maisquenada.archief 2

eXTReMe Tracker
 maisquenada.index

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lowlands literair

'Schelden doet geen zeer,' troostte mijn moeder mij, als ik een speelkwartier lang 'brillejood!' en 'schele!' had moeten aanhoren. Ze vergiste zich. Een goedgekozen woord is krachtiger dan een welgemikte trap. Dat is de aantrekkingskracht van de poëzie. Dat je kunt toveren met dezelfde woorden die je gebruikt bij de bakker of de fietsenmaker.

Ik heb me ooit voorgenomen nooit te recenseren, nooit te organiseren, nooit te presenteren en nooit te jureren. Alleen het eerste heb ik volgehouden. Op het moment ben ik jurylid van de 'LL10 Literaire Webwedstrijd'. Het zegt wel iets over de status van de literatuur op Lowlands: beginnende bandjes zien knarsetandend toe dat alleen beginnende schrijvers en dichters een echt optreden kunnen winnen. Vorig jaar won aankomend cabaretière Katinka Polderman. Haar teksten zijn volkomen krankzinnig. Ze won met het lied 'Ik wil een piemel', geschreven toen ze vijftien was.

Een piemel is leuker en handig in gebruik
Je ziet meteen waar je wezen moet, want het steekt wat uit
En je merkt wanneer je klaar bent: als het spuit
En het maakt ook geen soppend geluid

Minstens even bizar was haar lied 'Mijn hartsvriendin moet dood'

Werd ze maar gevonden op de bodem van het IJ
Die hartsvriendin, die hartsvriendin, die hartsvriendin van mij
Was ze maar een bushokje in Israël
Die vieze vuile teringhoer, die gore del

Ik had stiekum gehoopt dat het haar landelijke doorbraak zou betekenen, maar wat niet is... Dit jaar zijn er weinig liedtekstschrijvers die inzenden, op een Drentse punkband na. Er wordt teveel in het Engels geschreven, denk ik.

De poëzie die ik binnenkrijg geeft wel een aardig beeld van wat mensen denken wat poëzie is. En vooral: dat dit nooit verandert, want ik schreef precies dezelfde gedichten toen ik twintig was. Over de kracht van woorden. Over gedichten schrijven. Maar vooral waren het humorloze gevoelsuitstortingen over wanhoop, liefde en verlangen. Met instemming las ik een omschrijving van Ingmar Heytze van een gedicht: het is een communicatiemiddel. Een gedicht brengt iets teweeg bij de lezer. Het is geen mededeling van de schrijver.

Dat je kunt toveren met dezelfde woorden die je gebruikt bij de bakker of de fietsenmaker verklaart de aantrekkingskracht van de poëzie. Dat ze door een iets andere rangschikking een nieuwe wereld kunnen openen. Zoals je van een Dafje een racemonster maakt door het in zijn achteruit te zette. Het is minder eenvoudig dan het klinkt. Een Dafje in zijn achteruit ís poëzie, maar het heeft de neiging over de kop te slaan. Zoals een gedicht doet, zonder goede stuurmanskunst. Een uitgekauwd cliché laten opzitten en achterstevoren door een hoepel doen springen is verdomd moeilijk. Hartebloed spillen zonder ze in krokodillentranen te doen veranderen is bijna onmogelijk. Rijmen zonder Sinterklaas-associaties een godsgeschenk.

Gelukkig krijg ik briljant werk binnen; voor de meeste dichters is het Schumacher willen zijn, maar eindigen als Jos Verstappen.

 LL10 Literaire Webwedstrijd, www.lowlands.nl, > column > wedstrijd 


Pyamamuis wordt oud

Pyamamuis wordt oud. Hij heeft de respectabele leeftijd van twee jaar bereikt. Hij ruikt een beetje. Zijn vachtje wordt vaal en hij is incontinent: zijn binnenste loopt eruit. Dat is verschrikkelijk. Pyjamamuis is namelijk de grote in-slaap-brenger van de kleine preuteman. Geen Pyjamamuis, geen slaap. Het gezicht tegen het gebreide buikje, een vinger aan het vervaagde merklipje. Soms klinkt er een angstige gil uit de preutemannekamer. Dan is Pyjamamuis even wandelen. Soms is hij achter het bed gekropen, soms ligt hij &endash; hoe mysterieus &endash; aan de overkant van de kamer. Soms ligt hij verstopt onder de slaapzak, veertien kilo paniek boven op hem.

Het is onbekend waar de handgrote Pyjamamuis vandaan komt. Opeens was hij er, meegekomen met bezoek. Voor zijn adoptie heette hij Sniffy, dat is alles wat van hem bekend is. Er is op de hele wereld geen Pyjamamuis meer te vinden. Er zijn alleen nog foto's. De panieksusser, de troostbrenger, de nachtmerrieverdrijver, hij is verdwenen.

Haak- en breinaald houden Pyjamamuis bij elkaar. Het schijnt dat kinderen van de ene op de andere dag kunnen overschakelen (maar ik had jaren hetzelfde popje waar jaarlijks een nieuw lijfje aan gebreid werd). Maar Koe, Geit, Rups en Minimuis wachten tot nu toe vergeefs op hun beurt.

