachts. Een zoemend geluid en draaiende lichten aan de rand van het bos. Een beest met lichtgevende ogen dat naar ons blies, precies op de plaats waar 'd'n Flodderduvel' vroeger mensen het leven zuur maakte. Een gloednieuwe kever in politie-uitvoering die opdoemde uit de mist, terwijl de politie al jaren in Golfjes reed. Een auto die ons klemreed, een schijnwerper op ons zette en keihard in zijn achteruit weer verdween. En een overweg die plotseling midden in het bos was geplaatst. Afijn, dat laatste was te verklaren, dat was gewoon een roodwit gestreept hek dat een gevaarlijke bocht aangaf, in combinatie met een Jägermeisterestafette.

Meestal was het alleen maar serene stilte en als we door het bos reden bij nieuwe maan zagen we de melkweg. Bij volle maan reden we zonder licht. We roken de naaldbossen en de zoetig dampende openingen in het kuilvoer. Er waren stukken waar ik me niet prettig voelde. Sinds ik het verhaal van 'd'n Flodderduvel' kende reed ik huiverend langs de Turfvaart, dat kleine slootje waarover een paar eeuwen eerder Adriaan van Bergen het beroemde turfschip naar Breda voer. Het bijgeloof waarmee een katholiek opgroeit overleeft elke inkeer tot atheïsme.

Het mooist waren de open stukken, tussen Etten-Leur en Rijsbergen, of, als je de korte, onverlichte route nam langs het bos, tussen Rijsbergen en Zundert. Boven je de sterrenhemel. En altijd wel een vallende ster. Daar zag ik de mooiste meteoriet. Hij trok een lichtendgroene streep boven mijn hoofd van noord naar zuid. En ik hoorde hem, ik hoorde hem boven mijn hoofd razen, tot hij plotseling weer verdwenen was. Hij kaatste over de dampkring als een steentje over een vijver.

Wauw. En niemand om het mee te delen.

Ik heb geen wens gedaan. Op 12 augustus is het hoogtepunt van de Perseïden-meteorenregen. Vierhonderd vallende sterren per uur en nooit een wens die uitkomt.

Perseïden van 17 juli t/m 24 augustus, hoogtepunt altijd op 12/13 augustus.

http://www.xs4all.nl/~carlkop/pern2002.html

 


(30-07-2002)

Bij Ernie en Bert

Ik heb een foto van mezelf tijdens een concert van Faye Lovski. Je ziet één grote dansende, zwetende menigte, die duidelijk uit zijn bol gaat. En daar middenin sta ik. Handen over elkaar, geamuseerde krul rond een mondhoek ('Tof bandje is dit, zeg.') en bewegingloos.

Ik kan niet meedoen. Ik zou het wel willen kunnen, ik zou best graag gezellig meedoen. Maar ik kan het niet. Als er een verjaardag was en de ooms en tantes kwamen langs, dan maakte ik altijd dat ik wegkwam. Ik ging naar boven met een glas cola en een bakje chips en ik leed liever chips-honger en limonade-dorst dan dat ik terug naar beneden ging.

Met jaloezie kijk naar argeloze voorbijgangers die alert en ad-rem reageren op de straatkunstenaar die hen in zijn act betrekt. Ik zou wel zo'n Spanjaard willen zijn die in een Sevillaans café de gitaar van de muur rukt als er een 'juerga' plaatsvindt, een spontaan flamencofeest. Maar nee.

In Het land van Ooit heb ik dan ook niet zoveel te zoeken. Vanaf de eerste stap in dit land word je duidelijk gemaakt dat publieksparticipatie verplicht is. Buigen, hand drie keer boven het hoofd zwaaien enzovoort. Als je het vergeet word je natgespoten door een achterbakse gravin. De kleintjes zijn de baas en de papa is de lakei en als de kleine baas een ijsje wil dan gaat de lakei dat halen (net alsof dat buiten het Land van Ooit anders is). Dus sta ik me ongelukkig te voelen met onelegante handgebaren boven mijn hoofd. Voor ik het weet duik ik een bospaadje in als er weer van die twee jokers in een middeleeuws kostuum voorbijkomen en mis ik voorstelling na voorstelling. Passief consumeren is er niet bij, het is hier de Efteling niet.

