maisquenada.archief

eXTReMe Tracker
maisquenada.index
(19-04-2002)

Het einde van Wipneus en Pim 

Het voordeel van een geboortejaar dat eindigt op een nul is dat je gemakkelijk rekent met heden en verleden. In 1980 was ik twintig. We dansten op The Cure, op Joy Division en, als niemand het zag, op KC & The Sunshine Band. The Twist van Chubby Checker en Hit the road Jack van Ray Charles daarentegen kwamen uit zo'n grijs verleden dat we niet eens wisten dat je daar op kon dansen. Kom op zeg, we waren niet eens geboren. Er waren geen sixties party.

  • Twintig jaar terug is tegenwoordig geen enkele belemmering voor een feest meer. In Ekko, vleermuizenbolwerk in Utrecht, wordt elke maand Eighties Verantwoord gehouden. Rijen tot aan de overkant. Goede reden voor het viermaal grotere Tivoli om de 7 Inch Twins eens een eighties verantwoord en esthetisch onverantwoorde avond te laten verzorgen. En jawel: Rijen tot aan de overkant. De dansvloer afgeladen. Een groepje oudere meisjes heeft zich in Dynasty-glitterkleding gehuld, maar daar is Utrecht nog niet rijp voor. Wel voor Lois-spijkerbroeken ('Lois, Lois, Lois, for girls and boys!' zong het vroeger op Veronica.) 'Ik ken elke plaat!' zegt de meisjesmevrouw naast me opgetogen en daarmee is meteen het geheim van deze avond onthuld. Ik ken ook elke plaat. Sommige letterlijk alleen als plaat, jeweetwel, zo'n grote zwarte cd. Gelukkig trappen de dj's niet in de val van alleen maar Duran Duran of A Flock of Seagulls, alsof New Order toen niet bestond. Als het maar danst. De revival van de jaren tachtig. Het is het logische vervolg op de puberale lol van Wipneus en Pim. Ze hebben een deur opengezet waardoor ze zelfs als eerste zullen verdwijnen. Zonder 'Ren je rot' en een 'wedstrijd uit de maat dansen' is het al camp genoeg met jarentachtig muziek. Achter de kassa hangt programmeur Willem van Zeeland glimmend het bordje 'Sold out' op het raam. Mijn nieuwe helden: De 7 Inch Twins.
    •  


(16-04-2002)

Sneuë onderbroek  

Op de werf van de Oudegracht in Utrecht staan twee groepjes lawaaierige pubers. Gillende meisjes. En, een octaaf lager, schreeuwende jongens. Daartussenin een traag bewegende man. Het is ijskoud. Hij is in zomers wit, zonder jas, met een plastic tasje aan zijn voeten. Kortom, een dakloze.
  • Zijn bewegingen hebben niets van het doelloze dat een dakloze kan hebben, in de verloren uurtjes rond de schemering. Hij kleedt zich uit. Het is een bonkige striptease. Ondertussen schieten de pubers in een gejaagd ballet om hem heen. Als hij zijn bovenlijf heeft ontbloot is de werf leeg en er begint hem iets te dagen. 'Vijf euro als ik erin spring, hè?' roept hij naar boven. 'Nee,' gillen de meisjes vanaf de straat, 'niet doen.' Ze hollen weg. Hij begint zich aan te kleden. 'Hier!' roept een van de jongens en zwaait met een briefje. Traag vallen de kleren weer om zijn magere enkels. 'Vijf euro als ik erin spring, hè?' Hij is dun. Hij heeft een veel te grote witte onderbroek aan. Hij lubbert een beetje sneu om zijn dunne billetjes. Verwaarlozing begint bij de onderbroek.

    Steeds meer mensen leunen over de balie. 'Spring dan,' roepen de jongens. 'Nee!' gilt het koor. De man knijpt zijn neus dicht en springt.

    Oudegracht: ratten, pis, afval.

    Het water sluit traag boven zijn hoofd. De Oudegracht blijkt dieper dan ik dacht. En kouder dan hij dacht. Hij kan de paniek maar net onderdrukken als hij niet tegen de kant opkomt. En dan, de triomf als hij zich rustig weer aankleedt, vijf euro in het vooruitzicht.