Het is wachten op het onpeilbare verdriet, de snikkende slaap.

Sniffy werd geboren in 1995, in de fabriek van Russ Berrie

 


Vrijgezellenavond 1

De Vismarkt in Utrecht is een van de knelpunten in Utrecht. Toeristen en passanten zien hem als voetgangersgebied. Fietsers gebruiken hem als doorgangsroute. De fietsers hebben gelijk, maar de voetgangers worden door terrasjes en uitstallingen de stoepen afgedreven. Een geniepige fuik voor mensen met haast. Soms zijn het Tsjechische toeristen, soms zijn het vrije-reisdag-oma's. Soms zijn het de opgefokte blowers bij de coffeeshop, soms is het een internationaal gezelschap crusties die voor het kraakpand een veganistisch avondmaal nuttigen.

Nu is het een vrijgezellengroep oude meisjes. Het zijn niet van die tweedekans vrije vrouwen die zich veel te jong kleden en gedragen. Het is dat andere slag. Afgestudeerd. Een baan. Kansen op promotie verhoogd door zich aan te passen aan de omgeving en zich te kleden als een ouwe trut. En te trouwen. Ongetrouwde vrouwen op kantoor zijn een gevaar.

Maar vandaag zijn ze weer het meisje dat ze horen te zijn. Het gaat ze niet meer zo goed af. Ze zijn met teveel. Collega's en schoolvriendinnen die de bijnamen nog kennen mengen niet goed. De spontaniteit zit er dik op, maar spat er niet vanaf.

Er komt een fietser aan met haast. De aankomende bruid heeft een sluier op haar hoofd. Ze draagt een t-shirt. Op de rug staat: "Ik ben Linda. Morgen ben ik getrouwd. Als je me wilt kussen, roep dan gauw."

De fietser roep: "Hé Linda."
Ze draait zich om.
"Oh, nee, laat maar," zegt hij en fietst door.

 

Vrijgezellenavond 2

Waarom gaan mannen op een gegeven moment een ski-jack dragen? En vooral, waarom gaan ze alleen maar om met mannen die ook ski-jacks dragen? En gestreepte button-down overhemden.

Ze strijken denkbeeldige pluisjes van hun gestreken spijkerbroek als iemand bier is gaan halen en vertellen nog een keer van toen ze tegen die politiebus hebben gepist. En dan gaat weer iemand bier halen. En langzaam komen de verhalen weer omhoog, er worden armen om schouders geslagen. Ze noemen elkaar jongens. Aan de tafels om hen heen wordt verstoord opgekeken. Het volume stijgt omdat de verhalen zijn uitgeput.

Er komen namelijk al jaren geen nieuwe verhalen meer bij. Hun gezamenlijk verleden wordt lichter en lichter. En aan hun bloeddoorlopen ogen zie je dat ze dat zwaarder en zwaarder valt. Als ze zo meteen naar buiten gaan heffen ze een lied aan. En ze boeren keihard. Vuurwerk in de nacht dat boze geesten verjagen moet.

 


(30-06-2002)

Kindermenu in New York

(verhuisd naar maisquenada.lekker)

 


(01-07-2002)

De iMac-index

Er stonden twee Turkse vrouwen voor me bij de Lidl. De ene schudde ontdaan haar hoofd en zei: 'Vroeger 'eel kar voor 'onderd goelden. Nu 'onderd uuro nog niet genoeg.' De andere knikte begrijpend.

Ik loop nog steeds te vermenigvulden met twee, plus tien procent en schrik dan iedere keer van het resultaat. Maar wat kostte het een half jaar geleden ook alweer, toen de groente- en fruitoogsten in Zuid-Europa niet waren mislukt, de accijns op alcohol nog niet was verhoogd en die op frisdrank nog niet verlaagd? Geef ik mijn euro's uit als guldens? Is alles duurder geworden? Zijn cafébazen en winkeliers gewetenloze schurken? Misschien, maar dan heeft iedereen boter op zijn hoofd.

Een aardige indicatie is de prijs van een tweedehandse iMac. Een Apple Macintosh is een computer die lang zijn waarde houdt, omdat hij in tegenstelling tot een pc na vijf jaar nog aardig meekan. Een van de populairste internetsites om een tweedehandse aan te schaffen is Tweedehandsmac.nl. De beheerder verstuurt regelmatig een nieuwsbrief. De laatste editie ging over de euroflatie. En jawel. Kocht je in 2001 nog een iMac uit 1998 voor 500 gulden, tegenwoordig beginnen ze op 350 euro (771,30 gulden), bijna 40% meer. Niet alleen winkeliers, maar ook particulieren hebben de prisj omhoog gegooid.

De iMac-index bewijst het onweerlegbaar: de euroflatie bestaat.

Kopersstaking, 1 juli 2002

 


(01-07-2002)

De miljoenste meningokokkenvaccinatie

Vroeger gingen er alleen militairen aan dood, leek het: nekkramp. Ik dacht altijd dat het iets te maken met had met het leven in de kazerne. Enorme opluchting dat ik afgekeurd werd. Kon ik in ieder geval niet meer doodgaan aan nekkramp. Hoe zou dat voelen? Een enorme hand die je vastgreep en langzaam je nek vastknelde. Ik hoopte dat het dan tenminste een koele hand zou zijn. Zo'n grote hand waarin je je hoofd kon neervleien. Zo een als van je vader die kwam voelen of je koorts had. Dat je dan moe en ziek was en dat het dan eigenlijk helemaal niets gaf dat je dood ging.

