19
maart 2004
Ali en
Neda
Ik
werd laatst uitgenodigd om meedoen te doen aan de
omsingeling van het Binnenhof. Als ik wilde kon ik een
hele dag op een stoel gaan zitten, als stil proteste
tegen het uitzettingsbeleid (het deportatiebeleid) van
Verdonk. Arme ziel Verdonk, ze voert alleen maar een
wet uit die een vorig, Paars, kabinet heeft
aangenomen. Ik dacht dat nieuwe kabinetten altijd
meteen vorige wetten afschaffen, maar het zal wel net
zoiets zijn als met Europese wetgeving. Als het geld
oplevert doet Nederland meteen mee, als het geld kost
dan telt het niet.
Afijn,
ik zag mezelf daar niet zitten, want zoiets moet je
aan Bekende
Nederlanders
overlaten.wat ik wel kon doen was een stuk schrijven
voor mijn rubriek in Metro. Ik kende toevallig een
Iraanse vrouw en ze wilde graag samen met haar man
praten hoe het is asielzoeker in Nederland te zijn. Op
voorwaarde dat ze anoniem zou blijven. Ali en Neda,
zoals ik ze zal noemen zijn twee ontwikkelde,
gemotiveerde mensen. Ze waren allebei politiek actief
in Iran. Geen doorsnee mensen dus, want in het gesprek
dat ik met ze had, bleek dat ze goed hadden nagedacht
over de wereld. Beter dan de doorsnee Nederlander.
Binnenkort (de datum zou hun verrraden) is hun
rechtzaak. Als het oordeel van de rechter negatief is
worden ze teruggestuurd naar Iran. Ze zijn daar
doodsbang voor.
Ik
vind Ali en Neda een verrijking voor Nederland.
Misschien kunnen we in hun plaats twee anderen naar
Iran sturen. Ik ken er wel een paar. Vanaf nu elke dag
een hoofdstuk uit hun relaas.
'I am a
refugee' (aankomst)
(Ettenseweg,
waaraan het AC Rijsbergen ligt)
'Alsof
je 's ochtends uit bed stapt en met je slaperige hoofd
tegen de openstaande deur van een kast loopt. Voor een
moment is de pijn zo erg dat je helemaal niets ziet en
daarna dansen er sterretjes voor je ogen.' Zo
omschrijven Ali en Neda het onwerkelijke gevoel om als
gevluchte Iraniër op een kille morgen in een
vreemd land uit een vrachtwagen te stappen. Het was in
Breda, maar de situatie was zo verwarrend dat ze niet
meer weten waar. Ergesn langs de kant van weg, onder
aan een oprit. Boven aan de weg stond een man in een
blauwe BMW klaar. Hij gaf hen zijn mobiele telefoon,
zodat ze naar Iran konden bellen met één
boodschap: 'Je kunt betalen.'
Het
was het einde van een reis die tien dagen geduurd had.
In Turkije wachtten ze drie dagen met een Afghaans
paspoort tot er transport was geregeld. Met een andere
Iraniër en een Afghaan zaten ze zeven dagen in de
laadbak van een vrachtwagen. Ze konden zich warmhouden
met onder karton dozen. 's Nachts mochten ze er even
uit. Eten of drinken was er nauwelijks, bij elke
grensovergang wel de angst gepakt te worden. In de
duisternis vertraagde het leven. Het enige wat je kon
doen was je ademhaling of je hartslag
tellen.
Tot
op klaarlichte dag de deuren opengingen en ze te horen
kregen dat ze in Breda waren. In Nederland, gelukkig:
hier werd eerst onderzocht of je recht op een
vluchtelingenstatus had. Frankrijk en Zweden sturen je
meteen terug. De man in de BMW bracht hen naar een
kruising in de stad. In de auto leerde hij hen een
zinnetje: I am a refugee. 'Wacht een paar minuten en
loop dan naar het politiebureau,' zei hij en reed weg.
Vanaf nu moesten ze het zelf doen.
Bij
het politiebureau werden ze op de bus naar Rijsbergen
gezet, waar een van de aanmeldcentra (AC) voor
asielzoekers staat. Neda vertelt dat ze dit laatste
gedeelte van de reis nooit meer zal vergeten: 'Niemand
zei iets. Het was geen vreugde of verdret dat ik
voelde. het was allemaal nieuw.'
Het
was 21 maart 2000. De eerste dag van de lente. En
nieuwjaarsdag in Iran. Symbolischer kun je het niet
bedenken.