De Sesamstraatshow met Bert, Ernie en Elmo is een opluchting. Een paar honderd kinderen die helemaal gek zijn van Sesamstraat, dat inspireert niemand eens een papa te grazen te nemen. Het zijn niet alleen kleien bazen die teleurgesteld zijn als het na het Alfabetlied alweer voorbij is. Kom, we gaan naar huis.

Land van Ooit, Drunen

 


(29-07-2002)

Voor Vincent

Jammerlijk vergiste een Zundertenaar
zich bij het knippen van zijn haar
Niet dat ik met één oor,
zei hij, nu minder hoor,
Maar mijn leesbril zit zo raar.

29 juli 2002, sterfdag Vincent van Gogh

 


(23-07-2002)

Y Annie Hall Tambien

Ik woon inmiddels al langer boven de rivieren dan ik ooit in Brabant heb gewoond, maar ik blijf een Brabander. Als ik beneden de patatgrens ben (Brabanders eten geen patat, maar friet) spring mijn hart op bij elke 'houdoe' als ik de winkel verlaat. Gelukkig zijn er geen integratiewetten voor Brabanders, want we integreren slecht, houden onze cultuur in stand en spreken alleen maar Hollands met een zwaar Brabants accent.

Mijn jeugd, dus mijn leven, begon in Brabant. De allereerste keer dat ik uitging fietste ik met een vriend naar Breda, om bier te gaan drinken in De Bommel. Of De Bommel naar Olivier B. Bommel heet weet ik niet, maar het stripfiguur is alomtegenwoordig. Ik weet ook niet of dat in mijn late jeugd ook zo was. De Bommel is net zo'n begrip in Breda als Venice, maar dat is een homotent, dus daar loop je minder snel binnen. Als hetero, tenminste. Vooral als de kapper van je moeder dat als stamcafé heeft.

De Bommel is mijn referentie voor een goed café geworden. Ik kom er nog hooguit eens per jaar, maar er zijn Utrechtse cafés die ik minder vaak van binnen zie, om over Amsterdamse maar te zwijgen. Soms loop ik met Carnaval De Bommel nog eens binnen, maar niet iedereen is zo'n pelgrim als ik. Een café kan nog zo gezellig zijn, maar als je er niemand kent is de lol er zo vanaf. Vooral met Carnaval.

Ik kwam in de Bommel terecht na 'Y Tu Mama Tambien'. Ik had veel goeds en slechts over deze film gehoord, wat meestal een aanbeveling is. Hij draaide in het Chassé Theater, dat op het moment letterlijk fuseert met het casino. Is een casinobezoeker een cultuurliefhebber? Ik kan me er alleen een nouveau riche met een theaterabonnement bij voorstellen. Tineke Schouten schijnt het populairst bij abonnementhouders te zijn.

Y Tu Mama Tambien is een leuke film. De verwijzingen naar de dood om een diepere laag aan te brengen stoorden me niet en de seksuele preoccupatie van de hoofdpersonen was mooi gebracht. Het scheelde overigens weinig of ik had naar Annie Hall zitten kijken. De operateur startte de verkeerde film. 'Nee, dat is de vooraankondiging,' zei het personeel, toen ik ging klagen. 'Een vooraankondiging van tien minuten?' We kregen vijf minuten later allemaal een kopje koffie van de zaak, terwijl de filmrollen werden verwisseld.