    Hij krijgt ze niet. De discussie loopt op niets uit, ze zijn stuk voor stuk jonger, sneller. En sterker. Traag, gelaten, verslagen loopt hij weg. Als hij me ziet staan komt hij op me af voor een euro. Normaal verzin ik altijd dat ik geen kleingeld bij me heb. Nu baal ik van die armzalige vijftig cent in mijn portemonnee. Te weinig om mijn schaamte af te kopen.

 


(09-04-2002)

Grappen over Srebrenica   

Het was een keur aan schrijvers die normaal een zaal dubbel kon uitverkopen. Maar niet hier. Op de Nacht van Srebrenica, gehouden aan de vooravond van de presentatie van het NIOD-rapport, spraken zij voor een uitgestorven zaal. Serge van Duijnhoven, Ronald Giphart, Manon Uphoff, Rosita Steenbeek en Marcel Möring, onder andere, zagen voor de pauze een zaal die uitpuilde van pers en publiek. Een groep vrouwen, weduwes van Srebrenica, vertelde hun verhaal. Hoe moedig dat was vatte Jean-Marc van Tol, tekenaar van Fokke en Sukke, aan het begin van zijn optreden samen. 'Alsof je vlak na de Tweede Wereldoorlog in een zaal vol Moffen gaat zitten.' Niet de moed die je riskante dingen laat doen. De moed om de confrontatie met je eigen afkeer aan te gaan.
Na de pauze vertrokken de vrouwen, de pers en het publiek. De straf voor de schrijvers die met hun solidariteit achteraan kwamen hobbelen? Een beetje gemakkelijk gedacht, want waar blijft dan de straf voor de acteurs, de cabaretiers, de stand-uppers, de popmuzikanten, de componisten en de beeldend kunstenaars...

Schrijven en engagement is geen eenvoudig onderwerp, netzoals harde grappen maken over rampen, terrorisme en genocide. Jean-Marc van Tol liet zien dat het wel mogelijk is, al klonk er vanuit de zaal regelmatig afkeurend gesis. Maar moeilijker dan engagement en grappen is het om positie te bepalen: op dezelfde avond werd voor het eerst duidelijk wat zich in de bezette gebieden in Israël afspeelde.


(21-04-2002)

De klusjeman kan er niets van

Het gebeurde in Tilburg. De politie telde 84 inslagen van een automatisch wapen Geschokt verzamelden de mensen zich op straathoeken. Hoe kon dit gebeuren in deze buurt. De man had een klusjesbedrijf. De conclusies waren al snel getrokken. Het is een schimmige sector van wit en zwart uitbetalen. Het bleek een afrekening in het criminele circuit. Maar het had me niet verbaasd als hij door een klant met een scheef gemetseld muurtje was omgelegd.
  • Ik ben in juni 2000 verhuisd naar een rijtjeshuis. Je kent ze wel. Kasten kunnen de smalle gedraaide trap niet op. De muren staan scheef, het beton bolt door de rot en normale gordijnen zijn onmogelijk door jarenzeventig-speelse zeskantige kozijnen. Een stoet bewoners heeft in vijfentwintig jaar de muren bepleisterd, afgebikt en opgesmeerd. De vloeren zijn beplavuisd, leeggehakt en slordig geëgaliseerd, de spijkergaten van verwijderde schrootjes pijnigen je ogen. Dus alles moest overnieuw. Maar heel Nederland moet overnieuw en als je een vakman belt heeft hij over anderhalf jaar tijd. Gelukkig zijn er mannetjes.

