Lowlands
literair
'Schelden
doet geen zeer,' troostte mijn moeder mij, als ik een
speelkwartier lang 'brillejood!' en 'schele!' had
moeten aanhoren. Ze vergiste zich. Een goedgekozen
woord is krachtiger dan een welgemikte trap. Dat is de
aantrekkingskracht van de poëzie. Dat je kunt
toveren met dezelfde woorden die je gebruikt bij de
bakker of de fietsenmaker.
Ik
heb me ooit voorgenomen nooit te recenseren, nooit te
organiseren, nooit te presenteren en nooit te jureren.
Alleen het eerste heb ik volgehouden. Op het moment
ben ik jurylid van de 'LL10 Literaire Webwedstrijd'.
Het zegt wel iets over de status van de literatuur op
Lowlands: beginnende bandjes zien knarsetandend toe
dat alleen beginnende schrijvers en dichters een echt
optreden kunnen winnen. Vorig jaar won aankomend
cabaretière Katinka Polderman. Haar teksten
zijn volkomen krankzinnig. Ze won met het lied 'Ik wil
een piemel', geschreven toen ze vijftien was.
Een
piemel is leuker en handig in
gebruik
Je
ziet meteen waar je wezen moet, want het steekt wat
uit
En
je merkt wanneer je klaar bent: als het
spuit
En
het maakt ook geen soppend geluid
Minstens
even bizar was haar lied 'Mijn hartsvriendin moet
dood'
Werd
ze maar gevonden op de bodem van het
IJ
Die
hartsvriendin, die hartsvriendin, die hartsvriendin
van mij
Was
ze maar een bushokje in
Israël
Die
vieze vuile teringhoer, die gore
del
Ik
had stiekum gehoopt dat het haar landelijke doorbraak
zou betekenen, maar wat niet is... Dit jaar zijn er
weinig liedtekstschrijvers die inzenden, op een
Drentse punkband na. Er wordt teveel in het Engels
geschreven, denk ik.
De
poëzie die ik binnenkrijg geeft wel een aardig
beeld van wat mensen denken wat poëzie is. En
vooral: dat dit nooit verandert, want ik schreef
precies dezelfde gedichten toen ik twintig was. Over
de kracht van woorden. Over gedichten schrijven. Maar
vooral waren het humorloze gevoelsuitstortingen over
wanhoop, liefde en verlangen. Met instemming las ik
een omschrijving van Ingmar Heytze van een gedicht:
het is een communicatiemiddel. Een gedicht brengt iets
teweeg bij de lezer. Het is geen mededeling van de
schrijver.
Dat
je kunt toveren met dezelfde woorden die je gebruikt
bij de bakker of de fietsenmaker verklaart de
aantrekkingskracht van de poëzie. Dat ze door een
iets andere rangschikking een nieuwe wereld kunnen
openen. Zoals je van een Dafje een racemonster maakt
door het in zijn achteruit te zette. Het is minder
eenvoudig dan het klinkt. Een Dafje in zijn achteruit
ís poëzie, maar het heeft de neiging over
de kop te slaan. Zoals een gedicht doet, zonder goede
stuurmanskunst. Een uitgekauwd cliché laten
opzitten en achterstevoren door een hoepel doen
springen is verdomd moeilijk. Hartebloed spillen
zonder ze in krokodillentranen te doen veranderen is
bijna onmogelijk. Rijmen zonder
Sinterklaas-associaties een godsgeschenk.
Gelukkig
krijg ik briljant werk binnen; voor de meeste dichters
is het Schumacher willen zijn, maar eindigen als Jos
Verstappen.
LL10
Literaire Webwedstrijd, www.lowlands.nl,
> column >
wedstrijd
Pyamamuis wordt oud
Pyamamuis
wordt oud. Hij heeft de respectabele leeftijd van twee
jaar bereikt. Hij ruikt een beetje. Zijn vachtje wordt
vaal en hij is incontinent: zijn binnenste loopt
eruit. Dat is verschrikkelijk. Pyjamamuis is namelijk
de grote in-slaap-brenger van de kleine preuteman.
Geen Pyjamamuis, geen slaap. Het gezicht tegen het
gebreide buikje, een vinger aan het vervaagde
merklipje. Soms klinkt er een angstige gil uit de
preutemannekamer. Dan is Pyjamamuis even wandelen.
Soms is hij achter het bed gekropen, soms ligt hij
&endash; hoe mysterieus &endash; aan de overkant van
de kamer. Soms ligt hij verstopt onder de slaapzak,
veertien kilo paniek boven op hem.
Het
is onbekend waar de handgrote Pyjamamuis vandaan komt.
Opeens was hij er, meegekomen met bezoek. Voor zijn
adoptie heette hij Sniffy, dat is alles wat van hem
bekend is. Er is op de hele wereld geen Pyjamamuis
meer te vinden. Er zijn alleen nog foto's. De
panieksusser, de troostbrenger, de
nachtmerrieverdrijver, hij is verdwenen.
Haak-
en breinaald houden Pyjamamuis bij elkaar. Het schijnt
dat kinderen van de ene op de andere dag kunnen
overschakelen (maar ik had jaren hetzelfde popje waar
jaarlijks een nieuw lijfje aan gebreid werd). Maar
Koe, Geit, Rups en Minimuis wachten tot nu toe
vergeefs op hun beurt.
Het
is wachten op het onpeilbare verdriet, de snikkende
slaap.