Sollen met
asielzoekers
Ali
en Neda kwamen aan in Breda, Noord-Brabant, op 21
maart 2000.
Ze
meldden zich aan in aanmeldcentrum Rijsbergen,
Noord-Brabant.
Ze
werden naar Mill, Limburg gestuurd, daar bleven ze tot
27 maart.
Per
bus teruggebracht naar Rijsbergen waar ze vier dagen
door de IND werden
ondervraagd.
Daarna
naar Ermelo, Gelderland gestuurd (het tentenkamp langs
de A27, inmiddels
opgeheven)
Vandaaruit
tien dagen opgevangen in een pension in Assen,
Drenthe.
Daarna
veertig dagen in het aanmeldcentrum Ter Apel, Drenthe
verbleven.
Voor
drie maanden naar Bergum, Friesland,
gestuurd.
Na
zes maanden via de ZZA-regeling een kamer gevonden in
Utrecht, Utrecht.
Punten bij
God
'Wij
begrijpen maar amper wat Nederlanders als probleem
zien in hun land en zo begrijpen Nederlanders maar
amper wat er in het onze aan de hand is, ' zegt Neda.
Ali werd in 1982 gearresteerd omdat hij lid was van
een politieke partij. Hij was toen 19 jaar. In dat
jaar werd de hoop opgegeven dat de Islamitische
revolutie van 1979 vrijheid en democratie zou
brengen
Iran
was tot dat jaar de oudste monarchie ter wereld. In
1953 lag de macht bij sjah Reza Pahlawi en een paar
rijke families. Het land was ingericht als een moderne
Westerse staat, met steun van de VS. Feitelijk heerste
er een dictatuur, met een van de wreedste geheime
diensten ter wereld, de Savak, getraind door de CIA.
De modernisering maakte de kloof tussen rijk en arm
groter en groter, de tienduizenden Amerikaanse
'adviseurs' in Iran stoorden de islamitische
geestelijken meer en meer. In januari 1979 barstte de
bom. De sjah vluchtte en de Iraanse Islamitische
Republiek werd ingesteld. Oppositiepartijen die een
ondergronds bestaan hadden geleid kwamen boven. Nieuwe
werden opgericht. Maar meteen na de revolutie raakte
Iran verwikkeld in een oorlog met Irak. De problemen
die deze oorlog met de internationale gemeenschap
opleverde zorgden voor een hevige strijd tussen de
conservatieve en hervormingsgezinde partijen. De
conservatieven wonnen.
Ali
was lid geworden van de Tudeh-partij, netzoals zijn
vader, broers en zussen. De Tudeh regeerde voor het
laatst in 1953, in het kabinet van Mossadeq. Dat
regime werd door Amerika omvergeworpen ten gunste van
de sjah. De Tudeh is communistisch. Dat maakte de
leden ook na de revolutie van 1979 extra kwetsbaar,
toen de Iraanse Islamitische Partij van Khomeini alle
macht naar zich toe trok. Communisme is per definitie
atheïstisch. Zijn vader werd opgepakt, gemarteld
en geestelijk en financieel geruïneerd. Zijn zus
vluchtte in 1982 naar Duitsland. Daarna was Ali aan de
beurt.
'Gevangen
zitten is nog het minste,' zegt Ali, meer dan twintig
jaar later. 'Maar je wordt niet alleen fysiek gevangen
gezet. Je persoonlijkheid wordt gebroken, om je zover
te krijgen dat je mensen verraadt. En jezelf.
Vierentwintig uur per dag word je gehersenspoeld. Ik
heb onbegrijpelijke martelingen gezien: mannen die
drie maanden lang elke dag zwijgend in een graf
moesten liggen. Mijn vader was communistisch. Voor de
islam was mijn moeder daardoor met een heiden
getrouwd. Het huwelijk was ongeldig en dat maakte mij
een bastaard. Ik weigerde dat toe te geven en daarom
werd ik urenlang geslagen. Ik vroeg aan de beul,
waarom sla je mij? Hij antwoordde, als ik jou sla
verdien ik mijn punten bij God. Ik wist toen dat het
nooit zou stoppen. Ik weigerde een verklaring te
ondertekenen waarin ik spijt betuigde van mijn
politieke misdaden en kreeg te horen dat ik zou worden
geëxecuteerd. 's Ochtends om vier uur haalden ze
me uit mijn cel en zetten ze me met een zak over mijn
hoofd tegen de muur. Er werd vlak boven mijn hoofd
geschoten. Ik viel flauw.'