Ik haat klussen. Elk schroefgat wordt begeleid door een mantra van godverdegodvers, elke zakker en druiper door een parade van sakkerdju's. Maar ik kan het nog steeds beter dan klusjesmannen en vaklui. Mijn eerste klusjesman metselde op het oog een bar, zo scheluw dat alles erafrolde. De stucadoor verfraaide de muren met spuitplamuur en hij spoot de wasdroger, koelkast en kookplaat meteen maar dicht. De timmerman legde de vloer van klik-laminaat, maar las de gebruiksaanwijzing niet. Vier pakken versplinterden onder het brute leg-geweld. De schilder zette de deuren en de kozijnen strak in de lak. Tot hij naar beneden riep of de vloerbedekking op de slaapkamers bleef liggen. Toen ik verbaasd 'Ja!' riep, vroeg hij of ik dan terpentine had. Niet één keer, drie keer. De elektricien zette zichzelf onder stroom. Om het de tegelzetter gemakkelijk te maken maakte ik alvast de stopcontacten los. Die tegelde hij voorgoed weg. De verhuizers sléépten de kasten naar binnen, onherstelbare voren in het nieuwe zeil harkend.

Het broddelwerk dat aannemers en vaklui schaamteloos afleveren pik ik niet meer. De volgende keer dat een klusbedrijf er in mijn huis een potje van maakt rijd ik naar België. Ik koop daar een Uzi en knal de klootzak met 84 patronen kapot. Als de politie dan weer filosofeert over een afrekening in het criminele circuit weet ik één ding zeker voor ik me aangeef: die crimineel, dat was ik niet.


 (21-03-2002)

Je veux de l'amour (boekenweek)

De lucht van de cafetaria hing vet in de straat. Een jaar daarvoor was het interieur van 'Shawarma De Smid' opgeknapt, maar de grofgezaagde witte meubelpanelen met hun messingaccenten detoneerden met de scheve muren van het pand. Schoonheid zit in de details. Boven het vet hingen lichtbakken met foto's van het assortiment. Chiel was allang opgehouden van die lijst te bestellen. Hij wees dingen in de vitrine aan. Het was een eerlijke vitrine. Je kon zien dat de filet americain uit een worst kwam en de natte ham uit blik. Het was kwart voor zes. De stroom van klanten voor sigaretten of halveliters was nog niet op gang gekomen. Halveliters in een friettent zijn als de staatsloten van de sigarenboer.

'Een grote friet zonder en twee kroketten,' zei Chiel toen er iemand naar voren kwam. Het was de magere. Er liepen meestal drie mannen rond in de zaak. Hij ging er vanuit dat ze familie van elkaar waren. De laatste jaren was hun Nederlands gelukkig verbeterd. De friet helaas niet.
'Alles goed, mieneer?' vroeg de magere. Het vet siste.
'Ja. Met jou ook?'
'Woont oe hier vlakbij?'
'Ja. Om de hoek.'
De magere knikte en schudde het frituurmandje op. Het was een droevige activiteit, dat opgooien van friet die te bleek de zak in ging.
Chiel ontkwam niet aan de beleefde wedervraag. 'Waar kom jij vandaan?'
De magere noemde een plaats die hem niets zei. Ngombo. 'Waar ligt dat?'
'Sri Lanka, mieneer.'
Sri Lanka. En dan een verlopen shoarmatent runnen die 'Shawarma De Smid' heet. 'Jullie zouden jullie Sri-Lankaanse hapjes moeten verkopen.'

De magere leunde blij over de toonbank. Waarom heb ik mijn bek nou weer niet gehouden, dacht Chiel. Ik bestel hier al jaren mijn friet zonder problemen en nu voer ik een gesprek dat ik helemaal niet wil. Maar het was te laat. Gelaten legde hij uit dat Nederlanders graag iets nieuws probeerden, zolang het maar uit het vet kwam en op straat gegeten kon worden.
'Iek ga uun keejr voor oe koken mieneer. Iek maak Sri Lanka eten voor oe.'
'Da's goed. Je hoeft geen meneer te zeggen. Zeg maar je. Ik kom hier al zo lang.'
De magere begon te stralen. 'Iek heejt Omar.' Hij draaide zich om en reikte naar Chiels hand.
'Aangenaam, ik heet Chiel.'
Omars vingers gleden over zijn handpalm. Shit, onbeleefd geweest. In Sri Lanka drukten ze natuurlijk langer de hand. 'Begrijp jee?' vroeg Omar.
Chiel haalde verbaasd zijn schouders op. Omar vroeg nogmaals om zijn hand en trok die met nadruk naar diens gezicht. Chiel had een vriend die als begroeting zijn voorhoofd je hand legde. Hij verwachtte een Sri-Lankaans vriendschapsritueel (jezus, weer een 'vriend' erbij), maar in plaats daarvan likte Omar met een warme tong over zijn vingers. Chiel hing half over de vitrine. Het viel hem nu hoe klein en tenger Omar was. Het leek alsof je hem zo omver kon blazen, verfrommelen als een frietzakje, zijn botjes onderin de punt meeknisperend als het gruis van friet. Maar uit zijn gulp hing een enorme lul. Hij lichtte een beetje grijzig op in het tl-licht van de vitrine. Is een berenklauw in strijd met zijn geloof? dacht Chiel.