Ha. Terwijl ik eerder op de avond mijn koffie bijna moest laten passeren. Je kon niet pinnen. Ik had gelukkig genoeg bij me voor de film, rekende ik uit. 'Net als bij de Albert Heijn,' zei een meisje achter me, 'zo gênant, dan sta je bij de kassa en dan heb je net een dubbeltje tekort.' 'O, dat geef ik dan,' zei haar vriendin. Ik kwam zes cent tekort. Ik draaide me om. 'Ik sta nu bij de Albert Heijn,' zei ik, 'en ik kom zes cent tekort voor een kop koffie.' De vriendin glimlachte en gaf me zes cent. 'Jij bent een mooie, je moet altijd bij mij lenen en dan geef je je geld gewoon weg,' zei haar vriendin.

Zo zijn Brabanders, hun laatste geleende geld weggeven om een ander te helpen.

'Y Tu Mama Tambien', Cinema Chassé, Breda

 


(02 & 23-07-2002)

Twee keer twintig euro

(verhuisd naar maisquenada.lekker)


T=L2/(2D)

Eén van de onzinnigste dingen die Europa besloot na het laten vallen van 'ecu' voor 'euro' was het invoeren van een nationale zijde op de munten. Alsof het niet genoeg is dat er EURO op al mijn muntjes staat om die rare Grieken niet voor het hoofd te stoten. Maar goed, het houdt weer eens wat mensen bezig: hoe lang gaat het duren voor de verschillende munten evenredig over alle landen. Bij Natuur & Techniek is met bovenstaande formule (Tijd = afstand in het kwadraat, gedeeld door twee muntstukken) uitgerekend dat de euromunten gemiddeld 30 kilometer per 100 dagen afleggen (een Portugese euro uit Bragança doet er dan zo'n 5.300 dagen over om in Utrecht te komen). Uiteindelijk is nog maar een op de twintig munten in onze portemonnee met Nederlandse hondenkop.

De wiskundigen geven toe dat vrachtwagenchauffeurs op internationale lijnen en toeristen de uitkomst aardig kunnen vertroebelen. En dat is zo. Zogauw je over dingen gaat nadenken worden ze verpest. De menselijke factor kan de diffusie ook tegenhouden. Zo ben ik in mijn eentje al een verpest-actie begonnen. Ik ga ze terugbrengen. Elke buitenlandse euro gaat in een potje. De Belgische (overvloedig aanwezig op De Parade) en de Franse gaan volgende maand terug.

Ik heb al moeite genoeg de Nederlandse munten uit elkaar te houden, laat staan dat ik op die andere moet letten. Kom op zeg, vol is vol.

Eurodiffusie, vanaf 1 januari 2002, www.wiskgenoot.nl/eurodiffusie/

 


(20-07-2002)

8 of 10 punten?

Op verzoek snijden ze de vlaai voor je in acht of tien punten, bij Multivlaai. Niet in zes en ook niet in twaalf. Dat negen of elf er niet in zit is logisch. Taarten en vlaaien worden altijd in even aantallen punten gesneden, dat is net zo ingesleten als een volle ketel water opzetten voor één kopje thee. Dat in punten snijden doen ze gratis voor je en iedereen die wel eens een taart in punten heeft gesneden weet hoe moeilijk dat gaat. Waarschijnlijk hebben ze hier zo'n speciaal ding ervoor. Je zet hem erop, even aandrukken en daar zijn de acht punten. Of tien. We gaan niet meer van die dingen kopen, dat wordt te duur. Maar zo werkt het niet.
De juffrouw pakt een groot mes en begint met een timmermansoog in mijn vlaai te hakken. De slagroom blijft aan haar duim hangen. En aan haar wijsvinger. Ze brengt routineus haar hand naar haar mond, maar beseft dan dat ze achter de toonbank staat en veegt hem af aan haar schort. Bij elke draai van de vlaai blijft er iets aan haar hand zitten. Maar waarom zeg ik dan niets?