Nekkramp heerst waar veel jonge mensen tegelijk aanwezig zijn. Dicht op elkaar ook nog. Dus niet op school, maar wel in de disco, of in de crèche. En nu gaan kinderen er aan dood. Een nationaal rampenplan treedt in werking. Grote hallen ingericht tot vaccinatiepost, verkeersregelaars, brieven, gratis fietsenstalling. En voor de kleinsten, een Disney-kleurboek. Met achterin een kortingsbon voor McDonald's.

Oja, McDonald's, ook zo'n plek waar veel kinderen dicht op elkaar zitten.

Meningokokkenvaccinatie Utrecht, 1 juli 2002

 


(30-06-2002)

Gipsplaten in een Staete

Wat willen mensen in een nieuw huis? Geen zelfdenkende koelkast die zelf melk bestelt (Oja, bij wie dan? Huismerk of Melkunie?) en ook geen licht dat automatisch aan en uitgaat. Nee. Ze willen een grote entree. En een hoger plafond.

Er zijn geluksvogels die zelf een huis kunnen bouwen, of die zich een appartement in een verbouwd ziekenhuis kunnen veroorloven. Maar de meeste mensen moeten zich behelpen met een sociale huurwoning, of een koophuis op een vinex-locatie. Dat is alle architectuur die ze ooit zullen tegenkomen. En wat een treurigheid is dat. Ik woon ook in zo'n huis. Als de wc-deur opengaat kan niemand de hal meer in of uit. De wc in de hal, ook geen pretje: probeer dan maar eens ontspannen bezoek te ontvangen als je de vorige dag gekruid gegeten hebt.

Mijn huis is in de jaren zeventig gebouwd, toen er nog gezellig overal asbest ingestopt werd, dus die nieuwe badkamer kunnen we zonder saneringsplan wel vergeten. Ik heb nog geluk. Ik kan de was nog buiten aan de lijn hangen en mijn fiets in de bijkeuken zetten. Mijn stelling: door de manier van bouwen van de laatste twee decennia zijn stroomverbruik (wasdroger), astmatische klachten (was op cv drogen, geen fatsoenlijke aansluiting voor afzuigkap) en fietsendiefstal explosief gestegen.

Er wordt niet nagedacht over huizen. Probeer maar eens een bed van twee meter breed de trap op te krijgen. Kijk naar het gehannes met verlengsnoeren vanwege de onhandige plaats van de stopcontacten. Als een architect aan een woonhuis denkt, denkt hij voornamelijk aan manieren om het niet op een huis te laten lijken. Maar een huis is een jas waarin je je gemakkelijk voelt. Geen haute-couture ding waar borsten of billen uitpiepen.

Ik weet het niet met architecten. Het Utrechts Universiteitsmuseum heeft ooit een architectuurprijs gewonnen. Een deel van de muren zijn weggezaagd en vervangen door glazen wanden. Om te voorkomen dat de collectie zou vergaan door de blootstelling aan zonlicht is die daarom in een grote houten doosconstructie gezet. Tamelijk omslachtig als je het mij vraagt, maar altijd nog beter dan wat er met het voormalige Wilhelmina Kinderziekenhuis is gebeurd. Het pand is omgedoopt tot het treurige 'Wilhelmina Staete'. De kopers van de peperdure appartementen treffen het niet beter dan ik: de muren zijn niet gestuct, maar betimmerd met gipsplaten. En dat voor een miljoen.

Dag van de Architectuur, 29 juni 2002


(27-06-2002)

De brievenjongens van het Van Gogh

Het bestaat nog, het ouderwetse monnikenwerk. In de spelonken van het Van Gogh Museum hebben Leo Jansen en Hans Luijten zich vrijwillig opgesloten voor een werk van onbegrijpelijke omvang. In 1994 zijn ze begonnen als frisse begin-dertigers. Veertien jaar later, in 2008, als bijna-vijftigers, zullen ze klaar zijn. Dan verschijnt de definitieve wetenschappelijke editie van alle brieven van Vincent van Gogh. In de originele taal waarin ze geschreven zijn.

De brievenjongens, zoals Hans en Leo in het Museum heten, zijn waarschijnlijk de enigen ter wereld die alle brieven van Van Gogh vast hebben mogen houden, die direct mogen zien hoe Vincent kalm schreef of agressief in het papier kraste. En misschien wel de laatste. Hij schreef met galnoteninkt. Door het hoge ijzergehalte daarin lijden de brieven aan inktvraat. Over een jaar of veertig zijn ze misschien voorgoed verdwenen.

De tentoonstelling 'De noodzaak tot schrijven' toont veertig originele brieven. Leuk gevonden is de omlijsting van post-attributen uit dezelfde periode. Wie wel eens meemaakt dat een op vrijdag geposte brief pas op dinsdag aankomt zal stomverbaasd ontdekken dat de brieven van Vincent uit Drente binnen twee dagen bij Theo in Parijs aankwamen...

