Het
voordeel van een geboortejaar dat eindigt op een nul
is dat je gemakkelijk rekent met heden en verleden. In
1980 was ik twintig. We dansten op The Cure, op Joy
Division en, als niemand het zag, op KC & The
Sunshine Band. The Twist van Chubby Checker en Hit the
road Jack van Ray Charles daarentegen kwamen uit zo'n
grijs verleden dat we niet eens wisten dat je daar op
kon dansen. Kom op zeg, we waren niet eens geboren. Er
waren geen sixties party.
Twintig
jaar terug is tegenwoordig geen enkele belemmering
voor een feest meer. In Ekko, vleermuizenbolwerk in
Utrecht, wordt elke maand Eighties Verantwoord
gehouden. Rijen tot aan de overkant. Goede reden voor
het viermaal grotere Tivoli om de 7 Inch Twins eens
een eighties verantwoord en esthetisch onverantwoorde
avond te laten verzorgen. En jawel: Rijen tot aan de
overkant. De dansvloer afgeladen. Een groepje oudere
meisjes heeft zich in Dynasty-glitterkleding gehuld,
maar daar is Utrecht nog niet rijp voor. Wel voor
Lois-spijkerbroeken ('Lois, Lois, Lois, for girls and
boys!' zong het vroeger op Veronica.) 'Ik ken elke
plaat!' zegt de meisjesmevrouw naast me opgetogen en
daarmee is meteen het geheim van deze avond onthuld.
Ik ken ook elke plaat. Sommige letterlijk alleen als
plaat, jeweetwel, zo'n grote zwarte cd. Gelukkig
trappen de dj's niet in de val van alleen maar Duran
Duran of A Flock of Seagulls, alsof New Order toen
niet bestond. Als het maar danst. De revival van de
jaren tachtig. Het is het logische vervolg op de
puberale lol van Wipneus en Pim. Ze hebben een deur
opengezet waardoor ze zelfs als eerste zullen
verdwijnen. Zonder 'Ren je rot' en een 'wedstrijd uit
de maat dansen' is het al camp genoeg met jarentachtig
muziek. Achter de kassa hangt programmeur Willem van
Zeeland glimmend het bordje 'Sold out' op het raam.
Mijn nieuwe helden: De 7 Inch Twins.
(16-04-2002)
Sneuë
onderbroek
Op
de werf van de Oudegracht in Utrecht staan twee
groepjes lawaaierige pubers. Gillende meisjes. En, een
octaaf lager, schreeuwende jongens. Daartussenin een
traag bewegende man. Het is ijskoud. Hij is in zomers
wit, zonder jas, met een plastic tasje aan zijn
voeten. Kortom, een dakloze.
Zijn
bewegingen hebben niets van het doelloze dat een
dakloze kan hebben, in de verloren uurtjes rond de
schemering. Hij kleedt zich uit. Het is een bonkige
striptease. Ondertussen schieten de pubers in een
gejaagd ballet om hem heen. Als hij zijn bovenlijf
heeft ontbloot is de werf leeg en er begint hem iets
te dagen. 'Vijf euro als ik erin spring, hè?'
roept hij naar boven. 'Nee,' gillen de meisjes vanaf
de straat, 'niet doen.' Ze hollen weg. Hij begint zich
aan te kleden. 'Hier!' roept een van de jongens en
zwaait met een briefje. Traag vallen de kleren weer om
zijn magere enkels. 'Vijf euro als ik erin spring,
hè?' Hij is dun. Hij heeft een veel te grote
witte onderbroek aan. Hij lubbert een beetje sneu om
zijn dunne billetjes. Verwaarlozing begint bij de
onderbroek.
Steeds
meer mensen leunen over de balie. 'Spring dan,' roepen
de jongens. 'Nee!' gilt het koor. De man knijpt zijn
neus dicht en springt.
Oudegracht:
ratten, pis, afval.
Het
water sluit traag boven zijn hoofd. De Oudegracht
blijkt dieper dan ik dacht. En kouder dan hij dacht.
Hij kan de paniek maar net onderdrukken als hij niet
tegen de kant opkomt. En dan, de triomf als hij zich
rustig weer aankleedt, vijf euro in het vooruitzicht.
