(01-09-2002)
Afscheid van de
zomer 2: Bloemencorso Zundert
Jong
hip alternatief Nederland heeft afscheid genomen van
de zomer op het lawaaierige Lowlands in het laatste
weekend van augustus; middelbaar, bezadigd en
burgerlijk Nederland doet het op het verstilde
bloemencorso van Zundert op de eerste zondag van
september.
Een
bloemencorso. Er zijn weinig dingen die lulliger
klinken. Wie de tv-beelden van het Aalsmeerse
bloemencorso voor de geest haalt en er de stem van
Dick Passchier bij hoort raakt helemaal verstrikt in
de volkskunstige sfeer van bloemschikken,
macramé, oude ambachten, jaarmarkten,
Oranjeverering, kerkenroutes en creatief met
theezakjes.

Helemaal
waar. Wat doe ik dan tussen de praalwagens? Waarom
krijg ik dan een brok in mijn keel als een reusachtige
tijgermoeder van vierhonderdduizend dahlia's
geruisloos voorbijglijdt? Omdat ik oorspronkelijk uit
Zundert kom? Dat dorp vlakbij Sint Job in't Goor, waar
Vincent van Gogh geboren werd en Sjef Hendrikx, slager
te Zundert, woont en waar Sauna Diana - na Yab Yum het
beroemdste bordeel van Nederland - er gevestigd
is?
Vast.
Als je in Zundert opgroeit wordt het bloemencorso er
met hamer en spijker ingeramd. Voor een kind is er
niets magischer dan in een donkere zeildoeken tent een
bloemencorsowagen te zien ontstaan uit een kaal
staketsel. Het gevoel als je in een kist natte bloemen
grijpt. De zurige lucht van de dahlia's, waarin een
spijker gestoken moet worden. Het geluid van de
bloemen die op de wagen worden getikt. De haast om de
wagen af te krijgen voor de optocht begint, voor de
bloemen verwelkt zijn.
Het
Zundertse bloemencorso is een uit de hand gelopen
Koninginnedagviering. In 1936 reden versierde fietsen
door de straten ter ere van Wilhelmina. Negen jaar
later, na een begrijpelijke pauze van vijf jaar, waren
het praalwagens, die in de loop der jaren tot lengtes
van twintig meter uitgroeiden. Zundert is er op
ingericht. De onvermijdelijke minirotondes en
wegversmallingen langs de route zijn zo ingericht dat
de reusachtige wagens ze probleemloos kunnen passeren.
De bomen worden gesnoeid of zijn
verplaatst.
Voor
oubolligheid moet je trouwens niet in Zundert zijn. De
kwalificaties middelbaar, bezadigd en burgerlijk
passen niet bij dit bloemencorso. De tijd van de
bloemenmeisjes, versierde auto's en lullige titels als
'Kleurenpracht' heeft Zundert al decennia achter zich
gelaten. De wagens worden ontworpen door kunstenaars
die het abstracte niet schuwen, of die hoogtepunten
uit de wereldkunst zoals Escher en Van Gogh
herinterpreteren.
Het
bloemencorso is zo'n serieuze gelegenheid dat Zundert
het enige katholieke dorp in Brabant is zonder
noemenswaardige Carnavalsactiviteiten. Daar is gewoon
geen tijd of geld meer voor.
De
wagens worden door buurtschappen gebouwd. Het zijn
allianties van straten die samen, met eigen geld,
geleende tijd en gegeven gereedschap, een wagen
bouwen. Een tv-dominee zou er een mooie gelijkenis van
kunnen maken, hoe mensen door samen te werken van
niets een prachtig voorwerp kunnen maken. En
terecht.
Dat
zijn die bloemencorsowagens. Stuk voor stuk symbolen
voor een samenleving waarin alles nog steeds mogelijk
is, als je de handen maar ineen slaat. Waar met een
enorme veerkracht en een zelfherstellend vermogen
problemen om gezinshulp en kinderopvang zich vanzelf
oplossen.
Misschien
gleden afgelopen zondag de wagens op televisie weer
voorbij. Ik stond weer langs de kant. Met een brok in
mijn keel. Omdat ik in de stad woon, waar ze twee
deuren verder mijn naam niet kennen en niet opendoen
als ik 's avonds aanbel. Als je van Zundert komt ben
je nooit meer ergens anders thuis.
Bloemencorso
Zundert, elke eerste zondag van
september
De
documentaire 'Corsokoorts' van Dorien Janssen over
Bloemencorso Zundert, later 2002 op tv.
(31-08-2002)
Nachtmerrie van de
schrijver
Meer
dan een miljoen mensen hebben in Nederland een
schrijfwens. Zo'n zestigduizend van hen hebben een
voltooid manuscript liggen. Ik raad hen dit aan: ga
naar het Boekenfestijn van de Centrale Boekhandel. Zie
een kwart miljoen boeken bij elkaar liggen, een
troosteloze hoop aan plaatjesboeken, esoterische
zweefkezerij, megalomane romans, slaapverwekkende
erotica, onleesbare poëzie en bakken met
beduimelde onderschatte literatuur. Kortom: een
doorsnee van wat er dagelijks in Nederland uitkomt.
Loop langs 6.000 vierkante meter kramen, laat die
rafels aan de gelamineerde omslagen langs je
nagelriemen knisperen. Ruik de papierrot aan die
vergeelde pockets, neem het kleurenbombardement aan
illustraties in je op, laat de modderige typgrafie
voor je ogen verzwemmen.
En
als je het dan nog aandurft, kijk dan in eens in die
bakken met laatste exemplaren. Elke schrijver is
vertegenwoordigd, geen naam ontgaat dit lot van
retourexemplaren, winkeldochters en misdrukken. Draai
dan om je heen en zie de begerigheid van die lezers
die te beroerd zijn de volle mep voor een boek te
betalen. Voor een krasje in de lak van hun auto bellen
ze politie, maar hier accepteren ze een losse kaft of
een ezelsoor. Met steekkarretjes sluipen ze langs de
boeken, met vette vingers keuren ze af of
goed.
De
Centrale Boekhandel is regisseur van des schrijvers
grootste nachtmerrie. Wat is die Centrale Boekhandel?
Er is in geen stad een boekenwinkel die zo heet. Is
het misschien de moederorganisatie achter die Witte
Boekenhallen die overal op A-locaties zitten, maar
niets anders verkopen dan oppervlakkige kunstboeken en
lustbedervende seksboeken? Is dit een gigantische
witwasoperatie, of een samenzwering van de Nederlandse
uitgevers om sluw van overschotten af te komen? O,
mijn hoofd kan ik er op breken, wat kost dat wel niet
om drie dagen de Jaarbeurs af te huren? Hoe zit dat
met die geheime voorverkoopdag? Wat wordt daar
verkocht.