Van de twee à drieduizend brieven die Vincent schreef zijn er negenhonderd over. Af en toe duikt er nog wel eens een onbekende tekening of ets op. Waarom geen pakketje brieven? Ik vraag me af of De brievenjongens van dat idee wel eens een wakker schrikken.

'De noodzaak tot schrijven', t/m 6 oktober 2002, Van Gogh-museum, Amsterdam

 


De dwarslaesie van Henk Westbroek

Henk Westbroek haalde in zijn eerste maanden als lokaal politicus voor Leefbaar Utrecht nationale bekendheid door het raadslid voor D66 Jos Lemair een dwarslaesie toe te wensen. De toon was gezet. Westbroek was een gek, een bloedhond, een Hadjememaar, een paljas. En erger nog: een zanger/deejay en een cafébaas.

Nou ben ik toevallig kort daarna met een aantal Utrechtse gemeenteraadsleden op excursie geweest naar het Tilburgse poppodium 013. Jos Lemair was er ook bij. Sterker nog, de hele dag was de grote Jos Lemair Show. Overal zijn grote tetter doorheen. En in de bus de hele tijd door het gangpad wandelen en maar popi doen. Eigenlijk kotsten we aan het eind van de dag allemaal van hem. Dus toen de bus in de Utrechtse binnenstad een onverwachte zwieper maakte en Jos Lemair bijna op zijn kop het trapgat van de dubbeldekker inkukelde dachten we allemaal hetzelfde.

Ik woon zelf in een Utrechtse volksbuurt en ik weet nu: Henk is een echte Utrechter. Grof in de mond. Onmiddellijk naar buiten stuivend bij onraad. Altijd zijn mening klaar. En een klein hartje. Maar van goud. Mijn buren gaan zelden stemmen, ze doen niet mee aan inspraakrondes en ze gaan niet naar buurtcommissievergaderingen "omdat dat geen zin heeft want de hoge heren hebben toch al besloten". Het erge is: het is waar. De gemeente Utrecht weet best wat goed voor je is en verder je mond houden. Ik word betutteld en zoetgehouden, naar mijn klachten wordt niet geluisterd. Op brieven pas na maanden gereageerd.

Heel politiek correct Nederland reageerde geschokt op de winst van de LPF. Wie beter op de Utrechtse gemeenteraadsverkiezingen had gelet kon het voorzien. Wie op de Utrechtse gemeentepolitiek let kan ook alvast wat leren. Binnen de kortste keren is Leefbaar Utrecht opgenomen in het politieke moeras van "als de trein eenmaal op de rails is hou je hem niet meer tegen". Busbanen en stadsvernieuwingprojecten worden nu uitgevoerd onder Leefbaar Utrecht, eerst de grootste tegenstander daarvan. Leefbaar Utrecht, in de raad gestemd door intellectueel Utrecht, wist zijn eigen aanhang van dichters, schrijvers en theatermakers te vervreemden door krankzinnige bezuinigingsoperaties en de stelling "een Bluesfestival is ook cultuur".

Kijk naar Leefbaar Utrecht en zie de toekomst van de LPF.

Westbroek was de politiek al snel beu toen bleek dat het geen spelletje was, maar een voortdurende saaie vergadering op plakkend pluche van sukkels die W.F Hermans een fascist vonden. Die beledigd waren door zijn uitvallen in plaats van vet terug te schelden. De moord op Pim Fortuijn gaf hem het excuus om er zonder gezichtsverlies uit te stappen. Wie heeft er geen begrip voor een vader met een dochter die bang is dat hij vermoord wordt?

Op de dag van de grote verkiezingsoverwinning van Leefbaar Utrecht vroeg partijvoorzitter Broos Schnetz aan me of ik de partij kritisch wilde blijven volgen. Bij deze: jammer dat je de politiek niet zo hebt kunnen veranderen als je wilde, Henk. Maar ik vind het te gemakkelijk van je om er dan na anderhalf jaar al mee op te houden. Ik voel me in de steek gelaten. Het is alsof je Utrecht met een dwarslaesie achterlaat.

 


(17-06-2002)

Hitler in Praag

Ook al zoiets raars in Praag: afbeeldingen van Hitler. Hier bijvoorbeeld een rubberen masker van Hitler. In café's zag ik stickers met zijn hoofd. Zou ik met zo'n masker op kunnen lopen tijdens het Carnaval (los van of ik dat zou willen)? Nu nog niet. Nog een eeuw misschien en dan is hij voorgoed geschiedenis. Zoals Djengis Kahn.

Praag

 


(14-06-2002)

Bordenmannetjes en -vrouwtjes in Praag

Praag heeft zijn Middeleeuwse stratenpatroon redelijk goed weten te behouden. Een doolhof. Ga dan maar eens aan een autochtoon de weg vragen. Hoeft niet meer. Levende wegwijzers. Ik heb niet durven vragen wat ze ermee verdienden.