Hij forceerde een lach. Hij trok zijn hand terug en zei: 'Nee sorry, dat is niets voor mij.' Hij gooide gepast geld op de toonbank en liep met zijn avondeten de zaak uit. Het regende.

Chiel had vaak genoeg alleen voor de tv gezeten met een grote friet zonder en twee kroketten. Maar deze keer, terwijl hij voor de koelkast hurkte om de mayonaise te pakken, overviel hem opeens een hele grote eenzaamheid.


(15-03-2002)

Drugs, Seks en Boeken

'Backstage I'm lonely, backstage I cry,' zingt Gene Pitney op een van de betere kitschplaten. Ik heb in 2001 een mini-tourneetje gedaan met Writers Block. Een soort 'Best of Writers Block at Lowlands 2000 Tour around the Country.' Samen met Ronald Giphart, Hagar Peeters, Barbara Stok, Jean-Marc van Tol van Fokke & Sukke en De Dichters uit Epibreren heb ik in Utrecht, Amsterdam. Tilburg, Nijmegen, Groningen en Rotterdam gestaan. Uitsluitend poppodia. Dat komt omdat poppodium Tivoli de organisator is van Writers Block. Een poppodium kan allang niet meer van bandjes alleen bestaan. De meeste zijn daarom multi-media, multi-event uitgaanspaleizen geworden. Natuurlijk hoort literatuur ook daarbij.

En zo leefden we even het leven van een popster, op tournee door Nederland. Meestal reed ik mee met Ronald Giphart, maar zijn Renault Scénic stonk nogal naar dood vlees door de halfopgeknaagde Happy Meals tussen de banken. De auto van Jean-Marc van Tol zakte zowat door zijn assen door de Fokke & Sukke-boekjes, -t-shirts, -stickers, -asbakken, -koekblikken, -mokken en -condooms, dus die wilde me alleen naar het station brengen. De Dichters uit Epibreren moesten altijd de andere kant op. Dus ik was overgeleverd aan het management. Dat reed in een auto waarin ze zelf een autoradio hadden gemonteerd. Dat was heel grappig, want als je nu de alarmlichten aanzette gingen de ramen open, als je het groot licht opzette sloeg de cassette af en als we linksaf sloegen sprong de radio naar een andere zender. Lachen.

En zo leefden we even het leven van een popster, op tournee door Nederland. Veel poppodia zitten in een oude, ooit gekraakte gebouwen. Tivoli (Utrecht) en Doornroosje (Nijmegen) zitten wel in sfeervolle panden, backstage blijft het behelpen. In de nieuwbouw is het beter. Mooie ruime kleedkamers met eigen wc's en douches in 013 (Tilburg) en Oosterpoort (Groningen).

En zo leefden we even het leven van een popster, op tournee door Nederland. Een hele dag onderweg voor een kwartier voorlezen. Terwijl het publiek gezellig in de zaal luisterde, zaten wij soms in bedompte kelders, raamloze zolderkasten. Gelukkig hadden we altijd wat om onze tijd mee door te komen: Marsen, Nutsen, bier, wijn, water, notenmixen, snacks, nacho's en fruit. Ik heb het allemaal gezien.