Sniffy
werd geboren in 1995, in de fabriek van Russ
Berrie
Vrijgezellenavond
1
De
Vismarkt in Utrecht is een van de knelpunten in
Utrecht. Toeristen en passanten zien hem als
voetgangersgebied. Fietsers gebruiken hem als
doorgangsroute. De fietsers hebben gelijk, maar de
voetgangers worden door terrasjes en uitstallingen de
stoepen afgedreven. Een geniepige fuik voor mensen met
haast. Soms zijn het Tsjechische toeristen, soms zijn
het vrije-reisdag-oma's. Soms zijn het de opgefokte
blowers bij de coffeeshop, soms is het een
internationaal gezelschap crusties die voor het
kraakpand een veganistisch avondmaal nuttigen.
Nu
is het een vrijgezellengroep oude meisjes. Het zijn
niet van die tweedekans vrije vrouwen die zich veel te
jong kleden en gedragen. Het is dat andere slag.
Afgestudeerd. Een baan. Kansen op promotie verhoogd
door zich aan te passen aan de omgeving en zich te
kleden als een ouwe trut. En te trouwen. Ongetrouwde
vrouwen op kantoor zijn een gevaar.
Maar
vandaag zijn ze weer het meisje dat ze horen te zijn.
Het gaat ze niet meer zo goed af. Ze zijn met teveel.
Collega's en schoolvriendinnen die de bijnamen nog
kennen mengen niet goed. De spontaniteit zit er dik
op, maar spat er niet vanaf.
Er
komt een fietser aan met haast. De aankomende bruid
heeft een sluier op haar hoofd. Ze draagt een t-shirt.
Op de rug staat: "Ik ben Linda. Morgen ben ik
getrouwd. Als je me wilt kussen, roep dan
gauw."
De
fietser roep: "Hé
Linda."
Ze
draait zich om.
"Oh,
nee, laat maar," zegt hij en fietst door.

Vrijgezellenavond
2
Waarom
gaan mannen op een gegeven moment een ski-jack dragen?
En vooral, waarom gaan ze alleen maar om met mannen
die ook ski-jacks dragen? En gestreepte button-down
overhemden.
Ze
strijken denkbeeldige pluisjes van hun gestreken
spijkerbroek als iemand bier is gaan halen en
vertellen nog een keer van toen ze tegen die
politiebus hebben gepist. En dan gaat weer iemand bier
halen. En langzaam komen de verhalen weer omhoog, er
worden armen om schouders geslagen. Ze noemen elkaar
jongens. Aan de tafels om hen heen wordt verstoord
opgekeken. Het volume stijgt omdat de verhalen zijn
uitgeput.
Er
komen namelijk al jaren geen nieuwe verhalen meer bij.
Hun gezamenlijk verleden wordt lichter en lichter. En
aan hun bloeddoorlopen ogen zie je dat ze dat zwaarder
en zwaarder valt. Als ze zo meteen naar buiten gaan
heffen ze een lied aan. En ze boeren keihard. Vuurwerk
in de nacht dat boze geesten verjagen moet.
(30-06-2002)
Kindermenu in New
York
(verhuisd
naar maisquenada.lekker)
(01-07-2002)
De
iMac-index
Er
stonden twee Turkse vrouwen voor me bij de Lidl. De
ene schudde ontdaan haar hoofd en zei: 'Vroeger 'eel
kar voor 'onderd goelden. Nu 'onderd uuro nog niet
genoeg.' De andere knikte begrijpend.
Ik
loop nog steeds te vermenigvulden met twee, plus tien
procent en schrik dan iedere keer van het resultaat.
Maar wat kostte het een half jaar geleden ook alweer,
toen de groente- en fruitoogsten in Zuid-Europa niet
waren mislukt, de accijns op alcohol nog niet was
verhoogd en die op frisdrank nog niet verlaagd? Geef
ik mijn euro's uit als guldens? Is alles duurder
geworden? Zijn cafébazen en winkeliers
gewetenloze schurken? Misschien, maar dan heeft
iedereen boter op zijn hoofd.
Een
aardige indicatie is de prijs van een tweedehandse
iMac. Een Apple Macintosh is een computer die lang
zijn waarde houdt, omdat hij in tegenstelling tot een
pc na vijf jaar nog aardig meekan. Een van de
populairste internetsites om een tweedehandse aan te
schaffen is Tweedehandsmac.nl.
De beheerder verstuurt regelmatig een nieuwsbrief. De
laatste editie ging over de euroflatie. En jawel.
Kocht je in 2001 nog een iMac uit 1998 voor 500
gulden, tegenwoordig beginnen ze op 350 euro (771,30
gulden), bijna 40% meer. Niet alleen winkeliers, maar
ook particulieren hebben de prisj omhoog
gegooid.

De
iMac-index bewijst het onweerlegbaar: de euroflatie
bestaat.
Kopersstaking,
1 juli 2002
(01-07-2002)
De miljoenste
meningokokkenvaccinatie
Vroeger
gingen er alleen militairen aan dood, leek het:
nekkramp. Ik dacht altijd dat het iets te maken met
had met het leven in de kazerne. Enorme opluchting dat
ik afgekeurd werd. Kon ik in ieder geval niet meer
doodgaan aan nekkramp. Hoe zou dat voelen? Een enorme
hand die je vastgreep en langzaam je nek vastknelde.