Praag

 


(07-06-2002)

Kruikenzeikers

Het bestaat, maar ik heb het nog nooit gezien: plasstickers. Een plaatje in het urinoir dat verandert door warmte of zuurgraad van pis. Iets anders dat bestaat en dat ik nog nooit gezien heb: toiletreclame. Wel de lege frames boven het urinoir met eigenreclame. Maar nooit echte reclame. Terwijl het zoveel voordelen heeft, ronkt de website van Altermedia:

  • een langdurig contactmoment
  • ludieke manier van communiceren
  • relatief lage kosten per contact
  • niet weg te zappen of door te bladeren
  • géén ruis

Bij 'een langdurig contactmoment' op een toilet denk ik toch aan iets anders, om over ruis maar te zwijgen, maar goed.

Het wil maar niet echt lukken met de toiletreclame. Misschien komt het door de onbedoelde humor die toiletreclame.nl biedt. Zoals het succesverhaal over de HMG YorinFM Campagne Tilburg: "Samen met Play-advertising heeft Altermedia een campagne in Tilburg en Den Bosch verzorgt (sic) waarbij muziekzender Yorin haar frequentie-bekendheid wilde opschroeven. Aangezien de doelgroep perfect matcht met het bereik was ook hier succes onontkoombaar." Ja, luisteraars naar YorinFM doen niets dan zeiken.

Het grappige is dat nagenoeg alle geslaagde campagnes van toiletreclame.nl zich in Tilburg hebben afgespeeld. De bijnaam voor Tilburgers is 'Kruikenzeikers'.

www.toiletreclame.nl

Gezien: herentoilet lunchroom Vocking, Steenweg Utrecht

 


(05-06-2002)

Op Foxtrot-temperatuur

Ik heb me van de week laten uitleggen wie Pierre van Hooijdonk is. Ik werd meteen voor wereldvreemde gek uitgemaakt. Sorry, ik ben voetbaldoof en -blind. Tegen de tijd dat ik een beetje weet wie Koeman en Rijkaard zijn (en vooral, hoe ze eruit zien) blijken ze al jaren niet meer mee te spelen. Om als voetballer te blijven plakken in mijn hoofd moet je op zijn minst iemand doodrijden of aanranden. Nee, dat is niet om te lachen, ik heb een half jaar geen Dorito's gegeten.

Daar staat tegenover dat heel veel mensen glazig kijken als ik 'Martin Amis' zeg. Of dat ze hun schouders ophalen als ik een zweterig-warme kamer zeg dat de boel op Foxtrot-temperatuur is. Zo'n zestigduizend mensen leven het hele jaar naar het Lowlandsfestival toe. Ze hebben het toegangsbandje van vorig jaar nog om hun polsen. Zeg: 'Vierentwintiguurstent', 'plaskruis', 'Perstent', 'Foxtrot', 'Higher Ground' en ze beginnen te grinniken.

Voor en over die mensen is een fotoboek verschenen. Het is pas in augustus te koop, maar de bobo's, organisatoren, sponsors en ik hebben er alvast eentje in de kast staan. Prachtige foto's, maar voor een niet-ingewijde net zo onbegrijpelijk als buitenspel voor mij.

Presentatie fotoboek LL10, Galerie de Melkweg, Amsterdam www.lowlands.nl

 


Verbijstering na karaktermoord op Arjan Peters

(van onze verslaggever)

 De eerste literaire karaktermoord in de moderne geschiedenis van Nederland heeft tot ongekende ontzetting geleid. Duizenden mensen in de Amsterdamse Grachtengordel gingen het Spui op. Zij getuigden van hun woede en ongeloof voor café de Zwart. Bij uitgeverij de Arbeiderspers sneuvelden enkele ruiten en werd brand gesticht in de fietsenkelder. Er werden leuzen geroepen als 'Zwagerman, heb je nu je zin?!'

'Ik ben echt kapot over wat hier is gebeurd,' zei voorzitter van de CPNB, Henk Kraima. ' Het is diep tragisch voor onze literaire kritiek, onze schrijvers en de literatuur.' De aanslag op Volkskrantrecensent Arjan Peters, in het Privé-domein 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid', zal mogelijk leiden tot uitstel van de Librisprijs, de AKO-prijs, de Woutertje Pieterse prijs, de Multatuliprijs, de Bordewijkprijs, de Woutertje Pieterse prijs, De Gouden Uil en de Elle gedichtenwedstrijd.

De vermoedelijke dader is Ronald G., een 36-jarige romanschrijver, zei literaire-politie woordvoerder Michael Zeeman gisteren vanuit Italië. Zijn antecedenten zijn bekend. Er is brononderzoek in zijn archief verricht. De man wilde geen verklaring afleggen. Peters werd geraakt in zijn geloofwaardigheid, oprechtheid, portemonnee en beneden de gordel.

Arjan Peters werd bekend door zijn manier van boeken bespreken. Zonder respect voor gevestigde reputaties, of de onuitgesproken afspraak dat je debutanten het voordeel van de twijfel geeft, stoomde hij in een jaar op van het obscure studentenblad Sum naar de Volkskrant. Zijn botte manier van bespreken maakte hem ongekend populair bij de jongeren. Op de man spelen, nadruk leggen op een enkele lelijke zin, betweterig doen met juiste, maar in onbruik geraakte grammaticale constructies, inconsequent autobiografische elementen afkeuren of juist prijzen, cliché's signaleren, hij draaide er zijn hand niet voor om. Het leverde recensies op, enig in hun soort.

