Gisteren vandaag morgen

Het moet heel vermoeiend zijn met iemand samen te leven die het verleden levend houdt. Lang geleden droeg ik altijd een boekje met me mee waarin ik dingen opschreef. Zoals: ‘Ik doe de dingen vandaag om morgen met weemoed naar gisteren te kijken’. Ik had de leeftijd om me te verwonderen met paradoxen. Ik was bij de opening van de expositie in het Literatuurmuseum over F. Starik, die in zijn huis zijn eigen museum creëerde. Ik heb een opslag met daarin zestig sinaasappeldozen. Ik heb daar mijn eigen depot gecreëerd.

Ik was in 1988 in Sines met Willem. Ik liet hem weten dat ik weer in Fredemar was. Hij mailde me dat hij bijna alles vergeten was. Alleen de meisjes van de copyshop tegenover Fredemar kon hij zich nog herinneren, waarschijnlijk omdat we daar elke dag de brieven die we schreven, en het werk dat we die dag hadden gemaakt lieten kopiëren. ‘Ik ben er niet trots op, op dat vergeten. Vergeten maakt minder rijk,’ schreef hij. Dan is hij vast vergeten dat we naar de Noite de Fado e Poesia zijn gegaan in de sporthal van Sines en dat de meisjes van de copyshop hun zondagse kleren aanhadden en dat we dat ontroerend vonden. Willem zou niets meer herkennen als hij weer in Sines was. De meeste restaurants en cafés waar we zaten zijn dichtgetimmerd of juist opgeknapt en verhipt. Misschien is het ook heel vermoeiend om samen te leven met iemand die alles vergeet.

Huis aan de strandmuur in februari 2017

Huis aan de strandmuur in februari 2017

Alles onthouden is ook niet handig. Het maakt je hoofd steeds voller, als er alleen maar dingen bij komen en er nooit iets af gaat. Ik ben de Rain Man niet, dus ik heb niet alles paraat, maar een Proustiaanse trigger is genoeg om een herinnering zich naar voren te laten ellebogen. En Sines is een grote zak met madeleines.

Zelfde huis aan de strandmuur in oktober 2019

De herinneringen herschikken zich. Sommigen zijn afgestoft en opgefrist, zoals gelukkig steeds meer huizen in Sines een nieuw leven hebben gekregen. Nu eens kijken wat ik ermee kan.