Niets
dan dromen en illusies hoop ik. En het hartebloed van
schrijver en poëet.
Boekenfestijn,
31 augustus, Jaarbeurs Utrecht. Daarna: 3 t/m 6
oktober, Heizel, Brussel
(23 t/m
25-08-2002)
Afscheid van de
zomer: Lowlands 1
Modderbenen
Het
laatste weekend van augustus, het weekend van
Lowlands, voor goede verstaanders, schijnt het warmste
weekend van het jaar te zijn. In Japan hebben ze ook
zoiets. Dan eten ze allemaal paling, ingevlogen uit
Korea. Japanners denken dat paling helpt tegen de
warmte.
Laten
we die traditie in Nederland maar niet overnemen. Ik
kan me geen Lowlands herinneren zonder een stortbui
(1997 uitgezonderd, maar toen ging ik zondagmiddag al
naar huis). Je moet er niet aan denken dat aan de geur
van overstromende plaskruizen en dampende stro ook nog
eens die van gerookte-palingvelletjes wordt
toegevoegd. Yuk.

Op
Lowlands loopt altijd Oxysept rond, van
maarwatishet.com,
op zoek naar Het
Gouden Onderstel.
Waarschijnlijk heeft hij dit onderstel niet gemist,
ook zo piquant bemodderd en beslikt. Over het algemeen
gaan vrouwen er in de modder niet op vooruit, maar
deze kon het wel hebben.
Lanyards
& boze t-shirts
Ik
was begonnen een collage te maken van mensen met een
lanyard (meestal foutief een key-cord genoemd).
Fotootje, verhaaltje erbij (wat doe je, hoe oud ben
je, waarom heb je deze, heb je er nog meer?),
conclusie dat voornamelijk vrouwen met zo'n ding lopen
en weer een pagina gevuld. Ik ben er voortijdig mee
gestopt. Ik vind ze eigenlijk te stom voor woorden.
In
de jaren tachtig zag je opeens mensen lopen met hun
sleutelbos aan hun broekriem. Die hing dan aan zo'n
haak die je snel los kon maken. Als zo'n bos daar
hing, dan zei dat: ik heb een belangrijke sleutelbos.
Ik ben een belangrijk iemand. Ik moet snel actie
kunnen ondernemen.
Het
was ook meer een mannending. Je ziet ze nog wel eens
aan een broek hangen. Tegenwoordig hangt daar eerder
zo'n hoesje met een mobiele telefoon erin. Jeweetwel,
zo eentje waar niemand nooit naar belt.

Maar
nu die lanyards, dus. Je zag ze eerst backstage
verschijnen bij de mannen en vrouwen van de techniek.
Naam van een sponsor erop gedrukt. Meestal met een
backstagepas eraan. Of een Belangrijk Ding. Een
sleutel. Een lampje. Heel 'kewl', vooral als je hem
daarna nog nonchalant om je nek liet bungelen. En
handig, want waar laat je als vrouw je sleutels?
Daarom zie je er voornamelijk vrouwen mee lopen.
Meestal met één sleutel eraan, anders
wordt het te zwaar. Een beetje doorlopen zit er ook
niet in met een lanyard. Het ding gaat
zwiepen.
Als
je goed oplet zie je dat een lanyard een ding is voor
een beetje truttige studentikoze 30-plussers. Daarom
zag je ze ook niet op Lowlands. Laten we van dit
modeverschijnsel snel van verlost zijn (crew wel
toegestaan).
Wat
ook niet meer kan is een t-shirt met de naam van een
band erop. Er kwam op Lowlands nog wel eens een
Metallica-t-shirt voorbij, maar de meeste waren
maagdelijk leeg of bedrukt met geheimzinnige teksten
als 'Yuck fou' of 'FF BFF'. Of heel erg retro en
hoe-het-begonnen is: met een eigen tekst. Zoals de
jongen die zijn woede over de vermeende risicoloze
programmering van Lowlands uitte met een zelfgemaakt
t-shirt. Hij moest toegeven dat de muziek op het
moment tamelijk risicoloos is en dat Lowlands
eigenlijk één grote reclameactie van
Mojo voor zichzelf is. Maar toch.
Ik
vond het mooi, jezelf uitdrukken met een zelfgemaakt
t-shirt. In plaats van met een reclameding van een
sigarettenfabrikant, wat een lanyard meestal
is.

23
t/25 augustus 2002, Lowlands
Biddinghuizen
Lekker
single
Dat
je als alleenstaande tegen wil en dank omgedoopt ben
tot 'single' is nog tot daar aan toe. Maar dat je nu
opeens een dóelgroep bent, dat is wel effe
wennen. Er komen steeds meer vrijgezellen bij door
echtscheidingen en vrouwenemancipatie en die hebben
meer geld te verteren dan mensen met een relatie. Dus
organiseert de Volkskrant regelmatig feesten voor
alleengaanden (nog even en een Volkskrant onder je arm
is een teken dat je een relatie wilt). Dit jaar ook op
Lowlands.
Nu
is een Single-feest op Lowlands organiseren zoiets als
een Vlaams frietkot parkeren midden in de MacDonald's.
Hetzelfde als eromheen, maar wel veel lekkerder. Het
leukste alleenstaandenbal dat ik ooit heb meegemaakt.
Waarschijnlijk omdat de helft net deed alsof ze
vrijgezel waren en de andere helft net deed alsof ze
dat niet doorhadden. Eigenlijk was het
Carnaval.
Lekker
Single feest, 23 augustus 2002, Lowlands
Biddinghuizen
Venema's
Freakshows in de Foxtrot
Het
is een van de hoogtepunten van Lowlands: een showavond
in de Foxtrottent. Toen Willem Venema &endash; een van
de mede-oprichters van Mojo & her-oprichters van
'A Campingflight to Lowlands Paradise' &endash;
besloot het rustiger aan te doen, was er
één ding waar hij een dikke vinger in
bleef houden. De Foxtrottent. De Foxtrottent staat
midden tussen de bands en dj's garant voor krankzinnig
vermaak en extreem vertier. Dat dat niet altijd even
leuk is neemt het publiek op de koop toe. De Grote Ome
Cor Show is altijd goed, maar de langdradige Oboema
Dirting Dancing Show uit 2000 was een mislukking, om
over de zoveelste Amerikaanse stand up comedian uit
Emsterdem maar te zwijgen.
Venema,
die de grootste collectie 8 mm-films van Nederlands
schijnt te hebben, heeft een neus voor alles wat
vreemd, afwijkend en bizar is. Dat varieert van een
brulkoor, dat 'Kortjakje' meerstemmig brult, tot
strippende dikke negerinnen. En daar doorheen dan Imca
Marina en Koos Alberts gevlochten, of Dennie Christian
met een topless Marsupilami.
Hoogtepunt,
of dieptepunt zoals je wilt, van deze Foxtrotavonden
was dit jaar 'The worst of Lowlands', een avond met
discutabele hoogtepunten uit de voorafgaande negen
edities.

Ik
heb nog nooit zo vaak mensen verbijsterd staan kijken
naar een act op het podium als deze avond. Leden van
het Showorkest van Ome Cor keken ontdaan naar
'Puppetry of the Penis' waarbij twee Australiërs
hun geslachtsdelen omtoverden tot hamburgers,
windsurfers en Eiffeltorens. Meisjes keken met open
mond naar strippende bejaarde mannen met grotere
borsten dan zijzelf. En zelfs de stagemanager was
verbijsterd toen Miss Aubergine inderdaad met de
aubergine deed wat de meegebrachte pot vaseline deed
vermoeden.