En zo leefden we even het leven van een popster, op tournee door Nederland. Je begrijpt op een gegeven moment, zelfs na zo'n minitourneetje, waarom sterren eisen gaan stellen, of hun eigen catering gaan meenemen. Na drie keer afhaalchinees geloof je het wel. Gelukkig hebben steeds meer podia hun eigen keuken, of anders een inpandig restaurant.

Het meest gastvrij en overdadig werden we in 013 ontvangen, de Brabantse gastvrijheid ten top. En het schrieperigst in Calypso (Rotterdam). Hun Hollandse interpretatie van hapjes was een tweeliterpot zilveruien.

Tivoli's Writers Block Love Tour 2002

19 maart, Melkweg Amsterdam (nog enkele kaarten)
20 maart, Doornroosje Nijmegen
21 maart, 013 Tilburg
23 maart Tivoli Utrecht (inclusief toegang tot Family Affair na afloop) Met twee verrassingsoptredens!


(15-03-2002)

Ik kan het niet goed verklaren, maar als ik de een zie moet ik meteen aan de ander denken. Vooral als die ene lacht. Zou het die lach zijn? Sommige mensen moeten niet lachen.


(02-03-2002)

Aan de eerstejaars die mijn fiets heeft gekocht

Mag ik je allereerst feliciteren met de aankoop van je zwarte Gazelle herenfiets? Wat zul je betaald hebben? Een eurotientje misschien. Maar zelfs al heb je er twintig voor betaald, dan nog heb je een goede koop gedaan.

Zoals je ziet zitten er voor en achter nieuwe banden op. Niet zomaar nieuwe banden, maar anti-lekbanden, met een kevlarbrekerlaag. En dan ook nog nieuwe Vredenstein-binnenbanden en mooie glanzende velglinten. De kans dat je een lekke band rijd is de eerste jaren heel klein. Het gel-zadel is vrij van gebruikssporen. De trappers heb ik eind vorig jaar laten vervangen en recentelijk heb ik er een originele Gazelle-koplamp opgezet, die precies past bij het ouderwetse en statige karakter van deze fiets. De Chinese draaibel is de enige frivoliteit die ik me veroorloofde, maar in het drukke stadsverkeer van Utrecht geen overbodige luxe. Gebruik hem met beleid: voetgangers vatten bellen eerder op als agressie dan als een beleefde waarschuwing dat je hen niet omver wil rijden. Boodschappen meenemen is geen probleem door de stevige snelbinders en je jas zal nooit nat worden door de jasbeschermers die ik net had laten vernieuwen.

Waarschijnlijk heb je hem zonder sloten gekocht. Die zaten er wel op, voor tweehonderd gulden in totaal. Zo'n beugelslot, dat, volgens een fietsenjunk die een boek over zijn vak schreef, onkraakbaar is en een dik zwart ringslot met een extra kabel eraan.

Maar ja. Ik had mijn fiets niet op slot gedaan noch vastgezet. Dat is inderdaad heel stom, maar als ik je vertel dat die fiets in mijn achtertuin stond, dan moet je deze achteloosheid wel kunnen begrijpen. En wat kan jou het immer schelen? Jij hebt nu immers een mooie fiets, met een stevige bagagedrager om 's avonds een mooie meid naar huis te brengen. Daarom hoop ik dat je er wel goed gebruik van maakt. Dan is mijn verstoorde nachtrust nog ergens goed voor geweest. Want weet je, sinds de diefstal schrik ik telkens wakker als ik 's nachts iets hoor. Komen ze voor mijn andere fiets? Of was die fiets maar de aanzet tot het grotere inbreekwerk? Denk daar eens aan als je naar de kroeg fietst.

Nog één ding: wil je er wel een beetje voorzichtig mee zijn? Je zou niet zeggen dat mijn fiets al meer twintig jaar oud is, waarschijnlijk twee jaar ouder dan jij. Ik ben er dan ook altijd heel zuinig op geweest: altijd binnen gezet en regelmatig gesmeerd. Het lijkt me vreselijk dat mijn fiets eindigt als een geelgeverfd barrel met rammelende spatborden en loshangende lampen, met stickers van een jaarclub op de stang.