Hij
krijgt ze niet. De discussie loopt op niets uit, ze
zijn stuk voor stuk jonger, sneller. En sterker.
Traag, gelaten, verslagen loopt hij weg. Als hij me
ziet staan komt hij op me af voor een euro. Normaal
verzin ik altijd dat ik geen kleingeld bij me heb. Nu
baal ik van die armzalige vijftig cent in mijn
portemonnee. Te weinig om mijn schaamte af te
kopen.
(09-04-2002)
Grappen over
Srebrenica
Het
was een keur aan schrijvers die normaal een zaal
dubbel kon uitverkopen. Maar niet hier. Op de Nacht
van Srebrenica, gehouden aan de vooravond van de
presentatie van het NIOD-rapport, spraken zij voor een
uitgestorven zaal. Serge van Duijnhoven, Ronald
Giphart, Manon Uphoff, Rosita Steenbeek en Marcel
Möring, onder andere, zagen voor de pauze een
zaal die uitpuilde van pers en publiek. Een groep
vrouwen, weduwes van Srebrenica, vertelde hun verhaal.
Hoe moedig dat was vatte Jean-Marc van Tol, tekenaar
van Fokke en Sukke, aan het begin van zijn optreden
samen. 'Alsof je vlak na de Tweede Wereldoorlog in een
zaal vol Moffen gaat zitten.' Niet de moed die je
riskante dingen laat doen. De moed om de confrontatie
met je eigen afkeer aan te gaan.
Na
de pauze vertrokken de vrouwen, de pers en het
publiek. De straf voor de schrijvers die met hun
solidariteit achteraan kwamen hobbelen? Een beetje
gemakkelijk gedacht, want waar blijft dan de straf
voor de acteurs, de cabaretiers, de stand-uppers, de
popmuzikanten, de componisten en de beeldend
kunstenaars...
Schrijven
en engagement is geen eenvoudig onderwerp, netzoals
harde grappen maken over rampen, terrorisme en
genocide. Jean-Marc van Tol liet zien dat het wel
mogelijk is, al klonk er vanuit de zaal regelmatig
afkeurend gesis. Maar moeilijker dan engagement en
grappen is het om positie te bepalen: op dezelfde
avond werd voor het eerst duidelijk wat zich in de
bezette gebieden in Israël afspeelde.
(21-04-2002)
De klusjeman kan
er niets van
Het
gebeurde in Tilburg. De politie telde 84 inslagen van
een automatisch wapen Geschokt verzamelden de mensen
zich op straathoeken. Hoe kon dit gebeuren in deze
buurt. De man had een klusjesbedrijf. De conclusies
waren al snel getrokken. Het is een schimmige sector
van wit en zwart uitbetalen. Het bleek een afrekening
in het criminele circuit. Maar het had me niet
verbaasd als hij door een klant met een scheef
gemetseld muurtje was omgelegd.
Ik
ben in juni 2000 verhuisd naar een rijtjeshuis. Je
kent ze wel. Kasten kunnen de smalle gedraaide trap
niet op. De muren staan scheef, het beton bolt door de
rot en normale gordijnen zijn onmogelijk door
jarenzeventig-speelse zeskantige kozijnen. Een stoet
bewoners heeft in vijfentwintig jaar de muren
bepleisterd, afgebikt en opgesmeerd. De vloeren zijn
beplavuisd, leeggehakt en slordig geëgaliseerd,
de spijkergaten van verwijderde schrootjes pijnigen je
ogen. Dus alles moest overnieuw. Maar heel Nederland
moet overnieuw en als je een vakman belt heeft hij
over anderhalf jaar tijd. Gelukkig zijn er
mannetjes.
Ik
haat klussen. Elk schroefgat wordt begeleid door een
mantra van godverdegodvers, elke zakker en druiper
door een parade van sakkerdju's. Maar ik kan het nog
steeds beter dan klusjesmannen en vaklui. Mijn eerste
klusjesman metselde op het oog een bar, zo scheluw dat
alles erafrolde. De stucadoor verfraaide de muren met
spuitplamuur en hij spoot de wasdroger, koelkast en
kookplaat meteen maar dicht. De timmerman legde de
vloer van klik-laminaat, maar las de
gebruiksaanwijzing niet. Vier pakken versplinterden
onder het brute leg-geweld. De schilder zette de
deuren en de kozijnen strak in de lak. Tot hij naar
beneden riep of de vloerbedekking op de slaapkamers
bleef liggen. Toen ik verbaasd 'Ja!' riep, vroeg hij
of ik dan terpentine had. Niet één keer,
drie keer. De elektricien zette zichzelf onder stroom.
