São Martinho

Er waaien wolken door de straat. Sines ligt op een rotspunt die de zee in steekt, ik dacht dat het laaghangende bewolking was. Maar het is de rook van twee kastanjekarretjes. In januari was ik met mijn jongste zoon in Lissabon en we kochten een portie gepofte kastanjes. Het ziet er gezellig uit, het ruikt gezellig en het smaakt eigenlijk nergens naar. De speciale wijn voor São Martinho vast wel.

Sint-Maarten is in Utrecht een steeds groter ding aan het worden. Hij is de beschermheilige van de stad. Sint-Maarten zou zijn mantel in tweeën gesneden hebben en de helft aan een bedelaar gegeven. Het wapen van Utrecht verwijst daarnaar. Wikipedia is er wat nuchterder in. Apocrief verhaal en het langs de deur gaan om snoep past in de traditie van de bedelfeesten. In de koude maanden was bedelen broodnodig voor de armen. Sint-Maarten was nooit heel erg populair in Nederland, zeker niet in Brabant, daar vieren ze gewoon ‘d’n ellefde van d’n ellefde’. Ik had er zelfs tot begin jaren 90 nooit van gehoord. Sinds een paar jaar kent Utrecht een lampionnenoptocht die nu begint uit te groeien tot een fenomeen, de Sint Maarten Parade. Als iemand die gewend is de wereld terug te brengen tot Zundert: het bloemencorso van Utrecht.

Nu Sint-Maarten zijn bestaansrecht als traditie opeist ben ik als eindredacteur  meteen gaan kijken hoe dat zit met de schrijfwijze. En zoals ik dacht, nagenoeg iedereen doet het verkeerd. Ik heb het voor jullie opgezocht op woordenlijst.org en spellingsite.nu. Om te beginnen:

Sint Maarten is de naam van het eiland in de Cariben
Sint-Maarten is de naam van zowel de heilige als de feestdag

Alle samenstellingen met Sint-Maarten schrijf je zonder hoofdletter, met een verbindings-s en aan elkaar:

sint-maartensfeest
sint-maartensoptocht
sint-maartensstoet
sint-maartenssnoep
sint-maartenslampion

Eigenlijk heel simpel: precies zoals je Sint-Nicolaas schrijft, zelfstandig en in samenstellingen. De Sint Maarten Parade had dus eigenlijk Sint-Maartenparade moeten heten.

Die kastanjes zijn trouwens niet de pepernoten van São Martinho. Begin november is het begin van het gepoftekastanjeseizoen, dat is alles. 

Columnistenwedstrijd

Ik schreef een column voor de columnistenwedstrijd van de Volkskrant, maar legde hem bij de tegoedbonnen en kortingsbonnen en toen ik hem terugvond was alles verlopen. Het is trouwens echt gebeurd. In 1994.

‘Alleen als ik jouw tanden in mag,’ antwoord ik wanneer iemand vraagt of hij mijn bril eens mag opzetten. Ik heb een voorkeur voor monturen die je niet dagelijks ziet, dus ik snap dat mensen zich afvragen wat zo’n afwijkend model voor hún looks doet. Maar een bril is een hulpmiddel, een noodzakelijk kwaad zelfs. Geen feestneus die je zomaar van iemands gezicht trekt. Mijn vrienden weten dat, ze hebben de vraag allemaal gesteld en allemaal hetzelfde antwoord gekregen. Ze weten ook dat ze in mijn huis niets mogen aanraken zonder mijn toestemming. Geen boek, geen dvd, zelfs de afstandsbediening niet. Lees verder

Flora van Sines

Wisselbloem. Vlinders zijn er gek op. Struiken zaten er vol mee. De bloemen hebben drie verschillende kleuren. De bladeren stinken als je ze kneust, volgens Wikipedia. Ik vond ze lekker ruiken.

Deze plantjes zie ik overal langs de strandmuur van Sines. Twee daarvan heb ik zelf ooit uitgezaaid hier (zoals ik bezig ben heel Wittevrouwen vol zonnebloemen te zetten). Dit jaar heb ik stokrozenzaad meegebracht. Vier verschillende kleuren. De kleur van de stokroos zegt iets over de grond waarin hij het beste groeit, dus er moeten altijd een paar planten zijn die het gaan redden.

Lees verder