Over het algemeen bestaat Nederlands winkelpersoneel uit een stel viezeriken. Ten minste vergeleken bij het buitenland. In Portugal keert de juffrouw bij de bakker een zakje binnenstebuiten en grijpt daarmee de broodjes die je besteld hebt, bij de vleeswaren draagt ze plastic handschoentjes. Afijn, dat is niet eerlijk tegenover het Nederlands winkelpersoneel. Alle Nederlanders zijn viezeriken. De keren dat iemand op de markt zijn vingers in de olijvenbak steekt om een olijf te bietsen... Tot in het smoezeligste restaurant in de armste achterbuurt van Portugal zag ik mensen hun handen wassen voor ze aan tafel gingen. Doen de gasten van De Hoefslag dat ook?

De onsmakelijkste actie zag ik bij een bakker in Utrecht, aan een sjieke gracht, met klassiekmuzak op de achtergrond. Een mevrouw bestelde twee ons chocoladeflikken. Op weg naar de chocolaatjestoonbank moest de juffrouw opeens hoesten. Welopgevoed als ze was hield ze haar hand voor haar mond, maar met dezelfde hand greep ze in de flikken. Met haar hand. Niet met een schep, maar met haar hand. Met de hand waarin ze net gehoest had. Ik wist niet wat ik zag. Ik zag de mevrouw voor me verstijven, maar zonder enig commentaar rekende ze de flikken af. Waarschijnlijk heeft ze ze buiten meteen weggegooid. Ik vraag het me nog steeds af: waarom zei ze niets. En waarom zeg ik er ook niets van als iemand met zijn fikken in mijn vlaai zit?

Multivlaai Jaarbeurstraverse, Utrecht

 


(18-07-2002)

Anne en Daniëlle op de Gerontofestatie

Nadat de Megafestatie de ene succesvolle editie na de andere beleefde, was de Gerontofestatie in de Jaarbeurs een logische stap. Er komen immers steeds meer bejaarden, ze hebben steeds meer geld en, niet onbelangrijk, ze waren jong in de Swinging Sixties. Voor hen geen Huishoudbeurs meer of klaverjassen in het verzorgingstehuis.

Anne van de Beek (74) en haar vriendin Daniëlle (73) waren op hun vrije reisdag uit Doetinchem gekomen. In Hoog Catharijne waren ze even verdwaald, maar dat krijg je als je je bril zo snel niet meer kunt vinden. Lange rijen bejaarden schuifelden naar het Jaarbeursterrein, waar mega-acts als Ozzy Ozbourne en Rob de Nijs het publiek opwarmden.

Ondanks dat de hoofdsponsor, Uitvaartvereniging Delphi, verstek had laten gaan ('Ook zonder sponsoring gaan mensen dood,' liet een woordvoerster weten), was het een drukte van belang. Lange rijen bij het gratis airbrushen van het Rolling Stones-loge op de rollator. Veel stoere bejaarden lieten zich op een Harley fotograferen, tegen een geprojecteerde achtergrond uit Easy Rider.

Anne en Daniëlle schudden wel hun hoofd bij sneuë bejaarden die te oud warem om zonder hun kinderen te komen. 'Sommige kinderen zijn veel te streng,' vonden ze.

Bij een dergelijk massa-evenement is het onvermijdelijk dat de wansmaak de kop opsteekt. Anne was niet te spreken over de wedstrijd 'Depend omdoen in het donker'. Ook de wedstrijd waarbij je een t-shirt kon winnen als je je kunstgebit durfde uit te doen kon haar goedkeuring niet wegdragen. Weer wel over de show van titanium rolstoelen, op kevlar banden. 'Leuk voor mijn man.'

Opvallend is hoe weinig moeite bejaarden hebben hun persoonlijke gegevens (06-nummer, e-mailadres) achter te laten voor een gratis monster Kukident of Sperti. 'Ach, hoe lang zullen ze daar nog plezier van hebben,' gniffelde Daniëlle.