Om het de tegelzetter gemakkelijk te maken maakte ik
alvast de stopcontacten los. Die tegelde hij voorgoed
weg. De verhuizers sléépten de kasten
naar binnen, onherstelbare voren in het nieuwe zeil
harkend.
Het
broddelwerk dat aannemers en vaklui schaamteloos
afleveren pik ik niet meer. De volgende keer dat een
klusbedrijf er in mijn huis een potje van maakt rijd
ik naar België. Ik koop daar een Uzi en knal de
klootzak met 84 patronen kapot. Als de politie dan
weer filosofeert over een afrekening in het criminele
circuit weet ik één ding zeker voor ik
me aangeef: die crimineel, dat was ik niet.
(21-03-2002)
Je veux de l'amour
(boekenweek)
De
lucht van de cafetaria hing vet
in de straat. Een jaar daarvoor was het interieur van
'Shawarma De Smid' opgeknapt, maar de grofgezaagde
witte meubelpanelen
met hun messingaccenten detoneerden met de scheve
muren van het pand. Schoonheid
zit in de details. Boven het vet hingen lichtbakken
met foto's van het assortiment. Chiel was allang
opgehouden van die lijst te bestellen. Hij wees dingen
in de vitrine aan. Het was een eerlijke vitrine. Je
kon zien dat de filet americain uit een worst kwam en
de natte ham uit blik. Het was kwart voor zes. De
stroom van klanten voor sigaretten of halveliters
was nog niet op gang gekomen. Halveliters in een
friettent zijn als de staatsloten van de
sigarenboer.
'Een
grote friet zonder en twee
kroketten,'
zei Chiel toen er iemand naar voren kwam. Het was de
magere. Er liepen meestal drie mannen rond in de zaak.
Hij ging er vanuit dat ze familie van elkaar waren. De
laatste jaren was hun Nederlands gelukkig verbeterd.
De friet helaas niet.
'Alles
goed, mieneer?' vroeg de magere. Het vet
siste.
'Ja.
Met jou ook?'
'Woont
oe hier vlakbij?'
'Ja.
Om de hoek.'
De
magere knikte en schudde het frituurmandje op. Het was
een droevige activiteit, dat opgooien van friet die te
bleek de zak in ging.
Chiel
ontkwam niet aan de beleefde wedervraag. 'Waar kom jij
vandaan?'
De
magere noemde een plaats die hem niets zei. Ngombo.
'Waar ligt dat?' 'Sri
Lanka,
mieneer.'
Sri
Lanka. En dan een verlopen shoarmatent runnen die
'Shawarma De Smid' heet. 'Jullie zouden
jullie
Sri-Lankaanse hapjes
moeten verkopen.'
De
magere leunde blij over de toonbank. Waarom heb ik
mijn bek nou weer niet gehouden, dacht Chiel. Ik
bestel hier al jaren mijn friet zonder problemen en nu
voer ik een gesprek dat ik helemaal niet wil. Maar het
was te laat. Gelaten legde hij uit dat Nederlanders
graag
iets nieuws
probeerden,
zolang het maar uit het vet kwam en op
straat
gegeten kon worden.
'Iek
ga uun keejr voor oe koken mieneer. Iek maak Sri Lanka
eten voor oe.'
'Da's
goed. Je hoeft geen meneer te zeggen. Zeg maar je. Ik
kom hier al zo lang.'
De
magere begon te stralen. 'Iek heejt Omar.' Hij draaide
zich om en reikte naar Chiels hand.
'Aangenaam,
ik heet Chiel.'
Omars
vingers gleden over zijn handpalm. Shit, onbeleefd
geweest. In Sri Lanka drukten ze natuurlijk langer de
hand. 'Begrijp jee?' vroeg Omar.