Ik
stond pas met open mond toen Martin Sunshine het
podium op kwam, een gehandicapte man die niet geheel
zuiver van toon en vast van maat 'Het kleine
café aan de haven zong.' Kan dit wel, vroeg ik
me af, maar toen Martin na de tweede toegift
zielsgelukkig van het podium af geholpen werd was ik
om. Toen was het alleen maar een grap dat de stokoude
moeder van de bejaarde Happymakers op het podium werd
gezet.
Waar
komt deze belangstelling voor het platte vermaak
opeens vandaan, vraag ik me wel eens af als ik keihard
'Wij kunnen door een waterkraan' sta mee te brullen.
Citeer een beroemde dichtregel en studenten kijken je
wazig aan, maar zing 'Zij gelooft in mij' en het wordt
automatisch aangevuld tot 'Zij ziet toekomst in ons
allebei.' Een jongen met drie piercings in zijn
gezicht heeft zijn haar in de kleuren van Bassie z'n
jassie geschilderd. Mensen staan in de rij om met Lee
Towers op de foto te mogen.

Is
dit nu die decadentie die het einde der tijden
aankondigt? Is dit het einde van de verfijning en de
goede smaak? Neuh. Venema's Freakshows passen in een
eeuwenlange traditie van kermisvermaak. Wat hij doet
is niet de cultuur kapotmaken. Hij houdt juist een
oude cultuur in stand. Want: 'Waarom zijn de smurfen
klein? Omdat jullie groter zijn!'
The
worst of Lowlands, 24 augustus 2002, Lowlands,
Biddinghuizen
(30-08-2002)
Multi-Vlaai slaat
terug
From:
"Alexandra van Dam"
Date:
Fri, 30 Aug 2002 12:23:53
+0200
To:
redactie@metronieuws.nl
Subject:
reactie column
Jack Nouws, Multi-Vlaai
Met
groot genoegen wachtte ik het einde van mijn vakantie
af omdat het personeel ons had laten weten dat er een
negatieve column van Jack Nouws in de metro had
gestaan.
Eenmaal
thuisgekomen las ik dus vol verwachting dit artikel
en... Stond versteld. Jack Nouws, die in zijn columns
altijd een grote mond heeft, had zich in de
Multi-Vlaai af laten schepen met een afgelikte vlaai.
Nou moet u maar denken, als zelfs het personeel de
vingers bij onze vlaaien af wil likken dan moeten ze
wel erg lekker zijn, zij weten immers wat er in zit,
toch?
Hoewel
ik me nauwelijks voor kan stellen dat men werkelijk in
de winkel de vingers naar de mond wil brengen, kan ik
mij wel in leven in het feit dat meneer Nouws het vies
vind dat er per ongeluk een beetje slagroom van zijn
vlaaien aan de handen van de medewerksters komt te
zitten. Had hij daar in de winkel even melding van
gemaakt dan had hij waarschijnlijk ook meteen een
nieuwe vlaai gekregen.
Voor
zover even over het reële gedeelte van het
stukje. Maar het afgeven op het niet in twaalf punten
snijden, vind ik erg zwak. Het voorsnijden van de
vlaaien is namelijk een gratis service en hoe wij die
dan vorm geven is hopelijk onze eigen zaak? Het gratis
pony-knippen gebeurt toch ook op een tijdstip dat het
bij de kapper het beste uitkomt?
Als
laatste wil ik meneer Nouws er graag op wijzen dat hij
niet aan de journalistieke regel 'Een bron is geen
bron' heeft gedacht toen hij melding maakte van
het afwezig zijn van een speciale vorm om de taarten
te snijden. Deze vorm is namelijk in iedere winkel
aanwezig maar wordt niet gebruikt. Dit omdat hij
alleen maar nuttig is om de maat van de punten aan te
geven. En iedereen die breuken heeft gehad op de
basisschool moet een vlaai in tienen kunnen snijden,
dus de extra tijd die met zo'n vorm verloren gaat is
verspilde tijd.
Zou
je namelijk die vormen gebruiken om de vlaai in tienen
te delen. dan zou de hele constructie van de vlaai
verloren gaan. Als er bijvoorbeeld fruit onder de
randen zou zitten, dan zou dat helemaal in de vlaai
gedrukt worden. Nu probeert het personeel alles gewoon
netjes met een (kartel)mes door te snijden zodat de
klant niet een of andere in elkaar gedrukte
fantasie-verrassings vlaai mee naar huis
krijgt.
Nederland
mag misschien vies wezen, de medewerksters van
Multi-Vlaai zijn verplicht iedere keer dat ze met iets
anders dan vlaaien in aanraking zijn geweest hun
handen te wassen. Maar als u de volgende keer komt,
kunt u alsnog om latex handschoentjes vragen, want
deze zijn wel degelijk in de winkels aanwezig.
Ik
wil u mijn welgemeende excuses aanbieden voor de
vervelende ervaring die u bij Multi-Vlaai heeft op
gedaan en hoop dat wij nog een keer de kans krijgen om
het goed te maken.
Met
vriendelijke groet,
Alexandra
van Dam
Multi-Vlaai
Utrecht
nb.
De reactie is nu door zijn vertraging waarschijnlijk
ietwat misplaatst maar ik kon, in verband met de
vakantie, helaas niet anders.
Literaire bril
Het
is vaste prik. Als ik me vrolijk maak over modieuze
aanstellerij zoals zogenaamd-Keltische tatoeages en
piercings, slaan de slachtoffers onverbiddelijk terug
op mijn 'Kijk-mij-eens-een
literair-hoofd-hebben'-bril. Au zeg.
Natuurlijk
is het geen toeval dat mijn bril een Portugees
(Portugal is mijn lievelingsbestemming) fabrikaat is
uit de jaren zestig (mijn
lievelingsvormgevingsdecennium). Los van het feit dat
'literair' een scheldwoord schijnt te zijn: ik heb een
bril nódig. Zonder staaf door je tong, of
stripverhaal op je kont kun je gevaarloos deelnemen
aan het verkeer, de krant lezen en de dag doorkomen
zonder hoofdpijn. Dat lukt me allemaal niet zonder
bril. Als je iets hard nodig hebt kan het beter maar
naar je smaak zijn.
Ik
kan me de wanhopige bezoeken aan de opticien nog
herinneren, waar in helverlichte vitrines de
brilmonturen hingen als opgeprikte insecten. Als
afstotelijke bidsprinkhanen. Van ellende koos je dan
altijd de verkeerde bril. Ik kijk voor de lol nog wel
eens bij een hedendaagse opticien binnen, maar veel is
het niet veranderd. Mocht de voorraad Portugese
jarenzestigbrillen uitgeput raken, dan kan ik altijd
nog terecht bij Kees Wennekendonk om mijn literaire
identiteit veilig te stellen.
Ik
ben niet de enige die niets voor hippe, trendy (mag
dat woord verdwijnen a.u.b.) confectiebrillen voelt.
Kees Wennekendonk, toen nog 'muzikaal commentator' bij
Karel van de Graaf, maakte tien jaar geleden voor
zichzelf een paar brillen. Twee jaar later maakte hij
ze in opdracht. Zonder noemenswaardig reclame te maken
is hij inmiddels 107 verkochte brillen verder (stand
half augustus). Geen betere reclame dan de bril
zelf.
Een
bril van Wennekendonk is als een maatpak. Hij ontstaat
op het gezicht van de toekomstige drager. Wennekendonk
ontwerpt de bril op een fotoportret, in combinatie met
een voorgesprek. Uit iemands smaak voor muziek, auto's
of weersgesteldheid valt vrij nauwkeurig een ontwerp
te destilleren. Hoewel hij altijd meerdere voorstellen
tekent, is het nog maar zelden voorgekomen dat de
keuze van de klant afwijkt van zijn eigen voorkeur.

