Pension Schrödinger

Om de zoveel jaar ga ik er een maand tussenuit. Alleen. Ik ben drie keer naar Boedapest geweest en acht keer naar Portugal. Naar Sines, een toeristisch oninteressante industrie- en havenstad halverwege Lissabon en de Algarve. Het werd dit jaar weer tijd te gaan. Dit keer met meer opties. Ik dacht aan Zagreb, misschien zelfs Belgrado. Aan Berlijn, of vooruit, Lissabon.
Lees verder

5 september

Op 4 maart 2019 ging ik met trein van Etten-Leur naar Breda. ’s Avonds ging ik weer terug, maar ik vergat uit te checken. 10 euro afgeboekt van mijn kaart. Geen 8,20 teruggeboekt. Welles, zei Uitcheckgemist.nl. Nietes, zei ik en diende een verzoek in om het uit te zoeken. Dat kunnen wij niet zei ov-chipkaart.nl, dat moet u bij de NS doen. Ik zuchtte en verzamelde moed, maar ik had zes maanden de tijd. Genoeg tijd om heel veel moed te verzamelen.

En toen was het 5 september en het was te laat. Maar het was ook alweer zes maanden en een dag geleden en ik was die 8,20 euro al vergeten. De moed was in mijn schoenen gezonken.

Forens

Ik ben een forens. Ik reis al sinds 2014 regelmatig op en neer naar Hilversum vanuit Utrecht, de laatste drie jaar vier dagen per week, maar vanochtend pas dacht ik: ‘Ik ben een forens’. Raar eigenlijk, forens zijn. Het is geen beroep. Het is eigenlijk niks. Maar waarom voelde ik me vanochtend dan een forens, voor het eerst? Omdat ik opzij ging voor iemand die op het perron van Utrecht-Overvecht stond te vapen. Ik moest een flink end opzij. Het idee van vapen is blijkbaar zo groot mogelijke wolken uitstoten. Dat deed hij, als een geparfumeerde stoomtrein. Het heeft iets demonstratiefs, dat vapen. Net als met een vouwfiets op het perron staan en die pas op het balkon van die trein inklappen. En iets a-sociaals, net als in een afgeladen trein blijven zitten op het klapstoeltje op het balkon. Dat is het dus, forens zijn. Je 14 minuten druk maken om je medepassagiers. Sneu, eigenlijk.

Toen ik deze namiddag uitstapte op Overvecht haalde de vaper me op de trap in. Hij was druk in gesprek. ‘Ze zei, je komt te dicht in mijn space, weet je wel.’ Ik vond dat erg grappig, niet om het gevoel, maar om de woordkeuze. En ook een beetje sneu.