Chiel
haalde verbaasd zijn schouders op. Omar vroeg nogmaals
om zijn hand en trok die met nadruk naar diens
gezicht. Chiel had een vriend die als begroeting zijn
voorhoofd je hand legde. Hij verwachtte een
Sri-Lankaans vriendschapsritueel
(jezus, weer een 'vriend'
erbij), maar in plaats daarvan likte Omar met een
warme tong over zijn vingers. Chiel hing half over de
vitrine. Het viel hem nu hoe klein en tenger Omar was.
Het leek alsof je hem zo omver kon blazen,
verfrommelen als een frietzakje, zijn botjes onderin
de punt meeknisperend als het gruis van friet. Maar
uit zijn gulp hing een enorme
lul.
Hij lichtte een beetje grijzig op in het tl-licht van
de vitrine. Is een berenklauw in strijd met zijn
geloof? dacht Chiel.
Hij
forceerde een lach. Hij trok zijn hand terug en zei:
'Nee sorry, dat
is niets voor mij.'
Hij gooide gepast geld op de toonbank en liep met zijn
avondeten de zaak uit. Het regende.
Chiel
had vaak genoeg alleen voor de tv gezeten met een
grote friet zonder en twee kroketten.
Maar deze keer, terwijl hij voor de koelkast hurkte om
de mayonaise te pakken, overviel hem opeens een hele
grote eenzaamheid.
(15-03-2002)
Drugs, Seks en
Boeken
'Backstage
I'm lonely, backstage
I cry,' zingt Gene Pitney op een van de betere
kitschplaten.
Ik heb in 2001 een mini-tourneetje gedaan met
Writers
Block.
Een soort 'Best of Writers Block at Lowlands 2000 Tour
around the Country.' Samen met Ronald Giphart, Hagar
Peeters, Barbara Stok, Jean-Marc van Tol van Fokke
& Sukke en De
Dichters uit
Epibreren
heb ik in Utrecht, Amsterdam. Tilburg, Nijmegen,
Groningen en Rotterdam gestaan. Uitsluitend poppodia.
Dat komt omdat poppodium Tivoli de organisator is van
Writers Block. Een poppodium kan allang niet meer van
bandjes
alleen bestaan. De meeste zijn daarom multi-media,
multi-event uitgaanspaleizen geworden. Natuurlijk
hoort literatuur ook daarbij.
En
zo leefden we even het leven van een popster, op
tournee door Nederland. Meestal reed ik mee met Ronald
Giphart, maar zijn Renault Scénic stonk nogal
naar dood
vlees
door de halfopgeknaagde Happy
Meals
tussen de banken. De auto van Jean-Marc van Tol zakte
zowat door zijn assen door de Fokke &
Sukke-boekjes, -t-shirts, -stickers, -asbakken,
-koekblikken, -mokken en -condooms, dus die wilde me
alleen naar het station brengen. De Dichters uit
Epibreren moesten altijd de andere kant op. Dus ik was
overgeleverd aan het management. Dat reed in een auto
waarin ze zelf een autoradio hadden gemonteerd. Dat
was heel grappig, want als je nu de alarmlichten
aanzette gingen de ramen open, als je het groot licht
opzette sloeg de cassette af en als we linksaf sloegen
sprong de radio naar een andere zender.
Lachen.
En
zo leefden we even het leven van een popster,
op tournee door Nederland. Veel poppodia zitten in een
oude, ooit gekraakte gebouwen. Tivoli (Utrecht) en
Doornroosje (Nijmegen) zitten wel in sfeervolle
panden, backstage blijft het behelpen. In de nieuwbouw
is het beter. Mooie ruime kleedkamers met eigen wc's
en douches in 013 (Tilburg) en Oosterpoort
(Groningen).
En
zo leefden we even het leven van een popster, op
tournee door Nederland. Een hele dag onderweg voor een
kwartier voorlezen. Terwijl het publiek gezellig in de
zaal luisterde, zaten wij soms in bedompte
kelders,
raamloze zolderkasten. Gelukkig hadden we altijd wat
om onze tijd mee door te komen: Marsen, Nutsen, bier,
wijn, water, notenmixen, snacks, nacho's en fruit. Ik
heb het allemaal gezien.