Na
deze gruwelijk nep-executie ondertekende Ali de
verklaring waarin hij beloofde hij nooit meer
politieke actief te zijn. In 1988, vijf jaar later,
was elke politieke gevangene zonder proces
geëxecuteerd, inclusief nagenoeg de hele top van
de Tudeh-partij. Zijn vader overleefde de uitputting
en de martelingen in de gevangenis slechts vier
jaar.
www.tudehpartyiran.org
Roep om
democratie en openheid
Na
zijn vrijlating in 1983 ging Ali een zware tijd
tegemoet. De eerste drie maanden mocht hij de stad
niet uit. Elke week moest hij stempelen bij de
politie. Hij was uitgesloten van de universiteit en
kon geen baan krijgen bij de overheid of een
genationaliseerd bedrijf. Zijn militaire dienstplicht
vervulde hij in de meest afgelegen delen van Iran.
Ontmoetingen met vrienden waren verboden. 'Het was
niet persoonlijk bedoeld,' zegt hij berustend, 'het
gold voor iedereen die politiek actief was
geweest.
In
1990 had Ali zich lang genoeg koest gehouden om de
aandacht van de autoriteiten te verliezen. Hij zette
een bedrijf in brandbeveiliging op. Later begon hij
ook nog een uitzendbureau, hij trouwde en kreeg een
dochter en een zoon. Ali raakte in een echtscheiding
verzeild en ontmoette later Neda met wie hij een
nieuwe leven begon. Ondanks alle spanningen in een
land gaat het dagelijkse leven ook gewoon
door.
Door
de Golfoorlog in 1991 richtte de belangstelling van de
internationale gemeenschap zich meer op Irak dan Iran.
Daar ontdekte het volk dat de dictatuur van de
geestelijken dezelfde was als die van de sjah.
'Of
eigenlijk nog wreder,' zegt Ali. 'Het aantal
geëxecuteerde politieke gevangene is onbekend,
hun lichamen zijn verdwenen. Zelfs als je niet
politiek actief bent loop je gevaar. Harde muziek in
je auto afspelen, zonder hoofddoek of met make-up op
straat gaan, met je geliefde hand in hand lopen, dat
is genoeg voor geseling met de zweep of marteling met
elektrische schokken. Journalisten, dichters,
schrijvers, zangers, ze zijn om niets
vermoord.'
De
roep om meer democratie en openheid werd in 1995
steeds groter. De voortgaande islamisering en de
invoering van de sharia, islamitische wetgeving, riep
verzet op. Hervormingsgezinden geestelijken vreesden
dat het volk zich zouden afkeren van de islam als de
dictatuur bleef bestaan. Er werd een poging gedaan
martelpraktijken te verbieden. De liberale president
Khatami stond persvrijheid toe en langzaam gloorde het
licht van de democratie. Tudeh roerde zich weer.
Ondergronds en zonder zich openlijk aan een partij te
verbinden werd Ali actief.
Een vergrijp
waar je in Nederland alleen maar om lacht,
misschien
'Wat
bezielt je dan om je twaalf jaar later weer in de
politiek te storten?' vraag ik aan Ali. Hij antwoordt
zonder aarzelen. Het Farsi klinkt een beetje Fins, als
een rustgevend zacht zoemen. De tolk zegt dat ze zich
ook wel eens afvraagt of ruziënde Iraniërs
echt boos kunnen klinken. Maar door het contrast met
die zachtheid raken Ali's woorden me diep: 'Zou jij
niet vechten voor de rechten van je kinderen? Om de
toekomst van je kinderen zeker te stellen?'
'Vrijheid
is een van de fundamentele rechten van de mens,' zegt
Neda. 'Officieel leeft zestig procent van de
Iraniërs onder de armoedegrens. In werkelijkheid
is het eerder negentig procent. En dat in een
olieproducerend land. De geestelijken spreken over de
Satan Amerika, maar hebben ondertussen corrupte deals
met bedrijven in de VS. Wij zijn niet religieus, maar
hebben respect voor het geloof van anderen. Maar in
Iran is religie een excuus voor onderdrukking en
zelfverrijking geworden. Er moesten dingen veranderen.