Dit hooliganisme bracht hem vaak in benarde situaties. Peters was meestal de enige in een jubelkoor van recensenten die een boek afkeurde. Hugo Claus, Jan Wolkers, Adriaan Morriën, Gerrit Komrij, zij kunnen allemaal zijn bloed wel drinken. Het feit dat hij iedere debutant die ooit in het legendarische Zoetermeer (Ronald G. zat toen in de redactie) stond heeft afgekraakt, wordt in verband gebracht met de weigering van de toenmalige redactie Peters in hun gelederen op te nemen. Peters leek schrijvers te haten. Zijn levensgezel ontkende dit verband. 'Als een debutant de schrijver loopt uit te hangen en het resultaat valt tegen, dan mag hij extra hard worden aangepakt.'

Op het Spui verklaarde de achttienjarige Bernd dat hij van plan was geweest alle boeken van Kees 't Hart voor zijn lijst te gaan lezen. 'Voor het eerst. Maar nu ga ik toch maar de uittreksels van internet downloaden.'

De boekhandels hebben alle promotiecampagnes voor de literatuur afgebroken en beraden zich over de toekomst. 'De Nederlandse literatuur heeft zijn onschuld verloren. Schrijvers maken boeken en recensenten kraken die af. Het is niet de bedoeling dat schrijvers gaan terugslaan. Zo is de lol er voor ons af.'

Volgens Arie Storm, die alleen door Arjan Peters goed wordt gerecenseerd, hebben de schrijvers en uitgevers een sfeer gecreëerd die dit soort karaktermoorden mogelijk maakt. 'Door sommigen is Peters neergezet als een verachtelijk en duivels mens,' zei Storm. Hij beschuldigde met name Joost Zwagerman die ooit in Vrij Nederland hetze een tegen Peters voerde.

 Pagina 2: Buren: 'Ronald G. heeft rommelige voortuin.'

Pagina 3: Arjan Peters: 'Ik heb niets tegen slechte schrijvers. Ik ben er zelfs met eentje getrouwd.'

Pagina 4: Salman Rushdie opnieuw ondergedoken

Analyse: 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid' verscheen op 18 juni 2002

 


De Volvo 300 Club

Hij werd begin jaren zeventig ontworpen als de Daf 88, maar om hem te kunnen maken was een buitenlandse investeerder nodig. Het scheelde weinig of hij had de Renault zus geheten, of de BMW zo, maar het werd Volvo 343. Bij de introductie in 1976 kostte hij evenveel als een Ford Granada, zeventienduizend gulden. De Volvo 300-serie ging 15 jaar mee. Ter vergelijking, elke 8 jaar verschijnt er een nieuwe Golf.

Er werden er in 16 jaar meer dan een miljoen van gebouwd (ter vergelijking, er worden elk jaar een mijoen Golfs gebouwd), waarvan zo'n 200.00 met Variomatic, door Volvo omgedoopt tot het minder lullig klinkende CVT. Alle voorwaarden om een klassieker te worden. Dat wil maar niet lukken. Nog meer dan de Daf is de Volvo 300-serie een oma-en-opa auto geworden. Wie zijn opa had er geen? Het is ook een weinig opvallende auto. Niet snel, plomp gebouwd, dorstig. Wel een veilige auto. En betrouwbaar. Behalve de mijne dan.

De 300 is al elf jaar uit productie. De dealers ruimen hun onderdelen op, ze zijn niet meer verplicht die in het magazijn te hebben. Sloperijen laten steeds minder vaak een auto staan om kaal te plukken. Over vijf jaar zijn ze zeldzaam. Maar wie wil er dan een? Er is inmiddels een club opgericht. De eigenaren van een 300-serie met CVT konden al terecht bij de Dafclub. En nu hebben de eigenaren van een Volvo 360 met tweeliter injectiemotor ook een plek.

De Volvo 300 Club doet al helemaal mee. De eerste kampeertocht is al een feit. Dat moet toch eens uitgezocht worden, waarom leden van een autoclub altijd gaan kamperen. Omdat ze dan naast hun auto kunnen slapen?

www.volvo300club.nl

 


(25-05-2002)

Soepkeuken Chartier

(verhuisd naar maisquenada.lekker)


(19-05-2002)

Ramptoerisme

'Heb jij misschien wat Prozac? Ik heb namelijk last van een acute depressie.'

Ik weet niet meer te mompelen dan 'Nee.'

'Zullen we dan maar gaan zoenen?'

'Ik ben allergisch voor zoenen,' mislukt mijn gevatte antwoord.

'Ik heb de neiging een vinger in je montuur te steken om te kijken of er echt wel glazen in zitten,' amuseert ze haar vriendin.

'Dacht jij dan soms dat ook mijn neus meekwam als ik mijn bril afzette?' kom ik nu iets beter uit de hoek.

