Forens

Ik ben een forens. Ik reis al sinds 2014 regelmatig op en neer naar Hilversum vanuit Utrecht, de laatste drie jaar vier dagen per week, maar vanochtend pas dacht ik: ‘Ik ben een forens’. Raar eigenlijk, forens zijn. Het is geen beroep. Het is eigenlijk niks. Maar waarom voelde ik me vanochtend dan een forens, voor het eerst? Omdat ik opzij ging voor iemand die op het perron van Utrecht-Overvecht stond te vapen. Ik moest een flink end opzij. Het idee van vapen is blijkbaar zo groot mogelijke wolken uitstoten. Dat deed hij, als een geparfumeerde stoomtrein. Het heeft iets demonstratiefs, dat vapen. Net als met een vouwfiets op het perron staan en die pas op het balkon van die trein inklappen. En iets a-sociaals, net als in een afgeladen trein blijven zitten op het klapstoeltje op het balkon. Dat is het dus, forens zijn. Je 14 minuten druk maken om je medepassagiers. Sneu, eigenlijk.

Toen ik deze namiddag uitstapte op Overvecht haalde de vaper me op de trap in. Hij was druk in gesprek. ‘Ze zei, je komt te dicht in mijn space, weet je wel.’ Ik vond dat erg grappig, niet om het gevoel, maar om de woordkeuze. En ook een beetje sneu.