Ik hoopte dat het dan tenminste een koele hand zou
zijn. Zo'n grote hand waarin je je hoofd kon
neervleien. Zo een als van je vader die kwam voelen of
je koorts had. Dat je dan moe en ziek was en dat het
dan eigenlijk helemaal niets gaf dat je dood
ging.
Nekkramp
heerst waar veel jonge mensen tegelijk aanwezig zijn.
Dicht op elkaar ook nog. Dus niet op school, maar wel
in de disco, of in de crèche. En nu gaan
kinderen er aan dood. Een nationaal rampenplan treedt
in werking. Grote hallen ingericht tot vaccinatiepost,
verkeersregelaars, brieven, gratis fietsenstalling. En
voor de kleinsten, een Disney-kleurboek. Met achterin
een kortingsbon voor McDonald's.
Oja,
McDonald's, ook zo'n plek waar veel kinderen dicht op
elkaar zitten.

Meningokokkenvaccinatie
Utrecht, 1 juli 2002
(30-06-2002)
Gipsplaten in een
Staete
Wat
willen mensen in een nieuw huis? Geen zelfdenkende
koelkast die zelf melk bestelt (Oja, bij wie dan?
Huismerk of Melkunie?) en ook geen licht dat
automatisch aan en uitgaat. Nee. Ze willen een grote
entree. En een hoger plafond.
Er
zijn geluksvogels die zelf een huis kunnen bouwen, of
die zich een appartement in een verbouwd ziekenhuis
kunnen veroorloven. Maar de meeste mensen moeten zich
behelpen met een sociale huurwoning, of een koophuis
op een vinex-locatie. Dat is alle architectuur die ze
ooit zullen tegenkomen. En wat een treurigheid is dat.
Ik woon ook in zo'n huis. Als de wc-deur opengaat kan
niemand de hal meer in of uit. De wc in de hal, ook
geen pretje: probeer dan maar eens ontspannen bezoek
te ontvangen als je de vorige dag gekruid gegeten
hebt.
Mijn
huis is in de jaren zeventig gebouwd, toen er nog
gezellig overal asbest ingestopt werd, dus die nieuwe
badkamer kunnen we zonder saneringsplan wel vergeten.
Ik heb nog geluk. Ik kan de was nog buiten aan de lijn
hangen en mijn fiets in de bijkeuken zetten. Mijn
stelling: door de manier van bouwen van de laatste
twee decennia zijn stroomverbruik (wasdroger),
astmatische klachten (was op cv drogen, geen
fatsoenlijke aansluiting voor afzuigkap) en
fietsendiefstal explosief gestegen.
Er
wordt niet nagedacht over huizen. Probeer maar eens
een bed van twee meter breed de trap op te krijgen.
Kijk naar het gehannes met verlengsnoeren vanwege de
onhandige plaats van de stopcontacten. Als een
architect aan een woonhuis denkt, denkt hij
voornamelijk aan manieren om het niet op een huis te
laten lijken. Maar een huis is een jas waarin je je
gemakkelijk voelt. Geen haute-couture ding waar
borsten of billen uitpiepen.
Ik
weet het niet met architecten. Het Utrechts
Universiteitsmuseum heeft ooit een architectuurprijs
gewonnen. Een deel van de muren zijn weggezaagd en
vervangen door glazen wanden. Om te voorkomen dat de
collectie zou vergaan door de blootstelling aan
zonlicht is die daarom in een grote houten
doosconstructie gezet. Tamelijk omslachtig als je het
mij vraagt, maar altijd nog beter dan wat er met het
voormalige Wilhelmina Kinderziekenhuis is gebeurd. Het
pand is omgedoopt tot het treurige 'Wilhelmina
Staete'. De kopers van de peperdure appartementen
treffen het niet beter dan ik: de muren zijn niet
gestuct, maar betimmerd met gipsplaten. En dat voor
een miljoen.
Dag
van de Architectuur, 29 juni 2002
(27-06-2002)
De brievenjongens
van het Van Gogh
Het
bestaat nog, het ouderwetse monnikenwerk. In de
spelonken van het Van Gogh Museum hebben Leo Jansen en
Hans Luijten zich vrijwillig opgesloten voor een werk
van onbegrijpelijke omvang. In 1994 zijn ze begonnen
als frisse begin-dertigers. Veertien jaar later, in
2008, als bijna-vijftigers, zullen ze klaar zijn. Dan
verschijnt de definitieve wetenschappelijke editie van
alle brieven van Vincent van Gogh. In de originele
taal waarin ze geschreven zijn.
De
brievenjongens, zoals Hans en Leo in het Museum heten,
zijn waarschijnlijk de enigen ter wereld die alle
brieven van Van Gogh vast hebben mogen houden, die
direct mogen zien hoe Vincent kalm schreef of
agressief in het papier kraste. En misschien wel de
laatste. Hij schreef met galnoteninkt. Door het hoge
ijzergehalte daarin lijden de brieven aan inktvraat.
Over een jaar of veertig zijn ze misschien voorgoed
verdwenen.

De
tentoonstelling 'De noodzaak tot schrijven' toont
veertig originele brieven. Leuk gevonden is de
omlijsting van post-attributen uit dezelfde periode.
Wie wel eens meemaakt dat een op vrijdag geposte brief
pas op dinsdag aankomt zal stomverbaasd ontdekken dat
de brieven van Vincent uit Drente binnen twee dagen
bij Theo in Parijs aankwamen...