Alle cliché's zijn bevestigd. Het licht gaan aan in de pauze van de Volkskrant Lekker single literair middag en De Originele Openingszinnen vliegen onmiddellijk rond. Drie achter elkaar, kan het hongeriger? Ik ben geen single (nooit geweest ook, hooguit vrijgezel), net als veel mensen om me heen. We komen naar de dampende puinhopen van de mislukte relaties kijken. Ik voel me een ramptoerist.

Vandaag wordt het boek 'De moderne man' van Henk Noort gepresenteerd. Hij vat de moderne man kort samen als videorecorder. Een handig apparaat, als je maar weet waar de knopjes zitten. Leuk bedacht. Was het boek maar voor de pauze gepresenteerd, dan had de mevrouw van de Prozac geweten dat het niet genoeg is te weten waar de knopjes zitten. Maar ook dat je ze niet allemaal tegelijk moet indrukken.

Presentatie De Moderne man, een handleiding voor de vrouw op de Volkskrant Lekker single literair middag, Tivoli, Utrecht, 19 mei

 


(17-05-2002)

Reiseten 1

Voor ik op vakantie ga zoek ik uit mijn boekenkast een aantal boeken uit. Die ga ik dan lenen in de bibliotheek. Kom zeg, geen zonnebrandolie, zand of chouriço-velletjes in mijn boeken. Ideale reisboeken zijn dikke pillen. Proust, Joyce, Eco, Martin Amis. Donna Tartt. Uit verveling moet je ze wel lezen. Niet geschikt zijn bundels met reisverhalen. Op reis wil je niet lezen over de veel interessanter reizen van andere mensen. Reisverhalen lees je thuis, in de winter, om in de stemming te komen.

Voor de vijftiende keer: de beste reisverhalen van het voorafgaande jaar, samengesteld door Rudi Wester. Goed boek, verhaal van mij erin. Rode draad in deze editie: het eten, met name de diarree. Nu alvast kopen, in december lezen voor het volgende jaar. Eén verhaal over Japan. Hapjes: sushi. Drank: lauwe rosé.

Presentatie Op reis, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 17 mei, 17.00 uur

 

Reiseten 2

Als ik op reis ga trakteer ik me op de Rough Guide van dat land. Tenzij er alleen een Lonely Planet van bestaat. Onmisbaar als je op zoek bent naar goedkope hotels en hippe café's. In Portugal heb ik daar Portugal, een gids voor vrienden naast liggen. De Spaanse evenknie van dat boek is nu verschenen. Spanje, een reisgids, van Rik Zaal. Heel Spanje in 672 pagina's (behalve Casteldefels waar mijn zus woont). De eerste reisgids waarin de schrijver af en toe eerlijk zegt dat hij het niet weet. Helemaal over Spanje. Hapjes: tapas. Drank: San Miguel.

Presentatie Spanje, een reisgids, Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam, 17 mei, 20 uur

 


 (08-05-2002)

Pim pam pet

Politieke onderwerpen die met een 'O' beginnen. Ongenoegen. Onvrede. Onbehagen. Ongeloof.
Amsterdam, 7 mei 2002. De laatste aflevering van 'Mevrouw de minister' wordt opgenomen. Een tank zal door de Wibautstraat rijden. Een crisiscentrum is ingericht.

Utrecht, 8 mei 2002. Alles wordt er met de haren bijgesleept.


(03 & 04-05-2002)

300.000 paarden

Er is in België een compleet nieuwe stad gebouwd. In 1918 stond er helemaal niets. Twintig jaar later was hij af. Men noemde de stad Ieper. Omdat op die plaats eerder een stad stond die Ieper heette. Dat was een middeleeuwse stad die uit de hele wereld cultuur- en architectuurtoeristen trok. En dagjesmensen. Ieper had het ongeluk dat het dicht bij de Franse grens lag en daarmee midden in de frontlijn van de Groote Oorlog. Eerste Wereldoorlog, zeggen we tegenwoordig.

Aan het einde van de oorlog leek Ieper op Hiroshima in 1945, of op Grozny nu. Van alle drie de steden hangen foto's op de tentoonstelling 'dead.lines.Ieper werd zo grondig verwoest dat er amper bouwtekeningen of foto's overbleven. Ieper is een middeleeuwse stad uit het hoofd nagebouwd.

De gruwelen van de oorlog zijn niet alleen voelbaar in de tijdelijke en permanente tentoonstelling in de Lakenhallen (een kopie van de middeleeuwse Lakenhallen), maar nog steeds in de hele wijde omgeving. Achter elk bosje ligt een gedenkplaat, een militair kerkhof, een doolhof aan herinneringen.

'Er zijn 300.000 paarden omgekomen, dat vergeten veel mensen,' zegt een gids als hij op Hill 62 tussen de loopgraven een paardenskelet aanwijst. Het gerucht gaat dat de opa van de eigenaar van het particuliere museum Hill 62 zelf de authentieke loopgraven heeft gegraven. Als hem dat de verzameling wapentuig en scherpe munitie in het museum heeft opgeleverd blijft het indrukwekkend.