Een
Wennekendonk variëert van ingetogen tot
extravagant exhibitionistisch, van draagbaar tot
stijlexperiment. Een van de voordelen van hand- en
maatwerk is de ruime materiaalkeuze. Er zijn hoornen
brillen van Indiase waterbuffel of Nederlandse Schotse
Hooglanders. Houten brillen en brillen met fossiele
haaientanden. Het persoonlijkste ontwerp dat hij
maakte was voor de eigenaar van een boomgaard: een
bril van een eigen appelboom.
Inmiddels
heeft hij over de hele wereld contacten voor zijn
grondstoffen. Van Staatsbosbeheer tot buitenlandse
natuurmuseums die hun depot uitmesten. Hoe bijzonder
het materiaal ook is, Wennekendonk zorgt ervoor dat
hij geen bedreigde diersoorten helpt uitsterven.
Daarom geen brillen van Afrikaans ivoor, maar wel van
17.000 jaar oud Siberisch mammoetivoor. Alleen
slagtanden uit de permafrost zijn geschikt. De tanden
die in overvloed uit de Noordzee worden opgevist zijn
verpest door het zoute water.
Een
handgemaakte Wennekendonk is duurder dan een
twee-halen-een-betalen-bril van Pearle of Hans Anders,
maar vaak goedkoper dan een bril van Armani, Cartier.
En vooral: er is er maar een van. Dat kun je zelfs van
die ethnic tattoo op je arm zelden zeggen.
www.keeswennekendonk.nl
(20-08-2002)
Kunst op
straat
Een
paar jaar geleden hingen er plots tientallen
kijkdoosjes aan de bomen in landgoed Rhijnauwen in
Utrecht. Kinderen van de basisschool hadden met
tekeningen, autootjes en Barbies uitgebeeld wat zij
van hun toekomst verwachtten. Een vertederend
kunstproject. De andere dag waren ze allemaal
kapotgetrapt. Iemand vertelde me nog van een ander
project dat New York, London, Sidney en Berlijn
overleefde, maar in Utrecht binnen een dag gesloopt
was (uren gesurft zonder het verhaal terug te vinden,
maar ik geloof het zonder twijfels).
Het
project 'Levende Gevels' in Utrecht is inmiddels
achter de rug, daarom durf ik erover te schrijven.
Kunstenares Iris de Leeuw verfraaide van 10 t/m 20
augustus de gevel van het Utrechtse stadhuis. Haar
kunstwerk van vijftien bij achttien meter bestond uit
negen doeken. Ze liet zich inspireren door de
Tibetaanse traditie grote doeken met afbeeldingen op
te hangen. Negen doeken van vijftien meter hoog die
tien dagen aan een gevel hangen...
Mmm.
Aansteker eronder en 'Whoesh'. Lachen!
Dat
zou niet gewerkt hebben want de onderste meters waren
van een speciaal brandbestendig materiaal. Dat werd
angstvallig verzwegen in alle publiciteit, je moet de
mensen de kost geven die dat zelf wel eens willen zien
of het echt brandbestendig is.
Maar
vanaf de eerste dag namen Utrecht en de kunstenares
het risico toch maar niet. Elke avond werden de negen
doeken keurig opgestroopt tot onbereikbare hoogte.
Daarmee kreeg 'Levende Gevels' onbedoeld een
pamflettistische lading: in Utrecht is alles van
waarde weerloos.
'Levende
gevels' van 10 t/m 20 augustus 2002 en op uitgezochte
data
(18-08-2002)
Dagje naar het
strand
Knotsknieën.
Butsbillen. Flubberbuiken. X-benen. Hangmemmen.
Kippennekken. Bierbuiken. Knobbeltenen.
Cellulitisdijen. Rughaar.
Zadeltassen.
Neukteugels. Mannentieten. Rimpelkoppen.
Zwabberlullen. Puistenkoppen. Steenpuisten.
Jubeltenen. Ballonkuiten. Hockeybenen.
Striae.
Vetkwabben.
Gratekutten. Hangschouders. Kippenborstjes. Stalbenen.
Eczeemoksels. Kwakbollen. Navelbreuken. Schimmeltenen.
Spataders.
De
variëteit aan lichaamsbouw, anatomische
afwijkingen, ziektebeelden en lichamelijk verval op
het strand is oneindig. Maar laten we een ding
afspreken, wij die 99 procent die niet aan het
ideaalbeeld voldoet: het geeft niet. Het maakt
helemaal niet uit. Laat die Übermenschen zich
maar amuseren in Bloemendaal met hun roze
zonnebrillen. De wereld, het leven is hier, waar we
allemaal gelijk zijn in het drabbige water.
Dagje
naar het strand, Wassenaarse Slag
(16-08-2002)
Kermiswekkers
We
noemden hem 'The genius', omdat hij als enige bizarre
ontploffingen, fonteinen en gekleurde dampen kon
veroorzaken tijdens de scheikundeles. Een keer kwam er
groene damp uit zijn reageerbuis. De amanuensis in
paniek: het was zuiver chloorgas. Daarmee verdien je
respect.
Dat
had hij wel nodig, want daarnaast had hij twee
eigenaardige hobbies. De eerste was het repareren van
kermiswekkers. Zijn kamer was een kermiswekkerasiel.
Dat er zo'n variatie mogelijk was op een en hetzelfde
concept. De meeste kermiswekkers zijn al kapot voor de
volgende kermis. Misschien overleven ze de grijperarm
niet. Maar The genius kreeg ze allemaal weer aan de
praat. Sterker nog. Door eindeloos gepriel met vijlen
en naaimachineolie kreeg hij het voor elkaar dat die
kermiswekkers op tijd liepen. Eigenlijk in strijd met
de wetten van God, een kermiswekker die op tijd
loopt.
Zijn
andere eigenaardige hobby was Elvis. The genius was
Elvis-fan. Elvis-fan. In 1977. We kenden Elvis alleen
maar als opgeblazen pad, op een podium in een casino
in Las Vegas. In zo'n treurig wit pak met glimmende
steentjes. En een cape. Hoe kon een zestienjarige
jongen fan van Elvis zijn?
Zestien
augustus 1977 was de eerste schooldag op de KSE in
Etten-Leur. Ik meen me te herinneren dat we pas laat
op de ochtend begonnen. De klas was al voor het
grootste deel gevuld toen The genius binnenkwam. Er
was een meteen een wedstrijd wie het het eerst mocht
zeggen. Ik won.
Ik
geloof dat er leedvermaak klonk toen ik zei: 'Hoe vind
je dat nou, dat Elvis dood is?' The genius vatte het
op als een gebruikelijk pesterijtje, maar toen de hele
klas het bevestigde werd hij heel stil. Jaren heb ik
nagedacht over dat leedvermaak. Het was jaloezie
natuurlijk. Ik was nergens fan van. Ik had een
tweekanaals lichtorgel op mijn kamer. Als ik dan naar
Ferry Maats Soulshow luisterde was het net of het huis
in brand stond. Op Lady Marmelade van Labelle
tenminste. Maar om nu te zeggen dat ik fan
was?
Ik
denk dat ons plezier om Elvis' dood The genius meer
deed dan Elvis' dood zelf. Ik kan me niet herinneren
dat Elvis daarna ooit nog eens ter sprake kwam. Toen
ik een jaar later nog eens op zijn kamer kwam stonden
trouwens alle kermiswekkers stil. De kans dat Elvis
als wekker terugkwam leek me klein.
16
augustus 2002, Elvis Presley 25 jaar
dood
(13-08-2002)
De treurigste
literaire avond van het jaar
Vorig
jaar maakte ik me in Metro vrolijk over de onhandige
manier waarop introductiecommissies literaire avonden
organiseerden. Metro wordt goed gelezen door
studenten. In tegenstelling tot voorgaande jaren ben
ik dit jaar geen enkele keer uitgenodigd om tijdens
een introductie te komen voorlezen.
Mijn
treurigste literaire avond (het uitgejouwd worden door
een volle Foxtrottent op Lowlands 1998 even buiten
beschouwing gelaten) was in Beverwijk. Ik geloof dat
het in 1990 was in Café Camille. Mijn gage werd
betaald uit de baromzet. Er kwamen zo weinig mensen
dat ik niet betaald kon worden. Of wacht eens. Mijn
optreden in Café de Koekkoek in Groningen, in
1998 was ook heel treurig. Toen bleef iedereen gewoon
doorpraten. Vooral het tafeltje recht voor het podium.
Erger dan dat kon niemand het meemaken, dacht
ik.
Tot
ik dinsdag 13 augustus naar een literaire avond in de
Domtoren ging. De eerste indruk was ok. Er stonden
zeker honderd mensen voor de deur te wachten tot ze
binnen mochten. Honderd! Voor Ingmar Heytze! Voor
Hagar Peters! Voor Ruben van Gogh! Voor Vrouwkje
Tuinman! Die optraden in de Michaelskapel in de
Domtoren!
Ik
moest nog aardig soebatten om binnen gelaten te
worden. En daar begreep ik waar die rij voor was. Niet
voor het literaire optrede. Maar voor een nachtelijk
Dombeklimming. Je kunt de transen van de Dom alleen
bereiken door dwars door de Michaelskapel te lopen. En
daar stonden ze dan, dapper door de stroom heen
pratend over liefdes, vaders, meisjes en de pijn die
leven heet. De culturele commissie en de
avondactiviteiten commissie hadden hun programma
duidelijk niet naast elkaar gelegd.
'Wat
staat die man daar toch te praten?' zei een mentor
geïrriteerd toen zijn verhaal tegen een
eerstejaars met grote ogen verstoord werd door de
poëzie van Ruben van Gogh. Tussen de
Dombeklimmingen door bleek dat er géén
publiek zat te luisteren, tenzij je de organisatie,
een vriendinnetje en mij meetelde. Gelukkig had het
merendeel van de optredende literatoren ervaring met
optreden in bussen, rondvaartboten, circustenten
en...
Terwijl
ik dit opschrijf word ik opeens heel depressief.
Literaire
avond i.h.k.v. de UIT-dagen in de Michaelskapel,
Domtoren, Utrecht
(12-08-2002)
Perseïden
Omdat
er tot 1983 in Utrecht geen fatsoenlijke
uitgaansgelegenheid was, ging ik elk weekend uit in
Etten-Leur (het scholierencafé van de KSE) en
Breda (Spock, 111, XQse, Graanbeurs). Soms met een
vriend. Soms alleen. Ik sliep bij mijn ouders alsof
het daar een hotel was. Gekke dingen meegemaakt 's
nachts. Een zoemend geluid en draaiende lichten aan de
rand van het bos. Een beest met lichtgevende ogen dat
naar ons blies, precies op de plaats waar 'd'n
Flodderduvel' vroeger mensen het leven zuur maakte.
Een gloednieuwe kever in politie-uitvoering die
opdoemde uit de mist, terwijl de politie al jaren in
Golfjes reed. Een auto die ons klemreed, een
schijnwerper op ons zette en keihard in zijn achteruit
weer verdween. En een overweg die plotseling midden in
het bos was geplaatst. Afijn, dat laatste was te
verklaren, dat was gewoon een roodwit gestreept hek
dat een gevaarlijke bocht aangaf, in combinatie met
een Jägermeisterestafette.
Meestal
was het alleen maar serene stilte en als we door het
bos reden bij nieuwe maan zagen we de melkweg. Bij
volle maan reden we zonder licht. We roken de
naaldbossen en de zoetig dampende openingen in het
kuilvoer. Er waren stukken waar ik me niet prettig
voelde. Sinds ik het verhaal van 'd'n Flodderduvel'
kende reed ik huiverend langs de Turfvaart, dat kleine
slootje waarover een paar eeuwen eerder Adriaan van
Bergen het beroemde turfschip naar Breda voer. Het
bijgeloof waarmee een katholiek opgroeit overleeft
elke inkeer tot atheïsme.
Het
mooist waren de open stukken, tussen Etten-Leur en
Rijsbergen, of, als je de korte, onverlichte route nam
langs het bos, tussen Rijsbergen en Zundert. Boven je
de sterrenhemel. En altijd wel een vallende ster. Daar
zag ik de mooiste meteoriet. Hij trok een
lichtendgroene streep boven mijn hoofd van noord naar
zuid. En ik hoorde hem, ik hoorde hem boven mijn hoofd
razen, tot hij plotseling weer verdwenen was. Hij
kaatste over de dampkring als een steentje over een
vijver.
Wauw.
En niemand om het mee te delen.
Ik
heb geen wens gedaan. Op 12 augustus is het hoogtepunt
van de Perseïden-meteorenregen. Vierhonderd
vallende sterren per uur en nooit een wens die
uitkomt.

