Mijn tips voor een lang weekend Lissabon

Het was al meer dan tien jaar geleden dat ik voor het laatst in Lissabon was. In 2017 was ik vier weken in Portugal en toen ben ik door Lissabon gereden, op weg naar een vriend die in Cascais woont. Ik had gehoord dat Lissabon veranderd was. Dat het écht toeristisch was geworden, met tuktuks, panoramabussen en sardienenblikjeswinkels. Maar dat viel natuurlijk best mee, als je in januari gaat.

Niet dus. Ik was er van 4 t/m 7 januari. Misschien omdat het weekend was, misschien omdat het nog kerstvakantie was, maar het was drukker in Lissabon dan ik het meegemaakt heb in de zomers van 1991, ’95 en ’96. En zeker dan in de herfst van 1986, 1988 en 2007. Het massatoerisme heeft Lissabon echt ontdekt. En ik heb onder een steen geleefd.

Maar nog steeds is Lissabon een heel betaalbare stad om in te verblijven. Hierbij mijn tips.

Van vliegveld naar centrum

Als je een (lang) weekend gaat is je enige optie vliegen. Het vliegveld Humbert Delgado ligt zowat middenin Lissabon (er komt – ooit – een nieuw vliegveld, ruim veertig kilometer ten zuiden van de stad). Je bent dus zo in het centrum. Als je alleen met handbagage reist kun  je gewoon met de metro. Je hebt daarvoor (en voor alle openbaar vervoer, behalve de Aerobus) een chipkaart nodig. Die kost 50 cent. Die kun je opladen met reistegoed, zoals in Nederland, of je kunt er een 24-uurskaart opzetten. Dat is het slimste.

De Viva Viagem

Je koopt de chipkaart bij een automaat in het metrostation op de luchthaven. Je kunt kiezen voor een Engels menu’s. Er zijn drie verschillende dagkaarten. De keuze voor alleen metro, bus (inclusief ascensores en elevador Santa Justa) kostte januari 2019 6,40 euro. Je hebt hem er heel snel uit: bij overstappen van metro op bus en omgekeerd zou je telkens een nieuw kaartje moeten kopen of moeten inchecken, de kabeltreintjes kosten 3,80, de lift in de Baixa zelfs 5,30. Er is ook een dagkaart waarmee je op de veerpont over de Taag kunt voor 9,50 of een dagkaart die geldig is in de voorstadtreinen, o.a. naar Cascais en Sintra voor 10,55. Ik kon met drie dagkaarten toe van vrijdag- ochtend tot en met maandagochtend. Met de Viva check je in bij elke overstap, uitchecken hoeft niet. Op de treinstations koop je alleen dagkaarten inclusief trein.

Wachttijden

Tramlijn 28 is iconisch voor Lissabon. De wachttijd was in januari op vertrekhalte Martim Moniz dan ook een uur. Het is op zich de moeite waard, want de rit door de smalle straatjes in het houten trammetje (voorzien van wifi) is geweldig. Als je je voor 10 uur meldt, of na 18.00 is de drukte al een stuk minder. Of je stapt op op het Praço Luis de Camões en rijdt de andere kant op. Maar ook om acht uur ’s avonds zit je dan opgepropt tussen toeristen en geïrriteerde Lisbonetas die gewoon naar huis willen. Zelfde geldt voor de elevador Santa Justa. Die is mooier om naar te kijken, dan om er in te zitten trouwens, maar ’s ochtend vroeg sta je niet in de rij. Het uitzicht bovenop is trouwens magnifiek.