De olieopbrengst naar het volk. Een grotere vrijheid,
zonder wapens, zonder oorlog. Waar vrouwen mogen
werken, maar kinderen juist niet. Iran heeft een jonge
bevolking, barstend van kennis en talent, maar het
volk wordt dom gehouden. De mensen moesten bewust
gemaakt worden.'
Ali
knikt instemmend en kijkt me aan. 'Jij zegt: wat
bezielt je om je twaalf jaar later weer in de politiek
te storten? De vraag had moeten zijn: Waarom ben je
niet al die tijd actief gebleven?
Meerdere
keren in deze periode arresteerden en treiterden de
autoriteiten Ali en Neda. De invallen hebben Ali's
kinderen voorgoed getraumatiseerd. Na het oprollen van
de studentenbeweging viel zijn naam. Op een moment dat
zij toevallig niet thuis waren kwam er een inval. Ali
en Neda doken onder. Alles, tot en met de foto's van
de kinderen is hen afgenomen. Ali wist wat hem te
wachten stond als hij gevonden werd. Mensen die hij
liever niet noemt hebben hem en Neda het land uit
geholpen. Hun enige bezittingen: de kleren die ze
aanhadden.
'Ik
heb de wapens niet gegrepen, niemand verwond. Mijn
misdaad is dat ik over vrijheid en democratie
gepráát heb.' Hij kijkt me aan. 'Een
vergrijp waar je in Nederland alleen maar om lacht,
misschien.' Ik zou niet durven.
Universele
rechten van de mens
30
maart 2004
Het
belang van mensenrechten in het Westen gaat op en neer
met de olieprijs
|

|
Ali
en Neda wonen niet in een
asielzoekerscentrum. Ze hebben gebruik
gemaakt van de ZZA-regeling
(ZelfZorgArrangement, in juni 2002 weer
afgeschaft), die het asielzoekers mogelijk
maakt een kamer te huren bij een familielid,
vriend of kennis. Zij konden intrekken bij
een Tudeh-lid in Utrecht. Aan de tijd die ze
in asielzoekerscentra en tentenkampen hebben
doorgebracht &endash; soms met vier
nationaliteiten op één kamer
&endash; denken ze niet met plezier terug. De
zielloze dagen dat je op je kamer zat. Het
was geestdodend. Ondertussen leefde je in het
besef dat je je familie en je kinderen had
achtergelaten. Nedah probeerde Nederlands te
leren. Ali schreef het verhaal van hun vlucht
op. Als het klaar is laat hij het vertalen,
zodat ik het kan lezen, belooft
hij.
Ali
en Neda vinden het erg onbeleefd om kritiek
te uiten op het Nederlands asielbeleid. Pas
na lang aandringen willen ze er iets over
zeggen.
'Een
asielzoeker zonder status mag niet werken,
een asielzoeker zonder status mag geen
opleiding volgen. Dat is frustrerend,' zegt
Neda. 'Niemand wil alleen maar zijn hand
ophouden. Wij kunnen het niet. Ik wil sociale
vaardigheden opdoen, ontdekken in wat voor
land ik woon en eraan bijdragen. Maar het mag
niet. Ja, drie maanden per jaar mag je
werken. Seizoenarbeid, zoals appels plukken.
Wat je verdient wordt op je uitkering
ingehouden, zodat je heel weinig overhoudt.
Een asielzoeker heeft minder geld te verteren
dan er hier aan honden en katten wordt
uitgegeven. Asielzoekers zijn het laagste van
de maatschappij.'
|
Ali
knikt. 'Er is altijd behoefte aan zwartwerkers in dit
land. De bazen weten de weg naar het
asielzoekerscentrum te vinden en ze vinden altijd
mensen die willen werken. Meestal voor weinig geld.
Als je het al krijgt,' voegt hij er door schade en
schande wijs geworden aan toe. 'Honderd jaar geleden
hielden Nederland, Engeland en Frankrijk slaven. Nu
komen de slaven zelf, in de hoop hun
levensomstandigheden te verbeteren. Als Europese
landen arbeiders nodig hebben, of politieke motieven
hebben, dan staan de deuren open voor buitenlanders.'
Hij zwijgt even. 'Het belang van mensenrechten gaat in
het Westen op en neer met de olieprijs.'