Van
de twee à drieduizend brieven die Vincent
schreef zijn er negenhonderd over. Af en toe duikt er
nog wel eens een onbekende tekening of ets op. Waarom
geen pakketje brieven? Ik vraag me af of De
brievenjongens van dat idee wel eens een wakker
schrikken.
'De
noodzaak tot schrijven', t/m 6 oktober 2002, Van
Gogh-museum, Amsterdam
De dwarslaesie van Henk Westbroek
Henk
Westbroek haalde in zijn eerste maanden als lokaal
politicus voor Leefbaar
Utrecht
nationale bekendheid door het raadslid voor D66
Jos
Lemair
een dwarslaesie toe te wensen. De toon was gezet.
Westbroek was een gek, een bloedhond, een
Hadjememaar,
een paljas. En erger nog: een zanger/deejay en een
cafébaas.
Nou
ben ik toevallig kort daarna met een aantal Utrechtse
gemeenteraadsleden op excursie geweest naar het
Tilburgse poppodium 013.
Jos Lemair was er ook bij. Sterker nog, de hele dag
was de grote Jos Lemair Show. Overal zijn grote tetter
doorheen. En in de bus de hele tijd door het gangpad
wandelen en maar popi doen. Eigenlijk kotsten we aan
het eind van de dag allemaal van hem. Dus toen de bus
in de Utrechtse binnenstad een onverwachte zwieper
maakte en Jos Lemair bijna op zijn kop het trapgat van
de dubbeldekker inkukelde dachten we allemaal
hetzelfde.
Ik
woon zelf in een Utrechtse volksbuurt en ik weet nu:
Henk is een
echte Utrechter.
Grof in de mond. Onmiddellijk naar buiten stuivend bij
onraad. Altijd zijn mening klaar. En een klein hartje.
Maar van goud. Mijn buren gaan zelden stemmen, ze doen
niet mee aan inspraakrondes en ze gaan niet naar
buurtcommissievergaderingen "omdat dat geen zin heeft
want de hoge heren hebben toch al besloten". Het erge
is: het is waar. De gemeente Utrecht weet best wat
goed voor je is en verder je mond houden. Ik word
betutteld en zoetgehouden, naar mijn klachten wordt
niet geluisterd. Op brieven pas na maanden
gereageerd.
Heel
politiek correct Nederland reageerde geschokt op de
winst van de LPF. Wie beter op de Utrechtse
gemeenteraadsverkiezingen had gelet kon het voorzien.
Wie op de Utrechtse gemeentepolitiek let kan ook
alvast wat leren. Binnen de kortste keren is Leefbaar
Utrecht opgenomen in het politieke moeras van "als de
trein eenmaal op de rails is hou je hem niet meer
tegen". Busbanen
en stadsvernieuwingprojecten worden nu uitgevoerd
onder Leefbaar
Utrecht,
eerst de grootste tegenstander daarvan. Leefbaar
Utrecht, in de raad gestemd door intellectueel
Utrecht, wist zijn eigen aanhang van dichters,
schrijvers en theatermakers te vervreemden door
krankzinnige bezuinigingsoperaties en de stelling "een
Bluesfestival
is ook cultuur".
Kijk
naar Leefbaar Utrecht en zie de toekomst van de
LPF.
Westbroek
was de politiek al snel beu toen bleek dat het geen
spelletje was, maar een voortdurende saaie vergadering
op plakkend pluche van sukkels die W.F
Hermans een fascist
vonden.
Die beledigd waren door zijn uitvallen in plaats van
vet terug te schelden. De moord op Pim
Fortuijn gaf
hem het excuus om er zonder gezichtsverlies uit te
stappen. Wie heeft er geen begrip voor een vader met
een dochter die bang is dat hij vermoord
wordt?
Op
de dag van de grote verkiezingsoverwinning van
Leefbaar Utrecht vroeg partijvoorzitter Broos Schnetz
aan me of ik de partij kritisch wilde blijven volgen.
Bij deze: jammer dat je de politiek niet zo hebt
kunnen veranderen als je wilde, Henk. Maar ik vind het
te gemakkelijk van je om er dan na anderhalf jaar al
mee op te houden. Ik voel me in de steek gelaten. Het
is alsof je Utrecht met een dwarslaesie
achterlaat.
(17-06-2002)
Hitler in
Praag
Ook
al zoiets raars in Praag: afbeeldingen van Hitler.
Hier bijvoorbeeld een rubberen masker van Hitler. In
café's zag ik stickers met zijn hoofd. Zou ik
met zo'n masker op kunnen lopen tijdens het Carnaval
(los van of ik dat zou willen)? Nu nog niet. Nog een
eeuw misschien en dan is hij voorgoed geschiedenis.
Zoals Djengis Kahn.
Praag
(14-06-2002)
Bordenmannetjes en
-vrouwtjes in Praag
Praag
heeft zijn Middeleeuwse stratenpatroon redelijk goed
weten te behouden. Een doolhof. Ga dan maar eens aan
een autochtoon de weg vragen. Hoeft niet meer. Levende
wegwijzers. Ik heb niet durven vragen wat ze ermee
verdienden.
Praag
(07-06-2002)
Kruikenzeikers
|

|
Het
bestaat, maar ik heb het nog nooit gezien:
plasstickers. Een plaatje in het urinoir dat
verandert door warmte of zuurgraad van pis.