De soldaten werden met paarden, sabels, bajonetten en operettekostuums de loopgraven ingestuurd.In de vette klei rond Ieper zijn 750.000 soldaten met massavernietingswapens uiteengereten, tot er een metersdikke laag van klei, water en rottende lijken ontstond. Het is gruwelijk en het beste wat Ieper kon overkomen. De kopie Ieper trekt meer toeristen dan de originele stad ooit zou doen.

Aanbevolen gids: Chrisje en Kees Brants - Velden van weleer. Nijgh & Van Ditmar

dead.lines, tot en met november 2002 Lakenhallen Ieper. www.inflandersfield.be

 


(30-04-2002)

Beerwerpen

 

Het zijn van die kleine mysteries in het leven die je blijven najagen. Een losse gymschoen in de goot, bijvoorbeeld. Dat schijnt een verloren speeltje te zijn van een passerende hond. Aannemelijk. Maar waarom liggen die schoenen dan ook op de vluchtstrook langs de snelweg? Niet meer aan denken.

In Utrecht hangen teddyberen in een boom op het Predikherenkerkhof. Teddyberen en kermisknuffels (niet-gelijkende Paddingtons, roze olifanten, blauwe giraffen). De kleur is eraf. Ze zijn groen van de algen of zwart uitgeslagen. Of half vergaan: tussen de takken van de boom is wat obsceen witte vulling geweven. Wat is hier gebeurd? Een complete kleuterklas door paranoïde geblowde bezoekers uit de coffeeshop op de hoek beroofd? Een vader zonder bezoekrecht die een daad wilde stellen?

Het mysterie wordt op Koninginnedag opgelost. De woongroep Predikherenkerkhof organiseert elk jaar een wedstrijd 'Beerwerpen'. Wie zijn beer/olifant/Barbie in de hoogste takken gooit wint.

De opbrengst gaat naar een goed doel. In 2002 was dat het Berenbos, waar bijvoorbeeld afgedankte circusberen onderdak vinden. Een goed doel. Denk daaraan als er op het Predikherenketrkhof opeens een geschimmelde Ernie op je kop waait.

(Beerwerpen, t.o. Predikherenkerkhof 13, 30 april 2003 rond 17.00 uur.)

 


(28-04-2002)

Rondzame vlinders

Het schijnt dat een miljoen Nederlanders een ongepubliceerde roman of dichtbundel in de la heeft liggen. Of een aanzet daartoe. Het lijkt daarmee geen voorbarige conclusie dat er voornamelijk gelezen wordt door stuurlui aan wal. Een nachtmerrie voor schrijvers. Ik wil er niet aan denken. Bij boekpresentaties, literaire festivals en voorleesavonden ontkom je er niet aan. Na afloop is er altijd wel iemand die zweterig een papiertje in je handen duwt met een redactieadres, een visitekaartje met de URL van een website, een netjes ge-DTP'd literair tijdschrift. Of een bierviltje met een gedicht.

 

Het zingt in mijn hoofd

de vlinders zijn rondzaam

ze mengen

en boxen

ze doen wat ze moeten

 

De gedichten van Bruno Vermeulen zijn zo hermetisch dat je vermoedt dat hij ze in een LSD-trip heeft geschreven. Een uitleg vragen levert ook niet veel op. Bruno is zo onverstaanbaar dat je hem nog ergens bij Jupiter waant. Dat komt omdat hij een Brusselaar is. Ik tref hem op de twintigste dag van zijn rondreis door de Benelux op de presentatie van Drugs, verslavende gedichten. Hij schrijft zich van stad naar stad, een spoor van beschreven bierviltjes achter zich. Af en toe moet hij terugkeren o,mdat hij een betrekking heeft, maar niet lang meer of hij zal deze wereld van watten daaglijksheid ontstijgen en als een rondzame vlinder de poëzie over Europa verspreiden.

Laten we hopen dat de moderniteit bierviltjes aan weerszijden te bedrukken niet teveel navolging zal vinden.

Presentatie Drugs, verslavende gedichten, bijeengebracht door Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in café de Bastaard Utrecht

 


  (21 maart, de lente is begonnen)

Vogeltje, wat zing je vroeg

'Hé! Eikel! Oprotten. Wegwezen hier. Dit is mijn plek. Dit is al jaren mijn plek en daarvoor was het de plek van mijn familie. Van mij! Van mij! Helemaal van mij! Moet ik het er bij je inrammen, vuile gluiperd? Deze plek is van mij, van hier tot zover je kijken kunt! Haal het niet in je hoofd in de buurt komen, want ik trem je helemaal in elkaar. Ik jaag je van hier tot het oneindige. Opzouten, sukkel met je kromme poten. Zie je die tuin? Van mij. Zie je dat eten? Van mij. Zie je dat bouwmateriaal? Van mij. Moet ik dichterbijkomen? Ik ben niet voor de poes. Ik ben voor niet bang. Ik ram je zo voor je kop. Niet zo naar mijn wijf kijken. Ik heb niet voor niets de mooiste vrouw van de wijde omtrek. Die gaat niet bij me weg. Zo goed krijgt ze het nooit meer. Luister maar hoe goed ik ben. Zal ik het voor je spellen. Begrepen? Opzouten. Zo, klaar.'

Aldus spreekt, vrij vertaald, elke ochtend en avond de merel op de nok van het dak van mijn huis.