Passanten

Ik dacht dat ze iets met de organisatie van het carnaval in Sines te maken hadden. Twee jonge mannen in het zwart gekleed, met verfomfaaide hoge hoeden, negentiende-eeuws aandoende vestjes met glimmende knopen en ruimvallende broeken van een dikke stof. De ene had ook nog een knoestige wandelstok bij zich. Het waren Duitsers en toen ze wegliepen bleken ze bagage bij zich te hebben, gedraaid in plastic tassen waarvan de opdruk was vervaagd. Zoveel vragen borrelden in me op terwijl ze daar zaten op het Terras van Vela d’Ouro. Ondertussen keek niemand naar ze om, keek niemand ze na toen ze wegkuierden op hun zware laarzen. Lees verder

21

21 dagen van huis. Het lijkt veel korter en oneindig lang tegelijk. Het blijft altijd haken die 21. Het eerste getal dat je niet meer uitschrijft. De dag in oktober dat ik werd geboren. Het huisnummer in Zundert. Het huisnummer van het eerste huis waar ik met het gezin in Utrecht woonde. De leeftijd waarop ik meerderjarig werd. En ik was best goed in eenentwintigen.

21 komt vaker voorbij in mijn leven. Omdat ik er op let. Meer niet. Het is geen geluksgetal in de lotto, niet het eindcijfer waarop de grote prijzen in de Staatsloterij vallen. Lees verder

Alleen

Op mijn sokken over de geboende vloeren van Fredemar dansen. Van de brede trapleuningen afglijden. Op de bedden van alle kamers salto’s maken. Heel hard zingen onder de douche en de muziek keihard zetten. Het kan allemaal. Elk weekend is Fredemar helemaal voor mij alleen. Ik zou twintig mensen kunnen uitnodigen, in de gemeenschappelijke ruimtes een feest geven en ze daarna allemaal in een kamer hun roes kunnen laten uitslapen na een wilde orgie. Maar waarom zou ik. Ik ben teveel controlfreak voor een orgie en ik ben hier omdat ik alleen wilde zijn. Lees verder