Iets anders dat bestaat en dat ik nog nooit
gezien heb: toiletreclame. Wel de lege frames
boven het urinoir met eigenreclame. Maar
nooit echte reclame. Terwijl het zoveel
voordelen heeft, ronkt de website van
Altermedia:
- een
langdurig contactmoment
- ludieke
manier van communiceren
- relatief
lage kosten per contact
- niet
weg te zappen of door te
bladeren
- géén
ruis
Bij
'een langdurig contactmoment' op een toilet
denk ik toch aan iets anders, om over ruis
maar te zwijgen, maar goed.
|
Het
wil maar niet echt lukken met de toiletreclame.
Misschien komt het door de onbedoelde humor die
toiletreclame.nl biedt. Zoals het succesverhaal over
de HMG YorinFM Campagne Tilburg: "Samen met
Play-advertising heeft Altermedia een campagne in
Tilburg en Den Bosch verzorgt (sic) waarbij
muziekzender Yorin haar frequentie-bekendheid wilde
opschroeven. Aangezien de doelgroep perfect matcht met
het bereik was ook hier succes onontkoombaar." Ja,
luisteraars naar YorinFM doen niets dan zeiken.
Het
grappige is dat nagenoeg alle geslaagde campagnes van
toiletreclame.nl zich in Tilburg hebben afgespeeld. De
bijnaam voor Tilburgers is
'Kruikenzeikers'.
www.toiletreclame.nl
Gezien:
herentoilet lunchroom Vocking, Steenweg
Utrecht
(05-06-2002)
Op
Foxtrot-temperatuur
Ik
heb me van de week laten uitleggen wie Pierre van
Hooijdonk is. Ik werd meteen voor wereldvreemde gek
uitgemaakt. Sorry, ik ben voetbaldoof en -blind. Tegen
de tijd dat ik een beetje weet wie Koeman en Rijkaard
zijn (en vooral, hoe ze eruit zien) blijken ze al
jaren niet meer mee te spelen. Om als voetballer te
blijven plakken in mijn hoofd moet je op zijn minst
iemand doodrijden of aanranden. Nee, dat is niet om te
lachen, ik heb een half jaar geen Dorito's
gegeten.
Daar
staat tegenover dat heel veel mensen glazig kijken als
ik 'Martin Amis' zeg. Of dat ze hun schouders ophalen
als ik een zweterig-warme kamer zeg dat de boel op
Foxtrot-temperatuur is. Zo'n zestigduizend mensen
leven het hele jaar naar het Lowlandsfestival toe. Ze
hebben het toegangsbandje van vorig jaar nog om hun
polsen. Zeg: 'Vierentwintiguurstent', 'plaskruis',
'Perstent', 'Foxtrot', 'Higher Ground' en ze beginnen
te grinniken.
Voor
en over die mensen is een fotoboek verschenen. Het is
pas in augustus te koop, maar de bobo's,
organisatoren, sponsors en ik hebben er alvast eentje
in de kast staan. Prachtige foto's, maar voor een
niet-ingewijde net zo onbegrijpelijk als buitenspel
voor mij.

Presentatie
fotoboek LL10, Galerie de Melkweg, Amsterdam
www.lowlands.nl
Verbijstering
na karaktermoord op Arjan Peters
(van
onze verslaggever)
De
eerste literaire karaktermoord in de moderne
geschiedenis van Nederland heeft tot ongekende
ontzetting geleid. Duizenden mensen in de Amsterdamse
Grachtengordel gingen het Spui op. Zij getuigden van
hun woede en ongeloof voor café de Zwart. Bij
uitgeverij de Arbeiderspers sneuvelden enkele ruiten
en werd brand gesticht in de fietsenkelder. Er werden
leuzen geroepen als 'Zwagerman, heb je nu je
zin?!'
'Ik
ben echt kapot over wat hier is gebeurd,' zei
voorzitter van de CPNB, Henk Kraima. ' Het is diep
tragisch voor onze literaire kritiek, onze schrijvers
en de literatuur.' De aanslag op Volkskrantrecensent
Arjan Peters, in het Privé-domein 'Het leukste
jaar uit de geschiedenis van de mensheid', zal
mogelijk leiden tot uitstel van de Librisprijs, de
AKO-prijs, de Woutertje Pieterse prijs, de
Multatuliprijs, de Bordewijkprijs, de Woutertje
Pieterse prijs, De Gouden Uil en de Elle
gedichtenwedstrijd.
De
vermoedelijke dader is Ronald G., een 36-jarige
romanschrijver, zei literaire-politie woordvoerder
Michael Zeeman gisteren vanuit Italië. Zijn
antecedenten zijn bekend. Er is brononderzoek in zijn
archief verricht. De man wilde geen verklaring
afleggen. Peters werd geraakt in zijn
geloofwaardigheid, oprechtheid, portemonnee en beneden
de gordel.
Arjan
Peters werd bekend door zijn manier van boeken
bespreken. Zonder respect voor gevestigde reputaties,
of de onuitgesproken afspraak dat je debutanten het
voordeel van de twijfel geeft, stoomde hij in een jaar
op van het obscure studentenblad Sum naar de
Volkskrant. Zijn botte manier van bespreken maakte hem
ongekend populair bij de jongeren. Op de man spelen,
nadruk leggen op een enkele lelijke zin, betweterig
doen met juiste, maar in onbruik geraakte grammaticale
constructies, inconsequent autobiografische elementen
afkeuren of juist prijzen, cliché's signaleren,
hij draaide er zijn hand niet voor om. Het leverde
recensies op, enig in hun soort.