De Gerontofestatie verliep dit jaar zonder noemenswaardige problemen, verhalen over overlast veroorzakende Marokkaanse opa's werden door de organisatie ontzenuwd.

Megafestatie, Jaarbeurs Utrecht


(11-07-2002)

Oud-Hollandsch Laptophengelen

'Nieuwe ronden, nieuwe prijzen! Kinderen en vrouwen altijd prijs. Daaarrrr gaat-ie weeerrr bij die nieuwe zzenzzaatzzie, die nieieieuwwe rage uit het buitenland: laptophengelen! En daar is weer een nieuwe deelnemer, ja, ja, ja, in het water, daar gaat-ie en nu die laptop eruit vissen met een schoffel voor het Golfje zinkt en dat gaat soms sneller dan u denkt. En drrrijven maarrrr, het blijft altijd een verrassing waar die laptop is gebleven en ja, we hebben een winnaarrr, daar is die laptop, gefeliciteerd, en het Golfje zinkt. Jaaaahh! Nieuwe rrrrondez, nieuwe kanzen. Heeeeft u een leasebak? Kom durrrbij!'

Auto verliest van bus, Venuslaan, Utrecht

 


(07-07-2002)

De Parade

 

Voordat de Avenida de Liberdade in Lissabon de winkelstraat annex tippelzone werd die hij nu is, was het een park voor de rijke burgers. 's Avonds waren er concerten en ander vermaak. Om het plebs weg te houden was het hek niet voldoende. Er werden ook zeilen gehesen om gratis meegenieten te voorkomen. Ik moet er altijd aan denken als ik het terrein van De Parade in Utrecht op loop. Ik zou willen dat de Parade permanent in Utrecht was, in een park, met een hek eromheen, afgeschermd door zeilen.

Theater, kunst, toneel, het is per definitie elitair en het wekt daarom per definitie agressie op. In ieder geval in Nederland. Bedenk een kunstproject in Nederland (kijkdoosjes aan bomen, billboards in weilanden) en het is binnen een dag vernield. Straatartiesten kunnen een grote bek krijgen of een fluim in hun gezicht.

Op de Parade, achter de hekken echter, kan het allemaal. Het is een proletenvrije zone, waar de Anne's en Toms ongehinderd ingewijd kunnen worden in de magie van de verbeelding zonder dat opgevoerde brommertjes rondjes rond de terrassen rijden, waar Volkskrantlezers vanachter hun rosé de cultuurliefhebbers kunnen bekijken zonder dat een vrijgezellenavondclub in hun oren boert.

Een 'elitaire kermis' zonder schiettent, zo hoorde ik De Parade laatst omschreven. Ik heb er niets op tegen. Als ik niet meer links mag zijn, dan wil ik wel elitair zijn.

De Parade, Park Nieuweroord Utrecht 19 t/m 28 juli 2002

 


(16-07-2002)

Kermis in Asten

 Zundert werd ingeklemd door eindeloze aardbeienvelden. Zo gauw de vakantie begon trokken de scholieren geknield tussen de planten door. Vier weken lang plukken voor anderhalve gulden per kist. Dat was ook wat mijn vader mij betaalde. Van acht tot vier, of tot je niet meer kon. In het kotje een fles koude thee en twee dubbele boterhammen met gebakken ei. Als je pech had met natte knieën van de modder, als je pech had met een verbrande nek van de zon. De leeuwerikken hingen hoog boven je te zingen. Af en toe steeg een wolk van sporen op als je per ongeluk in een aardbei wit van de schimmel greep. Het gevoel van spinrag aan je handen, de geur van kamille in je neus, de angst voor oorwurmen in je laars.

Ik was geen getalenteerd plukker. Na een dag was ik altijd verkouden, na een week stond ik altijd onder de rode bulten. Allergie was nog geen mode, van hooikoorts had ik nog nooit gehoord. Toen ik een zonnesteek opliep was mijn corvee goddank voorbij.