Want weet je, in 1993 heb ik die fiets van mijn vader geërfd. Ik hoef mijn ogen maar dicht te doen en ik zie die grote man op zijn statige Gazelle aan komen fietsen, zijn schouders een beetje opgetrokken en altijd erop bedacht zijn hand op te moeten steken voor een bekende, een buur, een klant. Ik fietste niet, ik reed op de fiets van mijn vader.

Een amateurpsycholoog (je weet wel, zo'n langharige sukkel in een café die dromen verklaart en gelooft dat ziektes tussen de oren zitten) beweerde dat ik expres mijn fiets niet op slot had gezet. Ik wílde dat die fiets gestolen werd: een onderbewuste poging tot afscheid van mijn vader.

Maar wat je doet is mijn vader uit mijn herinnering wegfietsen. Ik weet niet of ik je dat kan vergeven.


(19-02-2002)

 


(18-02-2002)

Wimmetje gaat, Pimmetje komt,
Pierreke verdient niets

Nederlanders hebben netzoveel verstand van carnaval als van de islam. Ik ben zelf alweer hersteld van vier dagen feestrumoer tussen Etten-Leur en Breda. Nee, ik heb niet vier dagen bezopen in een boerenkiel in polonaise gelopen, zoals columnisten en discjockeys het samenvatten. Ook buiten Limburg verkleden mensen zich als zon, koe, of vuilnisbak. Op het kindercarnaval waren heel veel Hermelien Griffels, maar ook blauwe leeuwen die roze Fristie dronken. Ik heb opgegeven te verdedigen wat carnaval is: dat het gaat om het omkeren van waarden en dat er onverbloemde maatschappijkritiek is te zien. Het blijkt namelijk leuker dat clichébeeld (bier, paard in de gang, vreemdgaan) er telkens weer met de haren bij te slepen. Je vecht niet tegen idee-fixes.

Het is jammer dat carnaval vroeg viel dit jaar. De belangrijkste politieke gebeurtenissen waren nog niet verwerkt. Dat kwam vroeger beter uit. De nacht van Schmelzer (1966) bezorgde ons 'Waar we heengaan, Jelle zal wel zien' van Wim Kan. De oliecrisis (1974) leverde 'Kiele kiele Koeweit' van Farce Majeur op. En natuurlijk: 'Den Uyl is in den olie' van Vader Abraham en Boer Koekoek. Hoe zou 'Wimmetje gaat, Pimmetje komt' van Vader Abraham met Pim Fortuyn geklonken hebben als het carnaval dit jaar op 1 maart was begonnen? Was het dan een scherp satirisch lied geworden in plaats van het deuntje dat het nu is? Ik denk het niet.

Pierre Kartner is de ontdekker van Mieke en Corry Konings. Voor de laatste schreef hij het 41 weken in de top 40 zwevende 'Huilen is voor jou te laat'. Hij heeft zelfs een paar wereldhits geschreven. Er zijn Australiërs die denken dat 'Het kleine café aan de haven' over Sydney gaat. Daarna schreef hij Het Smurfenlied (1977). Daar ging het mis. Het Smurfenlied verkocht in een oplage van tientallen miljoenen over wereldwijde toonbanken, maar maakte Vader Abraham doodongelukkig. Hij kreeg namelijk niets van de mursjandaais. Hij had vergeten te regelen dat hij van elk verkochte smurfpoppetje een percentage zou smurfen. Het zat hem zo dwars dat hij in 1981 terugkwam met 'Wij zijn de Wuppies' en in 1987 met 'Het Apenlied'. Ik neem aan dat hij de mursjandaais toen beter geregeld heeft, maar de platen flopten. Inmiddels reist hij de showprogramma's af met Mister Bluehand. Dat is de Vader tegenwoordig. Geld verdienen met iets wat je bedenkt is fantastisch. Iets bedenken om er geld mee te verdienen is ziek.