Dit
hooliganisme bracht hem vaak in benarde situaties.
Peters was meestal de enige in een jubelkoor van
recensenten die een boek afkeurde. Hugo Claus, Jan
Wolkers, Adriaan Morriën, Gerrit Komrij, zij
kunnen allemaal zijn bloed wel drinken. Het feit dat
hij iedere debutant die ooit in het legendarische
Zoetermeer (Ronald G. zat toen in de redactie) stond
heeft afgekraakt, wordt in verband gebracht met de
weigering van de toenmalige redactie Peters in hun
gelederen op te nemen. Peters leek schrijvers te
haten. Zijn levensgezel ontkende dit verband. 'Als een
debutant de schrijver loopt uit te hangen en het
resultaat valt tegen, dan mag hij extra hard worden
aangepakt.'
Op
het Spui verklaarde de achttienjarige Bernd dat hij
van plan was geweest alle boeken van Kees 't Hart voor
zijn lijst te gaan lezen. 'Voor het eerst. Maar nu ga
ik toch maar de uittreksels van internet
downloaden.'
De
boekhandels hebben alle promotiecampagnes voor de
literatuur afgebroken en beraden zich over de
toekomst. 'De Nederlandse literatuur heeft zijn
onschuld verloren. Schrijvers maken boeken en
recensenten kraken die af. Het is niet de bedoeling
dat schrijvers gaan terugslaan. Zo is de lol er voor
ons af.'
Volgens
Arie Storm, die alleen door Arjan Peters goed wordt
gerecenseerd, hebben de schrijvers en uitgevers een
sfeer gecreëerd die dit soort karaktermoorden
mogelijk maakt. 'Door sommigen is Peters neergezet als
een verachtelijk en duivels mens,' zei Storm. Hij
beschuldigde met name Joost Zwagerman die ooit in Vrij
Nederland hetze een tegen Peters voerde.
Pagina
2: Buren: 'Ronald G. heeft rommelige
voortuin.'
Pagina
3: Arjan Peters: 'Ik heb niets tegen slechte
schrijvers. Ik ben er zelfs met eentje
getrouwd.'
Pagina
4: Salman Rushdie opnieuw ondergedoken
Analyse:
'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid'
verscheen op 18 juni 2002
De Volvo 300
Club
Hij
werd begin jaren zeventig ontworpen als de Daf 88,
maar om hem te kunnen maken was een buitenlandse
investeerder nodig. Het scheelde weinig of hij had de
Renault zus geheten, of de BMW zo, maar het werd Volvo
343. Bij de introductie in 1976 kostte hij evenveel
als een Ford Granada, zeventienduizend gulden. De
Volvo 300-serie ging 15 jaar mee. Ter vergelijking,
elke 8 jaar verschijnt er een nieuwe Golf.
Er
werden er in 16 jaar meer dan een miljoen van gebouwd
(ter vergelijking, er worden elk jaar een mijoen Golfs
gebouwd), waarvan zo'n 200.00 met Variomatic, door
Volvo omgedoopt tot het minder lullig klinkende CVT.
Alle voorwaarden om een klassieker te worden. Dat wil
maar niet lukken. Nog meer dan de Daf is de Volvo
300-serie een oma-en-opa auto geworden. Wie zijn opa
had er geen? Het is ook een weinig opvallende auto.
Niet snel, plomp gebouwd, dorstig. Wel een veilige
auto. En betrouwbaar. Behalve de mijne dan.
De
300 is al elf jaar uit productie. De dealers ruimen
hun onderdelen op, ze zijn niet meer verplicht die in
het magazijn te hebben. Sloperijen laten steeds minder
vaak een auto staan om kaal te plukken. Over vijf jaar
zijn ze zeldzaam. Maar wie wil er dan een? Er is
inmiddels een club opgericht. De eigenaren van een
300-serie met CVT konden al terecht bij de Dafclub. En
nu hebben de eigenaren van een Volvo 360 met tweeliter
injectiemotor ook een plek.
De
Volvo 300 Club doet al helemaal mee. De eerste
kampeertocht is al een feit. Dat moet toch eens
uitgezocht worden, waarom leden van een autoclub
altijd gaan kamperen. Omdat ze dan naast hun auto
kunnen slapen?
www.volvo300club.nl
(25-05-2002)
Soepkeuken
Chartier
(verhuisd
naar maisquenada.lekker)
(19-05-2002)
Ramptoerisme
'Heb
jij misschien wat Prozac? Ik heb namelijk last van
een acute depressie.'
Ik
weet niet meer te mompelen dan 'Nee.'
'Zullen
we dan maar gaan zoenen?'
'Ik
ben allergisch voor zoenen,' mislukt mijn gevatte
antwoord.
'Ik
heb de neiging een vinger in je montuur te steken
om te kijken of er echt wel glazen in zitten,'
amuseert ze haar vriendin.
'Dacht
jij dan soms dat ook mijn neus meekwam als ik mijn
bril afzette?' kom ik nu iets beter uit de
hoek.
