Carnaval

Het is de eerste keer sinds 1977 dat ik geen Carnaval vier. Het was een moeilijke beslissing. Portugal of Carnaval? Maar het valt niet te ontlopen, Carnaval achtervolgt me. Als ik het goed begrijp (volgens DuoLingo beheers ik het Portugees nu voor 1%) is het Carnaval de Sines in de wijde omtrek bekend. Zondag trekt er een stoet met meer dan tweeduizend figuranten door Sines, lopend en op praalwagens. Het is zwaar beïnvloed door het Braziliaanse Carnaval, veel bloot en veren aan de kont. Tegelijk vieren ze de zotheid. De dames in de pastelaria hebben gekke hoedjes en brillen op. Etalages zijn versierd met serpentines.

Lees verder

Passanten

Ik dacht dat ze iets met de organisatie van het carnaval in Sines te maken hadden. Twee jonge mannen in het zwart gekleed, met verfomfaaide hoge hoeden, negentiende-eeuws aandoende vestjes met glimmende knopen en ruimvallende broeken van een dikke stof. De ene had ook nog een knoestige wandelstok bij zich. Het waren Duitsers en toen ze wegliepen bleken ze bagage bij zich te hebben, gedraaid in plastic tassen waarvan de opdruk was vervaagd. Zoveel vragen borrelden in me op terwijl ze daar zaten op het Terras van Vela d’Ouro. Ondertussen keek niemand naar ze om, keek niemand ze na toen ze wegkuierden op hun zware laarzen. Lees verder

21

21 dagen van huis. Het lijkt veel korter en oneindig lang tegelijk. Het blijft altijd haken die 21. Het eerste getal dat je niet meer uitschrijft. De dag in oktober dat ik werd geboren. Het huisnummer in Zundert. Het huisnummer van het eerste huis waar ik met het gezin in Utrecht woonde. De leeftijd waarop ik meerderjarig werd. En ik was best goed in eenentwintigen. En 0,0021% van de inwoners van Utrecht heet Nouws.

21 komt vaker voorbij in mijn leven. Omdat ik er op let. Meer niet. Het is geen geluksgetal in de lotto, niet het eindcijfer waarop de grote prijzen in de Staatsloterij vallen. Lees verder