Perseïden
van 17 juli t/m 24 augustus, hoogtepunt altijd op
12/13 augustus.
http://www.xs4all.nl/~carlkop/pern2002.html
(30-07-2002)
Bij Ernie en Bert
Ik
heb een foto van mezelf tijdens een concert van Faye
Lovski. Je ziet één grote dansende,
zwetende menigte, die duidelijk uit zijn bol gaat. En
daar middenin sta ik. Handen over elkaar, geamuseerde
krul rond een mondhoek ('Tof bandje is dit, zeg.') en
bewegingloos.
Ik
kan niet meedoen. Ik zou het wel willen kunnen, ik zou
best graag gezellig meedoen. Maar ik kan het niet. Als
er een verjaardag was en de ooms en tantes kwamen
langs, dan maakte ik altijd dat ik wegkwam. Ik ging
naar boven met een glas cola en een bakje chips en ik
leed liever chips-honger en limonade-dorst dan dat ik
terug naar beneden ging.
Met
jaloezie kijk naar argeloze voorbijgangers die alert
en ad-rem reageren op de straatkunstenaar die hen in
zijn act betrekt. Ik zou wel zo'n Spanjaard willen
zijn die in een Sevillaans café de gitaar van
de muur rukt als er een 'juerga' plaatsvindt, een
spontaan flamencofeest. Maar nee.
In
Het land van Ooit heb ik dan ook niet zoveel te
zoeken. Vanaf de eerste stap in dit land word je
duidelijk gemaakt dat publieksparticipatie verplicht
is. Buigen, hand drie keer boven het hoofd zwaaien
enzovoort. Als je het vergeet word je natgespoten door
een achterbakse gravin. De kleintjes zijn de baas en
de papa is de lakei en als de kleine baas een ijsje
wil dan gaat de lakei dat halen (net alsof dat buiten
het Land van Ooit anders is). Dus sta ik me ongelukkig
te voelen met onelegante handgebaren boven mijn hoofd.
Voor ik het weet duik ik een bospaadje in als er weer
van die twee jokers in een middeleeuws kostuum
voorbijkomen en mis ik voorstelling na voorstelling.
Passief consumeren is er niet bij, het is hier de
Efteling niet.
De
Sesamstraatshow met Bert, Ernie en Elmo is een
opluchting. Een paar honderd kinderen die helemaal gek
zijn van Sesamstraat, dat inspireert niemand eens een
papa te grazen te nemen. Het zijn niet alleen kleien
bazen die teleurgesteld zijn als het na het
Alfabetlied alweer voorbij is. Kom, we gaan naar
huis.