Alle
cliché's zijn bevestigd. Het licht gaan aan in
de pauze van de Volkskrant Lekker single literair
middag en De Originele Openingszinnen vliegen
onmiddellijk rond. Drie achter elkaar, kan het
hongeriger? Ik ben geen single (nooit geweest ook,
hooguit vrijgezel), net als veel mensen om me heen. We
komen naar de dampende puinhopen van de mislukte
relaties kijken. Ik voel me een
ramptoerist.
Vandaag
wordt het boek 'De moderne man' van Henk Noort
gepresenteerd. Hij vat de moderne man kort samen als
videorecorder. Een handig apparaat, als je maar weet
waar de knopjes zitten. Leuk bedacht. Was het boek
maar voor de pauze gepresenteerd, dan had de mevrouw
van de Prozac geweten dat het niet genoeg is te weten
waar de knopjes zitten. Maar ook dat je ze niet
allemaal tegelijk moet indrukken.
Presentatie
De Moderne man, een handleiding voor de vrouw op de
Volkskrant Lekker single literair middag, Tivoli,
Utrecht, 19 mei
(17-05-2002)
Reiseten
1
Voor
ik op vakantie ga zoek ik uit mijn boekenkast een
aantal boeken uit. Die ga ik dan lenen in de
bibliotheek. Kom zeg, geen zonnebrandolie, zand of
chouriço-velletjes in mijn boeken. Ideale
reisboeken zijn dikke pillen. Proust, Joyce, Eco,
Martin Amis. Donna Tartt. Uit verveling moet je ze wel
lezen. Niet geschikt zijn bundels met reisverhalen. Op
reis wil je niet lezen over de veel interessanter
reizen van andere mensen. Reisverhalen lees je thuis,
in de winter, om in de stemming te komen.
Voor
de vijftiende keer: de beste reisverhalen van het
voorafgaande jaar, samengesteld door Rudi Wester. Goed
boek, verhaal van mij erin. Rode draad in deze editie:
het eten, met name de diarree. Nu alvast kopen, in
december lezen voor het volgende jaar. Eén
verhaal over Japan. Hapjes: sushi. Drank: lauwe
rosé.
Presentatie
Op reis, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 17 mei, 17.00
uur
Reiseten
2
Als
ik op reis ga trakteer ik me op de Rough Guide van dat
land. Tenzij er alleen een Lonely Planet van bestaat.
Onmisbaar als je op zoek bent naar goedkope hotels en
hippe café's. In Portugal heb ik daar Portugal,
een gids voor vrienden naast liggen. De Spaanse
evenknie van dat boek is nu verschenen. Spanje, een
reisgids, van Rik Zaal. Heel Spanje in 672 pagina's
(behalve Casteldefels waar mijn zus woont). De eerste
reisgids waarin de schrijver af en toe eerlijk zegt
dat hij het niet weet. Helemaal over Spanje. Hapjes:
tapas. Drank: San Miguel.
Presentatie
Spanje, een reisgids, Uitgeverij de Arbeiderspers,
Amsterdam, 17 mei, 20 uur
(08-05-2002)
Pim pam
pet
Politieke
onderwerpen die met een 'O' beginnen. Ongenoegen.
Onvrede. Onbehagen. Ongeloof.
Amsterdam,
7 mei 2002. De laatste aflevering van 'Mevrouw de
minister' wordt opgenomen. Een tank zal door de
Wibautstraat rijden. Een crisiscentrum is
ingericht.
Utrecht,
8 mei 2002. Alles wordt er met de haren bijgesleept.
(03
& 04-05-2002)
300.000
paarden
Er
is in België een compleet nieuwe stad gebouwd. In
1918 stond er helemaal niets. Twintig jaar later was
hij af. Men noemde de stad Ieper. Omdat op die plaats
eerder een stad stond die Ieper heette. Dat was een
middeleeuwse stad die uit de hele wereld cultuur- en
architectuurtoeristen trok. En dagjesmensen. Ieper had
het ongeluk dat het dicht bij de Franse grens lag en
daarmee midden in de frontlijn van de Groote Oorlog.
Eerste Wereldoorlog, zeggen we tegenwoordig.
Aan
het einde van de oorlog leek Ieper op Hiroshima in
1945, of op Grozny nu. Van alle drie de steden hangen
foto's op de tentoonstelling 'dead.lines.Ieper werd zo
grondig verwoest dat er amper bouwtekeningen of foto's
overbleven. Ieper is een middeleeuwse stad uit het
hoofd nagebouwd.
De
gruwelen van de oorlog zijn niet alleen voelbaar in de
tijdelijke en permanente tentoonstelling in de
Lakenhallen (een kopie van de middeleeuwse
Lakenhallen), maar nog steeds in de hele wijde
omgeving. Achter elk bosje ligt een gedenkplaat, een
militair kerkhof, een doolhof aan herinneringen.
'Er
zijn 300.000 paarden omgekomen, dat vergeten veel
mensen,' zegt een gids als hij op Hill 62 tussen de
loopgraven een paardenskelet aanwijst. Het gerucht
gaat dat de opa van de eigenaar van het particuliere
museum Hill 62 zelf de authentieke loopgraven heeft
gegraven. Als hem dat de verzameling wapentuig en
scherpe munitie in het museum heeft opgeleverd blijft
het indrukwekkend.

De
soldaten werden met paarden, sabels, bajonetten en
operettekostuums de loopgraven ingestuurd.In de vette
klei rond Ieper zijn 750.000 soldaten met
massavernietingswapens uiteengereten, tot er een
metersdikke laag van klei, water en rottende lijken
ontstond.