En
zo leefden we even het leven van een popster, op
tournee door Nederland. Je begrijpt op een gegeven
moment, zelfs na zo'n minitourneetje, waarom
sterren
eisen gaan stellen,
of hun eigen catering gaan meenemen. Na drie keer
afhaalchinees
geloof je het wel. Gelukkig hebben steeds meer podia
hun eigen keuken, of anders een inpandig restaurant.
Het
meest gastvrij en overdadig werden we in 013
ontvangen, de Brabantse gastvrijheid ten top. En het
schrieperigst
in Calypso (Rotterdam). Hun Hollandse interpretatie
van hapjes was een tweeliterpot zilveruien.
Tivoli's
Writers Block Love Tour 2002
19
maart, Melkweg Amsterdam (nog enkele
kaarten)
20
maart, Doornroosje
Nijmegen
21
maart, 013 Tilburg
23
maart Tivoli Utrecht (inclusief toegang tot Family
Affair na afloop) Met twee
verrassingsoptredens!
(15-03-2002)
Ik
kan het niet goed verklaren, maar als ik de een zie
moet ik meteen aan de ander denken. Vooral als die ene
lacht. Zou het die lach zijn? Sommige mensen moeten
niet lachen.
(02-03-2002)
Aan de eerstejaars
die mijn fiets heeft gekocht
Mag
ik je allereerst feliciteren met de aankoop van je
zwarte Gazelle herenfiets? Wat zul je betaald hebben?
Een eurotientje misschien. Maar zelfs al heb je er
twintig voor betaald, dan nog heb je een goede koop
gedaan.
Zoals
je ziet zitten er voor en achter nieuwe banden op.
Niet zomaar nieuwe banden, maar anti-lekbanden, met
een kevlarbrekerlaag. En dan ook nog nieuwe
Vredenstein-binnenbanden en mooie glanzende
velglinten. De kans dat je een lekke band rijd is de
eerste jaren heel klein. Het gel-zadel is vrij van
gebruikssporen. De trappers heb ik eind vorig jaar
laten vervangen en recentelijk heb ik er een originele
Gazelle-koplamp opgezet, die precies past bij het
ouderwetse en statige karakter van deze fiets. De
Chinese draaibel is de enige frivoliteit die ik me
veroorloofde, maar in het drukke stadsverkeer van
Utrecht geen overbodige luxe. Gebruik hem met beleid:
voetgangers vatten bellen eerder op als agressie dan
als een beleefde waarschuwing dat je hen niet omver
wil rijden. Boodschappen meenemen is geen probleem
door de stevige snelbinders en je jas zal nooit nat
worden door de jasbeschermers die ik net had laten
vernieuwen.
Waarschijnlijk
heb je hem zonder sloten gekocht. Die zaten er wel op,
voor tweehonderd gulden in totaal. Zo'n beugelslot,
dat, volgens een fietsenjunk die een boek over zijn
vak schreef, onkraakbaar is en een dik zwart ringslot
met een extra kabel eraan.
Maar
ja. Ik had mijn fiets niet op slot gedaan noch
vastgezet. Dat is inderdaad heel stom, maar als ik je
vertel dat die fiets in mijn achtertuin stond, dan
moet je deze achteloosheid wel kunnen begrijpen. En
wat kan jou het immer schelen? Jij hebt nu immers een
mooie fiets, met een stevige bagagedrager om 's avonds
een mooie meid naar huis te brengen. Daarom hoop ik
dat je er wel goed gebruik van maakt. Dan is mijn
verstoorde nachtrust nog ergens goed voor geweest.
Want weet je, sinds de diefstal schrik ik telkens
wakker als ik 's nachts iets hoor. Komen ze voor mijn
andere fiets? Of was die fiets maar de aanzet tot het
grotere inbreekwerk? Denk daar eens aan als je naar de
kroeg fietst.
Nog
één ding: wil je er wel een beetje
voorzichtig mee zijn? Je zou niet zeggen dat mijn
fiets al meer twintig jaar oud is, waarschijnlijk twee
jaar ouder dan jij. Ik ben er dan ook altijd heel
zuinig op geweest: altijd binnen gezet en regelmatig
gesmeerd. Het lijkt me vreselijk dat mijn fiets
eindigt als een geelgeverfd barrel met rammelende
spatborden en loshangende lampen, met stickers van een
jaarclub op de stang.