Land
van Ooit, Drunen
(29-07-2002)
Voor Vincent
Jammerlijk
vergiste een
Zundertenaar
zich
bij het knippen van zijn
haar
Niet
dat ik met één
oor,
zei
hij, nu minder
hoor,
Maar
mijn leesbril zit zo
raar.

29
juli 2002, sterfdag Vincent van Gogh
(23-07-2002)
Y Annie Hall
Tambien
Ik
woon inmiddels al langer boven de rivieren dan ik ooit
in Brabant heb gewoond, maar ik blijf een Brabander.
Als ik beneden de patatgrens ben (Brabanders eten geen
patat, maar friet) spring mijn hart op bij elke
'houdoe' als ik de winkel verlaat. Gelukkig zijn er
geen integratiewetten voor Brabanders, want we
integreren slecht, houden onze cultuur in stand en
spreken alleen maar Hollands met een zwaar Brabants
accent.
Mijn
jeugd, dus mijn leven, begon in Brabant. De
allereerste keer dat ik uitging fietste ik met een
vriend naar Breda, om bier te gaan drinken in De
Bommel. Of De Bommel naar Olivier B. Bommel heet weet
ik niet, maar het stripfiguur is alomtegenwoordig. Ik
weet ook niet of dat in mijn late jeugd ook zo was. De
Bommel is net zo'n begrip in Breda als Venice, maar
dat is een homotent, dus daar loop je minder snel
binnen. Als hetero, tenminste. Vooral als de kapper
van je moeder dat als stamcafé
heeft.

De
Bommel is mijn referentie voor een goed café
geworden. Ik kom er nog hooguit eens per jaar, maar er
zijn Utrechtse cafés die ik minder vaak van
binnen zie, om over Amsterdamse maar te zwijgen. Soms
loop ik met Carnaval De Bommel nog eens binnen, maar
niet iedereen is zo'n pelgrim als ik. Een café
kan nog zo gezellig zijn, maar als je er niemand kent
is de lol er zo vanaf. Vooral met Carnaval.
Ik
kwam in de Bommel terecht na 'Y Tu Mama Tambien'. Ik
had veel goeds en slechts over deze film gehoord, wat
meestal een aanbeveling is. Hij draaide in het
Chassé Theater, dat op het moment letterlijk
fuseert met het casino. Is een casinobezoeker een
cultuurliefhebber? Ik kan me er alleen een nouveau
riche met een theaterabonnement bij voorstellen.
Tineke Schouten schijnt het populairst bij
abonnementhouders te zijn.
Y Tu
Mama Tambien is een leuke film. De verwijzingen naar
de dood om een diepere laag aan te brengen stoorden me
niet en de seksuele preoccupatie van de hoofdpersonen
was mooi gebracht. Het scheelde overigens weinig of ik
had naar Annie Hall zitten kijken. De operateur
startte de verkeerde film. 'Nee, dat is de
vooraankondiging,' zei het personeel, toen ik ging
klagen. 'Een vooraankondiging van tien minuten?' We
kregen vijf minuten later allemaal een kopje koffie
van de zaak, terwijl de filmrollen werden
verwisseld.
Ha.
Terwijl ik eerder op de avond mijn koffie bijna moest
laten passeren. Je kon niet pinnen. Ik had gelukkig
genoeg bij me voor de film, rekende ik uit. 'Net als
bij de Albert Heijn,' zei een meisje achter me, 'zo
gênant, dan sta je bij de kassa en dan heb je
net een dubbeltje tekort.' 'O, dat geef ik dan,' zei
haar vriendin. Ik kwam zes cent tekort. Ik draaide me
om. 'Ik sta nu bij de Albert Heijn,' zei ik, 'en ik
kom zes cent tekort voor een kop koffie.' De vriendin
glimlachte en gaf me zes cent. 'Jij bent een mooie, je
moet altijd bij mij lenen en dan geef je je geld
gewoon weg,' zei haar vriendin.
Zo
zijn Brabanders, hun laatste geleende geld weggeven om
een ander te helpen.
'Y
Tu Mama Tambien', Cinema Chassé,
Breda
(02 & 23-07-2002)
Twee keer
twintig
euro
(verhuisd
naar maisquenada.lekker)
T=L2/(2D)
Eén
van de onzinnigste dingen die Europa besloot na het
laten vallen van 'ecu' voor 'euro' was het invoeren
van een nationale zijde op de munten. Alsof het niet
genoeg is dat er EURO op al mijn muntjes staat om die
rare Grieken niet voor het hoofd te stoten. Maar goed,
het houdt weer eens wat mensen bezig: hoe lang gaat
het duren voor de verschillende munten evenredig over
alle landen. Bij Natuur & Techniek is met
bovenstaande formule (Tijd = afstand in het kwadraat,
gedeeld door twee muntstukken) uitgerekend dat de
euromunten gemiddeld 30 kilometer per 100 dagen
afleggen (een Portugese euro uit Bragança doet
er dan zo'n 5.300 dagen over om in Utrecht te komen).
Uiteindelijk is nog maar een op de twintig munten in
onze portemonnee met Nederlandse hondenkop.
De
wiskundigen geven toe dat vrachtwagenchauffeurs op
internationale lijnen en toeristen de uitkomst aardig
kunnen vertroebelen. En dat is zo. Zogauw je over
dingen gaat nadenken worden ze verpest. De menselijke
factor kan de diffusie ook tegenhouden. Zo ben ik in
mijn eentje al een verpest-actie begonnen. Ik ga ze
terugbrengen. Elke buitenlandse euro gaat in een
potje. De Belgische (overvloedig aanwezig op De
Parade) en de Franse gaan volgende maand
terug.