Neda
gaat verder. 'Een asielzoeker die jaren in een
asielzoekerscentrum zit heeft dezelfde straf als een
misdadiger die de bak in gaat. Zo iemand heeft alles
verloren. Hoogopgeleide mensen en actieve politici die
boordevol plannen en idealen hun land moesten verlaten
worden gedwongen zich koest te houden. Ze mogen niet
studeren en hebben geen inspraak. Ze hebben geen
vrienden of bekenden meer in het land van herkomst. Na
die jaren bezwijken ze onder de psychische druk, omdat
ze elk moment kunnen worden uitgezet. Als ze dan toch
een status krijgen is alle initiatief eruit. Geen
wonder dat Nederlanders denken dat asielzoekers alleen
maar komen om hun hand op te houden.'
Dat
idee kan Ali heel treurig stemmen. 'Hoe moet je dat
uitleggen? Wij zijn daar geboren, mijn kinderen wonen
daar. Ze waren acht en negen, nu zijn ze twaalf en
dertien. Voor ouders is er niets mooiers dan te zien
hoe een kind zich ontwikkelt: het eerste woordje, naar
school, studeren. Wij zijn daar geen getuige meer van
en zullen het nooit meer meemaken. Ze waren kind toen
ik wegging; als ik ooit terugga krijg ik ze als
volwassene terug. Wat is daar het profijt
van?'
Ali
& Neda slot: Je leeft maar één
keer
|

|
Het
is een paradoxale stituatie. Je moet je land
uitvluchten vanwege een linkse
atheïstische instelling, je bent ook
noeg eens anti-Amerikaanse en je krijgt asiel
in een kapitalistisch land met een
CDA-premier die kwispelt als hij George Bush
ziet. 'Dat is heel raar voor ons. We
twijfelen vaak of we wel of niet welkom zijn.
We durven niet te praten zoals we graag
zouden willen. We zijn immers te gast,' zegt
Neda.
Niet
durven praten zoals je graag zou willen, het
is iets wat me helemaal vreemd is. In de
afgelopen twee jaar heb ik op deze pagina's
genoeg geschreven om vermoord voor te worden.
Als dit Iran was geweest.
|
Ali
en Neda zijn vier jaar en twee negatieve beslissingen
van de IND over hun vluchtelingenstatus verder. De
eerste keer krijgt bijna iedereen een negatief advies.
Je hebt geen reisdocumenten en je bent het land
binnengesmokkeld, dus je kunt niet bewijzen hoe en
waarvandaan je gekomen bent. Maar je zou gek zijn als
je reisdocumenten bij je had, dan word je gewoon
teruggestuurd, Ook de tweede keer besliste de IND
ongunstig. Er zou geen gevaar voor hen zijn in het
land van herkomst. Het tegendeel is heel moeilijk te
bewijzen : 'In Iran word je zo van tafel in een auto
gesleurd en je verdwijnt. Ze zijn geen prominente
Tudeh-leden, wat het alleen maar gemakkelijker maakt
om hen spoorloos te laten verdwijnen. Er valt dan
niets meer te bewijzen. Ik ben bang dat dat ons te
wachten staat als we terug moeten.'
Zelfs
hier ben je niet zeker, zeggen Ali en Neda. Tudeh is
nog steeds actief in Iran, via internet blijft
iedereen op de hoogte. Er zijn geheimagenten
geïnfiltreerd om op zoek naar namen van
activisten in Iran. En van familieleden die je
geholpen hebben je te ontsnappen. Daarom durven ze het
achterste van hun tong niet te laten zien.
Vijf
weken na dit gesprek is de rechtszaak en inmiddels
hebben Ali en Neda bewijzen genoeg verzameld, hopen
ze. Het bestuur van de Tudeh stuurde een bewijs van
lidmaatschap. Een familielid heeft een krantenknipsel
over de arrestatie van zijn vader opgestuurd. Hun
Nederlandse vrienden hebben op eigen initiatief een
solidariteitsverklaring ondertekend. Zes à
zeven maanden later wordt dan bekend of ze al of niet
mogen blijven. Zowel Ali en Neda als de IND mogen
tegen de beslissing in beroep gaan. In het
ongunstigste geval moeten ze in een ander land
wachten. Om hen heen zien ze mensen teruggestuurd
worden en begin maart van dit jaar is een Iraanse
jongen die door Noorwegen werd teruggestuurd twee
dagen later met ingeslagen schedel op straat gevonden.
De spanning is ondraaglijk, maar ze proberen de tijd
zo positief mogelijk door te komen.
Neda
glimlacht: 'Ik heb een Nederlands gezegde geleerd, Je
leeft maar één keer. Dus waarom zou je
dan niet goed leven?'