Eten waar de locals eten

De tijd is wel voorbij dat je in Lissabon ergens kon eten waar de bediening alleen Portugees sprak en je je met handen en voeten moest helpen. Bijna elk restaurant staat inmiddels op TripAdvisor, maar er zijn er genoeg waar het publiek bestaat uit een aangename mix van verliefde stelletjes, families met jengelende kinderen, zwijgende weduwnaars en opgetogen toeristen. Je herkent ze meestal aan het menu dat op een papieren tafelkleed met plakband aan het raam hangt. Soms is er dan ook een menu in het Engels, Frans of Duits. De meeste Portugezen onder de veertig spreken prima Engels, die van erboven Frans. Maar niet altijd. Portugezen lunchen warm, dus hou er rekening mee dat gerechten op zijn als je ’s avond aanschuift. Als je ergens binnen gaat speciaal voor een bepaald gerecht, vraag dan eerst of het er nog is, voor je gaat zitten.

Je kunt moeiteloos voor minder dan 10 euro per persoon eten in Lissabon, en dat is inclusief drank, toetje en koffie. Ik betaalde in Verde Minho met mijn gezelschap 17,85 euro voor twee hoofdgerechten (10 euro), twee cola (2,50 euro), een halve liter wijn (2 euro), een koffie (55 cent) en twee desserts (2,80 euro). En het was echt goed. Verde Minho ligt in een achterafstraatje achter Praça da Figueira, maar zelfs op dat plein, hartje centrum kun je goedkoop eten (zie foto). Hou er wel rekening mee dat je in Portugal altijd een mandje brood, olijven en boter voorgezet krijgt, waarvoor je tussen de 1 en 4 euro betaalt (behalve bij Verde Minho, daar was het gratis). Je kunt het ook gewoon weigeren, meteen als ze het op tafel willen zetten. In deze prijsklasse moet je trouwens wel rekening houden met eenvoudige kost. Veel vlees en rijst. De friet moet je als groente beschouwen.

Nog een aanrader is het restaurant tegen over het Rossio station, Beira Gare, waar je liefst staand aan de bar een bifana met een imperial bestelt, een broodje warm vlees met een pilsje. Het is er altijd heel erg druk, maar omdat iedereen er komt voor een snelle hap hoef je nooit lang te wachten. Er komen veel toeristen, maar die zitten aan een tafeltje, de sukkels.

De prijs van een kop koffie, een bica, heeft in bijna heel Portugal dezelfde prijs. Ik betaalde tussen de 55 en 65 cent. Alleen op het vliegveld is hij boven de euro.

Slapen

Slapen in Lissabon is nog steeds relatief goedkoop. In het laagseizoen vind je probleemloos een tweepersoonskamer met eigen badkamer onder de 30 euro. Ik ben wel snel tevreden, ik hoef alleen maar een nette kamer met bed en badkamer, tv of wifi interesseert me niet. Je kunt boeken via een site, maar al die plekken hebben ook een eigen website en het personeel spreekt vrijwel altijd Engels. Het voordeel van een boekingssite is dat je meteen betaald hebt, dus als je te laat aankomt is je kamer nog niet vergeven. Niet alle pensions hebben verwarming in de winter, hou daar rekening mee. Wij sliepen in Residencial Gerês, en hadden blijkbaar pech met de kamer als ik de reviews lees. Mooi uitzicht, maar totaal afgeragd, met een douchekop die los in de muur zat en een plafond dat elk moment naar beneden leek te komen.

Niet te missen

Wat moet je doen als je een paar dagen in Lissabon bent om een goede indruk van de stad te krijgen? Dat is voor iedereen misschien anders, maar dit zijn een paar tips:

  • Maak een dagtripje naar Sintra
  • Bezoek Bélem, voor Torre de Belém en pasteis de Bélem, de lekkerste
  • Maak riitjes in tramlijn 28
  • Breng een vroeg of laat bezoek aan A Brasilieira, het café waar Pessoa graag kwam
  • Loop door de nauwe steegjes naar het kasteel

  • Ga op zondag met wijn en kaasjes naar de oever van de Taag om samen met honderden Lisbonetas naar de zonsondergang te kijken
  • Als je toch naar een fadorestaurant wil, ga dan naar Adega a Ribatejo, het eten is oké en soms komt de kok ook zingen, in ieder geval niet zo gelikt als die andere tenten