Ik
heb al moeite genoeg de Nederlandse munten uit elkaar
te houden, laat staan dat ik op die andere moet
letten. Kom op zeg, vol is vol.
Eurodiffusie,
vanaf 1 januari 2002, www.wiskgenoot.nl/eurodiffusie/
(20-07-2002)
8 of 10
punten?
Op
verzoek snijden ze de vlaai voor je in acht of tien
punten, bij Multivlaai. Niet in zes en ook niet in
twaalf. Dat negen of elf er niet in zit is logisch.
Taarten en vlaaien worden altijd in even aantallen
punten gesneden, dat is net zo ingesleten als een
volle ketel water opzetten voor één
kopje thee. Dat in punten snijden doen ze gratis voor
je en iedereen die wel eens een taart in punten heeft
gesneden weet hoe moeilijk dat gaat. Waarschijnlijk
hebben ze hier zo'n speciaal ding ervoor. Je zet hem
erop, even aandrukken en daar zijn de acht punten. Of
tien. We gaan niet meer van die dingen kopen, dat
wordt te duur. Maar zo werkt het niet.
De
juffrouw pakt een groot mes en begint met een
timmermansoog in mijn vlaai te hakken. De slagroom
blijft aan haar duim hangen. En aan haar wijsvinger.
Ze brengt routineus haar hand naar haar mond, maar
beseft dan dat ze achter de toonbank staat en veegt
hem af aan haar schort. Bij elke draai van de vlaai
blijft er iets aan haar hand zitten. Maar waarom zeg
ik dan niets?
Over
het algemeen bestaat Nederlands winkelpersoneel uit
een stel viezeriken. Ten minste vergeleken bij het
buitenland. In Portugal keert de juffrouw bij de
bakker een zakje binnenstebuiten en grijpt daarmee de
broodjes die je besteld hebt, bij de vleeswaren draagt
ze plastic handschoentjes. Afijn, dat is niet eerlijk
tegenover het Nederlands winkelpersoneel. Alle
Nederlanders zijn viezeriken. De keren dat iemand op
de markt zijn vingers in de olijvenbak steekt om een
olijf te bietsen... Tot in het smoezeligste restaurant
in de armste achterbuurt van Portugal zag ik mensen
hun handen wassen voor ze aan tafel gingen. Doen de
gasten van De Hoefslag dat ook?
De
onsmakelijkste actie zag ik bij een bakker in Utrecht,
aan een sjieke gracht, met klassiekmuzak op de
achtergrond. Een mevrouw bestelde twee ons
chocoladeflikken. Op weg naar de chocolaatjestoonbank
moest de juffrouw opeens hoesten. Welopgevoed als ze
was hield ze haar hand voor haar mond, maar met
dezelfde hand greep ze in de flikken. Met haar hand.
Niet met een schep, maar met haar hand. Met de hand
waarin ze net gehoest had. Ik wist niet wat ik zag. Ik
zag de mevrouw voor me verstijven, maar zonder enig
commentaar rekende ze de flikken af. Waarschijnlijk
heeft ze ze buiten meteen weggegooid. Ik vraag het me
nog steeds af: waarom zei ze niets. En waarom zeg ik
er ook niets van als iemand met zijn fikken in mijn
vlaai zit?
Multivlaai
Jaarbeurstraverse, Utrecht
(18-07-2002)
Anne en
Daniëlle op de Gerontofestatie
Nadat
de Megafestatie de ene succesvolle editie na de andere
beleefde, was de Gerontofestatie in de Jaarbeurs een
logische stap. Er komen immers steeds meer bejaarden,
ze hebben steeds meer geld en, niet onbelangrijk, ze
waren jong in de Swinging Sixties. Voor hen geen
Huishoudbeurs meer of klaverjassen in het
verzorgingstehuis.
Anne
van de Beek (74) en haar vriendin Daniëlle (73)
waren op hun vrije reisdag uit Doetinchem gekomen. In
Hoog Catharijne waren ze even verdwaald, maar dat
krijg je als je je bril zo snel niet meer kunt vinden.
Lange rijen bejaarden schuifelden naar het
Jaarbeursterrein, waar mega-acts als Ozzy Ozbourne en
Rob de Nijs het publiek opwarmden.
Ondanks
dat de hoofdsponsor, Uitvaartvereniging Delphi,
verstek had laten gaan ('Ook zonder sponsoring gaan
mensen dood,' liet een woordvoerster weten), was het
een drukte van belang. Lange rijen bij het gratis
airbrushen van het Rolling Stones-loge op de rollator.
Veel stoere bejaarden lieten zich op een Harley
fotograferen, tegen een geprojecteerde achtergrond uit
Easy Rider.
Anne
en Daniëlle schudden wel hun hoofd bij sneuë
bejaarden die te oud warem om zonder hun kinderen te
komen. 'Sommige kinderen zijn veel te streng,' vonden
ze.
Bij
een dergelijk massa-evenement is het onvermijdelijk
dat de wansmaak de kop opsteekt. Anne was niet te
spreken over de wedstrijd 'Depend omdoen in het
donker'. Ook de wedstrijd waarbij je een t-shirt kon
winnen als je je kunstgebit durfde uit te doen kon
haar goedkeuring niet wegdragen. Weer wel over de show
van titanium rolstoelen, op kevlar banden. 'Leuk voor
mijn man.'
Opvallend
is hoe weinig moeite bejaarden hebben hun persoonlijke
gegevens (06-nummer, e-mailadres) achter te laten voor
een gratis monster Kukident of Sperti. 'Ach, hoe lang
zullen ze daar nog plezier van hebben,' gniffelde
Daniëlle.
De
Gerontofestatie verliep dit jaar zonder
noemenswaardige problemen, verhalen over overlast
veroorzakende Marokkaanse opa's werden door de
organisatie ontzenuwd.
Megafestatie,
Jaarbeurs Utrecht
(11-07-2002)
Oud-Hollandsch
Laptophengelen
'Nieuwe
ronden, nieuwe prijzen! Kinderen en vrouwen altijd
prijs. Daaarrrr gaat-ie weeerrr bij die nieuwe
zzenzzaatzzie, die nieieieuwwe rage uit het
buitenland: laptophengelen! En daar is weer een nieuwe
deelnemer, ja, ja, ja, in het water, daar gaat-ie en
nu die laptop eruit vissen met een schoffel voor het
Golfje zinkt en dat gaat soms sneller dan u denkt. En
drrrijven maarrrr, het blijft altijd een verrassing
waar die laptop is gebleven en ja, we hebben een
winnaarrr, daar is die laptop, gefeliciteerd, en het
Golfje zinkt. Jaaaahh! Nieuwe rrrrondez, nieuwe
kanzen. Heeeeft u een leasebak? Kom durrrbij!'