Ik ging dan ook nooit de kermis op met driehonderd gulden, zoals sommigen van mijn vriendjes en de vierdagenkaart voor de 'kekewalluk' werd voor een deel door mijn vader gesubsidieerd -- het was wonderbaarlijk hoeveel je van die man loskreeg als je het op het juiste moment vroeg. In het café, na zijn achtste pilske.

En dan stond ik daar, de vierdagenkaart van de Cake Walk aan mijn broek geniet, op het platformpje voor de draaiende ton uit te kijken over de kermis. 'Double Barrel' van Dave & Ansel Collins hakketakte door mijn hoofd, terwijl iedereen die populair was om me heen bewoog, alle leuke meisjes van veertien die make-up droegen en strakke kleren. Ik was in het middelpunt van de wereld en ik hoorde er helemaal niet thuis.

Daar moest ik opeens aan denken, op de kermis van Asten.

Kermis, Asten

 


(07-07-2002)

Zoo

'Wat doet de aap?'
'Oeh, oeh, oeh!'
'Goedzo. En wat doet de leeuw?'
'Rwaahrr!'
'Goedzo. En wat doet het geitje?'
'Baa-aah!'
'Heel goed. En de papegaai?'
'Pie-krauw!'
'En de slang?'
'Sssss.'
'Inderdaad. Wat zegt de ezel?'
'I-a!'
'Knap hoor. Shit, moet je die vent zien, da's grappig.'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'

Dierenpark Amersfoort, 7 juli 2002


(05-07-2002)

Ons ben zuunig

We waren meteen verliefd op de auto. Dat was de eerste fout. Of eigenlijk de tweede. De eerste fout was dat we zeiden dat we in Utrecht woonden. Helemaal naar Goes vanuit Utrecht, de eigenaar kon het niet geloven. Maar we hadden toch familie in de buurt en de omschrijving op Autotrack.nl (perfecte staat, glazen schuifkanteldak, trekhaak, radiocassetterecorder, APK t/m mei 2003) deden ons watertanden. En van die negenhonderd euro zou ik best wat af kunnen praten.

We werden hartelijk ontvangen, die verre gasten uit het verre Utrecht, dat we echt gekomen waren... Hij, vrachtwagenchauffeur, honderd procent afgekeurd vanwege zijn pacemaker met ingebouwde defibrillator. Zij, vrouw met rijangst en te weinig kracht om een Volvo 340 zonder stuurbekrachtiging in te parkeren. daarom deze ze hem weg, deze prachtige auto.

Voor we de proefrit gingen maken, liet ik bij de koffie de formuleringen vallen die ik vantevoren geoefend had. Dat we toch deze kant op moesten (niet echt waar), dat we overmorgen een auto gingen bekijken (niet waar), kortom van alles om maar niet te gretig te lijken. Maar als je je hebt laten ontglippen dat je per se een vijfdeurs automaat met schuifdak en trekhaak wilt, dan ben je al te gretig.

Na de proefrit wisten we dat we de auto wilden hebben. Maar niet voor negenhonderd euro. De eigenaar reageerde verbaasd. Negenhonderd? Negenhonderdnegenennegentig zal je bedoelen. Hij toonde me een print van de site. Inderdaad. 9.9.9. Had ik dan echt zo slecht gekeken? Het zou kunnen, dat ik niet goed gekeken had, natuurlijk, een 0 en een 9 vallen op zo'n site door elkaar te halen... Na mijn bod van 700 euro kwam er een tegenbod van 900, onder protest van haar, omdat er niets aan de vraagprijs af zou gaan en voor ik het wist gingen we accoord.

Waarom gingen we nou accoord, vroeg ik, toen we met de auto terugreden. Omdat we bang waren dat hij een hartaanval zou krijgen, was het antwoord.Mmm. Thuis lag mijn print van de site. Er stond inderdaad 900 euro.

Bij mijn volgende auto heb ik ook een hartkwaal.

Auto kopen via internet, Goes