Want
weet je, in 1993 heb ik die fiets van mijn vader
geërfd. Ik hoef mijn ogen maar dicht te doen en
ik zie die grote man op zijn statige Gazelle aan komen
fietsen, zijn schouders een beetje opgetrokken en
altijd erop bedacht zijn hand op te moeten steken voor
een bekende, een buur, een klant. Ik fietste niet, ik
reed op de fiets van mijn vader.
Een
amateurpsycholoog (je weet wel, zo'n langharige sukkel
in een café die dromen verklaart en gelooft dat
ziektes tussen de oren zitten) beweerde dat ik expres
mijn fiets niet op slot had gezet. Ik wílde dat
die fiets gestolen werd: een onderbewuste poging tot
afscheid van mijn vader.
Maar
wat je doet is mijn vader uit mijn herinnering
wegfietsen. Ik weet niet of ik je dat kan
vergeven.
Nederlanders
hebben netzoveel verstand van carnaval als van de
islam. Ik ben zelf alweer hersteld van vier dagen
feestrumoer tussen Etten-Leur en Breda. Nee, ik heb
niet vier dagen bezopen in een boerenkiel in polonaise
gelopen, zoals columnisten en discjockeys het
samenvatten. Ook buiten Limburg verkleden mensen zich
als zon, koe, of vuilnisbak. Op het kindercarnaval
waren heel veel Hermelien Griffels, maar ook blauwe
leeuwen die roze Fristie dronken. Ik heb opgegeven te
verdedigen wat carnaval is: dat het gaat om het
omkeren van waarden en dat er onverbloemde
maatschappijkritiek is te zien. Het blijkt namelijk
leuker dat clichébeeld (bier, paard in de gang,
vreemdgaan) er telkens weer met de haren bij te
slepen. Je vecht niet tegen idee-fixes.
Het
is jammer dat carnaval vroeg viel dit jaar. De
belangrijkste politieke gebeurtenissen waren nog niet
verwerkt. Dat kwam vroeger beter uit. De nacht van
Schmelzer (1966) bezorgde ons 'Waar we heengaan, Jelle
zal wel zien' van Wim Kan. De oliecrisis (1974)
leverde 'Kiele kiele Koeweit' van Farce Majeur op. En
natuurlijk: 'Den Uyl is in den olie' van Vader Abraham
en Boer Koekoek. Hoe zou 'Wimmetje gaat, Pimmetje
komt' van Vader Abraham met Pim Fortuyn geklonken
hebben als het carnaval dit jaar op 1 maart was
begonnen? Was het dan een scherp satirisch lied
geworden in plaats van het deuntje dat het nu is? Ik
denk het niet.
Pierre
Kartner is de ontdekker van Mieke en Corry Konings.
Voor de laatste schreef hij het 41 weken in de top 40
zwevende 'Huilen is voor jou te laat'. Hij heeft zelfs
een paar wereldhits geschreven. Er zijn
Australiërs die denken dat 'Het kleine
café aan de haven' over Sydney gaat. Daarna
schreef hij Het Smurfenlied (1977). Daar ging het mis.
Het Smurfenlied verkocht in een oplage van tientallen
miljoenen over wereldwijde toonbanken, maar maakte
Vader Abraham doodongelukkig. Hij kreeg namelijk niets
van de mursjandaais. Hij had vergeten te regelen dat
hij van elk verkochte smurfpoppetje een percentage zou
smurfen. Het zat hem zo dwars dat hij in 1981
terugkwam met 'Wij zijn de Wuppies' en in 1987 met
'Het Apenlied'. Ik neem aan dat hij de mursjandaais
toen beter geregeld heeft, maar de platen flopten.
Inmiddels reist hij de showprogramma's af met Mister
Bluehand. Dat is de Vader tegenwoordig. Geld verdienen
met iets wat je bedenkt is fantastisch. Iets bedenken
om er geld mee te verdienen is ziek.