Auto
verliest van bus, Venuslaan, Utrecht
(07-07-2002)
De Parade
Voordat
de Avenida de Liberdade in Lissabon de winkelstraat
annex tippelzone werd die hij nu is, was het een park
voor de rijke burgers. 's Avonds waren er concerten en
ander vermaak. Om het plebs weg te houden was het hek
niet voldoende. Er werden ook zeilen gehesen om gratis
meegenieten te voorkomen. Ik moet er altijd aan denken
als ik het terrein van De Parade in Utrecht op loop.
Ik zou willen dat de Parade permanent in Utrecht was,
in een park, met een hek eromheen, afgeschermd door
zeilen.
Theater,
kunst, toneel, het is per definitie elitair en het
wekt daarom per definitie agressie op. In ieder geval
in Nederland. Bedenk een kunstproject in Nederland
(kijkdoosjes aan bomen, billboards in weilanden) en
het is binnen een dag vernield. Straatartiesten kunnen
een grote bek krijgen of een fluim in hun
gezicht.
Op
de Parade, achter de hekken echter, kan het allemaal.
Het is een proletenvrije zone, waar de Anne's en Toms
ongehinderd ingewijd kunnen worden in de magie van de
verbeelding zonder dat opgevoerde brommertjes rondjes
rond de terrassen rijden, waar Volkskrantlezers
vanachter hun rosé de cultuurliefhebbers kunnen
bekijken zonder dat een vrijgezellenavondclub in hun
oren boert.
Een
'elitaire kermis' zonder schiettent, zo hoorde ik De
Parade laatst omschreven. Ik heb er niets op tegen.
Als ik niet meer links mag zijn, dan wil ik wel
elitair zijn.
De
Parade, Park Nieuweroord Utrecht 19 t/m 28 juli
2002
(16-07-2002)
Kermis in Asten
Zundert
werd ingeklemd door eindeloze aardbeienvelden. Zo gauw
de vakantie begon trokken de scholieren geknield
tussen de planten door. Vier weken lang plukken voor
anderhalve gulden per kist. Dat was ook wat mijn vader
mij betaalde. Van acht tot vier, of tot je niet meer
kon. In het kotje een fles koude thee en twee dubbele
boterhammen met gebakken ei. Als je pech had met natte
knieën van de modder, als je pech had met een
verbrande nek van de zon. De leeuwerikken hingen hoog
boven je te zingen. Af en toe steeg een wolk van
sporen op als je per ongeluk in een aardbei wit van de
schimmel greep. Het gevoel van spinrag aan je handen,
de geur van kamille in je neus, de angst voor
oorwurmen in je laars.
Ik
was geen getalenteerd plukker. Na een dag was ik
altijd verkouden, na een week stond ik altijd onder de
rode bulten. Allergie was nog geen mode, van
hooikoorts had ik nog nooit gehoord. Toen ik een
zonnesteek opliep was mijn corvee goddank
voorbij.
Ik
ging dan ook nooit de kermis op met driehonderd
gulden, zoals sommigen van mijn vriendjes en de
vierdagenkaart voor de 'kekewalluk' werd voor een deel
door mijn vader gesubsidieerd -- het was
wonderbaarlijk hoeveel je van die man loskreeg als je
het op het juiste moment vroeg. In het café, na
zijn achtste pilske.
En
dan stond ik daar, de vierdagenkaart van de Cake Walk
aan mijn broek geniet, op het platformpje voor de
draaiende ton uit te kijken over de kermis. 'Double
Barrel' van Dave & Ansel Collins hakketakte door
mijn hoofd, terwijl iedereen die populair was om me
heen bewoog, alle leuke meisjes van veertien die
make-up droegen en strakke kleren. Ik was in het
middelpunt van de wereld en ik hoorde er helemaal niet
thuis.

Daar
moest ik opeens aan denken, op de kermis van
Asten.
Kermis,
Asten
(07-07-2002)
Zoo
'Wat
doet de aap?'
'Oeh,
oeh, oeh!'
'Goedzo.
En wat doet de leeuw?'
'Rwaahrr!'
'Goedzo.
En wat doet het geitje?'
'Baa-aah!'
'Heel
goed. En de papegaai?'
'Pie-krauw!'
'En
de slang?'
'Sssss.'
'Inderdaad.
Wat zegt de ezel?'
'I-a!'
'Knap
hoor. Shit, moet je die vent zien, da's
grappig.'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'
'Shiet!'

Dierenpark
Amersfoort, 7 juli 2002
(05-07-2002)
Ons ben zuunig
We
waren meteen verliefd op de auto. Dat was de eerste
fout. Of eigenlijk de tweede. De eerste fout was dat
we zeiden dat we in Utrecht woonden. Helemaal naar
Goes vanuit Utrecht, de eigenaar kon het niet geloven.
Maar we hadden toch familie in de buurt en de
omschrijving op Autotrack.nl (perfecte staat, glazen
schuifkanteldak, trekhaak, radiocassetterecorder, APK
t/m mei 2003) deden ons watertanden. En van die
negenhonderd euro zou ik best wat af kunnen
praten.
We
werden hartelijk ontvangen, die verre gasten uit het
verre Utrecht, dat we echt gekomen waren... Hij,
vrachtwagenchauffeur, honderd procent afgekeurd
vanwege zijn pacemaker met ingebouwde defibrillator.
Zij, vrouw met rijangst en te weinig kracht om een
Volvo 340 zonder stuurbekrachtiging in te parkeren.
daarom deze ze hem weg, deze prachtige
auto.
Voor
we de proefrit gingen maken, liet ik bij de koffie de
formuleringen vallen die ik vantevoren geoefend had.
Dat we toch deze kant op moesten (niet echt waar), dat
we overmorgen een auto gingen bekijken (niet waar),
kortom van alles om maar niet te gretig te lijken.
Maar als je je hebt laten ontglippen dat je per se een
vijfdeurs automaat met schuifdak en trekhaak wilt, dan
ben je al te gretig.
Na
de proefrit wisten we dat we de auto wilden hebben.
Maar niet voor negenhonderd euro. De eigenaar
reageerde verbaasd. Negenhonderd?
Negenhonderdnegenennegentig zal je bedoelen. Hij
toonde me een print van de site. Inderdaad. 9.9.9. Had
ik dan echt zo slecht gekeken? Het zou kunnen, dat ik
niet goed gekeken had, natuurlijk, een 0 en een 9
vallen op zo'n site door elkaar te halen... Na mijn
bod van 700 euro kwam er een tegenbod van 900, onder
protest van haar, omdat er niets aan de vraagprijs af
zou gaan en voor ik het wist gingen we
accoord.
Waarom
gingen we nou accoord, vroeg ik, toen we met de auto
terugreden. Omdat we bang waren dat hij een hartaanval
zou krijgen, was het antwoord.Mmm. Thuis lag mijn
print van de site. Er stond inderdaad 900
euro.

Bij
mijn volgende auto heb ik ook een
hartkwaal.
Auto
kopen via internet, Goes