Arme Pierre Kartner. Werd in 1996 zijn carnavalsplaat 'Als je inlegkruisje maar goed zit' geboycot, nu verpestte Fortuyns onttroning bij Leefbaar Nederland 'Wimmetje gaat, Pimmetje komt'. Toen ik mijn kroegentocht op carnavalszondag onderbrak voor een kop soep bij de familie, zag ik hem op Omroep Brabant. Wat hij vond van de affaire. En wat zei Pierre? Niet dat ze die xenofobe relnicht moesten opknopen aan de hoogste boom. Noch dat hij door het vuur zou gaan voor de vrijheid van onconventionele meningsuiting van een gedreven politicus.

Nee. Op huilerige toon sprak Pierre Kartner de angst uit dat zijn nieuwe cd nu niet meer zou verkopen. Hij zag de plaatjes al naast de pallets met onverkochte Wuppies, Apen en inlegkruisjes in de schuur staan. Deze weinig politiek betrokken kruideniersreactie moet in Rotterdam als onverwachte natrap zijn aangekomen. Het lijkt me pijnlijk voor Pim Fortuyn: te moeten ontdekken dat je niet de nieuwe Boer Koekoek bent, maar de nieuwe smurf van Vader Abraham.


(08-02-2002)

Carnaval (niet voor lage voorhoofden)

Lachen, zeg, carnaval. Bezopen Limburgers en Brabanders die elkaar in het kruis grijpen. Walgelijk. Inderdaad. Niets voor jullie. Wegblijven van onze orgie. Des te meer blijft er over voor ons.

De kroegentocht door Breda begint op maandag 11 februari om 13.11 voor station Breda CS, als de trein uit Etten-Leur aankomt. Je ziet vanzelf waar je moet zijn. Ik ga voor de 23ste keer. Onze vereniging de Frotters bestaat 22 jaar.

Lees ook: Overspel op het dagelijks bestaan

 

 

 


(02-02-2002)

Liefde overwint alles (vooral met een beetje hulp)

Mijn toekomstige opa was een soort van herenboer, dus toen mijn toekomstige vader aankondigde dat hij verkering had met de dochter van de timmerman viel er een doodse stilte rond de pan met eten. Mijn toekomstige moeder was ook nog eens kindermeid in Antwerpen. Dat niet alleen. Ze droeg nylonkousen en mondaine kleren. Ze rookte filtersigaretten en ze had make-up op. In het weekend ging ze dansen.

Zo'n frivole stadse madam paste niet bij de zoon van een rijke boer. Ze werd dan ook altijd koeltjes ontvangen. Maar zoals men zegt, als men niets beters weet te zeggen, liefde overwint alles. En daarbij was mijn moeder koppiger dan de ezel van de overburen. Ze deed wel een paar concessies. Als ze op bezoek kwam droeg ze sobere kleren. Ze veegde de lipstick van haar mond en trapte haar sigaret bij de tramhalte uit. Ik geloof dat opa haar uiteindelijk wel mocht, maar met oma kwam het nooit echt meer goed (de zussen van mijn vader eindigden uiteindelijk stadser dan mijn moeder ooit geweest was).

Vijf jaar later vroeg mijn vader toestemming te trouwen en meteen was een broos bouwwerk van vijf jaar verdraagzaamheid versplinterd. De hoop dat hij zijn wilde haren bij haar zou kwijtraken om te eindigen bij een degelijke herenboerendochter bleek vergeefs. Er werd niet getrouwd op straffe van onterving. Punt uit.

Toen deed mijn vader iets ongelofelijks voor een boerenzoon die het vooruitzicht op een stuk land verliest: hij hield zijn poot stijf. Samen met mijn moeder ging hij op emigratiecursus. Canada zat te springen om boeren en de grond was goedkoop. Samen leerden ze Engels, samen leerden ze de geschiedenis van Canada. Ik heb de cursus ergens liggen in een hutkoffer die wel aangeschaft werd, maar nooit gebruikt. Want vlak voor ze vertrokken zwichtten opa en (vooral) oma.

Ik kan me niet voorstellen dat mijn ouders de enigen zijn die een machtsmiddel gebruikten om een huwelijk af te dwingen. Je hoeft de kranten maar te lezen om te weten: liefde overwint alles, vooral met de hulp van een beetje chantage.

(Willem-Alexander en Màxima trouwen)