Arme
Pierre Kartner. Werd in 1996 zijn carnavalsplaat 'Als
je inlegkruisje maar goed zit' geboycot, nu verpestte
Fortuyns onttroning bij Leefbaar Nederland 'Wimmetje
gaat, Pimmetje komt'. Toen ik mijn kroegentocht op
carnavalszondag onderbrak voor een kop soep bij de
familie, zag ik hem op Omroep Brabant. Wat hij vond
van de affaire. En wat zei Pierre? Niet dat ze die
xenofobe relnicht moesten opknopen aan de hoogste
boom. Noch dat hij door het vuur zou gaan voor de
vrijheid van onconventionele meningsuiting van een
gedreven politicus.
Nee.
Op huilerige toon sprak Pierre Kartner de angst uit
dat zijn nieuwe cd nu niet meer zou verkopen. Hij zag
de plaatjes al naast de pallets met onverkochte
Wuppies, Apen en inlegkruisjes in de schuur staan.
Deze weinig politiek betrokken kruideniersreactie moet
in Rotterdam als onverwachte natrap zijn aangekomen.
Het lijkt me pijnlijk voor Pim Fortuyn: te moeten
ontdekken dat je niet de nieuwe Boer Koekoek bent,
maar de nieuwe smurf van Vader Abraham.
(08-02-2002)
Carnaval
(niet voor lage voorhoofden)
Lachen,
zeg, carnaval. Bezopen Limburgers en Brabanders die
elkaar in het kruis grijpen. Walgelijk. Inderdaad.
Niets voor jullie. Wegblijven van onze orgie. Des te
meer blijft er over voor ons.
De
kroegentocht door Breda begint op maandag 11 februari
om 13.11 voor station Breda CS, als de trein uit
Etten-Leur aankomt. Je ziet vanzelf waar je moet zijn.
Ik ga voor de 23ste keer. Onze vereniging
de
Frotters
bestaat 22 jaar.
Liefde
overwint alles (vooral met een beetje
hulp)
Mijn
toekomstige opa was een soort van herenboer,
dus toen mijn toekomstige vader aankondigde dat hij
verkering had met de dochter van de timmerman viel er
een doodse stilte rond de pan met eten. Mijn
toekomstige moeder was ook nog eens kindermeid
in Antwerpen. Dat niet alleen. Ze droeg nylonkousen en
mondaine
kleren.
Ze rookte filtersigaretten en ze had make-up op. In
het weekend ging ze dansen.
Zo'n
frivole stadse madam paste niet bij de zoon van een
rijke boer. Ze werd dan ook altijd koeltjes ontvangen.
Maar zoals men zegt, als men niets beters weet te
zeggen, liefde overwint alles. En daarbij was mijn
moeder koppiger dan de ezel van de overburen. Ze deed
wel een paar concessies. Als ze op bezoek kwam droeg
ze sobere kleren. Ze veegde de lipstick van haar mond
en trapte haar sigaret bij de
tramhalte
uit. Ik geloof dat opa haar uiteindelijk wel mocht,
maar met oma kwam het nooit echt meer goed (de zussen
van mijn vader eindigden uiteindelijk stadser dan mijn
moeder ooit geweest was).
Vijf
jaar later vroeg mijn vader toestemming te trouwen en
meteen was een broos bouwwerk van vijf jaar
verdraagzaamheid versplinterd. De hoop dat hij zijn
wilde haren bij haar zou kwijtraken om te eindigen bij
een degelijke herenboerendochter bleek vergeefs. Er
werd niet getrouwd op straffe van onterving. Punt
uit.
Toen
deed mijn vader iets ongelofelijks voor een boerenzoon
die het vooruitzicht op een stuk land verliest: hij
hield zijn poot stijf. Samen met mijn moeder ging hij
op emigratiecursus.
Canada zat te springen om boeren en de grond was
goedkoop. Samen leerden ze Engels, samen leerden ze de
geschiedenis van Canada. Ik heb de cursus ergens
liggen in een hutkoffer
die wel aangeschaft werd, maar nooit gebruikt. Want
vlak voor ze vertrokken zwichtten opa en (vooral) oma.
Ik
kan me niet voorstellen dat mijn ouders de enigen zijn
die een machtsmiddel gebruikten om een
huwelijk
af te dwingen. Je hoeft de kranten maar te lezen om te
weten: liefde overwint alles, vooral met de hulp van
een beetje chantage.