Het
is gruwelijk en het beste wat Ieper kon overkomen. De
kopie Ieper trekt meer toeristen dan de originele stad
ooit zou doen.
Aanbevolen
gids: Chrisje en Kees Brants - Velden van weleer.
Nijgh & Van Ditmar
dead.lines,
tot en met november 2002 Lakenhallen Ieper.
www.inflandersfield.be
(30-04-2002)
Beerwerpen
Het
zijn van die kleine mysteries in het leven die je
blijven najagen. Een losse gymschoen in de goot,
bijvoorbeeld. Dat schijnt een verloren speeltje te
zijn van een passerende hond. Aannemelijk. Maar waarom
liggen die schoenen dan ook op de vluchtstrook langs
de snelweg? Niet meer aan denken.
In
Utrecht hangen teddyberen in een boom op het
Predikherenkerkhof. Teddyberen en kermisknuffels
(niet-gelijkende Paddingtons, roze olifanten, blauwe
giraffen). De kleur is eraf. Ze zijn groen van de
algen of zwart uitgeslagen. Of half vergaan: tussen de
takken van de boom is wat obsceen witte vulling
geweven. Wat is hier gebeurd? Een complete kleuterklas
door paranoïde geblowde bezoekers uit de
coffeeshop op de hoek beroofd? Een vader zonder
bezoekrecht die een daad wilde stellen?
Het
mysterie wordt op Koninginnedag opgelost. De woongroep
Predikherenkerkhof organiseert elk jaar een wedstrijd
'Beerwerpen'. Wie zijn beer/olifant/Barbie in de
hoogste takken gooit wint.
De
opbrengst gaat naar een goed doel. In 2002 was dat het
Berenbos, waar bijvoorbeeld afgedankte circusberen
onderdak vinden. Een goed doel. Denk daaraan als er op
het Predikherenketrkhof opeens een geschimmelde Ernie
op je kop waait.
(Beerwerpen,
t.o. Predikherenkerkhof 13, 30 april 2003 rond 17.00
uur.)
(28-04-2002)
Rondzame
vlinders

Het
schijnt dat een miljoen Nederlanders een
ongepubliceerde roman of dichtbundel in de la heeft
liggen. Of een aanzet daartoe. Het lijkt daarmee geen
voorbarige conclusie dat er voornamelijk gelezen wordt
door stuurlui aan wal. Een nachtmerrie voor
schrijvers. Ik wil er niet aan denken. Bij
boekpresentaties, literaire festivals en
voorleesavonden ontkom je er niet aan. Na afloop is er
altijd wel iemand die zweterig een papiertje in je
handen duwt met een redactieadres, een visitekaartje
met de URL van een website, een netjes ge-DTP'd
literair tijdschrift. Of een bierviltje met een
gedicht.
Het
zingt in mijn hoofd
de
vlinders zijn rondzaam
ze
mengen
en
boxen
ze
doen wat ze moeten
De
gedichten van Bruno Vermeulen zijn zo hermetisch dat
je vermoedt dat hij ze in een LSD-trip heeft
geschreven. Een uitleg vragen levert ook niet veel op.
Bruno is zo onverstaanbaar dat je hem nog ergens bij
Jupiter waant. Dat komt omdat hij een Brusselaar is.
Ik tref hem op de twintigste dag van zijn rondreis
door de Benelux op de presentatie van Drugs,
verslavende gedichten. Hij schrijft zich van stad naar
stad, een spoor van beschreven bierviltjes achter
zich. Af en toe moet hij terugkeren o,mdat hij een
betrekking heeft, maar niet lang meer of hij zal deze
wereld van watten daaglijksheid ontstijgen en als een
rondzame vlinder de poëzie over Europa
verspreiden.
Laten
we hopen dat de moderniteit bierviltjes aan
weerszijden te bedrukken niet teveel navolging zal
vinden.

Presentatie
Drugs, verslavende gedichten, bijeengebracht door
Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in café de
Bastaard Utrecht
(21
maart, de lente is begonnen)
Vogeltje, wat zing
je vroeg
'Hé!
Eikel! Oprotten. Wegwezen hier. Dit is mijn plek. Dit
is al jaren mijn plek en daarvoor was het de plek van
mijn familie. Van mij! Van mij! Helemaal van mij! Moet
ik het er bij je inrammen, vuile gluiperd? Deze plek
is van mij, van hier tot zover je kijken kunt! Haal
het niet in je hoofd in de buurt komen, want ik trem
je helemaal in elkaar. Ik jaag je van hier tot het
oneindige. Opzouten, sukkel met je kromme poten. Zie
je die tuin? Van mij. Zie je dat eten? Van mij. Zie je
dat bouwmateriaal? Van mij. Moet ik dichterbijkomen?
Ik ben niet voor de poes. Ik ben voor niet bang. Ik
ram je zo voor je kop. Niet zo naar mijn wijf kijken.
Ik heb niet voor niets de mooiste vrouw van de wijde
omtrek. Die gaat niet bij me weg. Zo goed krijgt ze
het nooit meer. Luister maar hoe goed ik ben. Zal ik
het voor je spellen. Begrepen? Opzouten. Zo,
klaar.'

Aldus
spreekt, vrij vertaald, elke ochtend en avond de merel
op de nok van het dak van mijn huis.